Blaas
In Nederland wordt jaarlijks bij ongeveer 2.000 mensen de diagnose blaaskanker gesteld. Het is dus geen zeldzame vorm van kanker. De meeste patiënten zijn tussen de zestig en tachtig jaar oud. Bij mannen komt blaaskanker drie keer zo vaak voor als bij vrouwen. Roken speelt hoogstwaarschijnlijk een belangrijke rol bij het ontstaan van deze vorm van kanker.
Behandeling
Heeft u een kleine tumor van de blaas, dan zal in de meeste gevallen worden gekozen voor operatieve verwijdering van de tumor. Wanneer er sprake is van een grote tumor zal de gehele blaas operatief worden verwijderd. Als u een operatie weigert of wanneer een operatie om andere redenen niet mogelijk is, kan worden gekozen voor een behandeling met radiotherapie soms gecombineerd met chemotherapie.
Bijwerkingen algemeen
De bijwerkingen van radiotherapie verschillen van patiënt tot patiënt. Sommige patiënten ervaren nauwelijks bijwerkingen. Andere patiënten hebben meer klachten tijdens en na hun behandeling. Naast algemene bijwerkingen (huidirritatie, vermoeidheid etc.) kunt u enkele bijwerkingen hebben, die met name bij de bestraling van de blaas voorkomen.
Bijwerkingen: plasklachten
Bij bestraling van de blaas kan een prikkeling van de blaaswand optreden waardoor klachten ontstaan. Symptomen zijn onder andere vaak kleine hoeveelheden plassen, telkens een dringende behoefte voelen om te plassen (vaak laat de eerste straal op zich wachten en verloopt het plassen moeilijk), een branderig gevoel na het plassen, drang om te plassen zonder dat er urine wordt geloosd en/of pijn in de onderbuik. Uw urine kan ook troebel zijn.
De blaasklachten die door de bestraling ontstaan, zijn meestal van tijdelijke aard. De blaaswand zal twee tot drie weken na het einde van de behandeling grotendeels hersteld zijn. Wel is het mogelijk dat uw blaas wat krimpt. Hierdoor zult u mogelijk na de behandeling vaker moeten plassen.
Meer informatie vindt u in de folder 'Bestraling van de blaas'.
Bijwerkingen: darmklachten
Uw darmen zijn gevoelig voor straling en raken gemakkelijk geïrriteerd. U kunt last krijgen van darmkrampen en diarree als een gedeelte van uw darmen mee bestraald wordt. Soms kan diarree gepaard gaan met uitdroging. De gevolgen hiervan zijn bijvoorbeeld een droge mond, droge tong, gerimpelde huid en weinig en donker gekleurde urine. Deze bijwerkingen zijn van tijdelijk aard. Ze treden gewoonlijk op rond de derde of vierde week van de bestraling. Een tot twee weken na afloop van de bestralingsserie zijn uw darmcellen hersteld en verminderen geleidelijk uw klachten.
Meer informatie vindt u in de folder 'Bestraling van de blaas'.
Beïnvloeding vruchtbaarheid en seksuele functie bij mannen
Mannen
In de testikels bevinden zich de zaadcellen en de hormoonproducerende cellen. Hoewel bij blaaskanker uw testikels niet bestraald worden, kunnen deze toch enige strooistraling ontvangen. Dit heeft geen invloed op uw potentie of vruchtbaarheid. De straling kan wel afwijkingen veroorzaken in de aanwezige zaadcellen. Als u een kinderwens heeft, praat hier dan voorafgaand aan de bestralingen over met uw radiotherapeut. Het is van belang dat u gedurende de periode van bestraling en enige tijd daarna geen kind verwekt.
Adviezen bij vruchtbaarheid
Wij adviseren u om tijdens de bestraling een voorbehoedmiddel te gebruiken. Heeft u een kinderwens, dan kunt u uw sperma laten invriezen vóór de eerste bestraling. Het ingevroren sperma kan later worden gebruikt. Over het algemeen mag aangenomen worden dat de kans op de aanwezigheid van beschadigde zaadcellen na een jaar is verdwenen. Vanaf dat moment hoeft u geen voorbehoedsmiddelen meer te gebruiken.
Tip! Voor meer informatie over het invriezen van sperma kunt u kijken op de site van de Spermabank van de Isala klinieken.
Beïnvloeding vruchtbaarheid en seksuele functie bij vrouwen
Wanneer de baarmoeder en eierstokken nog aanwezig zijn, zal de bestraling het functioneren van de eierstokken doen verminderen of helemaal verdwijnen. Dit betekent dat de hormoonproductie in de eierstokken wordt uitgeschakeld. Het gevolg hiervan is dat u blijvend onvruchtbaar raakt. Bovendien kunt u in de overgang komen. U kunt last krijgen van klachten als opvliegers, nachtelijk zweten en onregelmatige menstruatie.
De overgangsverschijnselen zijn mogelijk van invloed op de zin in vrijen. Ook uw vermogen een orgasme te beleven, vermindert. De bestraling en de verminderde hormoonproductie hebben tot gevolg dat uw vagina droger en gevoeliger wordt. Hierdoor kan de geslachtsgemeenschap pijnlijk voor u zijn. Glijmiddel biedt in dat geval wellicht uitkomst.