ISALA

‘De oncologische zorg is goed hier’

In de Stentor van 5 november stond onterecht: een derde van de borstkankerpatiënten bij Isala moet opnieuw geopereerd worden, omdat tumorweefsel is achtergebleven. ‘Zo’n bericht is ontzettend storend’, zegt chirurg-oncoloog Eva Noorda. ‘Omdat het niet klopt.’

Eva Noorda, chirurg-oncoloog


Dr. Noorda kreeg er vragen over, maar ook andere collega’s. ‘Naast dat het ons raakt, vind ik het vooral erg voor onze patiënten. Het geeft onzekerheid en twijfel.’ Hoe zit het dan echt? ‘Het percentage her-operaties waar de Stentor naar verwijst, gaat over patiënten met een voorstadium van borstkanker en dat is wat anders dan borstkanker’, legt Noorda uit. ‘Bij een voorstadium zitten er onrustige cellen in de borst die zich kunnen ontwikkelen tot borstkanker. Het is dus meestal verstandig om ze weg te halen.’

‘Een voorstadium herken je op de röntgenfoto door kalkspatjes, maar is niet voelbaar. Hoe groot dat gebied precies is, is dan ook soms lastig in te schatten. Na een borstsparende operatie kan, volgens landelijke normen, bij 30% van de patiënten daarom een tweede operatie nodig zijn. In 2015 was dat in Isala zo. Als iemand een borstsparende operatie wil, leggen wij dat risico van tevoren goed uit.’ Als het echt borstkanker is, kun je het vaak zien en voelen. Bij borstkanker is daardoor minder vaak sprake van een tweede operatie, in Isala in 2015 bij 8% van de patiënten (norm <15%).

Behandelplan op maat

Het liefst ziet Isala Oncologisch centrum vrouwen zo snel mogelijk op de Mammapolikliniek voor een eerste consult. Het streven is om als het nodig is iemand binnen vijf weken te opereren. Noorda: ‘Daar loopt ieder ziekenhuis tegenaan. Als je weet dat je borstkanker hebt, wil je natuurlijk zo snel mogelijk geopereerd worden. Het kan echter geen kwaad wanneer het iets langer duurt; medisch gezien is dat geen risico. Veel belangrijker is een behandelplan op maat en de patiënt de kans te geven goede keuzes te maken.’

Extra verwezen patiënten

De vooruitzichten met borstkanker worden steeds beter, gemiddeld leeft 90% van de patiënten nog na 5 jaar zonder ziekte. In het afgelopen jaar liepen ook de wachttijden voor een eerste afspraak op de polikliniek op. Noorda: ‘Dit kwam door een grote toename aan extra verwezen patiënten. We zijn het toen voor een deel van de patiënten anders gaan organiseren. Als bij het bevolkingsonderzoek een mammografie wordt gemaakt, zijn meerdere uitslagen mogelijk. Bij een van deze uitslagen (Birads 0) is er bij 7 van de 10 vrouwen niets aan de hand. Deze vrouwen zagen wij eerst op de Mammapolikliniek, maar dat was eigenlijk niet nodig. Nu kunnen patiënten met deze uitslag direct naar Radiologie verwezen worden. Als de uitslag goed is, horen zij dat van hun huisarts. Inmiddels kan de patiënt die op de Mammapolikliniek gezien moet worden meestal weer binnen 5 werkdagen terecht.’

Meer informatie

Oncologische centrum
Mammapolikliniek