Sterilisatie
Sterilisatie bij de man is in Nederland een veelvuldig gebruikt (permanent) anticonceptiemiddel. De sterilisatie gebeurt door vasectomie. Vasectomie is een ingreep waarbij de beide zaadleiders tussen de testikels (zaadballen) en de prostaat worden onderbroken: ze worden doorgesneden en afgebonden. Deze ingreep heeft geen invloed op erectie en ejaculatie (zaadlozing); deze functies zijn niet verstoord en er is een gewone lozing van zaadvloeistof. Deze vloeistof bevat echter na de ingreep geen zaadcellen meer. De zaadcellen komen in het lichaam terecht.
Resultaat na sterilisatie
Volledige steriliteit (onvruchtbaarheid) is meestal pas na zes tot acht weken na de sterilisatie bereikt. U zult het advies krijgen niet eerder dan na drie maanden en zo’n vijftien tot twintig zaadlozingen het sperma microscopisch te laten onderzoeken om vast te stellen of er nog levende zaadcellen aanwezig zijn. Nadat u de uitslag hebt ontvangen dat uw sperma geen levende zaadcellen meer bevat, bent u pas volledig zeker over het succes van de ingreep.
Vasectomie geeft vanzelfsprekend geen enkele bescherming tegen seksueel overdraagbare aandoeningen (gonorrhoe, syfilis, AIDS). Ter voorkoming daarvan blijft het gebruik van condooms de beste preventieve maatregel.
Spermacontrole
Ongeveer drie maanden na de sterilisatie kunt u uw sperma laten controleren. U krijgt hiervoor een potje en een laboratoriumformulier. Op de dag dat u sperma wilt inleveren voor controle, vangt u een hoeveelheid ochtendsperma op. Dit sperma verkrijgt u via masturbatie (zelfbevrediging) of coïtus interruptus (terugtrekking voor de zaadlozing). U dient dit sperma binnen twee uur af te geven op het laboratorium, zodat het onderzoek op de juiste wijze kan plaatsvinden. Na een week kunt u telefonisch contact opnemen voor de uitslag.
Ongedaan maken van sterilisatie
Ongeveer 2,5 tot 5 procent van de gesteriliseerde mannen wenst later toch weer een kind te verwekken. Meestal gaat het om een tweede huwelijk of om verdere gezinsuitbreiding, of er is opnieuw een kinderwens omdat een kind is overleden.
Met de moderne (microscopische) technieken is een succesvol herstel mogelijk. De kans op herstel van de doorgankelijkheid van de zaadleiders is ongeveer 90 procent, als de sterilisatie minder dan tien jaar geleden heeft plaatsgevonden. De kans dat een spontane zwangerschap optreedt, is echter wat kleiner. Het sperma is na een hersteloperatie meestal wat minder van kwaliteit dan vóór de sterilisatie. Daarnaast maakt de man antilichamen tegen zijn eigen zaadcellen. Het belangrijkste echter is de leeftijd van de vrouw. Hoe jonger de vrouw, des te groter de kans is op een natuurlijke zwangerschap. Is zij ouder dan 40 jaar, dan is de kans op een spontane, voldragen zwangerschap minder dan 10 procent.
Gedurende het eerste jaar na de hersteloperatie adviseren wij u elke drie maanden het sperma te laten controleren. Er is een kleine kans dat door overmatige littekenvorming de verbinding tussen de zaadleiders weer dicht gaat zitten. Het zou zonde zijn hier pas na een paar jaar achter te komen.
Meer informatie
Download hier de Isala-folders: