ISALA

Alzheimer

Lezing

Bekijk het eerste deel van de lezing door spreker Ad Kamper.

 

Bekijk het tweede deel van de lezing door spreker Paul de Wit en aansluitend de vragenronde.

 

Hoort Alzheimer nu wel of niet bij het ouder worden?

Hoe denken we over normale veroudering? Vaak wordt gedacht dat dementie er bij hoort. Dat is een misvatting. Dementie is echt een ziekte. Recent onderzoek heeft uitgewezen dat 20% van de 100-jarigen volstrekt normaal functioneren met hun cognitie, hun verstand. Wat is dementie precies? Wat zijn de kenmerken ervan? Wat is het verschil met Alzheimer? En hoe herken je het?

Is eenmaal de diagnose dementie gesteld dan is de vraag hoe ga je daar mee om? Mensen krijgen vaak last van somberheid, angst en schaamte. Ze maken zich druk over wat hun omgeving er van vindt. Wat kunnen familie, vrienden, buren en kennissen doen om te helpen? Welke behandelingen zijn mogelijk? De ontwikkeling van dementie kent verschillende fasen. Bij iedere fase zijn verschillende behandelingen mogelijk. Medicijnen maken daar maar een klein onderdeel van uit.

Sprekers

De sprekers van deze avond zijn Ad Kamper (internist ouderengeneeskunde) en Paul de Wit (klinisch psycholoog) van Isala. Zij geven antwoord op bovenstaande vragen en gaan ook graag de discussie met u aan om samen de problematiek helder te krijgen.

Paul de Wit

Paul de Wit (1968) is afgestudeerd als doctorandus in de psychologie aan de Universiteit van Utrecht in 1995. Daarna werkte hij bij de afdeling ouderen van de RIAGG in Utrecht, waar hij zich specialiseerde in diagnostiek en behandeling van mensen met dementie en hun familieleden. In die periode behaalde hij ook zijn registratie in het register van Gezondheidszorgpsychologen. In 2004 rondde hij de opleiding tot klinisch neuropsycholoog af. Tijdens de opleiding was hij nauw betrokken bij de oprichting van de geheugenpolikliniek in het ziekenhuis in Almelo. Sinds oktober 2011 is hij werkzaam in Isala als klinisch neuropsycholoog. Vanuit deze functie is hij verbonden aan het geheugencentrum van Zwolle. Daarnaast verricht hij diagnostiek en behandeltaken bij patiënten die verwezen worden vanuit neurologie, cardiologie en de interne geneeskunde. In september 2012 werd onder zijn leiding een behandelgroep gestart voor personen met milde geheugenproblemen. Bij deze personen bestaat een groter risico dat deze geheugenproblemen in ernst toenemen en leiden tot dementie dan bij personen die deze geheugenproblemen niet hebben. Binnen deze behandelgroep leren de deelnemers om het leven op zinvolle wijze in te vullen, zonder ontkenning van de beperkingen. Paul heeft verschillende artikelen en boekhoofdstukken over dementie geschreven. Het meest recente boekhoofdstuk gaat over de mate waarin en de manier waarop Alzheimer patiënten inzicht hebben in hun aandoening.

Ad Kamper

Na zijn studie geneeskunde aan de Vrije Universiteit van Amsterdam heeft Ad Kamper (1961) zich gespecialiseerd tot internist. Hij heeft in verschillende ziekenhuizen in het buitenland, o.a. België en Zuid Afrika, gewerkt voordat hij bij LUMC in Leiden ging werken. In die periode (1996 – 2007) heeft hij verschillende studies gedaan om zich verder te specialiseren in de ouderengeneeskunde. Sinds 2007 is Ad Kamper werkzaam bij Isala als internist ouderengeneeskunde. Hij heeft zich toegelegd op dementie bij ouderen. Vanuit zijn functie binnen Isala is hij tevens actief in het opleiden van co-assistenten, assistenten en verpleegkundigen. Ad heeft een enorme verscheidenheid aan publicaties op zijn naam staan en geeft met regelmaat voordrachten over zijn kennis van ouderen. Naast zijn werk als internist ouderengeneeskunde bekleed hij diverse nevenfuncties die er allemaal op gericht zijn om het leven van ouderen te verbeteren en te voorkomen dat ze ziek worden.

Vraag en antwoord

Tijdens de vragenronde in de zaal was er niet genoeg tijd om alle vragen te beantwoorden. Hieronder volgen de resterende vragen met de antwoorden van Ad Kamper en Paul de Wit.

Kan een spastische aanval (met handklem-gevolgen) ook een vorm van dementie nalaten? Bijvoorbeeld executief, medicijn (mirthazapine)?
Voor zover we weten niet, maar elke kwetsuur aan de hersenen kan gevolgen hebben.

Wat te doen, als de zorg in het zorgcentrum, waar (schoon)ouders verblijven, van wie er één Alzheimer heeft, tekort schiet wat betreft ‘casemanaging’? Verschillende zorg door verschillende verzorgenden?
In gesprek gaan met het management om na te gaan waar de pijnpunten liggen en dan gezamelijk tot een oplossing komen. Het helpt dan goed om met een brief deze wens kenbaar te maken. Geef daarin kort aan waarover u ontevreden bent. Let wel op een goede toon en sluit af met een regel als “wij verwachten dat we in een verder mondeling overleg tot een goede gezamenlijke oplossing te komen. 

Helpt lezen en denksport (puzzelen, woordrijen oefenen) tegen dementie?
Hier wordt wisselend over gedacht er zijn aanwijzingen dat het helpt en uitsteld, maar niet voorkomt. Wanneer iemand eenmaal een dementie heeft, dan blijkt dat het doen van puzzels een verhoging van de kwaliteit van leven kan geven. Het is dan niet zo dat iemand daardoor beter kan functioneren (bijvoorbeeld minder vaak de benodigde boodschappen vergeet mee te nemen). In dat laatste geval werken compensatiestrategieën beter. Bijvoorbeeld het trainen van agenda gebruik of gebruiken van te doen lijstjes. Daarbij is vaak hulp nodig van anderen (herhaaldelijk en vriendelijk de persoon met dementie erop wijzen dat op agenda moet worden gekeken).

Bij vermoeden van dementie, maakt het dan uit of de huisarts of een onafhankelijk iemand de testen uitvoert? Of wel of niet in de vertrouwde omgeving?
De testen zullen uitgevoerd moeten worden door gekwalificeerde personen. Uiteindelijk is het de arts die de diagnose stelt in samenspraak met zijn team. Waar de testen worden uitgevoerd maakt niet uit.

Wanneer een dementerende voor een bepaalde ziekte een operatie moet ondergaan, onder narcose, heeft deze narcose ook (negatieve) invloed op de dementie?
Dit kan zeker nadelige gevolgen hebben, en vaak zie ik een verwardheidssyndroom/delier ontstaan. Door kennis te hebben van de diagnose dementie probeer je met allerlei maatregelen schade te voorkomen.

Veel ouderen gebruiken zeer veel medicijnen. Moeten artsen de hand niet in eigen boezem steken, wordt Alzheimer/dementie niet in de hand gewerkt door overmatig medicijngebruik?
Dementie wordt niet veroorzaakt door medicatie. Wel is het zo dat elke keer als een patient gezien wordt of er nog een reden is om de voorgeschreven medicatie te continueren.

Ik ben 79 jaar en kon altijd gedichten en verhalen uit mijn hoofd leren. Al lees ik het nu zestien keer over, kan ik nog geen vier regels herhalen. Is dit verontrustend? Is dit het begin van dementie?
Dit kunnen we niet beoordelen op basis van deze gegevens. Zoals gezegd er moet veel meer aan de hand zijn om over dementie te spreken. We horen wel uw bezorgdheid. Deze zou ik bespreken met uw huisarts. Eventueel kan hij, in goed overleg met u, u verwijzen voor een nader onderzoek. Mogelijk is deze beperking passend bij uw leeftijd en hoeft het niet verontrustend te zijn. maar dit kan goed worden vastgesteld bij meer uitgebreid onderzoek.

Als een teennagel rond groeit, is dit dan een voorbode van dementie?
Voor zover we weten niet.

Een slecht oor en oog, is hier ook een verband met dementie?
Voor zover we weten niet. Wel heeft het invloed op het dagelijks functioneren.

Negen van de tien Alzheimer-patienten hebben toch geen daadwerkelijke hersenbeschadiging opgelopen zoals de bokser M. Ali?
Ik gebruikte het voorbeeld van M Ali dat er beschadigingen van de hersenen optreden waarbij het regelmatig slaan op het hoofd er één van is. De andere beschadigingen zij vaatschade, ontstekingen en afbraak.

Is er een verband tussen Alzheimer en depressieve klachten? En is dit (ook in een ver stadium) nog behandelbaar?
Er zijn medicijnen die dit kunnen beïnvloeden maar werkt zeker niet bij iedereen en moet op individuele basis beoordeeld worden. Er is in 2008 een onderzoek uitgevoerd waarbij de mate van depressie werd beoordeeld na afloop van gesprekken waarin iemand de diagnose kreeg. Het bleek dat sommige patiënten daarna meer depressieve klachten kregen, maar de meeste patiënten niet. Personen met de diagnose Alzheimer zijn in het algemeen wel vaker depressief dan personen die dat niet hebben. Het kan een rechtsstreeks gevolg zijn van de ziekte van de hersenen. Het kan echter ook een gevolg zijn van herhaalde confrontaties met onvermogen, beperkingen die de ziekte oplegt in het dagelijks functioneren en daardoor een vermindering van eigenwaarde. Naast medicatie is het van belang dat deze persoon activiteiten heeft die aansluiten bij zijn mogelijkheden en beperkingen, zoals bijvoorbeeld worden aangeboden op een dagbehandeling.

Mensen met dementie zouden allemaal standaard op vit B12 getest moeten worden. Dit kan een symptoom van tekort zijn.
Dit werd in het verleden gedaan maar de opbrengst was laag. Zeker komt het voor dat in een enkel geval er een relatie bestaat.

Hoe komt het dat demente mensen soms blijven ‘hangen’ in traumatische ervaringen uit het verleden? En deze als het ware herbeleven, zoals bijvoorbeeld oorlogservaringen?
De patiënt kan het geen "plaats" meer geven door de beperkingen van zijn ziekte. Het is echter ook een gevolg van achteruitgang van het geheugen voor gebeurtenissen die iemand in zijn leven heeft meegemaakt. In een goed functionerend geheugen zit daar een idee van chronologie in. Bij Alzheimer patiënten verdwijnen persoonlijke herinneringen, in vooral het latere beloop van de ziekte, geleidelijk. De meest recente herinneringen (de herinneringen die tijdens middelbare leeftijd en daarna zijn opgedaan) verdwijnen daarbij als eerste, daarna ook herinneringen die eerder in de persoonlijke geschiedenis hebben plaatsgevonden. Daarom zien we nog wel eens dat mensen met een gevorderde dementie vooral de herinneringen aan vroege jeugd en kinderjaren overhouden. Dit komt in de beleving dan meer op de voorgrond te staan en maakt dat personen bijvoorbeeld weer levendige herinneringen aan oorlogservaringen van destijds kunnen hebben. Dat is soms moeilijk te veranderen. Het bieden van afleiding helpt daar, zoals bijvoorbeeld geboden tijdens activiteitenbegeleiding in het verpleeghuis of tijdens bezoek. Ga met de persoon eerst even op de herinneringen in en troost zonodig, erken dat het angstig moet zijn geweest en zeg dat hij/zij hier, nú veilig is. Probeer daarna het gesprek af te leiden naar iets neutraals (iets waarvan u weet dat de persoon er graag over praat.​