Stoppen met medicijnen

Als u heel weinig of geen kans meer hebt op trombose, kunt u stoppen met uw antistollingsmedicijnen. Ook in andere gevallen is het nodig te stoppen. Bijvoorbeeld vóór een onderzoek of ingreep, of bij een bloeding. 

Uw behandelend arts beslist wanneer u kunt stoppen. De arts geeft dit door aan de trombosedienst.  

Ineens stoppen kan!
U hoeft het gebruik van antistollingsmedicijnen niet af te bouwen. Als u stopt met uw medicatie, kan dit van het ene op het andere moment.

Nooit stoppen   
Bij sommige aandoeningen is het niet mogelijk om te stoppen met antistollingsmiddelen. Voorbeelden:

  • U hebt de aandoening boezemfibrilleren, een hartritmestoornis waarbij de boezems van het hart ontregeld raken.
  • U hebt een mechanische kunstklep in uw hart.
  • U hebt meer dan eens een trombosebeen of longembolie gehad.