Kwaadaardige hersentumor
Kwaadaardige tumoren zijn onder te verdelen in twee vormen. De primaire hersentumoren die niet uitzaaien, en de uitzaaiingen oftewel metastasen. De oorzaak van het ontstaan van primaire hersentumoren is onbekend. Kwaadaardige tumoren in de hersenen zijn vaker uitzaaiingen.
Als een tumor alleen in de hersenen aanwezig is, wordt gesproken van een primaire hersentumor. Primaire hersentumoren ontstaan in de hersenen en zaaien niet uit buiten het zenuwstelsel. De meest voorkomende tumor is het glioom. Gliomen ontstaan in het steunweefsel, dat ook wel gliaweefsel wordt genoemd. Zelden ontstaan ze in het ruggenmerg. Gliomen kunnen weer onderverdeeld worden in astrocytomen (deze komen het meeste voor), oligodendrogliomen, oligo-astrocytomen en ependymomen. De mate van kwaadaardigheid wordt beoordeeld door bepaalde kenmerken van de tumor die onder de microscoop wordt onderzocht, door de patholoog. Voor de astrocytomen wordt er bijvoorbeeld een indeling gemaakt in graad 1 t/m 4, waarbij graad 1 en 2 relatief langzaam groeien en graad 3 en 4 snel groeien en dus meer kwaadaardig zijn.
Uitzaaiingen in de hersenen komen veel vaker voor dan primaire hersentumoren. Deze tumoren ontstaan in de hersenen door uitzaaiing via de bloedbaan van een tumor uit een ander orgaan. Kankercellen vanuit een tumor buiten de hersenen, bijvoorbeeld de longen, wordt via de bloedbaan naar de hersenen vervoerd en nestelen zich daar, waardoor een tumor ontstaat. Vaak is dat de long, borst, huid (melanoom), nier of darm. In principe kan echter elke vorm van kanker naar de hersenen uitzaaien. Soms ontstaan er uitzaaiingen naar de hersenvliezen.
Klachten
Als u een hersentumor heeft, kunt u verschillende klachten krijgen. De klachten zijn afhankelijk van de plaats waar de tumor zit. De meest voorkomende klachten zijn: hoofdpijn, misselijkheid of braken, epileptische aanvallen, eenzijdige verlamming, spraakstoornis of problemen met het zien. Ook kunnen gedrag- en karakterveranderingen een eerste signaal zijn van een hersentumor.
Onderzoek naar hersentumoren
Om vast te stellen dat u een hersentumor heeft, vindt er een gesprek plaats en onderzoekt een arts u lichamelijk en neurologisch. Uw bewustzijn, de aard en de mate van neurologische uitval, aanwezige epilepsie en stoornissen in de hogere cerebrale functies, zoals taal, geheugen en begrip, zijn daarbij van belang. Ook krijgt u een MRI-scan van de hersenen, of soms eerst een CT-scan. Met een scan wordt de vermoedelijke soort, de plaats en de omvang van de tumor bepaald. Als u meer wilt lezen over een MRI-scan of een
CT-scan kunt u hier klikken.
Behandeling van kwaadaardige hersentumoren
De behandeling van kwaadaardige hersentumoren verschilt. Dat heeft te maken met de grootte, de ligging en de graad van de tumor. Vaak volgt een operatie, radiotherapie, chemotherapie of een combinatie van behandelingen.
Primaire hersentumoren
Bij nog kleine primaire hersentumoren die vermoedelijk langzaam groeien wordt vaak besloten af te wachten en één of twee keer per jaar een MRI-scan te doen om de groei te volgen.
Operatie
Allereerst wordt beoordeeld of een hersenoperatie mogelijk is. Een hersenoperatie kan een craniotomie of een biopt zijn. Beiden stellen de definitieve diagnose, maar een craniotomie kan alleen als onder meer de locatie het toelaat. Bijvoorkeur wordt zoveel mogelijk tumorweefsel weggehaald en soms alleen een stukje voor het stellen van de diagnose.
Radiotherapie
Afhankelijk van de kwaadaardigheid van de tumor wordt besloten of er nabehandeling met radiotherapie volgt. Deze behandeling vindt dan dagelijks plaats gedurende drie tot zes weken.
Chemotherapie
De rol van chemotherapie is bij hersentumoren beperkt omdat chemotherapie niet altijd goed doordringt vanuit het bloed in de hersenen. Bij astrocytomen en oligodendrogliomen wordt de laatste jaren meer gebruikt gemaakt van een medicijn in tabletvorm (Temozolomide/Temodal), mits de patiënt in relatief goede conditie verkeert. Bij een astrocytoom graad 4 kan een combinatie van behandeling met radiotherapie en chemotherapie tegelijkertijd plaatsvinden, op voorwaarde dat de conditie van de patiënt voldoende goed is.
Uitzaaiingen in de hersenen
De behandeling van uitzaaiingen in de hersenen is afhankelijk van het aantal uitzaaiingen. Er kan een operatie, radiotherapie, chemotherapie of een combinatie van behandelingen volgen.
Operatie gecombineerd met radiotherapie
Als er sprake is van één uitzaaiing, kan er soms een hersenoperatie plaatsvinden die vrijwel altijd gevolgd wordt door bestraling. Het bestralingsschema is hierbij vaak één tot twee weken.
Radiotherapie
Bij meerdere uitzaaiingen wordt er meestal gekozen voor alleen bestraling.
Chemotherapie
Chemotherapie heeft bij sommige tumoren (vooral van long en borst) ook effect.
Nazorg
Na een eventuele behandeling blijft u onder controle. De neuroloog verzorgt controles met bijvoorbeeld een MRI-scan en een polikliniek bezoek. Binnen het Oncologisch centrum Isala kunnen deze controles gecombineerd zijn met een regieverpleegkundige die de vervolgopleiding tot verpleegkundig specialist heeft afgerond.
Het multidisciplinair team vindt het belangrijk dat u door het hele traject begeleidt wordt en dat de coördinatie zo goed mogelijk verloopt tussen de verschillende mensen. De regieverpleegkundige is tijdens dit traject voor u het aanspreekpunt zijn. Buiten de medische vragen kan zij ook aandacht besteden aan niet medische vragen en zal zij zoveel mogelijk de zorg coördineren. Zij werkt nauw samen met de specialisten maar ook met andere zorgverleners zoals ergotherapeuten, psychologen en logopedisten.
Wilt u meer weten?