ISALA

Henk Bilo: Afscheid van een bevlogen arts

​Internist prof. dr. Henk Bilo stopt met de patiëntenzorg

Wie het Isala Diabetescentrum zegt, noemt vaak in één adem de naam van Isala’s bekendste internist prof. dr. Henk Bilo. 25 jaar lang werkte deze bevlogen internist in Isala. Nu gaat hij met pensioen. In dit afscheidsinterview blikt hij terug én kijkt hij vooruit. ‘Ik heb een rijk leven gehad, maar ik heb ook nu nog een rijk leven.’

Prof. dr. Henk Bilo kwam in 1991 naar Zwolle als internist-nefroloog waar hij begon op locatie Weezenlanden. Dat is nu ruim 25 jaar geleden. Daarvoor werkte hij in het VUmc, op de afdeling Neurochirurgie en daarna bij Interne geneeskunde; later heeft hij de vervolgopleiding nefrologie in Nijmegen gedaan. Bilo: ‘Ik haalde mijn artsenbul in 1977. Tijdens mijn studie werkte ik al als ambulanceverpleegkundige. Van maandag tot vrijdag zat ik in de collegebanken en van vrijdag- tot zondagnacht werkte ik als verpleegkundige bij de ambulancedienst in Zuid-Oost Limburg. On the job opleiden kon toen nog, dat zou nu ondenkbaar zijn. Er is sowieso ongelooflijk veel veranderd in veertig jaar tijd. Zowel op de ambulances als in het ziekenhuis. CCU’s (Cardio Care Unit, red) waren er nog niet, er was zelfs geen aparte afdeling voor hartbewaking of cardiologie.’

Met zijn bul op zak volgde Bilo de vooropleiding chirurgie voor tropenarts en vertrok samen met zijn vrouw naar de Seychellen om als tropenarts te werken. ‘Het was er fantastisch! Mijn verzorgingsgebied bestreek elf eilandjes met in totaal zo’n achtduizend mensen die bij je aanklopten voor de meest uiteenlopende klachten. Mijn boot om naar al die verschillende eilandjes te gaan, dobberde in de baai op het azuurblauwe water. Het was een fantastische tijd, waar ook ons eerste kind werd geboren. Toch ben ik na twee jaar weer vertrokken. Ik wilde terug naar het VUmc om me te specialiseren.’

Samenwerking met huisartsen

Vlak voor zijn afscheid als praktiserend arts in Isala kon de internist nog net het jubileum van 40 jaar arts vieren. 25 jaar hiervan werkte Bilo in Isala. In deze tijd heeft hij zich enorm ingezet om de zorg voor mensen met diabetes naar een hoger plan te tillen. Onder andere door intensief samen te werken met huisartsen.‘In 1997 ben ik, samen met een aantal enthousiaste huisartsen, gestart met het verzamelen van gegevens over mensen met diabetes. De groep huisartsen die gegevens aanleverde over de behandeling van hun patiënten – zoals bloedwaardes en medicatiegebruik - werd steeds groter. Deze gegevens hebben onder andere geleid tot de huidige NHG-standaard waarbij de kwaliteit van de diabeteszorg er enorm op vooruitgegaan is. Onder andere het spiegelen van elkaars aanpak en het werken volgens de standaard hebben er toe geleid dat mensen met diabetes die met medicijnen door hun huisarts goed worden gereguleerd nu een even hoge levensverwachting hebben als de gemiddelde Nederlander.’

‘Ook na mijn stoppen als praktiserend arts gaat dit door. Binnenkort worden ook gegevens van mensen met diabetes in de tweede lijn geregistreerd via de DPARD (Dutch Pediatric and Adult Registry of Diabetes, red.). Op dit moment is er nog geen landelijke registratie van zowel mensen met diabetes type 1 als type 2 in de tweede lijn. Hierdoor ontbreekt het aan goede en betrouwbare informatie over bijvoorbeeld aantallen, de prevalentie van complicaties, effecten van de behandeling, multimorbiditeit en de kwaliteit van de geboden zorg. Deze zomer gaat de pilot van start bij ruim dertig ziekenhuizen, waaronder Isala. Hopelijk sluiten gaandeweg alle ziekenhuizen in Nederland aan om gegevens aan te leveren. Alleen door consequent te meten en de resultaten naar elkaar te spiegelen, kunnen we mensen met diabetes nog beter behandelen.’

Bergen beklimmen

Nu dr. Bilo de leeftijd van 65 jaar en 8 maanden heeft bereikt, gaat hij toch echt stoppen met de praktische zorg. Zijn opvolger is internist-endocrinoloog Marian Muis vanuit het St Jansdal. Bilo zelf gaat ook niet stilzitten en blijft zich inzetten voor mensen met diabetes.
‘In 1993 hadden 185 duizend mensen diabetes type 2, inmiddels zijn dat er 900 duizend. De grootste oorzaak? Leefstijl. Een groot deel van de bevolking eet te veel, beweegt te weinig en houdt te veel van een biertje. Daarom spreekt het werk van de Bas van de Goor Foundation (BVDGF) me ook zo enorm aan. Hun aanpak: houd het simpel! Bewegen helpt bij diabetes. Nou, dan moeten we mensen dus laten bewegen! Niet door ze te vertellen dat ze dat moeten gaan doen, maar door samen met hen te bewegen. Als je dan ziet wat voor resultaten je kunt boeken, dat is fantastisch! Door met mensen met diabetes bijvoorbeeld de Kilimanjaro te beklimmen, laten we zien waar je ook met diabetes toe in staat kunt zijn. Daarnaast vindt elk jaar de Nationale Diabetes Challenge plaats waarvoor lokale zorgprofessionals (zoals huisartsen, praktijkondersteuners, fysiotherapeuten, diëtisten, diabetes- en wijkverpleegkundigen) samen met mensen met diabetes zo’n vijf maanden lang wekelijks één keer samen wandelen. In kleine stappen trainen de deelnemers en zorgprofessionals samen tot de Nationale Diabetes Challenge Week, die dit jaar van 27 t/m 30 september 2017 is. Vorig jaar deden er ruim 3000 mensen aan mee, terwijl het waardeloos weer was. Dan zie je daar mensen lopen die eerst nog niet eens hun veters konden strikken omdat hun buik in de weg zat en die nu hun insulinegebruik hebben kunnen halveren omdat ze bewegen en kilo’s zijn kwijtgeraakt. Ik ben er zo enorm trots op dat ik deze mensen kan helpen meer van zichzelf te houden. Bewegen is bij diabetes type 2 niet alleen preventie, maar ook behandeling. Natuurlijk weet ik tegelijkertijd dat ik niet iedereen kan helpen, maar dat is nu eenmaal zo! Je moet geen Ferrari willen bouwen als je nog nooit een auto hebt gebouwd. In 2007 ben ik bij de Foundation betrokken geraakt en de beweging wordt steeds groter. Het is geweldig om daaraan te mogen meewerken.’

Niet stilzitten

‘Wat betreft Diabetes type 1 is het een heel ander vraagstuk. Daar zal de winst echt behaald moeten worden door onderzoek. Eelco de Koning van het LUMC doet bijvoorbeeld veelbelovend onderzoek naar bètacellen. Via mijn werk in de medische raad voor de Stichting DON blijf ik bij deze vooruitgang betrokken. Ik vind het belangrijk dat mensen met diabetes type 1 niet ondergesneeuwd raken door alle aandacht voor type 2. Bij hen heeft hun aandoening niets te maken met leefstijl, terwijl er soms wel zo naar hun gekeken wordt. Het is belangrijk dat te blijven benadrukken.’
Eén ding is duidelijk: ook nadat dr. Bilo stopt met de praktische zorg blijft hij zich inzetten om de zorg voor mensen met diabetes te verbeteren. Zowel in Nederland als over de grens. ‘Als hoogleraar Inwendige geneeskunde bij de Rijksuniversiteit Groningen blijf ik promovendi begeleiden. Daarnaast geef ik regelmatig samen met arts-patholoog Peter Melkert scholing in Suriname. Ook dat blijf ik voorlopig doen. En er staan weer mooie challenges met BvdGF in de agenda, zoals lopen naar Santiago de Compostella en fietsen in het MontBlanc massief. Nee, stilzitten is niets voor mij. Ik heb een rijk leven gehad, maar ik heb ook nu nog een rijk leven.’

Henk Bilo 'Stilzitten is niets voor mij'