Carcinoma in situ

Borstkanker is een van de meest voorkomende vormen van kanker bij vrouwen. In Nederland wordt jaarlijks bij ongeveer tienduizend vrouwen borstkanker vastgesteld. Dit betekent dat één op de acht vrouwen ooit borstkanker krijgt. Bij mannen is borstkanker een zeldzame aandoening. Minder dan 1% van alle borstkankerpatiënten is man. In verhouding is dat één man tegenover honderd vrouwen.

De borst
De borst ligt op de grote borstspier ter hoogte van de derde tot de zesde rib. De borst is hoofdzakelijk opgebouwd uit melklieren, melkgangen die de melkklieren en de tepel met elkaar verbinden, vet- en bindweefsel dat de melklieren en de melkgangen omringt, bloedvaten en lymfvaten.



Voorstadium van borstkanker

In melkgangen en melkklieren kunnen extra cellen groeien. Dit komt bij vrij veel vrouwen voor en is over het algemeen onschuldig. Soms groeit een melkgang of melkklier dicht door deze extra, en vaak anders uitziende, cellen.

Melkgang
Als een melkgang dichtgroeit door extra cellen spreekt men van een Ductaal Carcinoma in situ (DCIS). DCIS is een voorstadium van borstkanker. 

In het voorstadium van borstkanker zien cellen er hetzelfde uit als bij borstkanker, met dat verschil dat ze nog niet buiten de grenzen van de melkgang zijn gegroeid en niet verspreid naar okselklieren of andere lichaamsdelen. DCIS is goed te behandelen en te genezen.

Melkklier
Als een melkklier dichtgroeit door extra cellen spreekt men van een Lobulair Carcinoma in situ (LCIS). LCIS is een voorstadium van borstkanker.

In het voorstadium van borstkanker zien cellen er hetzelfde uit als bij borstkanker, met dat verschil dat ze nog niet buiten de grenzen van de melkklier zijn gegroeid en niet verspreid naar okselklieren of andere lichaamsdelen. LCIS is moeilijk te vinden en wordt meestal bij toeval ontdekt.

Onderzoek

Via uw huisarts komt u voor onderzoek bij de mammapoli in de Isala klinieken. De mammapoli is een polikliniek speciaal voor mensen met een borstafwijking. Hier krijgt u een mammografie en eventueel een echografie van de borst.

Het voorstadium van borstkanker is over het algemeen niet te voelen, maar meestal wel als ‘kalkspatjes’ te zien op een mammografie. Deze witte vlekjes worden microcalcificaties genoemd en kunnen ook goedaardig zijn. Als er een afwijking wordt gevonden doet een arts meestal een punctie. Hierbij zuigt hij met een dunne naald wat cellen op die een patholoog-anatoom onder de microscoop onderzoekt. Daar krijgt u dezelfde dag de uitslag van.

Steeds meer mensen hebben op de foto slechts een kleine afwijking. Dan zijn er andere onderzoeken nodig. Hierdoor duurt de diagnose noodgedwongen langer. Overigens komt dit vaker voor bij het voorstadium van borstkanker.

Als u van de arts hoort dat u het voorstadium van borstkanker heeft, gaat u aansluitend naar de regieverpleegkundige. Zij informeert u onder meer over de behandeling en begeleidt u door het hele traject. Ook zorgt zij, indien noodzakelijk, dat u een gesprek krijgt met een plastisch chirurg en of radiotherapeut-oncoloog. Na de eerste diagnose kunnen nog vervolgonderzoeken plaatsvinden, bijvoorbeeld een MRI-onderzoek.

Alle informatie staat ook schriftelijk in uw persoonlijke patiënten-informatiedossier (PID).

Behandeling

De regieverpleegkundige informeert u onder meer over de behandeling en begeleidt u door het hele traject. Daarnaast stemmen ze afspraken op elkaar af en bieden ze veel (achtergrond) informatie. Ook zorgen zij, indien nodig, dat u een gesprek krijgt met een plastisch chirurg en of radiotherapeut-oncoloog. Informatie over de behandelingen krijgt u ook schriftelijk uitgereikt in uw persoonlijke patiënten-informatiedossier (PID).

Anesthesist
Voordat u geopereerd wordt, krijgt u eerst een afspraak met de anesthesist. De anesthesist beoordeelt het risico van een narcose met u. Als het nodig is vraagt een anesthesist aanvullend onderzoek aan om uw hart- en longfunctie in kaart te brengen. Dat kan een hartfilmpje zijn of een bezoek aan een cardioloog. 

Operatie
Meestal bestaat een behandeling uit een operatie, soms aangevuld met bestraling. Een operatie is een plaatselijke behandeling. Een chirurg verwijdert de borst of een deel daarvan, een borstsparende of een borstverwijderende operatie. Naast de tumor haalt de chirurg ook schijnbaar gezond weefsel weg. Door ruim te opereren, vergroot hij de kans dat hij inderdaad alle kankercellen verwijdert. Dat is namelijk met het blote oog niet te zien.

Uw verblijf in het ziekenhuis kan variëren van een tot drie dagen, afhankelijk van de soort ingreep en uw persoonlijke situatie.

Oncoplastische operatie
Het kan zijn dat u een oncoplastische operatie krijgt. Tijdens een borstsparende operatie kan de borst vervormen, dit is van te voren redelijk goed in te schatten. Tijdens een oncoplastische operatie opereren chirurg en plastisch chirurg samen om deze vervorming zo veel mogelijk te voorkomen. Ook proberen zij het verschil dat door de operatie tussen beide borsten kan ontstaan, te verkleinen. Als uw borst geamputeerd moet worden, is het mogelijk tijdens dezelfde ingreep een ‘nieuwe’ borst te maken. Dit noemen we directe borstreconstructie.

Afhankelijk van de ingewikkeldheid van de operatie wordt deze binnen drie tot zes weken ingepland. Dit is niet schadelijk of nadelig voor uw gezondheid.  

Radiotherapie
Als u na een operatie nog radiotherapie oftewel bestraling nodig heeft, gebeurt dat door een radiotherapeut-oncoloog. Bij radiotherapie wordt gebruikgemaakt van straling. Kankercellen zijn gevoelig voor bestraling. De straling beschadigt de genen, oftewel het erfelijk materiaal (DNA). De kankercel verliest daardoor het vermogen om te delen en gaat dood.

Nazorg

Binnen het Oncologisch centrum Isala vinden we het belangrijk dat de patiënt door het hele traject begeleid wordt door dezelfde regieverpleegkundige. Daarbij is ook aandacht voor niet-medische problemen die u kunt ondervinden tijdens de zware behandeling. De regieverpleegkundige werkt samen met onder meer maatschappelijk werkers, klinisch psychologen en fysiotherapeuten.

Na de behandeling blijft u nog lange tijd onder controle. Deze controles zijn vooral gericht op het ontdekken van een eventuele plaatselijke terugkeer van de ziekte of van een eventuele tweede, nieuwe tumor in de borst. De manier en frequentie van onderzoeken wordt met u besproken door uw specialist. Na het eerste jaar van behandeling komt u onder controle bij een regieverpleegkundige (de verpleegkundige specialist oncologie).

Relevante links

Plastische chirurgie Isala klinieken
Radiotherapie borstkanker Isala klinieken
Chirurgie Isala klinieken
Diagnose borstkanker
Borstkanker

 

Print paginaPrint pagina

PID Borstkanker

Meer informatie vindt u in het Patiënten Informatie Dossier (PID) Borstkanker en in de bijlage: DCIS en behandeling.