Myelodysplastisch Syndroom

Wanneer u Myelodysplastisch Syndroom (MDS) heeft, betekent dat de aanmaak in het beenmerg van één of meerdere soorten bloedcellen verstoord is, omdat de bloedstamcel ziek is.

Alle soorten bloedcellen worden aangemaakt in het beenmerg. Er zijn drie hoofdsoorten bloedcellen: 

  • Rode bloedcellen of erytrocyten. Deze zijn nodig voor het zuurstoftransport. Als u te weinig rode bloedcellen heeft, heeft u bloedarmoede. 
  • Witte bloedcellen of leukocyten. Deze zijn nodig om infecties te bestrijden.
  • Bloedplaatjes of trombocyten. Deze zijn nodig voor de primaire bloedstolling. 

Bij MDS functioneert de aanmaak van één of meerdere soorten bloedcellen niet meer goed. Patiënten kunnen bijvoorbeeld bloedarmoede hebben (een tekort aan rode bloedcellen). Ook is de combinatie mogelijk van bloedarmoede en snel ‘blauwe plekken’ krijgen (een tekort aan rode bloedcellen en bloedplaatjes). Zelfs alle drie bloedcellijnen kunnen vrijwel afwezig zijn. MDS is een verzamelnaam voor acht types met verschillende prognoses. Er zijn vormen van MDS met een relatief langzaam ziekteproces zoals bloedarmoede. Maar MDS kan ook de vorm hebben van acute leukemie.



Verschijnselen MDS

MDS presenteert zich meestal met vermoeidheid. Soms zijn mensen ook gevoeliger voor infecties, krijgen ze snel blauwe plekken of neusbloedingen. MDS treedt meestal op oudere leeftijd (boven 60 jaar) op maar kan ook op jongere leeftijd voorkomen.

Onderzoek

Om het juiste type MDS vast te stellen is naast lichamelijk onderzoek en bloedonderzoek ook beenmergonderzoek nodig. Bij een beenmergbiopsie wordt onder plaatselijke verdoving uit de bekkenkam wat beenmerg afgenomen en een heel klein stukje bot voor onderzoek. De beenmergcellen worden ook onderzocht op eventuele chromosomale afwijkingen. Dit is van aanvullend belang om de diagnose te stellen, evenals het type en de bijbehorende behandeling te bepalen.

Behandeling

Het beloop en de behandeling van MDS is sterk wisselend.

Bij milde vormen van MDS is behandeling soms niet nodig, of een enkele keer een bloedtransfusie is al voldoende. Soms krijgt een patiënt Epo om de aanmaak van rode bloedcellen te stimuleren.

Als er meerdere soorten bloedcellen verstoord zijn of er te vaak een behoefte aan een bloedtransfusie is, kan de behandeling bestaan uit een cytostaticum (chemotherapie) of meerdere cytostatica (bij het beeld van acute leukemie). Ook stamceltransplantatie is een mogelijkheid

Wilt u meer weten?

De site van de Nederlandse Vereniging voor Hematologie biedt goede en volledige informatie.