Vraag en antwoord
Hier vindt u veelgestelde vragen met antwoorden over trombose. Komt u uw vraag hier niet tegen? Neem dan contact op met de trombosedienst. We helpen u graag!
Let op: als u contact opneemt, houd dan altijd uw doseringskalender bij de hand.
Hoeveel antistollingstabletten moet ik innemen?
Kijk hiervoor op uw doseringskalender. Hierop staat hoeveel tabletten u moet innemen, en op welke dagen.
Op welk tijdstip moet ik mijn tabletten innemen?
Het beste kunt u uw medicijnen in één keer innemen op een vast tijdstip, liefst bij uw avondmaaltijd. Streep na inname van de medicijnen de betreffende dag op de doseringskalender door.

Ik ben vergeten mijn tabletten in te nemen. Wat moet ik doen?
Neem zo snel mogelijk contact op met de trombosedienst.
Ik heb nieuwe medicijnen gekregen (naast mijn antistollingsmedicijnen). Wat moet ik doen?
Meestal geeft de apotheek dit aan ons door, dus hoeft u niets te doen. Als de apotheker u gevraagd heeft ons zelf te waarschuwen, neem dan contact op met de trombosedienst.
Ik stop met medicijnen die ik gebruikte naast mijn antistollingsmedicijnen. Wat moet ik doen?
Geef dit door aan de trombosedienst. U kunt telefonisch contact opnemen, of het doorgeven bij de controle.
Ik heb een van de volgende klachten: een bloeding, blauwe plekken, rode urine of pekzwarte ontlasting. Wat moet ik doen?
Waarschuw uw huisarts. Neem ook contact op met de trombosedienst voordat u opnieuw uw tabletten inneemt.
Ik heb een van de volgende klachten: koorts, misselijkheid, braken, hevige pijn. Wat moet ik doen?
Neem contact op met de trombosedienst voordat u opnieuw uw tabletten inneemt.
Mijn huisarts of specialist schrijft voor dat ik (tijdelijk) moet stoppen met mijn antistollingsmedicijnen. Wat moet ik doen?
Geef dit door aan de trombosedienst. Hiervoor kunt u telefonisch contact opnemen. Vraag ook aan uw arts om dit door te geven aan de trombosedienst.
Ik moet meer tabletten slikken dan eerst. Betekent dit dat mijn gezondheid achteruit is gegaan?
Nee, het aantal antistollingstabletten zegt niets over uw gezondheid. Het heeft alleen te maken met uw INR, de snelheid waarmee uw bloed stolt. Uw INR kan schommelen, zie ‘INR bepalen’.
Ik moet minder tabletten slikken dan eerst. Betekent dit dat mijn gezondheid vooruit is gegaan?
Nee, het aantal antistollingstabletten zegt niets over uw gezondheid. Het heeft alleen te maken met uw INR, de snelheid waarmee uw bloed stolt. Uw INR kan schommelen, zie ‘INR bepalen’.
Ik kan niet naar mijn controleafspraak komen. Wat moet ik doen?
Neem contact op met de trombosedienst.
Ik ben (onverwacht) in het ziekenhuis opgenomen. Wat moet ik doen?
Vertel aan artsen en verpleegkundigen dat u trombose hebt en dat u onder controle bent bij de Trombosedienst. Laat, zo mogelijk, uw doseringskalender zien.
Ik word binnenkort opgenomen in het ziekenhuis. Wat moet ik doen?
Neem contact op met de trombosedienst en vertel dat er een opname is gepland.
Mijn tanden of kiezen moeten worden getrokken. Wat moet ik doen?
Neem contact op met de trombosedienst. Doe dit minstens een week vóór uw afspraak bij de tandarts.

Ik ga op vakantie in het binnen- of buitenland. Wat moet ik doen?
Neem tijdig contact op met de trombosedienst en vertel dat u vakantieplannen hebt.
Ik heb nog geen nieuwe doseringskalender ontvangen, terwijl ik wel op controle ben geweest. Wat moet ik doen?
Is de controle al drie dagen (of langer) geleden? Neem dan contact op met de trombosedienst.
Ik heb geen eigen vervoer naar de polikliniek/prikpost. Kunt u bij mij thuis komen bloedprikken?
Nee, thuis bloedprikken gebeurt alleen als er een medische indicatie is. Wel kunt u leren om zelf bloed te prikken en uw INR te bepalen. U hoeft dan niet meer naar de prikposten. Meer informatie hierover vindt u bij ‘Zelf meten’.
Ik ben verhuisd en/of heb een ander telefoonnummer. Wat moet ik doen?
Neem contact op met de trombosedienst en geef uw nieuwe adres en/of telefoonnummer door. Laat ook uw ponsplaatje wijzigen in het ziekenhuis.
Ik ben veranderd van huisarts, apotheek of ziektekostenverzekering. Wat moet ik doen?
Neem contact op met de trombosedienst en geef de nieuwe gegevens door. Laat ook uw ponsplaatje wijzigen in het ziekenhuis.