Wat is hiv?
Hiv is een virus dat de afweer bij mensen verzwakt. Hiv is de afkorting van humaan immunodeficiëntie virus. Humaan betekent menselijk en immunodeficiëntie betekent dat het menselijk afweersysteem (het immuunsysteem) wordt aangetast.
Aantasting van cellen
Hiv verzwakt de cellen van de menselijke afweer die T-helpercellen (of CD4-cellen) heten. Wanneer deze cellen zijn aangetast is het lichaam niet meer in staat om zelf bepaalde ziekteverwekkers goed te bestrijden. Daardoor kunnen er infecties optreden. Mensen die geen hiv-infectie hebben, kunnen dergelijke infecties wel zonder problemen met hun afweersysteem bestrijden.
Overdragen
Hiv is besmettelijk. Het virus kan op anderen overgaan door onbeschermd seksueel contact en door
bloed-bloed-contact zoals bij gezamenlijk gebruik van injectienaalden. Ook kan het virus worden overgedragen van moeder op kind.
Bloedonderzoek
We kunnen een infectie met het hiv vaststellen door een bloedonderzoek. Bij bloedonderzoek bekijken we of er antistoffen tegen hiv in het bloed zitten. Het menselijke afweersysteem maakt namelijk antistoffen aan om het hiv te bestrijden.
De eerste bloedtest op de aanwezigheid van hiv-antistoffen is de zogenaamde ELISA-test. Als de uitslag hiervan positief is, volgt nog een bevestigingstest met de zogenaamde Western Blot techniek. Deze test wordt gedaan uit hetzelfde bloed. Dit doen we om honderd procent zekerheid te verkrijgen over de aanwezigheid van het hiv.
Na drie maanden
Net als bij andere virusinfecties zijn antistoffen pas na enkele weken aantoonbaar in het bloed. De periode waarin nog geen hiv-antistoffen stoffen in het bloed te zien zijn, maar al wel een infectie heeft plaatsgevonden, heet de 'windowfase'. Meestal duurt deze windowfase drie tot zes weken. Bij patiënten met een hiv-infectie zijn de hiv-antistoffen aantoonbaar binnen drie maanden. Daarom volgen wij het algemene advies om drie maanden na een mogelijke infectie pas de definitieve uitspraak te doen of u hiv-seropositief of -negatief bent.