ISALA

MCI-patiënten gebaat bij intensieve begeleiding

​Jaarlijks wordt bij duizenden patiënten een milde cognitieve stoornis vastgesteld. Deze aandoening, mild cognitive impairment (MCI) genoemd, resulteert bij ouderen vaak in dementie. Desondanks kiezen veel zorgverleners ervoor om patiënten met MCI gerust te stellen. Is dat verstandig? Nee, concluderen klinisch neuropsycholoog Paul de Wit en collega’s Melanie Wolterink en Sophie Heringa na verkennend onderzoek. 'Deze patiënten hebben veel meer baat bij transparante begeleiding.'

   V.l.n.r. Sophie Heringa, Melanie Wolterink en Paul de Wit.

 

De eerste verschijnselen van MCI zijn milde geheugenproblemen. 'Het gaat om mensen die moeite hebben met afspraken onthouden, plannen en overzicht houden', schetst Paul. Om de oorzaak te kunnen bepalen, voert de klinisch neuropsycholoog eerst een gesprek met de patiënt en diens partner. Vervolgens vindt een uitgebreide geheugentest plaats, waarna een multidisciplinair team de diagnose stelt. 

Behandelprogramma

Wordt MCI als oorzaak aangewezen, dan worden patiënt en partner uitgenodigd voor een groepsgewijze behandeling in Isala. Gedurende negen sessies worden zij geïnformeerd over de gevolgen van de cognitieve achteruitgang en de bijbehorende gedragsveranderingen. Verder krijgen de deelnemers handvatten voor het omgaan met spanningen en conflicten. Ook leren zij om de geheugenproblemen zo goed mogelijk te compenseren en krijgen zij tips om vereenzaming te voorkomen. Onderzoekers uit Nijmegen toonden eerder al aan dat het programma de ziekteacceptatie bevordert. Maar kunnen de patiënt en diens partner dankzij deze behandeling ook beter met de aandoening omgaan? Paul en zijn collega’s gingen op onderzoek uit.

Conclusies

Allereerst ontwikkelde Paul een vragenlijst voor de deelnemers. Veertig patiënten en partners waren bereid om deze op drie momenten (voorafgaand aan het programma, na afloop en na drie maanden) in te vullen. Na analyse concludeerde hij dat partners een toegenomen gevoel van competentie ervaren in het omgaan met de cognitieve en gedragsmatige veranderingen van de MCI-patiënt. 'Ze kunnen beter omgaan met de ziekte en de beperkingen die daarbij horen.'
Het behandelprogramma leidt ook tot betere acceptatie van de gevolgen van de ziekte. 'Door MCI en de consequenties bespreekbaar te maken, voorkom je dat de patiënt en partner in een isolement raken', verduidelijkt Paul. ' Verder vermindert de weerstand tegen het eigen onvermogen, waardoor MCI-patiënten eerder hulp toelaten.'

Positief

Daarnaast heeft Paul 'onomstotelijk vastgesteld' dat de diagnose MCI niet leidt tot somberheid of depressie. Bovendien zijn patiënten en hun partners positief over de behandeling, concludeert de onderzoeker. 'Ze voelen zich erkend en hebben baat bij de praktische handvatten. Daardoor kunnen ze zich beter wapenen tegen de gevolgen van de cognitieve stoornissen.'
Paul en zijn collega's zijn blij met deze resultaten en hoopt op vervolgonderzoek. 'Dat het MCI-programma meerwaarde heeft, staat nu vast. De volgende stap is om die conclusie te vertalen in maat en getal.' Mogelijk zal hij daar zelf ook een rol in spelen. 'Onderzoek doen vergt een lange adem en kan frustrerend zijn, maar ik ben blij met het resultaat. Wij hebben de smaak wel te pakken gekregen.'

Dit onderzoek is mogelijk gemaakt door het Innovatie & Wetenschapsfonds van Isala.