Onderzoek bij man en vrouw
Om tot een diagnose te komen van uw fertiliteitsprobleem zijn de volgende onderzoeken mogelijk:
Bloedtesten
Uw bloed kan worden getest op verschillende factoren:
| Bloedtest bij de vrouw |
| |
| Onderzoek naar hormoonspiegels: |
Toelichting |
- Progesteron (hormoon voor opbouw van baarmoederslijmvlies)
|
Een week vóór de menstruatie laat het progesteron zien of er een eisprong is geweest. |
- FSH (follikelstimulerend hormoon)
|
Met FSH en oestrogeen wordt, op de derde dag van uw cyclus, de reserve van de eierstokken bepaald. |
|
|
|
- TSH (thyroïdstimulerend hormoon)
|
Controle op de werking van de schildklier. |
- Prolactine (melkklierstimulerend hormoon)
|
|
- LH (luteïniserend hormoon)
|
|
|
|
|
| |
|
| Onderzoek naar ziektebeelden: |
Toelichting |
|
|
Als u een Chlamydia-infectie hebt gehad, zijn er antistoffen in uw bloed aanwezig. Chlamydia kan de eileiders beschadigen en/of verklevingen veroorzaken in uw buik. De gynaecoloog kan dit beoordelen met een kijkoperatie in uw buikholte (diagnostische laparoscopie). |
|
|
U wordt getest op CMV als u donorsperma gaat ontvangen. Als u geen CMV-antistoffen heeft, wordt u jaarlijks getest. |
|
|
Een infectie van Rubella in de eerste maanden van de zwangerschap is schadelijk voor de baby. Als u geen Rubella-antistoffen heeft, wordt u gevaccineerd. |
| |
|
| Bloedtest bij de man |
|
| |
|
| Onderzoek naar genetische afwijkingen: |
Toelichting |
- Genetische afwijking Y-chromosoom
- Aantal chromosomen
|
Deze test wordt soms gedaan als u een zeer lage concentratie zaadcellen hebt, waardoor ICSI nodig is. Het kan 16 weken duren voordat u de uitslag van deze test krijgt. |
| |
|
| Bloedtest bij man en vrouw |
| |
| Onderzoek naar genetische afwijkingen: |
Toelichting |
|
|
Als het vermoeden bestaat dat bij u een genetische afwijking voorkomt, wordt dit onderzocht. Het kan 16 weken duren voordat u de uitslag van deze test krijgt. |
| |
|
| Onderzoek naar ziektebeelden: |
Toelichting |
- HIV/aids
- Hepatitis B en C
|
Dit wordt onderzocht vóór een IVF- of ICSI-behandeling. De uitslag is een jaar geldig. |
Basale temperatuurcurve (BTC)
Uw lichaamstemperatuur geeft informatie over het moment van uw eisprong. Na de eisprong is uw temperatuur gemiddeld 0,3 tot 0,5ºC hoger.
Om meer te weten over uw eisprong, kunt u uw temperatuur bijhouden binnen een periode dat u twee tot drie menstruaties hebt. U meet elke dag uw temperatuur zodra u wakker bent. Zo ontstaat uw basale temperatuurcurve (BTC).
Toelichting:
- U begint met meten op de eerste dag van uw menstruatie (cyclusdag 1).
- Een normale cyclus duurt minimaal 21 en maximaal 42 dagen. Gemiddeld duurt deze 28 dagen.
- Het eerste deel van de cyclus kan variëren in lengte.
- De eisprong is meestal 14 dagen vóór het begin van de volgende menstruatie.
Echo
De volgende echo-onderzoeken kunnen bij u worden gedaan.
a. Cyclusanalyse:
- Op cyclusdag 9 tot en met 12 maken we bij u een eerste vaginale echo. We maken een aantal echo’s tot de eisprong is gezien. Hiermee wordt uw cyclus en de eisprong (ovulatie) goed in kaart gebracht.
- Zeven dagen na de eisprong wordt bij u bloed afgenomen om het hormoon progesteron (zie bloedtests) te bepalen. Dit om te bevestigen dat er een eisprong is geweest.
Een cyclusanalyse kan gecombineerd worden met een samenlevingstest.
b. AFC (Antrale Follikel Count):
Op cyclusdag 2 tot en met 4 maken we bij u een vaginale echo. Hierbij kijken we hoeveel eiblaasjes (follikels) er in aanleg zijn.
Een eiblaas is een met vocht gevulde ruimte waarin de eicel rijpt. Met de leeftijd van de vrouw neemt het aantal follikels in aanleg af.
De AFC heeft naast de hormoonspiegel van FSH een betere voorspellende waarde voor uw vruchtbaarheid. De test laat zien of het zinvol is u te behandelen met IVF of ICSI. Een AFC wordt gedaan bij:
- vrouwen met een hoog FSH;
- vrouwen ouder dan 40 jaar.

Samenlevingstest
Met de samenlevingstest onderzoeken we of de zaadcellen, via het slijm van de baarmoedermond, doordringen in de baarmoederholte. Dit onderzoeken we met een samenlevingstest. Deze test verloopt als volgt:
- Vlak voor de eisprong (ovulatie), circa 9 uur na seksueel contact, haalt de gynaecoloog of Fertiliteitsarts wat slijm weg van de baarmoedermond.
- Er wordt bekeken of de kwaliteit van het slijm voldoende is en of de zuurgraad wordt bepaald.
- Er wordt bekeken of het slijm voldoende levende zaadcellen bevat.
- Eventueel wordt de test enkele dagen later herhaald.
Een echo nodig om het moment van de eisprong nauwkeuriger te bepalen. Dit kan gecombineerd worden met hormoononderzoek.