Hoofd/hals
Tumoren in het hoofd-halsgebied komen in Nederland iets minder vaak voor dan andere soorten kanker. Overmatig gebruik van tabak en alcohol vergroten de kans op het ontstaan van een tumor op deze plek.
Behandeling
De behandeling van de tumor in het hoofd-halsgebied is voor iedere patiënt anders. Kleine tumoren kunnen operatief verwijderd of behandeld worden met radiotherapie. Bij de grotere tumoren vindt meestal een combinatie van chirurgie en radiotherapie plaats. Soms krijgt de patiënt ter versterking van het effect van de bestraling ook chemotherapie.
Bijwerkingen algemeen
De bijwerkingen van radiotherapie verschillen van patiënt tot patiënt. Sommige patiënten ervaren nauwelijks bijwerkingen. Anderen hebben meer klachten tijdens en na hun behandeling. Naast algemene bijwerkingen (huidirritatie, vermoeidheid etc.) kunt u enkele bijwerkingen hebben, die met name bij de bestraling van het hoofd en de hals voorkomen.
Bijwerkingen: mondslijmvliesontsteking
Wanneer uw mond- en/of keelholte in het bestralingsgebied ligt, kunt u last krijgen van een pijnlijke mond en keel. Deze zien er dan rood en gezwollen uit. Er kan zich een ook witte of gele aanslag in vormen. Ook is het mogelijk dat u een branderig gevoel heeft. Uw mond kan overgevoelig zijn voor hete, koude en erg gekruide spijzen. Het kauwen, slikken en praten is daarnaast soms pijnlijk voor u.
Als gevolg van de bestraling kunt u een mondslijmvliesontsteking krijgen. Deze is echter van tijdelijke duur. Meestal treedt de ontsteking op rond de tweede week van de bestraling. Binnen vier weken na het einde van de bestraling is de ontsteking weer genezen. Wel kunt u last houden van een droge mond en keelholte.
Meer informatie vindt u in de folder 'Bestraling van het hoofd-halsgebied'.
Bijwerkingen: verminderde speekselproductie
Wanneer de speekselklieren zich in het bestralingsgebied bevinden, zult u minder speeksel produceren. Het speeksel kan ook dikker en zuurder zijn dan gewoonlijk. Daardoor kunt u last krijgen van een droge mond. Bovendien proeft u minder goed en gaat slikken moeizamer. Het speeksel zal uw mond en tanden minder goed reinigen en beschermen. U heeft daardoor een grotere kans op tandbederf.
De verandering van het speeksel treedt meestal op na de eerste week van de bestraling. Naarmate de behandeling vordert, zult u dit duidelijker merken. Deze klachten verbeteren meestal enkele weken na het einde van de behandeling. Het kan zijn dat de kwaliteit van uw speeksel blijvend verminderd is. Het is dus erg belangrijk dat u uw tanden extra goed verzorgt. Uw radiotherapeut kan u in de meeste gevallen doorverwijzen naar een mondhygiënist. Deze zal u adviseren hoe u de mond het beste kunt verzorgen en u fluor voorschrijven om het glazuur te beschermen.
Tip! Door een verminderde speekselproductie is het risico op tandbederf vergroot. Zorg daarom voor een goede mondhygiëne.
Meer informatie vindt u in de folder 'Bestraling van het hoofd-halsgebied'.
Bijwerkingen: slikklachten
Bij bestraling van het hoofd, de hals of het bovenste deel van de borstkas kan het slikken pijnlijk voor u zijn. Dat komt doordat een deel van de keelholte of de slokdarm mee bestraald wordt. De pijn begint meestal rond de derde week van de bestraling en neemt geleidelijk toe. Al enkele dagen na afloop van de bestralingsserie vermindert de pijn. Na twee tot vier weken zult u helemaal geen pijn bij het slikken meer hebben.
Meer informatie vindt u in de folder 'Bestraling van het hoofd-halsgebied'.
Bijwerkingen: heesheid
Bij bestraling van de hals is het mogelijk dat uw stembanden licht opzwellen. Daardoor kunt u hees worden. Gewoonlijk vermindert de heesheid ongeveer twee weken na het einde van de bestralingsserie. Binnen drie maanden zal uw heesheid volledig verdwenen zijn.
Meer informatie vindt u in de folder 'Bestraling van het hoofd-halsgebied'.
Bijwerkingen: verminderde eetlust
Het komt bij patiënten die bestraald worden vaak voor dat ze last hebben van een verminderde eetlust. Dit wordt veroorzaakt door slijmvliesirritatie, vermoeidheid, angst of neerslachtigheid. Bij bestraling van hoofd of hals kunnen bovendien uw smaak- en reukpapillen minder goed werken. Bepaalde gerechten smaken dan anders dan gewoonlijk. Toch is het belangrijk dat u goed blijft eten, want u heeft extra energie nodig voor uw herstel. Deze verminderde eetlust treedt meestal op vanaf de tweede week van de bestralingsserie en zal nadien weer verdwijnen.
Meer informatie vindt u in de folder 'Bestraling van het hoofd-halsgebied'.