Een duik in de geschiedenis
De pioniersfase
We nemen u mee terug in de tijd: we schrijven het jaar 1970. Het jaar waarin het kabinet De Jong Nederland regeerde, wijde pijpen in de mode waren, en Ard Schenk wereldkampioen schaatsen werd. In dat enerverende jaar werd in
Ziekenhuis De Weezenlanden een start gemaakt met de afdeling Hemodialyse. Van een echte afdeling kon je op dat moment eigenlijk nog niet spreken. Om onduidelijke redenen was er ooit een dialyseapparaat aangeschaft door de functieafdeling. Het was er echter nooit van gekomen om hier iets mee te doen.
Start met hemodialyse
Nadat een verpleegkundige die op de functieafdeling werkte, de dialyseopleiding in het Radboud Ziekenhuis in Nijmegen gevolgd had en een internist uit Nijmegen naar De Weezenlanden kwam, is men met hemodialyse van start gegaan. De apparatuur die reeds aanwezig was, voldeed goed; de bijbehorende kunstnieren echter niet. Gevolg was dat men naar het Binnengasthuis in Amsterdam afreisde om daar enkele kunstnieren te ronselen, de zogenaamde Kill-nieren.
Kill-nier als kunstnier
De Kill-nier was een platen kunstnier met een omvang van veertig bij honderd centimeter en bestond uit twee halfdoorlaatbare membranen van cellofaan, die door stevige platen op elkaar geklemd waren. Deze kunstnier moest door twee verpleegkundigen worden opgebouwd. Hierbij moest het cellofaan uiterst nauwkeurig over de platen worden gespannen. Een zeer arbeidsintensieve procedure.
Erkenning als dialysecentrum
In 1970 werden vijf patiënten door middel van hemodialyse behandeld. De personele bezetting bestond uit drie personen: een hoofdverpleegkundige en twee verpleegkundigen. In juni 1971 werd een eigen locatie met vijf bedden in gebruik genomen. Ook werd toen de officiële erkenning als dialysecentrum verkregen en werd de afdeling als zodanig lid van de Dialyse Groep Nederland.
De afdeling breidt uit
In de jaren zeventig zagen we het aanbod van patiënten elk jaar groeien. Tegelijkertijd bleef de verwachte toename van het aantal niertransplantaties uit, waardoor er weinig doorstroming was. Dit had tot gevolg dat het aantal dialyseplaatsen al snel volledig was benut en er te weinig plaatsen bleken te zijn. Op grond hiervan en vanwege de lange dialysetijden (acht tot tien uur) werd er in 1974 voor nachtelijke dialyses gekozen. Zo konden er per etmaal twee dialyses op één dialysestation uitgevoerd worden.
Drama’s met formaline
Het wilde nog wel eens voorkomen dat de afvoerslang van dit systeem niet in het desbetreffende putje lag. Dit met alle gevolgen van dien: de formaline stroomde de dialyseafdeling over, zocht zich verder een weg en druppelde de daaronder gelegen directiekamers binnen. De toenmalige directeur moet meer dan eens naar adem hebben gesnakt als hij hiermee geconfronteerd werd. Voor de verpleegkundigen was het een drama: ze stonden met tranen in de ogen, naar adem happend, de formaline op te dweilen...
De opleiding
Voor de verpleegkundigen was er in deze begintijd nog geen officiële opleiding. Wel werd er een huisopleiding verzorgd. Hierin participeerden de hoofdverpleegkundige, de nefroloog, een internist, een chirurg, een diëtiste en een klinisch chemicus. In 1972 werd het eerste huisexamen afgenomen: drie kandidaten legden dit met goed gevolg af. Deze interne opleiding was best pittig te noemen. Zo werd er, ook wanneer de verpleegkundigen nachtdienst hadden, verwacht dat ze de cursus bijwoonden.
Gezamenlijke opleiding
In de jaren tachtig werd het een landelijke tendens om de opleiding meer te concentreren. Er werd gestreefd naar een gezamenlijke opleiding van diverse dialysecentra. Na enkele jaren samen met Deventer de opleiding te hebben verzorgd, werd de theoretische opleiding uiteindelijk ondergebracht bij het Academisch Ziekenhuis Nijmegen (Radboud) en later ook bij het Academisch Ziekenhuis Groningen.
De afdeling gaat verhuizen
Aan het einde van de jaren zeventig zagen we opnieuw een sterke stijging van het aantal patiënten. Het aantal patiënten groeide, onder meer doordat steeds oudere patiënten – passend in de landelijke trend – in dialyse werden genomen. De overheid had ons inmiddels toestemming gegeven voor een uitbreiding tot acht dialysestations.
Verhuizing naar nieuwe afdeling
Door al deze ontwikkelingen bleek een nieuwe verhuizing noodzakelijk te zijn. Het jaar 1978 stond in het teken van de voorbereidingen op het betrekken van een nieuwe afdeling binnen ziekenhuis De Weezenlanden. In 1979 werd deze verhuizing afgerond.
Hoteldialyse wordt een feit
Ook in de beginjaren tachtig was er een toename van het aantal patiënten. Mede hierdoor werden er in de voormalige spreekkamer van de afdeling Centrumdialyse in 1981 vier dialyseplaatsen ingericht. Hiermee was de afdeling Hoteldialyse een feit (destijds limited care unit genoemd). Deze vorm van dialyse wordt gebruikt door patiënten die hun behandeling onder eigen verantwoordelijkheid kunnen toepassen, maar bijvoorbeeld door het ontbreken van een partner geen mogelijkheid hebben voor thuisdialyse.
Afdeling Hotel- & Thuisdialyse
Aangezien de overheid begon aan te dringen op kostenbesparingen, werden actieve vormen van hemodialyse gestimuleerd. Om deze reden kreeg de afdeling Hoteldialyse toestemming voor een verhuizing, die medio 1985 gerealiseerd werd. Enige jaren later vond de integratie plaats tussen de afdelingen Hoteldialyse en Thuisdialyse. Sindsdien heeft deze afdeling de beschikking over drie units van elk vier dialysestations. Ook worden vanaf dat moment de thuisdialysepatiënten opgeleid.
Ontwikkelingen
In 1987 kreeg de dialyseafdeling, onder andere dankzij financiële steun van de Nierstichting, de beschikking over een geavanceerd computersysteem. Dat systeem zorgde voor een verbeterde gegevensopslag- en verwerking binnen alle geledingen van de dialyse. Eind jaren negentig was dit systeem inmiddels weer achterhaald en werd er overgeschakeld op een computerprogramma dat specifiek gericht was op dialyse, namelijk het systeem Diamant. In het jaar 2006 kreeg dit een vervolg in Diamant 2.
EPO doet zijn intrede
In 1988 krijgt de eerste patiënt in Zwolle het hormoon erytropoëtine (EPO) via een onderhuidse injectie toegediend. (In een later stadium gebeurde dit via de dialysemonitor.) Een tekort aan dit hormoon was tot dan toe de belangrijkste oorzaak van bloedarmoede bij mensen met een onvoldoende nierfunctie. Door toediening van dit hormoon is de grote bloedtransfusiebehoefte sterk afgenomen en de algehele gesteldheid van deze patiënten verbeterd. Ook zijn ze minder snel vermoeid en actiever in het dagelijks leven.
Individuele dialysebehoefte
Momenteel wordt er bij alle dialysepatiënten elk kwartaal onderzoek gedaan om na te gaan of de huidige dialysebehandeling aan de verwachtingen voldoet. Dit kan tot uiting komen door aanpassing in dialysefrequentie, de kunstnier of het aantal wisselingen bij peritoneaaldialyse. Uit deze variaties blijkt al dat de zorg voor de patiënten niet uniform is, maar steeds meer toegespitst wordt op de individuele dialysebehoefte van de patiënt.

Dialyse op de Intensive Care
Naarmate de mogelijkheden van nierfunctievervangende therapie toenamen, ontstond de mogelijkheid om instabiele patiënten op de afdeling Intensive Care met een milde techniek te behandelen. In Ziekenhuis De Weezenlanden werd hiermee medio 1987 begonnen door middel van Slow Continuous Ultra Filtration (SCUF) en Continue Arterio-Veneuze Hemodiafiltratie of Hemodialyse (CAVH-D). Dit zijn behandelingsvormen die – in tegenstelling tot chronische, met tussenpozen toegepaste hemodialyse – continu (gedurende het gehele etmaal) kunnen worden toegepast. Het voordeel hiervan is een beter behoud van de stabiliteit van de patiënt.
JOKE in het museum
Aangezien deze behandelingsvormen nog vrij nieuw waren, moest men hierbij nog wel eens improviseren. Ook werd er een grote mate van flexibiliteit vereist van de betrokken personeelsleden.
In 1993 werd in Ziekenhuis De Weezenlanden gestart met Continue Veno-Veneuze Hemodiafiltratie of Hemodialyse (CVVH-D). Hierbij komt de bloedstroom, in tegenstelling tot bij SCUF en CAVH-D, via een bloedpomp tot stand en is deze zodoende niet afhankelijk van de bloeddruk in de patiënt.
Een technicus en een nefroloog van onze afdeling hebben voor deze behandelingvorm adequate apparatuur ontwikkeld, die later zelfs buiten het ziekenhuis ruime aandacht heeft gekregen. Deze JOKE – genoemd naar de nefroloog en technicus – heeft inmiddels een plek gevonden in het dr. Kolff Museum in Kampen.
Nieuwe ontwikkelingen
Aangezien de techniek niet stilstaat, de behoefte van de patiënt en de wensen van zowel de verpleegkundigen als de artsen continu veranderen en toenemen, blijven we op de dialyseafdeling voortdurend in beweging om alle technische mogelijkheden te optimaliseren. Zo maken we momenteel gebruik van een echoapparaat waarmee we middels echo een shunt kunnen bekijken en desgewenst aan kunnen prikken.
Eind jaren negentig werd de dialyseafdeling opnieuw te krap, maar door alle verbouwingen en aanpassingen in de loop der jaren was er weinig of geen uitbreiding mogelijk. In 1998 zijn de beide Zwolse ziekenhuizen (Sophia en De Weezenlanden) gefuseerd. Dit resulteerde in de Isala klinieken.
Het heden en de toekomst
De dialyseafdeling in Zwolle is in de loop der jaren uitgegroeid tot – wat betreft het aantal erkende behandelplaatsen – één van de grootste dialysecentra in Nederland. Ook het behandelteam bestaande uit nefrologen, verpleegkundigen, secretariaat, technici, afdelingsassistenten, maatschappelijk werk en diëtisten, is in de loop der jaren in omvang meegegroeid om een optimale en adequate zorg te kunnen en blijven verlenen.
Nieuwbouw
Een gevolg van de fusie is onder andere dat een groot deel van het dialysecentrum in januari 2005 is verhuisd van locatie Weezenlanden naar locatie Sophia, met een uitbreiding van het aantal dialysestations. In 2013 staat op locatie Sophia een totaal nieuw ziekenhuis.