Onderzoek en behandeling
Nieraandoeningen veroorzaken in de meeste gevallen geen pijn. Als uw nierfunctie heel sterk verminderd is, kunt u wel gezondheidsklachten krijgen, maar die doen niet direct denken aan een nierziekte. Symptomen die te maken kunnen hebben met de achteruitgang van de nieren, zijn:
- moeheid, algehele malaise, vergeetachtigheid, slapeloosheid, misselijkheid, verminderde eetlust, vatbaarheid voor infecties, jeuk, droge huid; deze verschijnselen worden veroorzaakt door de ophoping van afvalstoffen
- vochtophoping (opgezwollen gezicht en voeten), kortademigheid, uitdroging (droge mond en slijmvliezen, holle ogen), nachtelijk plassen; deze verschijnselen worden veroorzaakt door problemen met de vochtbalans
- hoge bloeddruk, bloedarmoede, botontkalking, krampen; deze verschijnselen worden veroorzaakt door hormonale stoornissen.
Een aantal onderzoeken helpt bij het vroegtijdig opsporen van nieraandoeningen en het beperken van de gevolgen van deze ziekten.
Onderzoeken
Bloedonderzoek
Bij een vermindering van de werking van de nieren hoopt onder andere stikstof zich op in uw bloed. Met bloedonderzoek kan op eenvoudige wijze de werking van uw nieren worden beoordeeld. Dit is een van de redenen waarom bij een algemene screening een meting (bepaling) van stikstofproducten (kreatinine en ureum) plaatsvindt.

Urineonderzoek
Daarnaast kan uw urine worden onderzocht op de aanwezigheid van bloed of eiwitten. Ook kan het bezinksel van urine (urinesediment) nauwkeurig worden bekeken, bijvoorbeeld op de aanwezigheid van bacteriën of witte bloedcellen. Verder kan 24-uurs urine worden onderzocht op volume, concentratie, de klaring (zuivering) van kreatinine en ureum, de uitscheiding van kalk of natrium en de mate van eiwitverlies.
Onderzoek op röntgenafdeling
Het kan nodig zijn dat er een echo, röntgenonderzoek of CT-scan van uw nieren en/of blaas wordt uitgevoerd om de diagnose te stellen.
Behandelingen
Afhankelijk van de uitkomsten van de onderzoeken zal de arts aan u een bepaalde behandeling voorstellen.
Eiwitbeperkend dieet
In eerste instantie schrijft uw arts een eiwitbeperkend dieet voor. De meeste van de afvalstoffen zijn immers het gevolg van verbranding van eiwitten. Een dieet dat arm is aan eiwitten, kan de aanmaak van afvalstoffen verminderen.
Zout- en vochtbeperking
Om de problemen met uw zout- en waterhuishouding te beperken adviseert de arts een zoutbeperking. Dat betekent dat u minder tot geen zout mag gebruiken. Verder stimuleert hij de zout- en vochtuitscheiding met behulp van geneesmiddelen. In ernstige gevallen moet u ook de vochtinname beperken.
Kaliumbeperking
Kalium is ook een zout dat zich opstapelt als de nieren onvoldoende werken (nierinsufficiëntie). Een verhoogde kaliumconcentratie verstoort de samentrekking van de hartspier en de skeletspieren. De stapeling van kalium kunt u voorkomen door een beperking van kalium in uw voeding. Als de nierfunctie bijna geheel is weggevallen, is een dieetbehandeling niet meer voldoende en moet overgegaan worden tot het zuiveren van het bloed door middel van dialyse.
Bloeddrukverlagende medicijnen
Een hoge bloeddruk (hypertensie) is op lange termijn schadelijk, omdat het aderverkalking (arteriosclerose) bevordert. Hypertensie zal daarom behandeld moeten worden, ook als u geen klachten heeft. De behandeling bestaat uit een zoutbeperkend dieet en bloeddrukverlagende medicijnen.

Medicijnen tegen bloedarmoede
Zieke nieren scheiden over het algemeen minder hormonen af die belangrijk zijn bij de aanmaak van rode bloedcellen (erytropoëtine). Het gevolg is dat de meeste nierpatiënten lijden aan bloedarmoede. Erytropoëtine is farmaceutisch nagemaakt en in de handel als EPO. Om de bloedarmoede op te heffen moet u één tot drie maal per week EPO onderhuids inspuiten.
Medicijnen tegen botontkalking
De nieren hebben ook een belangrijke rol in de kalkhuishouding. Kalk (calcium) is een belangrijk onderdeel van het skelet, maar speelt ook een grote rol in de werking van hart en zenuwen. De nieren zorgen in eerste instantie voor de activering van vitamine D. Het actieve vitamine D bevordert de opname van kalk uit de voeding. Bij nierpatiënten wordt er minder actief vitamine D gevormd, waardoor er minder opname van kalk is. Botproblemen kunnen verergeren door de stapeling van fosfaat. Door een hoog fosfaatgehalte in het bloed kan ontkalking van het skelet plaatsvinden via een ingewikkeld mechanisme waarbij het schildklierhormoon (parathormoon) een centrale rol speelt. Het fosfaatgehalte kan binnen de normale grenzen blijven door het gebruik van fosfaatremmers en toediening van actief vitamine D (rocaltrol).
