Invasief carcinoom
Borstkanker is een van de meest voorkomende vormen van kanker bij vrouwen. In Nederland wordt jaarlijks bij ongeveer tienduizend vrouwen borstkanker vastgesteld. Dit betekent dat één op de acht vrouwen ooit borstkanker krijgt. Bij mannen is borstkanker een zeldzame aandoening. Minder dan 1% van alle borstkankerpatiënten is man. In verhouding is dat één man tegenover honderd vrouwen.
De borst ligt op de grote borstspier ter hoogte van de derde tot de zesde rib. De borst is hoofdzakelijk opgebouwd uit melklieren, melkgangen die de melkklieren en de tepel met elkaar verbinden, vet- en bindweefsel dat de melklieren en de melkgangen omringt, bloedvaten en lymfvaten.
Onderzoek
Via uw huisarts komt u voor onderzoek bij de mammapoli in de Isala klinieken. De mammapoli is een polikliniek speciaal voor mensen met een borstafwijking. Hier krijgt u een mammografie en eventueel een echografie van de borst.
Als er een afwijking is, doet een arts meestal een punctie. Hierbij zuigt hij met een dunne naald wat cellen op die een patholoog-anatoom onder de microscoop onderzoekt. Daar krijgt u dezelfde dag de uitslag van.
Steeds meer mensen hebben op de foto slechts een kleine afwijking. Dan zijn er andere onderzoeken nodig. Hierdoor duurt de diagnose noodgedwongen langer. Overigens komt dit vaker voor bij het voorstadium van borstkanker.
Als u van de arts hoort dat u borstkanker heeft, gaat u aansluitend naar de regieverpleegkundige. Zij heeft vanaf dat moment de regiefunctie. Zij informeert u onder meer over de behandeling en begeleidt u door het hele traject. Na de diagnose borstkanker vinden er aansluitend vervolgonderzoeken plaats. Er volgt in ieder geval een longfoto en bloedonderzoek. Afhankelijk van het stadium van de borstkanker krijgt u een MRI-onderzoek, een botscan en een echo van de lever.
Alle informatie staat ook schriftelijk in uw persoonlijke patiënten-informatiedossier (PID).
Behandeling
De regieverpleegkundige bespreekt de behandeling met u. Dit kan een operatie zijn, maar er kan ook voor gekozen worden om u eerst chemotherapie of hormonale therapie te geven. De regieverpleegkundige licht alle informatie nader toe, zorgt dat u een afspraak krijgt bij de desbetreffende internist en zet het behandeltraject in gang. Informatie over de behandelingen krijgt u ook schriftelijk uitgereikt in uw persoonlijke patiënten-informatiedossier (PID).
Anesthesist
Voordat u geopereerd wordt, krijgt u eerst een afspraak met de anesthesist. De anesthesist beoordeelt het risico van een narcose met u. Als het nodig is vraagt een anesthesist aanvullend onderzoek aan om uw hart- en longfunctie in kaart te brengen. Dat kan een hartfilmpje zijn of een bezoek aan een cardioloog.
Operatie
Meestal bestaat een behandeling uit een operatie, soms aangevuld met chemotherapie of hormonale therapie. Een operatie is een plaatselijke behandeling. De chirurg verwijdert de borst of een deel daarvan, een borstsparende of een borstverwijderende operatie. Naast de tumor haalt de chirurg ook schijnbaar gezond weefsel weg. Door ruim te opereren, vergroot hij de kans dat hij inderdaad alle kankercellen verwijdert. Dat is namelijk met het blote oog niet te zien. Meestal verwijdert hij ook nabijgelegen lymfklieren om te onderzoeken of hier kankercellen in zitten.
Afhankelijk van de ingewikkeldheid van de geplande operatie kan deze binnen drie weken of iets later worden ingepland. Uw verblijf in het ziekenhuis kan variëren van één tot drie dagen, afhankelijk van de soort ingreep en uw persoonlijke situatie.
Chemotherapie
Chemotherapie is de behandeling van kanker met celdodende of celdelingremmende medicijnen: cytostatica. Er zijn verschillende soorten cytostatica, elk met een eigen werking. De medicijnen worden per infuus of als tablet toegediend. Via het bloed verspreiden zij zich door uw lichaam en bereiken op vrijwel alle plaatsen de kankercellen.
Hormonale therapie
Sommige vormen van kanker zijn voor hun groei (deels) afhankelijk van hormonen. Het lichaam maakt deze hormonen zelf aan. Hormoonbehandelingen (hormonale therapie) maken hier gebruik van. Met hormonale therapie beperkt de productie van eigen hormonen of vermindert hun invloed. Daardoor neemt de groei van de tumor af of wordt de tumor kleiner.
Aanvullende behandeling
Na de operatie kan een aanvullende (adjuvante) behandeling geadviseerd worden om de kansen op ziektevrije, langdurige overleving te vergroten. Deze adjuvante behandeling kan bestaan uit chemotherapie, hormonale therapie, immunotherapie en of radiotherapie.
Immunotherapie
Immunotherapie is een verzamelnaam voor behandelingen die via het afweersysteem (immuunsysteem) van het lichaam werken. Het doel van de behandeling is tumorcellen te doden of af te remmen. Een vorm van immunotherapie is targeted therapy (doelgerichte therapie). Deze medicijnen zijn vaak gericht op één kenmerk van de tumorcellen. Zij remmen de kankercellen in hun groei zonder al teveel schade aan te richten aan gezonde cellen.
Radiotherapie
Bij radiotherapie wordt gebruikgemaakt van straling. Kankercellen zijn gevoelig voor bestraling. De straling beschadigt de genen, oftewel het erfelijk materiaal (DNA). De kankercel verliest daardoor het vermogen om te delen en gaat dood.
Nazorg
Binnen het Oncologisch centrum Isala vinden we het belangrijk dat de patiënt door het hele traject begeleid wordt door dezelfde regieverpleegkundige. Daarbij is ook aandacht voor niet-medische problemen die u kunt ondervinden tijdens de zware behandeling. De regieverpleegkundige werkt samen met onder meer maatschappelijk werkers, klinisch psychologen en fysiotherapeuten.
Na de behandeling blijft u nog lange tijd onder controle. Deze controles zijn vooral gericht op het ontdekken van een eventuele plaatselijke terugkeer van de ziekte of van een eventuele tweede, nieuwe tumor in de borst. De manier en frequentie van onderzoeken wordt met u besproken door uw specialist. Na het eerste jaar van behandeling komt u onder controle bij een regieverpleegkundige (de verpleegkundig specialist oncologie).
Relevante links