Wat is radiotherapie?
Radiotherapie betekent dat één of meerdere kwaadaardige gezwellen (kanker) in uw lichaam met straling bestreden worden. Het woord 'straling' roept bij veel mensen een gevoel van angst op, vooral vanwege de mogelijke bijwerkingen. Toch kan straling positief gebruikt worden om bepaalde aandoeningen te behandelen. De straling in de radiotherapie heeft als doel het gezwel (of de uitzaaiing ervan) te verkleinen of zo mogelijk helemaal te doen verdwijnen. U krijgt radiotherapie als enige behandeling, als aanvulling op een operatieve verwijdering van een tumor of in combinatie met chemotherapie of hormonale therapie.
Wat is radiotherapie?
Alle weefsels in het lichaam zijn opgebouwd uit de kleinste onderdelen van het lichaam, namelijk de cellen. Wanneer cellen ongecontroleerd gaan groeien, kan er zowel een goedaardig als kwaadaardig gezwel ontstaan. Bij een kwaadaardig gezwel in uw lichaam is er kans dat deze ingroeit in ander weefsel. Ook is het mogelijk dat kwaadaardige cellen zich uitzaaien. Radiotherapie (bestraling) is dan een effectieve, plaatselijke behandeling om die ongewenste groei van cellen te stoppen of af te remmen. De straling veroorzaakt namelijk schade in de cellen van het gezwel. Radiotherapie kan naast uitwendig ook inwendig gegeven worden, door middel van radioactieve bronnen.
Werking van straling
De straling die in de radiotherapie gebruikt wordt, brengt schade toe aan de kwaadaardige cellen van gezwel. Eenmaal beschadigd zijn de cellen niet meer goed in staat die beschadiging te repareren. Beschadigde cellen stoppen met delen en sterven af, waardoor de omvang van het gezwel afneemt. Sommige gezwellen verdwijnen helemaal, andere zullen alleen kleiner worden. Uw lichaam ruimt vervolgens de door de bestraling uitgeschakelde cellen zelf op. De gezonde cellen in de omgeving van het zieke weefsel raken tijdens de bestraling eveneens beschadigd. Ze zijn echter minder gevoelig voor straling dan kwaadaardige cellen en kunnen zich daarom in de periode tussen de bestralingsbehandelingen herstellen.
Uitwendige straling
In de meeste gevallen worden patiënten uitwendig bestraald. Dit noemen we teletherapie. Bij deze vorm komt de straling uit een bestralingstoestel (lineaire versnellers) dat op afstand van het lichaam staat. Het bestralingstoestel kan zowel fotonenstraling als elektronenstraling opwekken. Het verschil tussen beide is dat elektronen een kleiner doordringend vermogen hebben dan fotonen. Om die reden gebruiken we elektronen voor het bestralen van oppervlakkig gelegen tumoren.
Inwendige straling
Sommige patiënten komen in aanmerking voor inwendige bestraling. Dit noemen we brachytherapie. Brachy staat voor ‘dichtbij’ en ‘therapie’ voor behandeling. Inwendige bestraling is een uiterst nauwkeurige behandeling. We dienen een hoge dosis straling toe aan de tumor, terwijl de omliggende organen weinig tot geen straling krijgen. Deze nauwkeurigheid is mogelijk, dankzij het plaatsen van een applicator (bronhouder) in het lichaam. Dit is bijvoorbeeld een buisje, katheter, slangetje of naald, die tegen of naast de te bestralen tumor is geplaatst. Er kan bovendien nauwkeurig bepaald worden waar in de applicator een bestralingsbron moet worden geplaatst en hoe lang deze moet blijven zitten.
Voor de inwendige therapie op onze afdeling maken we gebruik van radioactieve bronnen.
Bestralingsserie
Om het gezonde weefsel rondom een gezwel niet teveel te belasten, geven we de bestraling meestal in kleine, dagelijkse hoeveelheden. Dit wordt de bestralingsserie genoemd. De totale duur van die serie stellen we aan het begin van de behandeling zo nauwkeurig mogelijk vast. Deze verschilt van patiënt tot patiënt. De duur van de serie zegt niets over de ernst van uw ziekte. Meestal wordt u vier of vijf keer per week bestraald. Een behandeling kan daarbij éénmalig zijn of één tot zeven weken in beslag nemen. Soms is het nodig de bestralingsserie aan te passen. Na afloop van de bestraling mag u nog geen eindresultaat verwachten. Gedurende een periode, die varieert van enkele weken tot maanden, werkt de straling namelijk nog na.