ISALA

Op de voet naar Santiago de Compostella

​Geanne Kobes heeft diabetes type 1. Ondanks haar ziekte ging zij een grote uitdaging aan: wandelen naar Santiago de Compostella. Zij vertelt haar verhaal.

'Het was 4 februari 2013 toen ik naar de huisarts ging. Ik had verdacht veel signalen die wezen op diabetes. Toen ik werd doorverwezen naar het ziekenhuis had ik daar een nuchtere waarde van 21 en was het al snel duidelijk: type 1. Vanaf die dag werd er van mij verwacht dat ik mijzelf insuline zou toedienen. Erg onwerkelijk, maar wel de waarheid. Ik had al snel door dat mokken geen zin had, dit was wat ik vanaf nu zou moeten doen. Vier keer per dag insuline spuiten voor (waarschijnlijk) de rest van mijn leven, koolhydraten tellen, en 24 uur per dag puzzelen.

Twee jaar later, februari 2015, was ik klaar met mijn studie en had ik besloten dat ik een reis wilde maken. Het liefst iets met veel uitdaging en iets wat 'niet standaard' was. In maart 2015 vertrokken mijn vriend en ik met een backpack, een tentje, en een goed paar schoenen vanaf Maastricht. Het doel was wandelend naar Santiago de Compostella te gaan, een tocht van 2500 kilometer. Die wens van een uitdagende tocht leek goed te lukken zo!

Vol enthousiasme zijn we vertrokken, maar daarnaast had ik ook veel spanning. Ik had tenslotte net twee jaar diabetes en had werkelijkwaar geen flauw idee wat deze intensieve beweging met mijn bloedsuikerspiegel zou doen! De eerste dagen liepen we al gauw tochten van 25 kilometer. Wanneer ik trillend bovenaan de berg stond met een hypo wilde ik het liefst al lopend mijn dextro eten en weer door. Al snel merkte ik dat de enige manier om de tocht vol te houden was wanneer ik goed naar mijn lichaam luisterde. Dus daar gingen we.... Na een paar dagen had ik tijdens het ontbijt in plaats van 8 eenheden, 0 eenheden insuline nodig. De hypo's werden minder, de tochten werden heftiger. Nog later kon ik ook de insuline voor de lunch weglaten en had ik minder langwerkende insuline nodig. Wauw, wat gaaf!! Ik heb zelfs even gedacht dat mijn alvleesklier spontaan weer was gaan werken.

Vier en een half maand later, vijf kilo lichter en 2500 kilometer later kwamen we aan in Santiago. Wanneer ik terug denk aan de tocht denk ik aan geweldige ontmoetingen, een prachtige natuur en een onvergetelijk avontuur. Maar niet aan mijn diabetes. Waar ik de eerste dagen spanning en zenuwen voelde, merkte ik al snel dat deze beweging mijn diabetes alleen maar ten goede deed. Ik leerde mijn lichaam beter kennen, meer vertrouwen op mijn eigen gevoel en kennis over mijn ziekte, en vooral dat ik niet bang hoefde te zijn maar 'gewoon moet gaan'. Wanneer ik aan mensen om mij heen vertel wat ik heb gedaan hoor ik vaak dat zij ook nog graag zoiets zouden willen doen. In dit geval heb ik maar één advies, ongeacht je diabetes; DOEN!'

Geanne Kobes (rechts)