Ziekte van Dupuytren, koetsiersziekte
Wat is de ziekte van Dupuytren?
Bij de ziekte van Dupuytren ontstaan verdikkingen en verkortingen in de bindweefselplaat, die net onder de huid van de handpalm ligt. Hierdoor buigen de vingers naar de handpalm toe en kunt u ze niet volledig meer strekken. Dit beperkt uiteindelijk de beweeglijkheid van uw vinger(s).

Hoe ontstaat de ziekte van Dupuytren?
De oorzaak van de ziekte van Dupuytren is onbekend.
Klachten
Het eerste teken van de ziekte van Dupuytren is een klein knobbeltje of kuiltje in uw handpalm, vlak bij de handlijn aan de basis van uw vinger. Geleidelijk aan kan zich tussen uw palm en vingers een streng ontwikkelen. Vaak merkt u de afwijking pas op als u uw hand niet meer vlak op een tafelblad kunt leggen. Als de ziekte voortschrijdt, kunnen uw vingers zo krom gaan staan dat zij alledaagse activiteiten belemmeren. Bijvoorbeeld uw handen wassen of het aan- en uitdoen van handschoenen.
Behandeling
De ziekte is niet te genezen, maar met een operatie wel te behandelen. De plastisch chirurg beoordeelt of in uw situatie een operatie nodig is. Als uw vinger niet heel erg krom staat, is een chirurgische ingreep meestal niet nodig. Wanneer uw vinger in de loop van de tijd krommer gaat staan, kan de chirurg alsnog een operatie aanbevelen. Helaas kan de kromstand na verloop van tijd weer terugkomen.
Operatie en handtherapie
Het doel van de operatie is dat u uw vinger(s) weer kunt strekken. Via een snee aan de handpalmzijde verwijdert de plastisch chirurg de verdikking, waarna hij uw vinger zo ver mogelijk strekt. Soms snijdt hij alleen de streng door. Na de operatie krijgt u een drukverband, dat een week moet blijven zitten. Wel begint u dan al meteen met oefeningen. Ook krijgt u een draagdoek (mitella) om de hand enkele dagen goed hoog te houden.
Als het verband eraf is, moet u uw hand weer zo snel mogelijk proberen te gebruiken. Afhankelijk van de ernst van de aandoening duurt het 3 tot 12 weken voordat uw hand weer normaal functioneert. Soms krijgt u een (nacht)spalk om de vingers zo recht mogelijk te krijgen. Ook kunt u onder begeleiding van een handtherapeut oefeningen doen waarbij u de beweeglijkheid van uw vingers en pols weer rustig en pijnvrij opbouwt. Hiermee gaat u door totdat u uw hand weer kunt gebruiken bij uw dagelijkse activiteiten. Daarbij geeft de handtherapeut ook praktische adviezen voor uw thuis-/werksituatie. De eerste 4 tot 6 weken na de operatie moet u zware arbeid vermijden, zoals tillen, wringen en steunen op uw pols.
Meer informatie
Wilt u meer weten over de ziekte van Dupuytren? Download hier de Isala-folder Ziekte van Dupuytren.