Kinderurologische aandoeningen en behandelingen

Wilt u meer weten over kinderurologische aandoeningen? Op deze pagina’s vindt u informatie over de meest voorkomende aandoeningen bij kinderen en de behandeling ervan. Het gaat om afwijkingen aan de balzak, de blaas, de nieren, de penis, de plasbuis, de urineleiders. Ook vindt u informatie over de urineweginfectie.



Balzak (scrotum)

In de balzak (scrotum) liggen twee zaadballen en twee bijballen. De zaadballen produceren mannelijke hormonen en zaad (sperma). Sperma wordt opgeslagen in de bijballen. Van elke bijbal loopt een zaadstreng naar de urinebuis. 

Afwijkingen van de balzak
Aan de balzak kunnen afwijkingen ontstaan. Hier vindt u informatie over de meest voorkomende afwijkingen bij kinderen en de behandeling ervan:

  • liesbreuk;
  • niet-ingedaalde bal (retentio testis);
  • waterbreuk (hydrocele);
  • gedraaide zaadbal (torsio testis);
  • balzakspatader (varicocele);
  • urineweginfectie.

Liesbreuk

Liesbreuken komen zowel bij jongens als bij meisjes voor. Een liesbreuk is een opening in het lieskanaal.

Vóór de geboorte, tijdens de ontwikkeling van het kind in de baarmoeder, stulpt het buikvlies vingervormig uit: bij jongens in het balzakje en bij meisjes in de grote schaamlippen. Bij jongens hoort de verbinding tussen buikholte en de balzak zich daarna te sluiten en bij meisjes de verbinding tussen buikholte en schaamlippen. Een liesbreuk ontstaat als het uitstulpen van het buikvlies tijdens de groei in de baarmoeder niet goed verloopt. Het lieskanaal blijft dan open. 

Het grote gevaar van een liesbreuk bij jonge kinderen is dat de inhoud van de buikholte (bijvoorbeeld een stukje darm) in de breuk komt, waarna de bloedvoorzienig van de breukinhoud afgeklemd raakt. Dit gaat veelal gepaard met flinke pijn. Dit is een acute situatie waarbij snel, vaak operatief, behandeling nodig is.  

Behandeling van een liesbreuk
We adviseren om liesbreuken te laten opereren in een niet-acute situatie. Als het een acute situatie (pijnlijke afklemming) betreft, is meestal wel direct operatief ingrijpen noodzakelijk.

Meer informatie
Download hier de Isala-folder: 
Na een liesbreukoperatie

Niet-ingedaalde bal (retentio testis)

De zaadbal wordt aangelegd in de buurt van de nier en behoort zich vóór de geboorte door het lieskanaal naar de balzak te verplaatsen. Tijdens deze indaling kan de bal blijven steken of de verkeerde weg kiezen. Het niet goed indalen van de zaadbal (of van beide zaadballen) komt bij jongens relatief vaak voor. Een zaadbal die niet goed is ingedaald, is vaak lastig met de vingers te lokaliseren.  

Het zaadbalweefsel is onder andere verantwoordelijk voor de kwaliteit van de zaadproductie. Bij een niet goed ingedaalde zaadbal (zeker als het beide zaadballen betreft) kan het zaad op latere leeftijd van mindere kwaliteit zijn. Dit komt doordat het zaadbalweefsel beschadigd is.

Wanneer sprake is van onvoldoende ingedaalde zaadballen, bestaat op oudere leeftijd een licht verhoogde kans op zaadbalkanker.  

Behandeling van een niet-ingedaalde bal
Vroeger dacht men dat de aandoening pas op oudere leeftijd gecorrigeerd hoefde te worden. Tegenwoordig adviseren we om patiëntjes in het tweede levensjaar te opereren. In 70 procent van de gevallen vinden we tijdens de operatie ook een liesbreuk, die dan tevens hersteld wordt.

Uitstel van een noodzakelijke ingreep kan tot gevolg hebben dat het patiëntje op latere leeftijd minder vruchtbaar is.

In niet goed ingedaalde zaadballen, ook al zijn ze succesvol geopereerd, bestaat een licht verhoogde kans op zaadbalkanker op oudere leeftijd. Hierop dienen ouders hun zonen, die een corrigerende ingreep hebben ondergaan, te attenderen.

Meer informatie
Download hier de Isala-folder:
Na een operatie aan niet-ingedaalde zaadbal

Waterbreuk (hydrocele)

Een waterbreuk of hydrocele (hydros betekent water, en cele betekent holte) is een goedaardige zwelling in de balzak. Een waterbreuk is een ophoping van vocht in de vliezen rondom de zaadbal en/of de zaadstreng. De vochtophoping in de balzak ontstaat doordat het kanaal, waardoor de zaadbal vanuit de buikholte naar de balzak indaalt, openblijft. Vocht uit de buikholte kan zo naar de balzak lopen. De balzak ziet er strak en gespannen uit, of er is een bobbel in de lies aanwezig. 

Behandeling van een waterbreuk
Bij zuigelingen kan het kanaaltje, waardoor de zaadbal vanuit de buikholte naar de balzak indaalt, zich in het eerste levensjaar nog spontaan sluiten. Ingrijpen is dan niet direct nodig. Is het kanaaltje na het eerste levensjaar nog open, dan adviseren we meestal het operatief te sluiten.

Meer informatie

Download hier de Isala-folder:
Na een waterbreukoperatie

Gedraaide bal (torsio testis)

Bij een gedraaide bal (torsio testis) draait de bal om zijn as. Hierdoor wordt de bloedtoevoer naar de zaadbal afgekneld. Hoewel deze ernstige aandoening meestal pas in de puberteit voorkomt, kan ze ook al bij zuigelingen optreden. Een gedraaide zaadbal is erg pijnlijk voor het kind. Vaak is een pijnlijke zwelling van de balzak het eerste teken.

Behandeling van een gedraaide zaadbal
De aandoening dient acuut geopereerd te worden. Bij patiëntjes met een gedraaide zaadbal is de kans groot dat de andere zaadbal ook een keer gaat draaien. Daarom zal de uroloog tijdens de operatie van de gedraaide zaadbal eveneens de gezonde zijde vastzetten.

Balzakspatader (varicocele)

De balzakspatader of varicocele is een zwelling aan de linkerkant van de balzak. Het is een spatader, zoals ook elders in het lichaam spataderen kunnen optreden. Varicocele komt meestal pas na het tiende levensjaar voor. 

Behandeling van een balzakspatader
Wanneer de aandoening door zijn omvang klachten geeft, of aanleiding geeft tot een afwijkende ontwikkeling van de testis (zaadballen), is er reden om tot behandeling over te gaan. Voor deze aandoening bestaan diverse soorten behandeling. De uroloog zal deze met u bespreken.

Blaas

De blaas dient als opslag voor urine. Het is een min of meer bolvormig, elastisch reservoir dat de urine verzamelt die vanuit de nieren via de urineleiders wordt aangevoerd. De blaas ligt onder in het bekken. Als de blaas helemaal gevuld is, ontstaat door de rekking van de blaaswand een prikkel tot plassen. De sluitspier van de blaas verslapt en de urine wordt door samentrekking van de blaasspier via de plasbuizen uit het lichaam geloosd. 

Afwijkingen van de blaas
Aan de blaas kunnen afwijkingen ontstaan. Hier vindt u informatie over de meest voorkomende afwijkingen bij kinderen en de behandeling ervan:

  • diverticel;
  • aandrangincontinentie;
  • bedplassen;
  • blaasontsteking.  

Diverticel
Een diverticel is een uitstulping van de blaas, waarbij de binnenwand van de blaas door de buitenwand heen breekt. De uitstulping is te vergelijken met de bobbel van de binnenband van een fiets die door een scheur in de buitenband naar buiten komt. Alleen hele grote diverticels dienen operatief behandeld te worden.

Aandrangincontinentie
Aandrangincontinentie is een vorm van urineverlies. Het kind laat de urine lopen, omdat de drang om te plassen heel plotseling komt opzetten. Afhankelijk van de oorzaak van de aandrangincontinentie, zal behandeling plaatsvinden.

Bedplassen
Het slapende kind voelt niet dat de blaas vol is. De volle blaas leegt zich, zodat het kind (ongemerkt) in bed plast. Bij ongeveer 40 procent van de kinderen in de leeftijd van 6 jaar komt bedplassen nog voor. De oorzaak is meestal het ontbreken van een ‘volleblaasontwaakreflex’. Het kind wordt niet wakker als de blaas vol. Bij veel kinderen verdwijnt het probleem vanzelf. Bij hardnekkige problemen verwijzen we soms door naar een van onze gespecialiseerde verpleegkundigen op de Plaspoli.

Meer informatie
Hier leest u meer over bedplassen: www.kenniscentrumbedplassen.com en www.droogbedcentrum.nl

Nieren

De nieren zijn twee boonvormige organen die boven in de buikholte liggen, aan weerszijde van de wervelkolom achter het buikvlies. De nieren zorgen voor reiniging van het bloed. De afvalstoffen daarvan blijven achter in de nieren in de vorm van urine. De urine komt via het nierbekken en de urineleiders in de blaas terecht.  

Afwijkingen van de nieren
Aan de nieren kunnen afwijkingen ontstaan. Hier vindt u informatie over de meest voorkomende afwijkingen bij kinderen en de behandeling ervan:

  • hydronefrose;
  • multicysteus dysplastische nier;
  • Willms tumor;
  • niercysten;
  • nierverdubbeling;
  • nierstenen;
  • nierbekkenontsteking.

Hydronefrose
Hydronefrose is een uitzetting van het nierbekken. Een mogelijke oorzaak van de verwijding van het nierbekken is de vernauwing van de overgang van het nierbekken naar de urineleider. Deze aandoening ontdekken we bij het kind vaak al vóór de geboorte via echo’s tijdens de zwangerschap van de moeder. Na de geboorte van het kind is verder onderzoek noodzakelijk om de juiste aard en ernst van de afwijking in kaart te brengen. Afhankelijk van de uitkomst kiezen we voor een behandeling.

Multicysteus dysplastische nier
Een multicysteus dysplastische nier is een nier die voornamelijk bestaat uit cysten. De nier werkt niet of nauwelijks. Vaak is de urineleider gedeeltelijk afgesloten. Deze aandoening wordt vaak al vóór de geboorte van het kind op echo’s van de baarmoeder van de moeder gezien. Meestal adviseren we deze niet-werkende nier in de eerste levensmaanden van het kind te laten verwijderen.

Willms tumor
Dit is een kwaadaardige afwijking van de nier. De behandeling van deze aandoening gebeurt in speciale centra in Nederland. 

Niercysten
Niercysten zijn goedaardige gezwellen van de nier. De holten van de gezwellen zijn gevuld met vocht. Deze gezwellen geven in de regel geen klachten. 

Nierverdubbeling
Bij een nierverdubbeling heeft de nier twee afvoerkanalen. Incidenteel vinden we bij deze afwijking ook andere afwijkingen als vesico ureterale reflux en ureterocele.

Nierstenen
Nierstenen zijn stenen in de nier. Ieder mens maakt regelmatig stenen aan in de vorm van gruis. Dit niergruis geeft echter bijna nooit problemen, doordat die hele kleine steentjes gemakkelijk en ongemerkt met de urine het lichaam verlaten. Ook bij jonge kinderen kunnen al nierstenen voorkomen. Kinderen hebben er over het algemeen minder klachten van. Oorzaken van nierstenen zijn onder andere anatomische afwijkingen van de urinewegen en infectie. Het merendeel van de nierstenen kunnen we met niersteenvergruizing (EWSL) succesvol behandelen. Bij kinderen gebeurt dat onder narcose. We houden een kind met nierstenen lang onder controle, omdat de kans op nieuwe steenvorming groot is.

Penis

De penis is het orgaan waarmee jongens plassen en op latere leeftijd geslachtsgemeenschap hebben. De penis behoort met het scrotum tot de uitwendige geslachtsorganen.

Afwijkingen van de penis
Aan de penis kunnen afwijkingen ontstaan. Hier vindt u informatie over de meest voorkomende afwijkingen bij jongens en de behandeling ervan:

  • hypospadie;
  • kromstand van de penis;
  • vernauwing van de voorhuid (phimosis).

Hypospadie
Bij hypospadie mondt de plasbuis niet uit op de top van de eikel van de penis, maar enkele millimeters tot meerdere centimeters lager aan de onderzijde van de penis. Het is een aangeboren afwijking. De voorhuid is veelal gespeten; er kan een vernauwing van het plasgat optreden of een kromstand van de penis. Bij uitgesproken vormen van hypospadie is een operatie noodzakelijk. De chirurg maakt de penis recht en verlegt de plasbuisuitmonding naar de normale plaats: de top van de eikel. In lichte gevallen van hypospadie is het mogelijk de gespleten voorhuid te herstellen; bij ernstiger gevallen zal vaak een besnijdenis noodzakelijk zijn. De uroloog zal u adviseren de behandeling te laten plaatsvinden als uw kind tussen 9 en 15 maanden oud is, dus rond het eerste levensjaar.

Kromstand van de penis
Een aangeboren kromstand van de penis kan het gevolg zijn van een afwijkende aanleg van de zwellichamen van de penis. Deze kromstand valt vooral op in erectie van de penis, maar is soms al in slappe toestand zichtbaar. Ernstige vormen van kromstand leveren op oudere leeftijd nogal eens schaamtegevoelens op. Als het kind ouder wordt, kan geslachtsgemeenschap onmogelijk zijn. Wij adviseren deze aandoening in ieder geval vóór de puberteit operatief te laten corrigeren.

Vernauwing van de voorhuid (phimosis)
Een vernauwing van de voorhuid van de penis (phimosis) houdt in dat de voorhuid niet gemakkelijk over de eikel is terug te schuiven. Bij zuigelingen, peuters en kleuters is het een heel normaal verschijnsel dat de voorhuid niet terugschuift. Pas in de loop van de eerste levensjaren laat de voorhuid los van de eikel. Daarna kan de voorhuid worden teruggetrokken en is de eikel zichtbaar. Een vernauwing van de voorhuid kan plasproblemen geven. Tijdens het proces in de eerste levensjaren, waarin de voorhuid van de eikel los gaat, kunnen ontstekingsverschijnselen optreden. Wanneer door de vernauwing (phimosis) vaak een ontsteking voorkomt of als er plasproblemen zijn, is een operatie gewenst. Hierbij zal de uroloog de voorhuid losmaken en verwijden. Een enkele maal zal een besnijdenis noodzakelijk zijn.

Meer informatie
Download hier de Isala-folder:
Na een besnijdenis

Plasbuis

De plasbuis, met een vrij dikke, sponsachtige cilinder er omheen, bevindt zich bij jongens aan de onderkant van de penis. Bij meisjes komt de plasbuis uit tussen de schaamlippen. Via de plasbuis vloeit de urine uit de blaas het lichaam uit. 

Afwijkingen van de plasbuis
Aan de plasbuis kunnen afwijkingen ontstaan. Hier vindt u informatie over de meest voorkomende afwijkingen bij kinderen en de behandeling ervan:

  • plasbuiskleppen (urethrakleppen);
  • plasbuisvernauwing.

Plasbuiskleppen (urethrakleppen)
Een plasbuisklep (urethraklep) is een vliesachtige klep in het gebied van de kringspier (bij de blaasuitgang) die de plasstroom gedeeltelijk blokkeert. Het is een van de meest voorkomende vernauwingen van de blaasuitgang en de plasbuis, die al vóór de geboorte van het kind en kort erna problemen kunnen veroorzaken. Er zijn diverse vormen urethrakleppen. Deze afwijkingen komen alleen voor bij jongens.  

Een ernstige vernauwing door plasbuiskleppen (urethrakleppen) leidt vaak tot een dubbelzijdige hydronefrose. Een plasbuisklep kan ook reflux tot gevolg hebben; dit is de terugloop van urine vanuit de blaas naar de nier. Een slechte ontwikkeling van de nieren is eveneens een ernstig gevolg van plasbuiskleppen.

Op de lange termijn kunnen urethrakleppen een verminderde nierfunctie en een niet goed werkende blaas veroorzaken.

Mildere vormen van plasbuiskleppen komen op oudere leeftijd voor. Klachten als urineweginfecties, aandrangincontinentie of met een slechte straal plassen, kunnen duiden op de aanwezigheid van plasbuiskleppen. 

Bij een ernstige vorm van vernauwing door plasbuiskleppen is het noodzakelijk de afwijking direct na de geboorte van het kind operatief te behandelen. De uroloog voert een kijkoperatie uit bij het kind en zal de plasbuiskleppen insnijden of wegbranden.

Plasbuisvernauwing
Plasbuisvernauwingen kunnen voorkomen bij jongens en meisjes. Het zijn meestal aangeboren afwijkingen die een normale afvloed van urine belemmeren. Bij een plasbuisvernauwing horen klachten als: plassen met een afwijkende straal, urineweginfecties en incontinentie. De uroloog voert een kijkoperatie uit bij het kind en zal de vernauwing oprekken of insnijden.

Urineleiders

Een mens heeft twee urineleiders. De urineleider (ureter) is de buis die loopt tussen de nier en de blaas. De twee urineleiders (uit elke nier één) zorgen voor het transport van de urine naar de blaas. Aan het eind van de urineleider, bij de inmonding van de blaas, zit een soort ventiel. Dit ventiel verhindert de terugloop van de urine naar de nier.  

Afwijkingen van de urineleiders
Aan de plasbuis kunnen afwijkingen ontstaan. Hier vindt u informatie over de meest voorkomende afwijkingen bij kinderen en de behandeling ervan:

  • vesico ureterale reflux;
  • mega ureter;
  • juxtavesicale stenose;
  • ureterocele;
  • ectopische ureteruitmonding.

Vesico ureterale reflux
Vesico ureterale reflux is de medische term voor: terugloop van urine vanuit de blaas naar de nier. Wanneer de aard van de reflux niet al te ernstig is, kan deze met het ouder worden vanzelf verdwijnen.

Normaal gesproken kan urine die eenmaal vanuit de nier in de blaas wordt uitgescheiden niet meer terug lopen naar de nier. Als dit wel gebeurt, kan dit aanleiding geven tot verwijding van de urineleider (hydro ureter), verwijding van het nierbekken (hydronefrose < link >) en urineweginfecties.

Deze aandoening wordt operatief behandeld; hiervoor zijn meerdere operaties mogelijk. Tevens krijgen patiëntjes met een reflux veelal een langdurige behandeling met antibiotica.

Mega ureter
Mega ureter is een sterke verwijding van de urineleider; de urineleider kan op bepaalde plaatsen of totaal verwijd zijn. Hierdoor is de doorloop van urine verminderd. De aandoening kan urineweginfecties veroorzaken. Deze aandoening is met een operatie te verhelpen. 

Juxtavesicale stenose
Juxtavesicale stenose is een vernauwing van de urineleider, daar waar zij overgaat in de blaas. Deze aandoening geeft aanleiding tot een verwijding van de urineleider en vaak ook van het nierbekken. Als de functie van de bovenliggende nier achteruitgaat of er bij herhaling urineweginfecties ontstaan, is een operatie noodzakelijk. Tijdens de operatie zal de uroloog de urineleider ‘verslanken’: het vernauwde deel wordt verwijderd en de urineleider wordt zo in de blaas te gezet dat de urine niet terug kan stromen.

Ureterocele
Bij ureterocele is het laatste deel van de urineleider sterk verwijd. Het uitmondingsgaatje in de blaas is in de regel vernauwd. Deze aandoening komt met name voor in combinatie met een verdubbeling van de afvoerwegen van de nier. Soms is de bovenliggende urineleider flinke verwijd. De ureterocele kan aanleiding geven tot infectie. Bij ernstige vormen van deze aandoening is operatief ingrijpen veelal noodzakelijk.

Ectopische ureteruitmonding
Er is sprake van een ectopische ureteruitmonding als de urineleider op een andere plek uitmondt dan in de blaasbodem. Bij meisjes kan dat bijvoorbeeld in de plasbuis zijn. Ook kan de urineleider uitmonden in andere organen, zoals in de baarmoeder bij meisjes of op de zaadblaasjes bij jongens. Als de afwijkende ureteruitmonding bij meisjes uitkomt in de plasbuis, hebben zij last van onwillekeurig, druppelsgewijs urineverlies.

Urineweginfectie

Een urineweginfectie is een ontsteking van het slijmvlies in een van de urinewegen (blaas, urineleiders, nierbekken, nieren). Bij kinderen, zeker bij hele jonge kinderen, verlopen urineweginfecties vaak heftiger dan bij volwassenen. Bij jonge kinderen kan een urineweginfectie in korte tijd van een blaasontsteking overgaan in een nierbekkenontsteking. Deze ontsteking gaat gepaard met hoge koorts. Als de ontsteking te lang blijft bestaan, kan daardoor nierbeschadiging optreden. Oudere kinderen klagen meestal over pijn met plassen. Soms zijn er andere verschijnselen, zoals koorts, stinkende urine, of opnieuw terugvallen tot broek- of bedplassen. Urineweginfecties kunnen het gevolg zijn van aangeboren afwijkingen. Ook afwijkend drink-, plas- en poepgedrag kunnen de infecties veroorzaken.

Behandeling van een urineweginfectie
Het kind krijgt allereerst antibiotica om de infectie goed te bestrijden. Als de infectie bestreden is, zal de uroloog het kind uitgebreid onderzoeken op de aanwezigheid van aangeboren afwijkingen en afwijkend drink-, plas- en poepgedrag. Wanneer sprake is van aangeboren afwijkingen, zal de uroloog die zo mogelijk corrigeren. Na de acute behandeling krijgen de patiëntjes vaak langdurig nog behandeling met antibiotica in lage dosering, om herhaling van de infectie te voorkomen.