Baarmoeder

Baarmoeder(hals)kanker komt in Nederland jaarlijks bij ongeveer 2.200 vrouwen voor. Meestal wordt de diagnose gesteld na klachten van abnormaal bloedverlies, zoals tussentijds bloedverlies, bloedingen na gemeenschap (contactbloedingen) of opnieuw optredend bloedverlies na de overgang. We maken onderscheid tussen kanker van het baarmoederlichaam en baarmoederhalskanker. Kanker van het baarmoederlichaam komt verreweg het meeste voor en wordt voornamelijk op oudere leeftijd vastgesteld. De afwijking gaat uit van het slijmvlies van de baarmoeder. Bij baarmoederhalskanker gaat de afwijking uit van het slijmvlies of (meestal) de buitenste bekleding van de baarmoedermond. Er kunnen uitzaaiingen ontstaan in de eierstokken, de lymfeklieren in het kleine bekken en hogerop in de buik.



Behandeling

Bij kanker van het baarmoederlichaam verwijdert de chirurg meestal operatief uw baarmoeder en eierstokken. Soms worden ook de lymfeklieren in het kleine bekken operatief weggehaald. In bepaalde situaties volgt u daarna een aanvullende bestralingsbehandeling. Dat is dan meestal een uitwendige bestralingsbehandeling.

Wanneer bij u een beperkte tumoruitbreiding bij baarmoederhalskanker voorkomt, zult u eveneens een operatieve behandeling ondergaan. Dit betreft een grotere operatie. Hierbij worden de baarmoeder, eierstokken, het steunweefsel rond de baarmoeder en het bovenste deel van de schede verwijderd. Ook worden de lymfeklieren in het kleine bekken verwijderd.  Soms is daarna nog aanvullende, meestal uitwendige, bestraling nodig.

Wanneer de kanker in een verder gevorderd stadium is, combineren we radiotherapie (uitwendig en meestal ook inwendig) met wekelijks chemotherapie. Na afloop van deze gehele behandeling kan het soms nodig zijn een aanvullende, operatieve ingreep te doen.

Bijwerkingen algemeen

De bijwerkingen van radiotherapie verschillen van patiënt tot patiënt. Sommige patiënten ervaren nauwelijks bijwerkingen. Andere patiënten hebben meer klachten tijdens en na de behandeling. Naast algemene bijwerkingen (huidirritatie, vermoeidheid etc.) kunt u enkele bijwerkingen hebben, die vooral bij de bestraling van de baarmoeder voorkomen.

Bijwerkingen: darmklachten

De darm is gevoelig voor straling en er treedt dan ook gemakkelijk irritatie op. U kunt tijdens de behandeling last krijgen van krampen en diarree. Wanneer u ook chemotherapie toegediend krijgt, kan soms obstipatie voorkomen. Deze bijwerkingen zijn van tijdelijke aard. Enkele weken nadat de bestaling is beëindigd, zijn de darmcellen voldoende hersteld. U zult merken dat de klachten verminderen.

Meer informatie vindt u in de folder 'Bestraling van de baarmoeder'.

Beïnvloeding vruchtbaarheid en seksuele functie

Vervroegd in de overgang
Bent u nog niet in de overgang, dan betekent de verwijdering van de baarmoeder dat uw menstruatie stopt. Bij verwijdering van uw eierstokken komt er een einde aan de productie van bepaalde geslachtshormonen. Hierdoor komt u vervroegd in de overgang. Net als bij de natuurlijke overgang krijgt u mogelijk last van bijvoorbeeld “opvliegers”, overmatige transpiratie en het afwisselend warm en koud hebben. Het plotseling wegvallen van de hormoonproductie kunnen we opvangen door hormoonvervangende medicijnen. Dit gebeurt in overleg met uw behandelend arts.

Lichamelijke gevolgen
Door de behandeling kan een tekort aan geslachtshormonen ontstaan. De zin in vrijen neemt daardoor af. Het is mogelijk dat de beleving van een orgasme (tijdelijk) moeilijker wordt of anders is. Daarnaast zou uw vagina droger en gevoeliger kunnen worden, waardoor geslachtgemeenschap mogelijk pijnlijk is. Een glijmiddel biedt dan eventueel uitkomst. Wanneer u geen geslachtsgemeenschap heeft, raden wij aan enkele keren per week een inwendige vaselinetampon te gebruiken. Dat is vooral in de eerste maanden na de bestralingsbehandeling belangrijk. U voorkomt zo namelijk verkleving van de vaginawanden als gevolg van de bestraling. Latere gemeenschap blijft op deze manier mogelijk. Bovendien kan onderzoek van de baarmoeder en schede nog plaatsvinden.

Onvruchtbaarheid
Bij de operatieve behandeling van kanker van het baarmoederlichaam en de vroege stadia van baarmoederhalskanker worden uw baarmoeder en eierstokken verwijderd. Dit betekent dat een zwangerschap niet meer mogelijk is. Ook bestraling heeft tot gevolg dat u uw vruchtbaarheid verliest.