Obstetrische High Care, A5
De Obstetrische High Care (OHC) unit vormt samen met de Neonatale Intensive Care Unit (NICU) het Perinatologisch Centrum van de Isala klinieken. De Isala klinieken zijn één van de tien Perinatologische centra in Nederland. Deze vorm van zorg behoort tot onze topklinische functies. Dat wil zeggen dat wij op dit gebied hooggespecialiseerde zorg verrichten. De afdeling participeert in vele (inter)nationale onderzoeksprojecten en is betrokken bij de opleiding van gynaecologen en perinatologen. Het centrum biedt topkwaliteit op het gebied van patiëntenzorg, wetenschappelijk onderzoek en opleiding. Een vertrouwd gevoel voor u.
Wat u precies kunt verwachten van de Obstetrische High Care, vindt u onder:
Verwijzing naar de Obstetrische High Care unit
In Nederland worden jaarlijks honderden vrouwen en hun (ongeboren) baby’s opgenomen op de Obstetrische High Care unit.
Redenen daarvoor zijn bijvoorbeeld ernstig pre-eclampsie/HELLP-syndroom, dreigende vroeggeboorte (minder dan 32 weken) en/of onderontwikkeling (minder dan 1200 gram) van de baby en/of ernstige, aangeboren afwijkingen.
Uw gynaecoloog zal u dan overplaatsen naar de Obstetrische High Care (OHC) unit. Door deze overplaatsing naar de OHC unit zorgen wij ervoor dat, mocht uw situatie of die van uw kind verslechteren en u snel moet bevallen, zowel u als uw kindje op de juiste plek zijn voor de benodigde zorg.
De zwangerschapstermijn (minder dan 32 weken) is medebepalend voor opname op de OHC unit.

Uitstellen van de bevalling
Op de Obstetrische High Care unit proberen we de bevalling zo lang mogelijk uit te stellen. Dit doen we om de longetjes van het ongeboren kindje te laten rijpen en uw baby de kans te geven zich verder te ontwikkelen. We proberen hiermee een zo optimaal mogelijke start voor het kindje te creëren bij zijn/haar geboorte. Er wordt voortdurend gelet op de conditie van moeder en kind in relatie tot de zwangerschapsduur. Als een zwangerschapsduur van 32 weken is bereikt en/of intensieve zorg niet meer nodig is, wordt u overgeplaatst naar de afdeling Obstetrie of het ziekenhuis in de eigen regio.
Hoe ziet de OHC unit eruit?
De Obstetrische High Care (OHC) unit heeft vijf eenpersoons- en twee tweepersoonskamers. In bijzondere situaties is er voor uw partner tevens de mogelijkheid om te blijven slapen (rooming-in).
Iedere kamer is voorzien van bewakingsapparatuur om zowel de moeder als het ongeboren kind goed in de gaten te houden.

De unit is uitgerust met een centrale bewakingsdesk, waar alle gegevens uit de verschillende kamers binnenkomen. Op deze manier kunnen we ook buiten de kamer de toestand van u en uw kind volgen.
De OHC unit heeft een eigen verloskamer waar de zwangere kan bevallen bij vroege weeënactiviteit. Naast de verloskamer is er een opvangruimte. De neonatoloog zorgt hier voor de eerste opvang van het pasgeboren kindje.
Gespecialiseerde artsen en verpleegkundigen
Op de Obstetrische High Care (OHC) unit werken perinatologen, neonatologen en OHC-verpleegkundigen. Daarnaast kunt u zorg krijgen van fysiotherapeuten, diëtisten, laboranten en eventueel maatschappelijk werkers.
Perinatoloog
Het beleid op de OHC wordt bepaald door de perinatoloog. Dit is een gynaecoloog die zich gespecialiseerd heeft in de ernstig zieke zwangere en/of de ernstig bedreigde zwangerschap. De perinatoloog krijgt ondersteuning van een arts-assistent en een verpleegkundigenteam.
Verpleegkundigen
Alle verpleegkundigen van het verpleegkundigenteam dat de perinatoloog ondersteunt, hebben naast hun normale verloskunde opleiding een speciale opleiding gevolgd op het gebied van Obstetrische High Care. Er wordt gewerkt aan de hand van patiëntentoewijzing. Dit betekent dat we ernaar streven continuïteit in de zorg te bieden door vaste verpleegkundigen aan de patiënten toe te wijzen. Op deze manier proberen we de begeleiding zo prettig mogelijk voor u te maken.
Neonatoloog
U heeft naast de perinatoloog en het team van verpleegkundigen ook contact met de neonatoloog. Dit is een kinderarts die gespecialiseerd is in de intensieve zorg aan te vroeg geborenen en zieke pasgeborenen. De neonatoloog komt regelmatig langs om te bespreken wat u als ouders mogelijk te wachten staat als uw kindje geboren wordt. Daarnaast bespreekt hij met u de behandeling van uw pasgeboren kindje.
Bezoektijden
Zwangeren en kraamvrouwen op de Obstetrische High Care hebben voldoende rustmomenten nodig. We hanteren daarom de volgende bezoektijden:
- van 10.00 uur tot 12.00 uur;
- van 15.00 uur tot 20.00 uur;
- partners zijn de hele dag welkom.
Samenwerking met Neonatologie
Als uw geboren kindje erg klein of ziek is, zal het opgenomen worden op de afdeling Neonatologie. Op de Neonatale Intensive Care Unit (NICU) zijn de medewerkers gespecialiseerd in de verzorging van zieke pasgeborenen en van pasgeborenen met een gewicht onder de duizend gram.
Voor u als ouders gelden op de afdeling neonatologie ruime bezoektijden.
Op die manier kunt u zoveel mogelijk bij uw kind zijn.
Op de volgende momenten vragen wij u om niet naar de afdeling te komen:
- tussen 9.00 en 11.00 uur, als artsen visites lopen;
- tussen 15.15 en 16.00 uur, als verpleegkundige diensten overdragen;
- tussen 17.00 en 17.30 uur, als artsenoverdracht plaatsvindt.
Op deze momenten worden de gegevens van alle patiëntjes besproken. Vanwege de privacy wordt dit gedaan zonder bezoek op de afdeling. Gedurende de rest van de dag bent u, als de situatie op de NICU het toelaat, van harte welkom.
Vanzelfsprekend werkt de Obstetrische High Care unit nauw samen met de afdeling Neonatologie.
Klik hier voor meer informatie over Neonatologie.
Ervaringsverhaal Carola
‘Hoop wil ik nooit verliezen’
Met mijn smeltende Mac flurry in mijn hand parkeer ik mijn auto op de parkeerplaats van de Isala klinieken. Het zonnetje schijnt en opgetogen loop ik even later de spreekkamer van de dokter binnen. De zoveelste echo in deze zwangerschap zal worden gemaakt. Vervelen doet het nooit; onze tweede druif zo mooi in beeld, dat is genieten! Nog mooier is het commentaar van de arts; het kindje groeit goed en voelt zich happy daar binnen, prachtig!
Trots voel ik mij; morgen ben ik 25 weken in verwachting en dat is voor ons een enorme mijlpaal. Rafaël, onze eerste, is namelijk precies na een zwangerschap van 25 weken geboren. Deze termijn gaan we nu zeker overschrijden. Ik neem mij stellig voor om de laatste vijftien weken op en top te gaan genieten!
Omdat er voor alle zekerheid met zestien weken een cerclage is geplaatst, wil de dokter de lengte van de baarmoedermond opmeten. Ik zie meteen aan zijn gezicht en ook op de monitor dat het flink mis is. Tot aan de cerclage staat mijn baarmoedermond open. Als in een nare droom beleef ik de volgende uren. De dokter is aan het bellen, ik huil. Nog geen twee minuten later loop ik met mijn dossier onder mijn arm naar de verloskamers en zit verdwaasd op bed. Het zal toch niet weer…? De harde buiken nemen toe. Ik zie artsen, verpleegkundigen en een voedingsassistente die vraagt of ik iets wil eten. Ik krijg pillen, infuus en een schouderklop. Eindelijk, daar komt mijn lieve man Wijnand. Hij zegt dat het goed komt en ik geloof hem.
De dienstdoende arts-assistent deelt ons mee dat het er niet best uit ziet. Hij hoopt dat er nog genoeg tijd is om de longspuitjes te laten inwerken. Dit nieuws slaat bij ons in als een bom. Dit tweede kindje; daar houden wij al zoveel van.
De volgende dag word ik overgeplaatst naar de Obstetrische High Care. Op dat moment heb ik bijna geen positieve emoties, maar toch kan ik blij zijn met een plekje voor mijzelf, Wijnand en Rafaël. Ik kan huilen zoveel als ik wil zonder het gevoel te hebben me te moeten schamen. Ik voel me zo onzeker. Waarom laat mijn lijf mij en mijn kleine pukkie voor de tweede keer in de steek?
Het gevoel om zomaar te kunnen bevallen, vind ik zo eng. Het schiet door mijn hoofd dat we nog niet eens een naam hebben! De uren verstrijken, maar de weeën blijven komen. De sterke weeënremmers via het infuus maken mij duizelig en slaperig. Mijn ogen zijn zwaar van de tranen.
Glimp door een ruitje
Op de dag dat ik 25 weken en twee dagen zwanger ben, komt een kinderarts met ons praten. Een zeer herkenbaar gesprek; dit hadden we met ons eerste kindje Rafaël ook meegemaakt. De film speelt zich opnieuw af in ons hoofd. Rafaël werd geboren met een gewicht van 920 gram. Precies op de dag dat hij van de artsen een kans zou krijgen, mits hij zelf liet zien dat hij wilde leven. Het gevoel dat ik had toen ik zo’n klein mensje, hulpeloos en snakkend naar adem zag liggen, was onbeschrijfelijk. Geen roze wolk, geen zoekend en snuffelend mondje, geen warm roze lijfje tegen je aan. Een glimp door een ruitje van de couveuse was de eerste kennismaking met onze zoon. En weg was hij, in één streep door naar de Intensive Care.
De kinderarts kwam ons toentertijd een uur later vertellen dat Rafaël stabiel was. Maar we moesten goed beseffen hoeveel risico’s er waren. En dat we er ernstig rekening mee moesten houden dat ons ventje het niet zou redden. We mochten naar hem toe. Ons kind, onze trots, onze droom, ons alles lag daar. Zo klein, zo broos en zo ontzettend kwetsbaar, liggend onder een velletje knappertjesfolie. Aan elk handje, elk voetje, in zijn neusje,naveltje, mondje, overal stak wat in of hing wat aan. Wat moest hij een pijn hebben, maar bovenal wat een wilskracht! Wat was zijn drijfveer om zo te vechten, nu hij nog niets moois in zijn leven had gezien of meegemaakt! Mij overviel een gevoel van machteloosheid, maar vooral ook een gevoel gefaald te hebben als moeder. Hij had veilig moeten zijn, warm in mijn buik. De weken die daarop volgden waren een bange, boze droom. De angst drukte als zware stenen op onze schouders. Belden wij ’s morgens was alles rustig, ’s middags kon het helemaal mis zijn. Die spanning, die machteloosheid maakt je moe, doodmoe. Rafaël nu is gezond. Hij is een voorbeeld van een levend wonder. Hij maakt ons gelukkig en laat ons beseffen hoe bijzonder het leven is, en hoe rijk wij zijn.
Veel vragen, weinig antwoorden
Na het gesprek met de kinderarts realiseren we ons dat, als dit tweede kindje nu geboren zou worden, de kans groot is dat het deze keer anders zal gaan. Rafaël is geen maatstaf of voorbeeld, integendeel: een uitzondering! Wijnand en ik voelen ons alsof we zwemmen in het diepe. We hebben zoveel vragen, maar zo weinig antwoorden! Moet ik blijven en voor hoe lang? Hoe zal de bevalling verlopen? Wanneer zal die zijn en zal dit kindje weer net zo sterk zijn als Rafaël? De dagen verstrijken en afgezien van een enkele weeënbui, blijft het rustig. Keken we eerst per uur en per dag, nu durfen we weken te tellen.
De verpleegkundigen doen hun uiterste best om een luisterend oor te bieden. Geweldig, zoals zij daar hun tijd en energie in steken, hoe ze zich proberen in te leven in je angsten en emoties en hoe ze elke keer weer de juiste woorden vinden! Soms krijg ik het gevoel dat ze net zo gefrustreerd zijn als ik, omdat ze ook met lege handen staan en veel antwoorden schuldig moeten blijven.
Hoe langer ik hier lig, hoe meer ik me begin te realiseren dat ik mezelf aan het verliezen ben. Ik, Carola, op kamer 510, ben onderdeel geworden van het systeem. Elke maandag krijg ik mijn ‘grote beurt’: echo, bloedprikken en kweken, gewoon omdat dat ‘hoort’. Elke dag het zelfde ritueel: temperatuur, bloeddruk en een half uur CTG, gewoon omdat dat ‘hoort’. Ik voel me als een broedkip op haar ei. Ik ben buik en de buik ben ik. Waar ben ik? Met alles wat ik ben?
Gaat er iets niet zoals het hoort, dan wordt er iets uit de kast getrokken, waar ik vervolgens zo op moet reageren. Doe ik dat niet, dan komt er weer iets anders te voorschijn. Ik heb de neiging om me te laten gaan in mijn emoties. Ik mis mijn man, ik mis mijn lieve Rafaël, ik mis mijn werk, ik mis mezelf, ik mis mijn huis en mijn eigen wc!
En hoe lang nog? Weken, maanden hier? Niet te overzien en onoverbrugbaar. Toch overheersen de momenten dat we duidelijk beseffen wat ons doel is; wat zijn deze paar weken op het wonder van een mensenleven dat aan het groeien is in mijn buik? Dank God, het zit er nog! Ieder dag meer kansen! Afzien? Ja, dat is het zeker! Verdriet? Dat is er genoeg. Maar hoop? Deze wil ik nooit verliezen, want wonderen gebeuren. Kijk maar om je heen!
Carola
Ronald McDonald Huis
Als u niet in de buurt woont van de Isala klinieken, kunt u overnachten in het Ronald McDonald Huis. Dit ligt op ongeveer vijf minuten lopen van locatie Sophia. U kunt hier verblijven nadat u ontslagen bent uit het ziekenhuis. Ook broertjes en zusjes van uw pasgeboren kindje kunnen hier verblijven.
Het Ronald McDonald Huis biedt een 'thuis ver van huis' als een kind in het ziekenhuis ligt; uw gezinsleven kan een beetje doorgaan. U ondervindt steun van het huismanagement, de vrijwilligers en kunt ervaringen delen met andere ouders.
Het Ronald McDonald Huis heeft negen gastenkamers. Daarnaast beschikt het huis over een woonkamer, eetkeuken en wasserette. Ouders krijgen een kamer na overleg met het ziekenhuis en kunnen blijven zolang de behandeling van hun kind duurt. Voor de kamer wordt een financiële bijdrage gevraagd.
Voor meer informatie, zie Ronald McDonald Huis.
Adres en telefoon
Ronald McDonald Huis Zwolle
Dr. Hengeveldweg 5
8025 AK Zwolle
t (038) 455 46 70