Onderzoek
U meldt zich bij de balie van de afdeling Radiologie (Röntgenafdeling) en neemt plaats in de wachtkamer. De radiodiagnostisch laborant brengt u naar een kleedkamer. Hier kunt uw kledingstukken die metaal bevatten en uw sieraden achterlaten. In de onderzoeksruimte krijgt u van de laborant eerst een uitleg over het verloop van het onderzoek. Vervolgens gaat u op een dunne matras in de verlichte tunnel liggen. U krijgt een koptelefoon op uw hoofd tegen het kloppende geluid van de MRI-scan. Ook krijgt u een alarmbel mee; tijdens het onderzoek kunt u daarmee in geval van nood contact hebben met de laborant. Tijdens het gehele onderzoek kan de laborant u zien.
Het is belangrijk dat u zo stil mogelijk blijft liggen, omdat het onderzoek anders mislukt. De tijd die nodig is voor het maken van een opname, kan variëren van een paar seconden tot ongeveer tien minuten. Er worden meerdere opnamen gemaakt gedurende het onderzoek.
Voor sommige MRI-onderzoeken is het noodzakelijk dat u een contrastvloeistof in de bloedbaan krijgt toegediend. Via een infuus in uw arm dient de laborant deze vloeistof toe.
Na het onderzoek kunt u naar huis of terug naar uw verpleegafdeling in het ziekenhuis.
MRI-onderzoeken
Hier vindt u informatie over de volgende MRI-onderzoeken:
MRI van de hersenen
Voor een MRI-scan van de hersenen ligt u op de rug op de onderzoekstafel. Uw hoofd ligt in het midden van de MRI-tunnel waardoor uw benen zich buiten het apparaat bevinden. U krijgt een koptelefoon op het hoofd en een alarmbelletje in uw hand.
Tijdens het onderzoek krijgt u eventueel contrastvloeistof toegediend in de bloedbaan; dit gebeurt via een infuus in uw arm. Het onderzoek duurt 15 tot 30 minuten; dit betekent dat u gedurende 15 tot 30 minuten stil moet blijven liggen. Na het onderzoek wordt het infuus uit uw arm verwijderd.
MRI van de wervelkolom
Voor een MRI-scan van de wervels ligt u op de rug op de onderzoekstafel. Uw rug ligt in het midden van de MRI-tunnel waardoor uw benen zich buiten het apparaat bevinden. U krijgt een koptelefoon op het hoofd en een alarmbelletje in uw hand.
Tijdens het onderzoek krijgt u eventueel contrastvloeistof toegediend in de bloedbaan. Het onderzoek duurt 15 tot 35 minuten; dit betekent dat u gedurende 15 tot 35 minuten stil moet blijven liggen.
Wanneer er een onderzoek van de gehele wervelkolom wordt uitgevoerd, duurt dit ongeveer 45 minuten.
MRI van de borst(en)
Voorafgaand aan het MRI-onderzoek van de borst(en) krijgt u een infuusnaald ingebracht. Hierna gaat u op de buik op de onderzoekstafel liggen waarbij uw hoofd op een steun ligt. U kunt via een spiegeltje uit de MRI-tunnel kijken. U krijgt een koptelefoon op het hoofd en een alarmbelletje in uw hand. Halverwege het onderzoek krijgt u via het infuus contrastvloeistof toegediend.
Het onderzoek duurt 30 tot 45 minuten; dit betekent dat u gedurende 30 tot 45 minuten stil moet blijven liggen. Na het onderzoek wordt het infuus uit uw arm verwijderd.
MRI van de dunne darm (MR-enteroclyse)
Voor het MRI-onderzoek van de dunne darm moet u nuchter zijn. Dit betekent dat u vanaf 24.00 uur in de nacht vóór het onderzoek niets meer mag eten of drinken. Nadat u zich gemeld hebt voor het onderzoek, krijgt u van de laborant een vloeistof te drinken zodat de dunne darm voor het MRI-onderzoek gevuld is. Gedurende 5 kwartier is het de bedoeling dat u zo veel mogelijk van deze vloeistof opdrinkt. Vóór het onderzoek krijgt u nog de gelegenheid om naar het toilet te gaan.
Voorafgaand aan het onderzoek krijgt u een infuusnaald ingebracht. Hierna gaat u op de buik op de onderzoekstafel liggen met een band om de buik heen. U krijgt een koptelefoon op het hoofd en een alarmbelletje in uw hand. De laborant praat tijdens het onderzoek met u via de koptelefoon. Hij of zij zal u telkens vragen om gedurende ongeveer 15 seconden de adem in te houden. Hierover krijgt u duidelijke instructies. Halverwege het onderzoek krijgt u via het infuus contrastvloeistof toegediend.
Het onderzoek duurt ongeveer 45 minuten; dit betekent dat u gedurende 45 minuten stil moet blijven liggen. Na het onderzoek wordt het infuus uit uw arm verwijderd. U mag na het onderzoek alles weer eten en drinken.
MRI van de galwegen (MRCP)
Voor het MRI-onderzoek van de galwegen moet u nuchter zijn. Dit betekent dat u vanaf 24.00 uur in de nacht vóór het onderzoek niets meer mag eten of drinken. Nadat u zich gemeld hebt voor het onderzoek, krijgt u van de laborant een vloeistof te drinken. Deze vloeistof drinkt u binnen een half uur op.
U gaat op de rug op de onderzoekstafel liggen met een band om uw buik heen. U krijgt een koptelefoon op het hoofd en een alarmbelletje in uw hand. De laborant praat tijdens het onderzoek met u via de koptelefoon. Hij of zij zal u telkens vragen om gedurende ongeveer 15 seconden de adem in te houden. Hierover krijgt u duidelijke instructies.
Het onderzoek duurt ongeveer 30 minuten; dit betekent dat u gedurende 30 minuten stil moet blijven liggen. Na het onderzoek mag u alles weer eten en drinken.
MRI van de heupen
Voor een MRI-scan van de heupen ligt u op de rug op de onderzoekstafel en krijgt u een band om uw heupen heen. Met het hoofd ligt u bijna aan het eind van de MRI-tunnel. U krijgt een koptelefoon op het hoofd en een alarmbelletje in uw hand.
Het onderzoek duurt ongeveer 30 minuten; dit betekent dat u gedurende 30 minuten stil moet blijven liggen.
MRI van de enkel/voet
Voor een MRI-scan van de enkel/voet ligt u op de rug op de onderzoekstafel en krijgt u een soort kap over de enkel/voet. Met de enkel/voet ligt u in het midden van de MRI-tunnel waardoor uw hoofd zich buiten het apparaat bevindt. U krijgt een koptelefoon op het hoofd en een alarmbelletje in uw hand. Tijdens het onderzoek krijgt u eventueel contrastvloeistof toegediend in de bloedbaan.
Het onderzoek duurt ongeveer 30 minuten; dit betekent dat u gedurende 30 minuten stil moet blijven liggen.
MRI van de knie
Voor een MRI-scan van de knie ligt u op de rug op de onderzoekstafel en krijgt u een soort kap over de knie. Met de knie ligt u in het midden van de MRI-tunnel waardoor uw hoofd zich buiten het apparaat bevindt. U krijgt een koptelefoon op het hoofd en een alarmbelletje in uw hand.
Het onderzoek duurt 20 minuten; dit betekent dat u gedurende 20 minuten stil moet blijven liggen.
MRI van de schouder
Voor een MRI-scan van de schouder ligt u op de rug op de onderzoekstafel en krijgt u een band over de schouder heen. Met de schouder ligt u in het midden van de MRI-tunnel waardoor uw benen zich buiten het apparaat bevinden. U krijgt een koptelefoon op het hoofd en een alarmbelletje in uw hand.
Het onderzoek duurt 25 minuten; dit betekent dat u gedurende 25 minuten stil moet blijven liggen.
MRA van de schedel/halsvaten
Een MRA-onderzoek betekent een MRI-scan van de bloedvaten. Voor een MRA-onderzoek van de bloedvaten in de schedel of de hals ligt u op de rug op de onderzoekstafel. Met het hoofd ligt u in het midden van de MRI-tunnel waardoor uw benen zich buiten het apparaat bevinden. U krijgt een koptelefoon op het hoofd en een alarmbelletje in uw hand. Tijdens het onderzoek krijgt u eventueel contrastvloeistof toegediend in de bloedbaan.
Het onderzoek duurt 30 tot 45 minuten; dit betekent dat u gedurende 30 tot 45 minuten stil moet blijven liggen.
MRA van de niervaten
Een MRA-onderzoek betekent een MRI-scan van de bloedvaten. Bij een MRA-onderzoek van de niervaten ligt u op de rug op de onderzoekstafel en krijgt u een band over de buik heen. Voorafgaand aan het onderzoek krijgt u een infuusnaald ingebracht. U krijgt een koptelefoon op het hoofd en een alarmbelletje in uw hand. De laborant praat tijdens het onderzoek met u via de koptelefoon. Hij of zij zal u telkens vragen om gedurende ongeveer 15 seconden de adem in te houden. Hierover krijgt u duidelijke instructies. Halverwege het onderzoek krijgt u via het infuus contrastvloeistof toegediend.
Het onderzoek duurt ongeveer 45 minuten; dit betekent dat u gedurende 45 minuten stil moet blijven liggen. Na het onderzoek wordt het infuus uit uw arm verwijderd.
MRA van de buik/benen
Een MRA-onderzoek betekent een MRI-scan van de bloedvaten. Voor een MRA-onderzoek van de buik/benen ligt u op de rug op de onderzoekstafel. Uw onderbenen en voeten worden vastgemaakt aan een steun. Voorafgaand aan het onderzoek krijgt u een infuusnaald ingebracht. U krijgt een koptelefoon op het hoofd en een alarmbelletje in uw hand.
De tafel waarop u ligt, schuift telkens een stukje op in de MRI-tunnel. Halverwege het onderzoek krijgt u via het infuus contrastvloeistof toegediend en zal de laborant u vragen om ongeveer 15 seconden de adem in te houden. Hierover krijgt u duidelijke instructies.
Het onderzoek duurt ongeveer 20 minuten; dit betekent dat u gedurende 20 minuten stil moet blijven liggen. Na het onderzoek wordt het infuus uit uw arm verwijderd.
MRI van de lever
Voor een MRI-scan van de lever ligt u op de rug op een tafel en krijgt u een band om de buik heen. Voorafgaand aan het onderzoek krijgt u een infuusnaald ingebracht. U krijgt een koptelefoon op het hoofd en een alarmbelletje in uw hand. De laborant praat tijdens het onderzoek met u via de koptelefoon. Hij of zij zal u telkens vragen om gedurende ongeveer 15 seconden de adem in te houden. Hierover krijgt u duidelijke instructies. Halverwege het onderzoek krijgt u via het infuus contrastvloeistof toegediend.
Het onderzoek duurt ongeveer 60 minuten; dit betekent dat u gedurende 60 minuten stil moet blijven liggen. Na het onderzoek wordt het infuus uit uw arm verwijderd.
MRI van de pols
Voor een MRI-scan van de pols ligt u op de rug op de onderzoekstafel. Om uw pols wordt een apparaat bevestigd. Met het hoofd ligt u aan het uiteinde van de MRI-tunnel. U krijgt een koptelefoon op het hoofd en een alarmbelletje in uw hand.
Het onderzoek duurt 25 minuten.
MRI van de hypofyse
Voor een MRI-scan van de hypofyse ligt u op de rug op de onderzoekstafel. Met het hoofd ligt u in het midden van de MRI-tunnel waardoor uw benen zich buiten het apparaat bevinden. U krijgt een koptelefoon op het hoofd en een alarmbelletje in uw hand. Voorafgaand aan het onderzoek krijgt u een infuusnaald ingebracht. Halverwege het onderzoek krijgt u via het infuus contrastvloeistof toegediend.
Het onderzoek duurt 25 minuten; dit betekent dat u gedurende 25 minuten stil moet blijven liggen. Na het onderzoek wordt het infuus uit uw arm verwijderd.
MRI van de onderbuik
Voor een MRI-scan van de onderbuik ligt u op de rug op de onderzoekstafel met een band om uw buik heen. U krijgt een koptelefoon op het hoofd en een alarmbelletje in uw hand.
Met het hoofd ligt u aan het uiteinde van de MRI-tunnel. Tijdens het onderzoek krijgt u eventueel contrastvloeistof toegediend in de bloedbaan.
Het onderzoek duurt ongeveer 30 minuten; dit betekent dat u gedurende 30 minuten stil moet blijven liggen.