ICD

Een ICD (implanteerbare cardioverter defibrillator) is bedoeld voor mensen die een hogere kans hebben een gevaarlijke hartritmestoornis te krijgen. 

Wat doet een ICD?
Wanneer zich zo’n onvoorspelbare hartritmestoornis voor doet, grijpt de ICD automatisch in. Met een krachtige stroomschok zal het de hartritmestoornis beëindigen. Het hart gaat weer normaal kloppen en een hartstilstand is voorkomen.
Cardiologie Isala klinieken Zwolle
Voorbereidingen
Een ICD-implantatie vindt meestal plaats in de hartkatheterisatiekamer, maar soms ook wel in de operatiekamer. Als u op de behandeltafel ligt, sluit de assistent u aan op de ECG-apparatuur (hartfilmapparatuur). Daarmee wordt uw hartritme gecontroleerd. Daarnaast sluit de assistent u aan op een defibrillator.
Vervolgens desinfecteert hij het operatiegebied en dekt hij u volledig toe met steriele doeken. Alleen uw hoofd blijft onbedekt.

Plaatsing van de ICD
Na plaatselijke verdoving maakt de cardioloog eerst een snee net onder uw sleutelbeen. Daarna maakt hij onderhuids wat ruimte (we noemen dat een pocket), waarin de ICD komt te liggen. Ondanks de verdoving kan dit soms wat pijnlijk zijn, aangezien het niet mogelijk is om de spieren volledig te verdoven.

Vervolgens plaatst de cardioloog één of meerdere draden (elektroden) in uw hart. Daarvoor moet hij een ader die onder het sleutelbeen loopt aanprikken. Via deze ader legt hij één of meerdere draden in het hart.

De werking van de ICD wordt getest onder kortdurende narcose. Het hart wordt dan kunstmatig in de ritmestoornis gebracht. Op deze manier wordt de minimale hoeveelheid energie gemeten die nodig is om het hart weer in een normaal ritme te krijgen.

Opname
Voor een ICD-implantatie wordt u in principe een dag opgenomen. Wanneer de implantatie vroeg gepland staat, kan het ook zijn dat u de dag ervoor al wordt opgenomen. Als alles goed is mag u de dag na implantatie weer naar huis.
Voor u weer naar huis gaat, meet een pacemakertechnicus de ICD nog een keer door. Dit gebeurt op de functieafdeling.

Cardiologie Isala klinieken Zwolle 

Voor en na de implantatie
Op de dag van de ingreep moet u nuchter blijven, tenzij dit anders met u is afgesproken. ’s Ochtends zal de verpleegkundige uw bloeddruk, hartslag en temperatuur opnemen. In principe wordt de ICD onder de huid van uw linkersleutelbeen geïmplanteerd, tenzij anders is afgesproken met uw arts. Ter voorkoming van infecties krijgt u een uur vóór de ingreep antibiotica via het infuus toegediend. U krijgt een OK-jas van het ziekenhuis aan. De verpleegkundige zal u in bed naar de katheterisatiekamer brengen waar de ingreep plaats zal vinden.

Na de ingreep gaat u normaal gesproken direct weer terug naar de afdeling. Op de afdeling gebeurt het volgende:

  • Er wordt een hartfilmpje gemaakt.
  • Uw bloeddruk, hartritme en temperatuur worden regelmatig gecontroleerd
  • U wordt na het doormeten van de ICD afgekoppeld van de monitor die uw hartritme registreert, tenzij de cardioloog anders bepaalt.
  • U krijgt gedurende drie uur een zandzak op de wond om de kans op een nabloeding te verminderen.
  • De wond wordt regelmatig geïnspecteerd.

Na ongeveer drie uur bedrust mag u weer in beweging komen (mobiliseren). Het is van belang dat u de aangedane arm de eerste weken na de implantatie rustig beweegt. U mag de elleboog gedurende 6 tot 8 weken niet boven de schouder opheffen om te voorkomen dat de draden van de ICD zich verplaatsen. Is uw ICD onder de spier geplaatst dan wordt u aangeraden een aantal dagen een mitella te dragen.

Op de dag van de ingreep of de dag erna wordt een röntgenfoto gemaakt van de borstkas om vast te stellen of de ICD en de bedrading op de juiste plek liggen en om een klaplong uit te sluiten. Ook wordt de ICD doorgemeten door een technicus van de functieafdeling.

Als de ingreep zonder comlicaties verlopen is, is het gebruikelijk dat u de eerste of de tweede dag na de ingreep met ontslag mag. U kunt zich wat onwennig voelen zonder de ritmebewaking van de monitor. Gun uzelf tijd om vertrouwd te raken met uw ICD.

De hechtingen worden na een week verwijderd bij de huisarts, tenzij gebruik is gemaakt van oplosbare hechtingen.

Denkt u eraan uw medicijnen mee te nemen? Diabetici adviseren we te overleggen met de cardioloog over de dosisaanpassing van hun diabetes-medicijnen.

Wilt u er ook aan denken nachtkleding mee te brengen en toiletspullen?

Na de ingreep maakt u een afspraak voor een ICD-controle. Zo’n controle zal regelmatig plaatsvinden, om te kijken of de ICD nog goed zijn werk doet.

Controle
Uw ICD moet met enige regelmaat worden gecontroleerd. De technicus kijkt of uw ICD technisch in orde is, zo nodig wordt deze anders ingesteld. Een controle duurt 15 tot 30 minuten.

Medicijnen
Gebruikt u medicijnen? Bespreek dit op de afspraak met uw cardioloog voorafgaand aan de ingreep. Hij geeft u dan aan welke u kunt blijven innnemen voorafgaand aan de ingreep. Ook geeft uw arts dan aan hoe u uw medicijngebruik kunt hervatten na afloop.

Bent u diabeet? Bespreek in dat geval met uw cardioloog ook of u de dosering van uw diabetes-medicijnen moet aanpassen. Dit is belangrijk, omdat u voor de ingreep nuchter moet zijn of tijdelijk een aangepast dieet volgt. Daarop moet de dosering van uw diabetes-medicijn zijn afgestemd.

Vergeet niet al uw medicijnen op de dag van de ingreep mee te nemen naar het ziekenhuis.

Na de implantatie mag u niet autorijden. Soms vervalt uw rijbevoegdheid tijdelijk, soms voor altijd. De cardioloog of physician assistant zal u hierover informeren.

Als de ICD een schok heeft gegeven en u heeft daarna geen klachten, neem dan contact op met de polikliniek Cardiologie via (038) 424 23 74 (tijdens kantooruren). Geeft de ICD een schok buiten kantooruren, neem dan de volgende werkdag contact op.

Als de ICD één of meerdere shocks afgeeft en u voelt zich nadien onwel: bel dan altijd 112 en geef door dat u shocks hebt gehad van uw ICD.

Wat moet u doen als …

… uw ICD een shock afgeeft?

  • Als de ICD een shock afgeeft en u heeft daarna geen klachten: bel dan de eerstvolgende werkdag tussen 13.00 en 14.00 uur met de ICD-technicus via (038) 424 45 04. Ook kunt u contact opnemen met de polikliniek Cardiologie via (038) 424 23 74. Buiten kantoortijden kunt u bellen met de receptie van het ziekenhuis via (038) 424 50 00 en worden doorverbonden met de dienstdoend cardioloog of ICD-technicus.
  • Als de ICD één of meerdere shocks afgeeft en u voelt zich nadien onwel: bel dan altijd 112 en geef door dat u shocks hebt gehad van uw ICD.

… uw ICD een piep- of trilsignaal afgeeft?
Bel dan de eerstvolgende werkdag (tenzij anders met u is afgesproken) tijdens kantooruren met de polikliniek Cardiologie (038) 424 23 74.

Meer informatie
De Isala klinieken beschikken over verschillende patiëntenfolders. Over ICD-implantatie vindt u meer informatie in de folders:

Voor aanvullende informatie kunt u ook terecht op de volgende websites: