Meetweek in de steigers
In navolging van de traumacentra Euregio (Enschede) en Brabant start ook het Zwolse traumacentrum in samenwerking met de Universiteit Twente met een zogeheten meetweek. Doel: meer inzicht in de kwaliteit van de acute hulpverlening. ‘Een goede registratie van acute zorgvragen en de geleverde zorg zijn essentieel om de acute zorgketen goed te beheersen’, verduidelijkt Karen Mentink, beleidsmedewerker van het Traumacentrum en coördinator van de meetweek. ‘Daarmee kun je de kwaliteit van de zorg verbeteren en overbodige zorg voorkomen.’
De meetweek komt voort uit de ROAZ-inventarisatie van een aantal acute ziektebeelden: acute obstetrie, myocardinfarct, acuut heuptrauma en CVA. Deze globale analyse bracht wel enkele witte vlekken aan het licht, maar leidde niet tot harde feiten en conclusies. ‘Er bestaat bijvoorbeeld het vermoeden dat de acute zorg rond CVA’s op onderdelen vertraagd is, maar de huidige inventarisatie geeft onvoldoende duidelijkheid over de oorzaken. Via een meetweek kunnen we die informatie wél boven tafel krijgen’, verwacht Karen.
Hiaten
Tijdens zo’n periodieke meetweek (of beter gezegd meetmaand) worden alle onderdelen van het acute zorgproces geregistreerd. ‘Van patiëntkarakteristieken en de zorgvraag tot (vermoedelijke) diagnose en vervolgtraject’, licht Karen toe. ‘Op die manier breng je eventuele hiaten in kaart, waarna je het zorgproces heel gericht kunt verbeteren.’
Voor het zover is, moet er nog veel werk worden verzet. Want ook al hebben de traumacentra in Enschede en Brabant ervaring met het fenomeen meetweek, het simpelweg kopiëren van hun systematiek is er niet bij. ‘We maken wel gezamenlijk afspraken over een indicatorenset, maar binnen de verschillende zorgorganisaties bestaat een grote verscheidenheid aan ICT-sytemen. Het ontwikkelen van een database is daarom een zeer specifieke aangelegenheid. Dat is maatwerk en kost veel tijd’, benadrukt de coördinator.
Specialiteit
Bij het opzetten van een meetweek krijgen de genoemde traumacentra hulp van de Universiteit Twente. ‘Het traumacentrum richt zich vooral op de relatie met de ketenpartners en de UT is verantwoordelijk voor de dataverwerking en analyse. Dat is immers hun specialiteit.’
Hoe nu verder? Binnenkort zullen de vier spelers op de acute markt (regionale ambulanceaanbieders, huisartsen, SEH en IC/CCU) de definitieve indicatorenset vaststellen. Vervolgens gaan de ICT’ers puzzelen om de registratie op orde te krijgen. Begin 2011 staat de eerste proefmeting (lees: test) op het programma en ‘daarbij zullen ongetwijfeld enkele verbeterpunten aan het licht komen’, voorspelt Karen. Aansluitend kan dan de echte meetweek van start gaan. ‘Vanaf dat moment beschikken aanbieders van acute zorg over een adequaat instrument waarmee ze de kwaliteit van hun handelen goed kunnen meten. Omdat de drie traumacentra dezelfde indicatoren willen gaan gebruiken, ontstaat de mogelijkheid om de resultaten onderling te vergelijken. Met die informatie kan het totale acute zorgproces nóg beter worden ingericht.’Terug naar overzicht