Fase 4: Embryo plaatsen
Als er bevruchting is opgetreden door IVF of ICSI, plaatsen we een of twee embryo’s (afhankelijk van het protocol). Dit gaat als volgt:
- Op de ochtend voor de plaatsing beoordelen twee laboratoriummedewerkers uw embryo’s op het aantal cellen, de symmetrie van de cellen en eventuele fragmentatie.
- Er worden één of twee embryo’s geselecteerd voor plaatsing. Als er nog meer mooie embryo’s van goede kwaliteit zijn, kunnen deze worden ingevroren voor latere plaatsing.
- U komt naar de behandelkamer en heeft een halfvolle blaas. De arts en de laboratoriummedewerker hebben samen gecontroleerd of de juiste embryo’s zijn klaargezet.
- De laboratoriummedewerker vertelt hoe de embryo’s zich hebben ontwikkeld en wat de kwaliteit is van de te plaatsen embryo’s. Ook controleert hij/zij uw naam/geboortedatum en vertelt of er embryo’s zijn ingevroren. Zo ja, dan krijgt u hierover een brief.
- Uw arts maakt een buikecho om uw baarmoeder in beeld te brengen en haalt het teveel aan Progestan® of slijm weg uit de vagina.
- Er wordt een katheter ingebracht tot net in de baarmoeder. Met een dunnere katheter, die door de ingebrachte katheter loopt, worden de embryo’s geplaatst. Soms zijn twee plaatsingen nodig, omdat een embryo in de katheter achterblijft. Dit heeft geen negatieve gevolgen voor de behandeling.
- Na de plaatsing kunt u eventuele vragen stellen aan de laboratoriummedewerker. Deze zal u ook vertellen of de embryo’s zijn achtergebleven in de katheter.
- 14 dagen na de plaatsing kunt u een zwangerschapstest doen.
- U geeft de testuitslag door aan Fertiliteitscentrum Isala of uw eigen behandelende kliniek. Bij een negatieve test bespreekt u het verdere beleid met een verpleegkundige. Bij een positieve test maakt u een afspraak voor een echo.