ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Pre-eclampsie en HELLP-syndroom

​Zwangerschapshypertensie

Zwangerschapshypertensie is een hoge bloeddruk als gevolg van de zwangerschap. Dit is wanneer een vrouw die eerder een normale bloeddruk had, in de tweede helft (dus na de twintigste week) van de zwangerschap een te hoge bloeddruk ontwikkelt. Hierbij is de bovendruk hoger dan 160 mmHg en de onderdruk hoger dan 90 mmHg, of is deze met 20 mmHg gestegen.

Pre-eclampsie

Bij pre-eclampsie is er naast zwangerschapshypertensie ook sprake van eiwitverlies in de urine. Hier komt men achter doordat bij een verhoogde bloeddruk de urine is gecontroleerd op de aanwezigheid van eiwit.

De ernst en het verloop van pre-eclampsie kunnen sterk wisselen. Sommige vrouwen hebben lange tijd weinig of geen klachten, anderen worden in korte tijd ernstig ziek. Bij pre-eclampsie kunnen stuipen optreden. Stuipen zijn aanvallen met trekkingen van armen en benen. We spreken dan van eclampsie.

Na een eclampsie kan iemand zich vaak niets meer herinneren. Medicijnen stoppen de stuipen en voorkomen nieuwe stuipen. Zeer intensieve bewaking is daarbij noodzakelijk.

HELLP-syndroom

Naast pre-eclampsie bestaat ook het HELLP-syndroom. Pre-eclampsie kan overgaan in het HELLP-syndroom, maar het HELLP-syndroom kan ook plotseling ontstaan.

Het HELLP-syndroom staat voor Hemolyse, Elevated Liver enzymes en Low Platelets. Dit betekent dat er sprake is van een verhoogde afbraak van rode bloedcellen en een gestoorde leverfunctie. Daarnaast is er een tekort aan bloedplaatjes, waardoor de bloedstolling ontregeld raakt.

Vrouwen met het HELLP-syndroom voelen zich meestal erg ziek. Het HELLP-syndroom is een onvoorspelbaar ziektebeeld waarbij de vrouw zich het ene uur goed kan voelen en het andere uur heel ziek. De diagnose HELLP wordt definitief gesteld op grond van bloedonderzoek.

Oorzaak

De oorzaak van zwangerschapshypertensie, pre-eclampsie en HELLP is niet precies bekend. Waarschijnlijk heeft het ontstaan ervan te maken met

  • erfelijke aanleg,
  • het afweersysteem en
  • de aanleg, ontwikkeling en ingroei van de placenta in de baarmoeder.

Bij een aantal ziekten is de kans op zwangerschaphypertensie, pre-eclampsie en HELLP verhoogd, zoals bij suikerziekte, vaat- en nierziekten, auto-immuunziekten of bij een al eerder bestaande hoge bloeddruk. Ook bij een meerlingzwangerschap is de kans erop verhoogd. Het ziektebeeld treedt vooral op tijdens de eerste zwangerschap.

Klachten en verschijnselen

Er is een groot aantal klachten en verschijnselen van pre-eclampsie en HELLP die gepaard gaan met lever- en/of nierfunctiestoornissen. Deze verschijnselen hoeven niet allemaal op te treden en verlopen lang niet altijd even ernstig.

Vaak hebben vrouwen juist veel vage klachten, zoals buikpijn. Hierdoor wordt de pijn in eerste instantie nog wel eens verward met galsteenaanvallen, nierbekkenontsteking, buikgriep of blindedarmontsteking.

Verschijnselen die gepaard kunnen gaan met pre-eclampsie en/of het HELLP-syndroom zijn:

  • eiwit in de urine
  • hoge bloeddruk
  • vocht vasthouden en daardoor gewichtstoename (meer dan twee kilo)
  • bandgevoel (band om hoofd of buik)
  • misselijkheid / veel braken
  • concentratieproblemen
  • hoofdpijn
  • gezichtsstoornissen zoals sterretjes of lichtflitsen zien, wazig zien
  • hevige pijn in de bovenbuik of onder de borst/maagkuiltje (typerend bij HELLP-syndroom)
  • pijn in de bovenrug of tussen de schouderbladen
  • tintelingen (bijvoorbeeld in de vingers) door het vasthouden van vocht
  • trillen als van gevolg prikkeling van de zenuwen
  • vermoeidheid / grieperig gevoel
  • weinig plassen (in een later stadium).

Als u een of meer van bovenstaande verschijnselen ervaart, moet u zo snel mogelijk contact opnemen met uw huisarts/verloskundige of specialist.

Opname in het ziekenhuis

Als u ernstige pre-eclampsie of het HELLP-syndroom heeft, neemt Isala u op op de Obstetrische High Care Unit (OHC-unit). Bloedonderzoek om pre-eclampsie of het HELLP-syndroom vast te stellen, vindt voor en/of [E1] tijdens de opname plaats.

De verpleegkundigen van de Obstetrische High Care Unit zijn gespecialiseerd in pre-eclampsie en het HELLP-syndroom. De perinatoloog (een gespecialiseerde gynaecoloog) is uw hoofdbehandelaar. Maar u krijgt ook te maken met gynaecologen, arts-assistenten (meestal artsen die in opleiding zijn tot specialist) en co-assistenten (artsen in opleiding).

Direct na opname vinden er allerlei onderzoeken plaats om de gezondheid van u en uw kindje te beoordelen, zoals bloedonderzoek, bloeddrukcontrole, CTG (hartfilmpje van uw kindje) en een echoscopie.

Naar aanleiding van de onderzoeksuitslagen bespreekt de arts met u de behandeling die voor u en uw kindje het beste is. Omdat HELLP-syndroom een onvoorspelbaar ziekteverloop heeft, past uw arts gedurende de opname de behandeling regelmatig aan. Dat is normaal. De artsen en verpleegkundigen streven ernaar deze aanpassingen en de motivatie daarvoor aan u uit te leggen.

Algemene behandeling van HELLP

Het doel van de ziekenhuisopname is het bewaken van uw gezondheid en die van uw kindje. De enige andere vorm van behandelen is het geboren laten worden van uw kindje door middel van het inleiden van de bevalling. Dit is niet altijd mogelijk omdat het ziektebeeld vroeg in de zwangerschap kan optreden.

De algemene behandeling bestaat uit:

  1. intensieve controle
  2. observatie
  3. bestrijding van de ziekteverschijnselen (symptomen).

1 Intensieve controle

  • van het bloed, waarbij vooral gekeken wordt naar de leverfuncties, nierfuncties en de bloedstolling
  • van de bloeddruk; in opdracht van de arts meestal 4 keer per dag (of vaker) in 5 metingen per kwartier met de automatische bloeddrukmeter
  • van de urine, het eiwitverlies in de urine en de totale urine productie per 24 uur
  • van de conditie en de groei van de baby door middel van:
    o CTG-controle: enkele keren per dag in opdracht van de arts
    o echo: het gewicht en daarmee de groei van uw kindje, één keer per 2 weken door de perinatoloog.

2 Observatie

  • van de ervaringen en gevoelens van de aanstaande moeder betreffende het verloop van de klachten, zoals bijv. pijn in de buik en hoofdpijnklachten
  • van veranderingen in uiterlijk en gedrag, zoals veel vocht vasthouden en/of afwezig reageren van de aanstaande moeder.

3 Symptoombestrijding

  • zo veel mogelijk rusten in bed, met uitzondering van de lichamelijke verzorging en de toiletgang
  • medicatie geven tegen hoge bloeddruk (tabletten of via infuus), misselijkheid en pijn, zodat u de zwangerschap nog zo lang mogelijk vol kunt houden (vaak wordt er slaapmedicatie gegeven
  • om ervoor te zorgen dat u een goede nachtrust krijgt)
  • infuus om de bloedcirculatie te bevorderen, hetgeen zowel uw bloeddruk als de toestand van het kindje ten goede komt.

Het HELLP-syndroom vroeg in de zwangerschap

Als het HELLP-syndroom vroeg in de zwangerschap optreedt, zijn de risico’s voor het kindje extra groot bij een eventuele vroeggeboorte. De longen, het maagdarmkanaal en het zenuwstelsel zijn nog niet volledig ontwikkeld.

Vaak heeft het kindje ook een groeiachterstand opgelopen als gevolg van de verminderende placentafunctie. De arts bekijkt dan waar het kindje het beste af is: in de buik om zich te kunnen ontwikkelen of buiten de buik waar de medische wetenschap zo veel mogelijk kan bieden.

Als de perinatoloog verwacht dat de zwangerschap op korte termijn moet worden beëindigd, , krijgt u injecties in uw bilspier toegediend om de longrijping van uw kindje te bevorderen. Dit gebeurt alleen als u minder dan 34 weken zwanger bent.

De bevalling vindt vrijwel altijd plaats door middel van een keizersnede om de conditie van uw kindje zo goed mogelijk te houden. Dit gebeurt onder algehele verdoving (narcose) of met een ruggenprik.

Het HELLP-syndroom bij een bijna voldragen zwangerschap

Als het HELLP-syndroom bij een bijna voldragen zwangerschap optreedt, besluit de perinatoloog om uw kindje zo spoedig mogelijk geboren te laten worden. Afhankelijk van de toestand van u en/of uw kindje bepaalt de arts of de bevalling wordt ingeleid of dat u een keizersnede ondergaat.

Zowel vroeg als laat in de zwangerschap bij het HELLP-syndroom geldt dat u tot ongeveer 72 uur na de bevalling nauwlettend in de gaten wordt gehouden. Dit in verband met een mogelijke verergering van de situatie en/of het ontstaan van complicaties zoals bijvoorbeeld eclamptische stuipen of een bloeding in één van de vitale organen, zoals de hersenen. In sommige gevallen is dan opname op de afdeling Intensive Care (IC) noodzakelijk.

Het ontstaan van het HELLP-syndroom tijdens of na de bevalling

Het HELLP-syndroom kan acuut optreden tijdens of na de bevalling. Mogelijk heeft u tijdens de zwangerschap geen klachten gehad die op pre-eclampsie of het HELLP-syndroom duidden.

Tijdens of na de bevalling kunnen de eerder beschreven complicaties acuut optreden. Deze kunnen levensbedreigend zijn voor zowel uzelf als uw kindje. In sommige gevallen is het noodzakelijk om één of twee dagen op de afdeling Intensive Care te verblijven. In het algemeen geldt dat na ongeveer 72 uur na de bevalling het risico voor het ontstaan van het HELLP-syndroom is verdwenen.

Na de bevalling

Bij de meeste vrouwen die zwangerschapshypertensie, pre-eclampsie en/of HELLP hebben gehad, treedt na de bevalling spontane genezing op. U ligt vaak nog een aantal dagen op de OHC-unit. Als er geen intensieve controles meer nodig zijn, gaat u naar de kraamunit. Uw kindje ligt dan vaak nog op de Neonatale Intensive Care Unit. U kunt daar zo vaak als u wilt naartoe.

Als u borstvoeding wilt gaan geven en u bent te vroeg bevallen, dan moet u de eerste tijd de voeding afkolven omdat uw kindje nog niet aan de borst kan drinken. Krijgt u nog medicijnen voor de hoge bloeddruk, dan moet er overlegd worden of de gekolfde voeding aan uw kindje gegeven mag worden. Meestal mag u na ongeveer een week weer naar huis.

Ervaringen

Voor iedereen verloopt het HELLP-syndroom anders: de mate waarin een vrouw het krijgt en de ernst van de situatie kunnen sterk verschillen. Daarnaast verschilt het ook van vrouw tot vrouw hoe zij het HELLP-syndroom beleeft en verwerkt. Alle vrouwen hebben na de bevalling tijd nodig om op krachten te komen en te wennen aan hun kindje.

Beleving

Hierna komen een aantal veel voorkomende ervaringen aan de orde. Vanzelfsprekend gelden die niet voor iedereen. Voor de duidelijkheid zijn ze gegroepeerd naar moeder, kind, partner en omgeving, maar ze kunnen niet los van elkaar worden gezien.

  • De moeder
    Het ernstig ziek zijn tijdens de zwangerschap zorgt voor een emotioneel zware tijd. Van een normale, gezonde zwangerschap bent u terechtgekomen in een periode met angst en zorgen. Het is moeilijk te accepteren dat uw eigen lichaam faalt, ook ten opzichte van uw eigen kindje.

    Misschien voelt u zich daarover – ten onrechte – schuldig. Door het ernstig ziek zijn kunt u zich soms niet alles meer herinneren. Dit is mogelijk versterkt door het niet bewust meemaken van de geboorte als de bevalling heeft plaatsgevonden via een keizersnede onder narcose.

    Soms is opname op de IC noodzakelijk. Dit kan een diepe indruk achter laten. Het is voor een vrouw soms moeilijk te accepteren dat zij geen borstvoeding kan geven als gevolg van het ziek zijn en/of de vroeggeboorte van het kindje.

    Als u met ontslag gaat, kan het zijn dat uw kindje nog een poos in de couveuse moet worden verpleegd. Dat kan een gevoel van leegte geven. Soms heeft de omgeving na verloop van tijd onbegrip voor uw emoties, uw moeheid en labiel zijn. Het is voor het verwerkingsproces belangrijk dat u en uw naaste omgeving goede informatie krijgen over wat er gebeurt of is gebeurd. De betrokken medewerkers doen dit zo goed mogelijk.

    Ook is het raadzaam een dagboekje bij te houden tijdens de ziekenhuisopname waarin uzelf, uw partner en naaste familie gebeurtenissen en gevoelens van deze periode kunnen opschrijven.
  • Het kind
    Als de situatie van uw kindje veel aandacht vraagt, komen de ouders moeilijk aan het verwerkingsproces toe. Als uw kindje te vroeg wordt geboren, kan de opname van het kindje van enkele dagen op de couveuseafdeling variëren tot weken op de IC-unit voor pasgeborenen.

    De zorgen om te vroeg geborenen kunnen heel lang voortduren. Ondanks alle goede zorgen en inspanningen gebeurt het soms dat een kindje overlijdt, waardoor de moeder ook in een rouwproces komt.
  • De partner
    Bij het HELLP-syndroom draait alles om twee personen: de moeder en haar kind. Voor de partner is het echter ook een heel ingrijpende gebeurtenis: het gaat immers om twee mensen van wie hij houdt en over wie hij zich ernstig zorgen maakt.

    Zo is er meestal sprake van een zeer plotselinge omschakeling: het ene moment is hij samen met zijn vrouw bezig met de zwangerschap, het volgende moment staat hij overal alleen voor.

    In de periode na de bevalling kunnen alle emoties die tijdens de ziekenhuisperiode onderdrukt zijn, naar boven komen. Pas als moeder en kind aan de beterende hand zijn, is er ruimte voor de partner om aan de verwerking van zijn gevoelens toe te komen.
  • De omgeving
    De ouders hebben begrip nodig van hun familie en vrienden. Maar het kan moeilijk zijn om gevoelens en ervaringen te verwoorden. Daarnaast was er weinig tijd en ruimte om de omgeving te betrekken bij en te informeren over de situatie rondom moeder en kind.
  • Deze beperkte informatie leidt bij de omgeving gauw tot verwarring met minder ernstige zwangerschapshypertensie en/of het niet begrijpen van de situatie. Mede hierdoor verwacht de omgeving vaak dat de moeder zich snel beter voelt, zeker als ze een gezond kind heeft.

Na ontslag

Een vrouw die het HELLP-syndroom heeft gehad, heeft tijd nodig om daarvan te herstellen, niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk. De herstelperiode is voor iedereen verschillend, maar kan lang duren. Het is belangrijk hiervoor ruim de tijd te nemen. Om het rustig aan te kunnen doen en weer op krachten te komen, kan hulp in huis van familie, vrienden, gezinshulp of wijkverpleging nodig zijn.

Verder is het voor een goede verwerking van het gebeuren van belang erover te praten met anderen.

  • De partner, die waarschijnlijk het meest betrokken is geweest bij de situatie, is daarvoor de meest aangewezen persoon. Hij kan misschien ook helpen de ontbrekende momenten rond de geboorte aan te vullen. Familie en vrienden kunnen veel steun bieden als ze weten wat het HELLP-syndroom inhoudt.
  • De arts kan eventuele onduidelijkheden over het verloop van de ziekte uitleggen. Dit kan bijvoorbeeld tijdens de controle, zes weken na de bevalling of zelfs maanden later als daaraan behoefte is.
  • Ook is het mogelijk om een gesprek met een verpleegkundige die de vrouw heeft verpleegd, te plannen na ontslag. Die weet immers nog heel goed hoe het allemaal is gegaan tijdens de opname en weet vaak nog uitspraken van de vrouw of partner weer te geven die zij/hij ‘kwijt’ is. Inzage in het dossier kan vaak zeer verhelderend zijn.
  • Het contact met het maatschappelijk werk die de vrouw en haar partner gedurende de opname begeleidt, wordt meestal voortgezet. Dit in verband met de (eventueel langdurige) opname van het kindje op de IC-unit voor pasgeborenen.
  • Als er na ontslag van het kindje nog behoefte is aan extra ondersteuning, kunt u het maatschappelijk werk uit de eigen woonplaats inschakelen.
  • In Nederland is daarnaast een aantal instanties die specifieke hulp kunnen bieden (zie paragraaf Meer informatie.)

Volgende zwangerschap

Alle patiënten en soms in meerdere mate hun partner, verloskundige of arts, zijn zeer terughoudend over een volgende zwangerschap. De oorzaak hiervan is niet alleen het zeer ernstig ziek te zijn geweest, maar vooral ook de verwerkingsproblematiek zoals eerder beschreven.

Het zwangerschapsadvies richt zich op de verwerking van deze problematiek en het bieden van maatregelen om hypertensie in de zwangerschap en het HELLP-syndroom te voorkomen, bijvoorbeeld door medicatie in de volgende zwangerschap.

De kans op herhaling is vijftien tot twintig procent. Dit kan fors oplopen als er risicofactoren bijkomen, zoals blijvende hoge bloeddruk, slechte nierfunctie, stofwisselingsziekten en verhoogde tromboseneiging.

Ondanks toegenomen kennis van het ziektebeeld en maatregelen ter voorkoming blijft een volgende zwangerschap een beangstigende aangelegenheid voor de vrouw en haar partner. Het is daarom van belang dat duidelijk is welke angsten een rol spelen en hoe de betrokkenen daarmee kunnen omgaan, zodat bij een eventuele volgende zwangerschap de angsten niet zullen overheersen.

Een gesprek met gynaecoloog of perinatoloog kan daarbij helpen. Een eventuele volgende zwangerschap vindt onder intensieve controle van de gynaecoloog of perinatoloog plaats.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen of wilt u meer weten, dan staan de perinatoloog en de gynaecoloog u graag te woord. Het kan handig zijn om uw vragen van tevoren op papier te zetten. Ook kunt u telefonisch contact opnemen via (038) 424 53 53.

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u ook contact opnemen met de volgende instanties:

  • Stichting HELLP-syndroom
    Postbus 636, 3800 AP Amersfoort
    (0529) 42 70 00
  • Vereniging Keizersnede Ouders
    Postbus 233, 2170 AE Sassenheim
    (076) 503 71 17 of (0252) 23 07 72
  • Vereniging Ouders van Couveusekinderen
    Postbus 53178, 1007 RD Amsterdam
    (020) 679 37 42
  • Vereniging Borstvoeding Natuurlijk
    Postbus 119, 3960 BC Wijk bij Duurstede
    (0343) 57 66 26
  • Vereniging Ouders van een overleden kind
    Postbus 418, 1400 AK Bussum
    (030) 234 38 68
  • Academisch Ziekenhuis Maastricht, afdeling Gynaecologie en Verloskunde
    www.azm.nl/zorgcentra/zorgcentra/zwangerschapsvergiftiging
  • Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG)
    www.nvog.nl, rubriek ‘patiëntenvoorlichting’

2 juni 2017 5004 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht