Long
Jaarlijks wordt bij ongeveer 9.000 patiënten in Nederland de diagnose longkanker gesteld. Het is de meest voorkomende soort kanker bij mannen. Zij krijgen vijf keer zo vaak longkanker als vrouwen. De laatste jaren zien we het aantal mannen met longkanker licht dalen. Hier staat tegenover dat het aantal vrouwen met longkanker duidelijk stijgt.
Behandeling
Bij de behandeling van longkanker wordt gebruik gemaakt van operatie, chemotherapie, radiotherapie of een combinatie van deze behandelingen. De keuze van de behandeling is afhankelijk van het type gezwel en de mate van uitgebreidheid. Kleincellige longtumoren zaaien snel uit en worden daarom vrijwel altijd behandeld met een combinatie van chemotherapie en radiotherapie. Ook bij de andere typen longtumoren passen we deze combinatie vaak toe, behalve wanneer de afwijking zo beperkt is dat een operatieve behandeling mogelijk is. Uw longarts informeert u uitgebreid over de voor u meest geschikte behandeling.
Bijwerkingen algemeen
De bijwerkingen van radiotherapie verschillen van patiënt tot patiënt. Sommige patiënten ervaren nauwelijks bijwerkingen. Anderen hebben meer klachten tijdens en na hun behandeling. Naast algemene bijwerkingen (huidirritatie, vermoeidheid etc.) kunt u enkele bijwerkingen hebben, die met name bij de bestraling van de long voorkomen.
Bijwerkingen: slikklachten
Tijdens de bestraling kunt u problemen krijgen met slikken. Dat komt omdat een deel van de slokdarm bij de bestraling van een longtumor vaak in het bestralingsveld van de long ligt. U kunt daarnaast het gevoel hebben dat het eten niet wil zakken.
Pijn bij het slikken en moeite met doorslikken begint rond de derde week van de bestraling en neemt geleidelijk toe. Als het nodig is kan uw radiotherapeut hiervoor een drankje en andere medicijnen voorschrijven. U zult merken dat de pijn al enkele dagen na afloop van de bestralingsserie verminderd. Na twee tot vier weken is de pijn volledig verdwenen.
Meer informatie vindt u in de folder 'Bestraling van de long(en)'.
Bijwerkingen: hoesten
Bestraling van de luchtwegen of longen irriteert de weefsels. Daardoor moet u hoesten. Dat kan een droge hoest zijn. Maar u kunt ook juist een overvloedige speekselproductie en slijmvorming hebben. Wanneer u voor de bestraling hoestklachten had, verergert dit mogelijk door de behandeling. De hoest als gevolg van de bestraling is meestal van tijdelijke aard.
Meer informatie vindt u in de folder 'Bestraling van de long(en)'.