ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

ICD-implantatie

Inwendige cardioverter defibrillator

ICD staat voor implanteerbare cardioverter defibrillator. Een ICD is een inwendige defibrillator voor mensen met een gevaarlijke, onvoorspelbare ritmestoornis van de hartkamers. De ICD kan het normale hartritme herstellen en zorgt ervoor dat de drager dan niet aan een gevaarlijke hartkamerritmestoornis overlijdt.

Voorafgaand aan de ICD-implantatie

Als u in overleg met uw cardioloog heeft besloten een ICD-implantatie te ondergaan, bent u momenteel opgenomen op de cardiologische verpleegafdeling of wacht u thuis op een opname voor deze ingreep.

Om u zo goed mogelijk voor te bereiden op de opname, ingreep en de periode erna, vindt u hier overzichtelijk alle informatie. Ook voor uw naasten kan het zinvol zijn om deze informatie te lezen. Meer informatie vindt u ook op de website www.stin.nl van Patiëntenvereniging STIN (Stichting ICD dragers Nederland).
Voor meer informatie wijzen wij u graag op een aantal voorlichtingsfilms en folders van de Hartstichting.

Voorlichtingsfilm over de bloedsomloop en de bloedvaten: 

youtube


Voorlichtingsfilm over hartritmestoornissen:

youtube

Lees meer in de folders van de Hartstichting over hartritmestoornissen en implanteerbare cardioverter defibrillator (ICD). 

Een ICD implantatie bij Isala

Voorbereidende gesprekken

Iedere patiënt is anders. Het kan dus gebeuren dat er wordt afgeweken van hetgeen u in deze informatie leest. Uw arts bespreekt dit dan met u en uw naasten. Onder het motto ‘Twee horen nu eenmaal meer dan één’ raden wij u aan om iemand (maximaal twee personen) mee te nemen naar deze gesprekken.

Is u iets niet duidelijk, vraagt u dan vooral om een nadere toelichting aan de desbetreffende zorgverlener. Als er zaken gebeuren die niet voldoen aan uw verwachtingen en die naar uw idee anders of beter kunnen, meld ons dit dan alstublieft. Uw suggesties en opmerkingen bieden ons de mogelijkheid om de zorg nog beter af te stemmen op de wensen en behoeften van onze patiënten.

Waarom een ICD?

U komt in aanmerking voor de implantatie van een ICD als u al eens een gevaarlijke ritmestoornis hebt gehad en overleefd. Of wanneer u een vergroot risico loopt op het krijgen ven een potentieel levensgevaarlijke ritmestoornis. Het gaat in beide gevallen om ritmestoornissen die in de hartkamers ontstaan.

 
Afbeelding 1: Het geleidingssysteem van het hart

 

Voorbereiding

Voorafgaand aan de ICD-implantatie vindt er een aantal gesprekken en onderzoeken plaats.

Gesprek met de cardioloog

Vóór de ICD-implantatie hebben u en uw direct betrokkenen een gesprek met de behandelend cardioloog over de ingreep en de periode erna.

De cardioloog bespreekt met u welke type ICD voor u het meest geschikt is aan de hand van de huidige richtlijnen.

In Isala worden de volgende typen ICD geplaatst:

  • ICD met 1 lead/elektrode
    Eén elektrode in de rechter hartkamer.
  • ICD met 2 leads/elektrodes
    Een elektrode in de rechterboezem en één in de rechterhartkamer.
  • ICD met 3 leads/elektrodes
    Dit wordt ook cardiale resynchronisatie genoemd
    Een extra elektrode op de linker hartkamer bij ongelijk samentrekkende hartkamers. Bij chronisch boezemfibrilleren wordt de boezemelektrode meestal niet geplaatst.
 
Afbeelding 2: Elektrodes


Voor meer informatie wijzen wij u graag op twee animatiefilms over plaatsing van elektrodes bij implantatie van een ICD.

youtube


youtube

 

  • S-ICD
    De elektrode wordt onder de huid geplaatst. 
    Lees meer over implantatie van deze elektrode in de folder 'S-ICD'.

In het algemeen vindt de ingreep onder plaatselijke verdoving plaats. In sommige gevallen is het medisch noodzakelijk om de ingreep onder algehele verdoving (narcose) te laten plaatsvinden. De arts bespreekt dit met u.

Risico’s en complicaties

De arts vertelt u ook over de mogelijke complicaties bij het plaatsen van een ICD. Hoewel de risico’s daarop klein zijn, is het wel noodzakelijk dat hij u daarover informeert.

Risico’s tijdens de implantatie

  • klaplong
  • nabloeding
  • stimulatie van het middenrif (hikken)
  • perforeren van de hartwand.

Risico’s na de implantatie

  • loslaten van de elektrode
  • breuk van de elektrode
  • onterechte shock
  • infectie
  • nabloeding.

Voorbereidende onderzoeken

Bij een geplande implantatie krijgt u enkele weken vóór de ingreep telefonisch of per brief een uitnodiging voor het zogeheten preklinische traject. Op die dag staan enkele voorbereidende onderzoeken die u hieronder vindt.

Het is mogelijk dat de beschreven onderzoeken niet allemaal bij u uitgevoerd hoeven te worden. Op de afdeling waar u zich moet melden, geeft de verpleegkundige u informatie over de onderzoeken die u ondergaat.

  • ECG/hartfilmpje
    Dit is een elektrocardiogram, een hartfilmpje.
  • Bloedonderzoek
    Er wordt een algemeen bloedonderzoek verricht, onder andere om te bepalen hoe de stolling van het bloed is en of er tekenen zijn van een infectie.
  • Echocardiografie
    Dit onderzoek verschaft nadere informatie over de verschillende delen en functies van het hart, bijvoorbeeld over de hartkleppen en de pompfunctie van de hartkamers.
  • Thoraxfoto
    Dit is een röntgenfoto van hart en longen.
  • Hartkatheterisatie
    Dit onderzoek maakt de kransslagaders en de pompkracht van de linkerhartkamer met behulp van contrastvloeistof zichtbaar op röntgenfoto’s.
  • Rechtskatheterisatie
    Een drukmeting in de rechterharthelft en de longslagader. Dit onderzoek vindt plaats om de bloeddruk in het hart en het zuurstofgehalte in het bloed vast te stellen.
  • Elektrofysiologisch onderzoek (EFO)
    Dit onderzoek heeft twee doelen:
    - het onderzoeken van het geleidingssysteem van het hart; om geleidingsstoornissen op te sporen en in kaart te brengen
    - het onderzoeken van de elektrische stabiliteit; dit betekent dat tijdens het onderzoek ritmestoornissen kunnen worden opgewekt.
  • MRI scan
  • Subclavia angio
    Als u al een ICD of pacemaker heeft, kan uw cardioloog adviseren om een ektrode bij te plaatsen. In dit geval volgt een onderzoek om te kijken of er in de ader onder uw sleutelbeen voldoende ruimte is voor een extra elektrode. Tijdens dit onderzoek wordt een kleine hoeveelheid contrastmiddel door een infuusnaald in de ader gespoten terwijl er een röntgenopname wordt gemaakt. Dit onderzoek heet een subclavia angio. Het wordt doorgaans enkele weken vóór de geplande ingreep verricht tijdens een dagopname, in combinatie met eventuele andere vooronderzoeken.

Voorlichtingsbijeenkomst

Op de dag waarop u het preklinische traject ondergaat, verzorgt de physician assistant voor u een informatieve presentatie over de ICD. Hij is gespecialiseerd in de ICD-behandeling en gaat in op de werking van het hart, de voorbereiding op de ICD-implantatie, de ingreep zelf en de periode erna.

De physician assistant (PA) is opgeleid om een aantal taken van een arts of specialist over te nemen. De PA’s zijn werkzaam op de verpleegafdelingen van de cardiologie en op de poli cardiologie.

Het preklinisch traject vindt doorgaans een aantal weken voor de implantatie plaats.

Als u opgenomen bent in het ziekenhuis en in afwachting bent van een ICD implantatie, kan de PA langskomen op de afdeling voor het beantwoorden van vragen.

Informatie over de opname in Isala

Voor een ICD-implantatie wordt u in principe drie dagen en twee nachten opgenomen. In ieder geval wanneer u bloedverdunners van de trombosedienst gebruikt. Als dat niet het geval is, duurt de opname soms twee dagen en een nacht.

Als u al een ICD heeft en alleen de batterij moet worden vervangen, dan duurt de opname meestal ook twee dagen en een nacht.

Wat neemt u mee?

  • nachtkleding
  • toiletspullen
  • al uw medicijnen 

Oproep voor opname

Uw opnamedatum is onder andere afhankelijk van de planning, de vooronderzoeken en de wachtlijst. Een week voor de geplande opname krijgt u van ons telefonisch bericht. U hoort waar en hoe laat u zich in het ziekenhuis moet melden. Ook krijgt u instructies over wat u moet doen met uw medicijnen, zoals plasmedicatie, bloedverdunners en medicijnen die u gebruikt vanwege suikerziekte. Na de ingreep blijft het medicatie gebruik doorgaans onveranderd. Dit wordt bij ontslag met u besproken.

Helaas gebeurt het weleens dat het tijdstip van de ingreep kan veranderen. Bijvoorbeeld door tussenkomst van een spoedopname of doordat de voorgaande ingreep uitloopt. Het kan zelfs zo zijn dat de ingreep op het laatste moment wordt uitgesteld. Dit is het geval bij:

  • afwijkende stollingswaarden
  • tekenenen van een infectie zoals koorts.

Op de verpleegafdeling

Niet alle opgenomen patiënten ondergaan een ICD-implantatie. Er worden ook patiënten opgenomen die andere hartproblemen hebben. Op de zalen wordt gemengd verpleegd, dat wil zeggen dat op één zaal zowel mannen als vrouwen kunnen liggen met verschillende hartproblemen.

Op de cardiologische verpleegafdelingen werkt een vast team van verpleegkundigen van wie een aantal een specialisatie heeft gedaan in de cardiologie. Naast verpleegkundigen, stagiaires , artsen en physician assistants werken er zorgkundigen, brancardiers, een voedingsassistente en een afdelingssecretaresse.

Praktische informatie

  • Op de cardiologische verpleegafdelingen mag niet worden gerookt.
  • Tijdens uw verblijf mag u de afdeling meestal niet verlaten, omdat uw hartritme in sommige gevallen wordt bewaakt via een monitor. Dit heeft te maken met de reden (indicatie) waarom u een ICD krijgt. Bij het verlaten van de afdeling verliezen wij dit signaal.

Fotoboek

Hoe kunt u zich voorbereiden en wat kunt u verwachten tijdens uw opname op de afdeling?
Met deze fotoreportage krijgt u een beeld van de voorbereidingen, de ingreep, onze afdeling en de dagelijkse handelingen. 

De dag van de implantatie

Gesprek met de verpleegkundige en zaalarts of physician assistant

Tijdens de opname maakt u kennis met de verpleegkundige en zaalarts of physician assistant. Zij bespreken met u of u de informatie heeft begrepen die u vóór de opname heeft gekregen. Ook bereiden zij u verder voor op de ingreep. Zij zullen eventueel aanvullend onderzoek doen zoals luisteren naar hart en longen, meten van lengte en gewicht en bloedonderzoek.

Nuchter

Op de dag van de ingreep moet u nuchter zijn, tenzij dit anders met u wordt afgesproken. Dit betekent dat u voor de ingreep niet mag eten en drinken.

Voorbereiding

De verpleegkundige van de afdeling meet uw bloeddruk, hartslag en temperatuur en brengt een infuusnaald bij u in. In principe wordt de ICD onder de huid van uw linkersleutelbeen geïmplanteerd.
Om infecties te voorkomen, krijgt u een uur voor de ingreep antibiotica via het infuus toegediend. U krijgt een jasje van het ziekenhuis aan. De verpleegkundige brengt u in uw bed naar de katheterisatiekamer, waar de ingreep plaatsvindt.

Tijdens de implantatie

Om u een goed beeld te geven van de implantatie, beschrijven we hieronder stap voor stap hoe de implantatie van de ICD in zijn werk gaat. 

  • U ligt op een behandeltafel en wordt aangesloten aan bewakingsapparatuur.
  • Uw bloeddruk wordt gemeten door middel van een bloeddrukmeter om uw arm en ook uw hartritme is tijdens de ingreepcontinu op een monitor in beeld en wordt op die manier bewaakt.
  • De huid rond het te opereren gebied wordt indien nodig geschoren, gedesinfecteerd met jodium en vervolgens afgedekt met een steriel laken, zodat een steriel werkveld ontstaat voor de artsen.
 
Afbeelding 3: Ingreep implantatie van een ICD 
  • Hierna wordt de huid plaatselijk verdoofd.
  • De ICD wordt onder het sleutelbeen geïmplanteerd. Hiervoor zal de cardioloog onder de huid of borstspier ruimte creëren, de zogenaamde ‘pocket’ waarin de ICD past. Ondanks de verdoving kan dit soms wat pijnlijk zijn.
  • Tijdens de ingreep kunt u een ‘schroeilucht’ ruiken, die wordt veroorzaakt door het dichtbranden van de bloedvaatjes met een elektrisch mesje om het bloeden te stelpen.
  • Via de sleutelbeenader en de grote holle ader wordt de shock elektrode naar de rechterhartkamer geschoven (zie afbeelding 2). Indien van toepassing wordt eventueel ook een elektode in de hartboezem of op de linkerhartkamer geplaats. Dat is afhankelijkvan het type ICD dat u krijgt.

Afhankelijk van uw behandeling is de volgende informatie voor u interessant:

  • Zodra de elektroden zijn geplaatst worden er metingen verricht. Tijdens deze metingen kan uw hartslag wat anders aanvoelen.
  • Bij sommige patiënten kan de werking van de ICD worden getest. Het hart wordt dan kunstmatig in de ritmestoornis gebracht. En wordt gemeten of de ICD goed werkt.
  • Bij het sluiten van de huid wordt gebruik gemaakt van oplosbare hechtingen.

Na de ingreep

Normaal gesproken gaat u direct na de ingreep weer terug naar de verpleegafdeling. Op de afdeling gebeurt het volgende:

  • Er wordt een hartfilmpje gemaakt.
  • Uw bloeddruk, hartritme en temperatuur worden regelmatig gecontroleerd.
  • U krijgt gedurende enkele uren een zandzakje op de wond om de kans op een nabloeding te verminderen.
  • De wond wordt regelmatig geïnspecteerd.
  • U krijgt pijnbestrijding toegediend.

Als u volledig wakker bent en u voelt zich goed, mag u weer eten en drinken. Na het uitwerken van de lokale verdoving kunt u pijn ervaren; hiervoor heeft de arts u medicijnen voorgeschreven. Drie uur na de ingreep krijgt u wederom antibiotica via het infuus toegediend.

Na ongeveer drie tot vier uur bedrust mag u in beweging komen (mobiliseren). Beweegt u hierbij de aangedane arm zo min mogelijk. Is uw ICD onder de spier geplaatst, dan kan de wond wat langer pijnlijk zijn. Zonodig kunt u de arm ontlasten door een mitella te dragen; de verpleegkundige van de afdeling geeft u hierover nadere instructie.

Op de dag na de ingreep:

  • wordt een röntgenfoto gemaakt van de borstkas om vast te stellen of de ICD en de bedrading op de juiste plek liggen en om een klaplong uit te sluiten
  • wordt de ICD doorgemeten door een technicus van de functieafdeling
  • krijgt u van de technicus een pasje met technische gegevens van uw ICD
  • wordt u na het doormeten van de ICD afgekoppeld van de monitor die uw hartritme registreert, tenzij de cardioloog anders bepaalt
  • krijgt u van de technicus, als het van toepassing is, uitleg over een thuismonitor. Met een thuismonitor kan de ICD op afstand worden uitgelezen. Niet iedereen komt in aanmerking voor een thuismonitor
  • kunnen sommige ICD's een signaal afgeven door piepen of trillen. Als dit voor uw ICD van toepassing is, wordt u hierover geïnformeerd door de technicus.

De arm bewegen
Het is van belang dat u de aangedane arm de eerste weken na de implantatie rustig beweegt. U mag de ellenboog gedurende zes tot acht weken niet boven de schouder opheffen om te voorkomen dat de draden van de ICD zich verplaatsen. Is uw ICD onder de spier geplaatst, dan wordt u aangeraden een aantal dagen een mitella te dragen. Na de eerste ICD controle kunt u uw arm weer normaal gebruiken.

Weer naar huis

Als de ingreep zonder complicaties is verlopen, is het gebruikelijk dat u de eerste of tweede dag na de ingreep ‘met ontslag’ mag, hetzij terug naar het ziekenhuis waar u vandaan komt, hetzij naar huis.

De zaalarts of physician assistant bepaalt op basis van de röntgenfoto, de informatie van de technicus en de bevindingen van de verpleegkundige of u het ziekenhuis kunt verlaten. Meestal kunt u in de loop van de ochtend naar huis, alleen als u zich in orde voelt en het wondje bij het sleutelbeen er goed uitziet.

Medicijnen

Als u de bloedverdunnende medicijnen van de trombosedienst gebruikt, krijgt u van de verpleegkundige te horen welke dosering u moet gebruiken op de dagen na ontslag. Daarna krijgt u een nieuwe doseringskalender thuisgestuurd.

Vóór ontslag heeft u een gesprek met de verpleegkundige. Zij gaat na of de gegeven informatie door de zaalarts of physician assistant duidelijk is en bereidt u verder voor op het ontslag. Zo geeft zij u richtlijnen voor deelname aan het verkeer en vertelt zij u hoe u de wond thuis kunt inspecteren en verzorgen.

Voordat u naar huis gaat, krijgt u de volgende papieren mee:

  • voorlopige brief voor uw huisarts
  • recepten, als uw medicatie is aangepast
  • medicijnkaart.

Over de controleafspraak bij de ICD-technicus en uw cardioloog of physician assistant krijgt u thuis bericht.

Hechtingen

Het wondje van de ICD ingreep zijn met oplosbare hechtingen gesloten. U hoeft niet naar de huisarts om deze te laten verwijderen. Krijgt u in de weken na de ingreep koorts, koude rillingen en lijkt het wondje ontstoken, neem dan contact op met Isala.

Controle

Na de ingreep moet uw ICD met enige regelmaat worden gecontroleerd. De technicus kijkt of uw ICD technisch in orde is, zo nodig wordt deze anders ingesteld. Een controle duurt vijftien tot dertig minuten. De eerste ICD-controle vindt twee maanden na de implantatie plaats. Daarna volgens afspraak een of twee maal per jaar in principe bij Isala in Zwolle.

Autorijden

Na de implantatie mag u zeker twee maanden niet autorijden. Na deze twee maanden kunt met een formulier code 100/101 van de cardioloog en een eigen verklaring een nieuw rijbewijs met speciale code aanvragen. Voor specifieke regelgeving verwijzen wij u naar: www.stin.nl onder ‘rij- en vaarbewijzen’.

Herstel thuis

Na uw ontslag uit het ziekenhuis gaat het verdere herstelproces thuis door. Van tevoren is moeilijk te zeggen hoe dit proces verloopt. Dit verschilt van persoon tot persoon. Gun uzelf de tijd om vertrouwd te raken met uw ICD.

Meer informatie over het herstel en de leefregels na een ICD-implantatie kunt u vinden op de website van STIN (Stichting ICD dragers Nederland), een actieve patiëntenvereniging van en voor ICD-dragers.

Griepprik

Het halen van de griepprik liever niet in de eerste maand na de ICD-implantatie.

Hartrevalidatie

Veel patiënten zijn na een ingreep aan het hart erg onzeker over hun lichaam. Wat kan ik wel, wat kan ik niet? Thuis komen de vragen over bewegen, voeding, werk en leefstijl. Vaak kunt u en mag u meer dan u denkt. Het is ook belangrijk dat u nieuwe klachten voorkomt.
In Zwolle kunt u een hartrevalidatieprogramma volgen bij het Isala Harthuis. Wij bekijken samen met u wat het beste past bij uw persoonlijke doelen en situatie. Dit doen we volgens de Richtlijn Hartrevalidatie van de Nederlandse Hartstichting.
Na uw behandeling in Isala bespreekt uw cardioloog met u de mogelijkheid om een hartrevalidatieprogramma te volgen. Als dat niet het geval is vraag dat dan gerust.
Lees voor meer informatie ook de folder Hartrevalidatie.

Afspraak voor ICD-controle

Een technicus moet met enige regelmaat uw ICD controleren. Er is geen specifieke voorbereiding nodig. Soms maakt laborant(e) voorafgaand aan de ICD-controle een hartfilmpje. Als u aansluitend aan de ICD-controle naar de cardioloog of physician assistant gaat, moet u een overzicht van uw huidige medicijngebruik meebrengen.

De controle

Tijdens de ICD-controle wordt uw ICD gecontroleerd op de juiste werking. De technicus kijkt of de ICD technisch in orde is. Tijdens het doormeten van uw ICD plaatst de technicus in de meeste gevallen een aantal elektroden op uw armen en benen om zodoende uw hartritme te observeren tijdens de controle.

Daarna verricht de technicus met behulp van diverse apparatuur verschillende metingen aan uw ICD. Zo nodig wordt de ICD anders ingesteld.

Daarnaast wordt in het geheugen van de ICD gekeken of zich in de afgelopen tijd nog ritmestoornissen hebben voorgedaan. Als dit het geval is, kijkt de technicus ook of de ICD op de juiste manier hierop heeft gereageerd. Misschien vraagt de technicus u om een aantal testjes te doen, zoals een stukje lopen of de handen tegen elkaar aan te drukken.

Heeft u alleen een afspraak bij de technicus, dan worden de gegevens van uw ICD in uw dossier opgeborgen. Het onderzoek is niet pijnlijk; wel kan uw hartslag anders aanvoelen tijdens het verrichten van de metingen. De controle duurt vijftien tot dertig minuten.

Thuismonitoring

Bent u aangesloten bij een thuismonitoring-netwerk, dan kan de ICD-technicus op afstand gegevens uit uw ICD bekijken. Bij thuismonitoring verzendt uw ICD de gegevens vanaf uw huis. Dat gebeurt via een thuismonitor, een kastje dat u thuis installeert.

De monitor verzendt gegevens van uw ICD via een telefoonlijn, kabel of satellietverbinding naar een (beveiligde) centrale computer. Vervolgens kan de ICD-technicus met een inlogcode via het internet de verzonden gegevens van uw ICD bekijken.

Afhankelijk van uw behandeling is de folder Controle van de ICD door thuismonitoring voor u interessant.

Afspraak bij de cardioloog

Als u aansluitend aan de controle door de technicus een afspraak bij de cardioloog of physician assistant heeft, dan krijgt u van de technicus de meetgegevens van uw ICD mee.

Vervolgcontrole

Van de technicus of de cardioloog krijgt u een afsprakenkaartje waarop staat wanneer u de volgende afspraak kunt maken bij de balie van de polikliniek Cardiologie.

ICD en overlijden

Een ICD vraagt rond het overlijden van de drager om een aantal specifieke maatregelen. Voor de volledigheid zetten wij deze hieronder op een rij:

  • De levensreddende functie van de ICD kan dan het sterven op natuurlijke wijze in de weg staan. Tijdens het stervensproces kunnen ongewenste en pijnlijke shocks door de ICD worden afgegeven. Ook na het overlijden kan de ICD nog shocks afgeven, met onwillekeurige bewegingen van het lichaam als gevolg. Dit kan voor de aanwezigen als ongewenst en belastend worden ervaren. Om deze reden is het goed de ICD in ieder geval voordat het stervensproces begint uit te schakelen.
    Lees voor meer informatie de folder ICD en het levenseinde, een initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC).
  • Bij patiënten die thuis of in het ziekenhuis terminaal zijn, is het mogelijk om de ICD uit te zetten, waarbij de pacemakerfunctie aan blijft. Het is wel belangrijk dat dit door de behandelende cardioloog met patiënt en familie goed wordt besproken en dat dit ook wordt vastgelegd in het medisch dossier.
  • Na het overlijden is het wenselijk dat de ICD wordt verwijderd. De nabestaanden dienen aan de begrafenisondernemer door te geven dat de overledene een ICD draagt.
  • Ook als de overledene wordt gecremeerd, is het belangrijk dit voor de crematie aan de uitvaartbegeleider door te geven.
  • Wanneer een overleden ICD-drager deelneemt aan een wetenschappelijk onderzoek of studie, dan is het nodig dat de gegevens die nog op de ICD staan, worden uitgelezen. Het is in deze gevallen belangrijk het overlijden aan het ziekenhuis door te geven.

Wat moet u doen als ...?

U belt 112 of de afdeling Spoed van Isala als:

  • uw ICD één of meerdere shocks afgeeft en u voelt zich daarna onwel
  • u één of meerdere wegrakingen heeft gehad (bewusteloosheid).
    Geef altijd door dat u shocks heeft gehad van uw ICD.

Afdeling Spoed, t (038) 424 41 92, bereikbaar 24 uur per dag.

U belt de polikliniek Cardiologie als:

  • uw ICD één shock heeft afgegeven en u daarna geen klachten heeft
  • u denkt dat de ICD een shock heeft afgegeven, maar u weet het niet zeker
  • uw ICD een piep- of trilsignaal afgeeft (afhankelijk van type ICD). Laat u doorverbinden met de ICD-technicus
  • u vragen heeft over de werking van uw ICD of thuismonitor. Belt u in dit geval tijdens kantoortijden met de polikliniek Cardiologie. Vraagt u naar de ICD-technicus.

Patiëntenverenigingen en meer informatie

Er zijn verschillende (patiënten)verenigingen. U kunt bij daar terecht voor meer informatie en lotgenotencontact.

  • STIN / Stichting ICD-dragers Nederland
    Smitsven 18
    1504 AM Zaandam
    t (075) 785 03 92
    e kantoor@stin.nl
    www.stin.nl
  • Patiëntenvereniging De Hart & Vaatgroep/ Nederlandse Hartstichting
    Prinses Catharina Amaliastraat 10
    2496 XD Den Haag
    Telefoonnummer: 088 - 1111 600
    E-mail: info@hartenvaatgroep.nl / www.hartenvaatgroep.nl
  • info@hartstichting.nl, www.hartstichting.nl
    Online brochures Hartstichting: voor het downloaden of bestellen van een brochure van de Hartstichting
  • www.hartwijzer.nl, over hartziekten en wat u moet doen om hartziekten te behandelen en te voorkomen

Op vakantie met een S-ICD

Voor meer informatie over rijbevoegdheid kunt u contact opnemen met:

  • Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) Regio Oost
    Hazenkamp 10
    Postbus 4046
    6803 EA Arnhem
    t 0900 0210 , algemeen nummer
    www.cbr.nl

Voorlichtingsfilms

youtube

 

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen of wilt u meer weten, dan kunt u telefonisch contact opnemen met polikliniek Cardiologie, bereikbaar op maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur via telefoonnummer (038) 424 23 74.
Na 17.00 uur en in het weekend belt u met de Centrale balie van Isala, via telefoonnummer (038) 424 50 00. U wordt doorverbonden met de dienstdoende arts-assistent van de afdeling Cardiologie, of de ICD-technicus.

Bent u door uw huisarts of medisch specialist doorverwezen naar de polikliniek Cardiologie in Zwolle, Kampen of Heerde? Of heeft u een vervolgafspraak? Dan bepaalt u voortaan zelf het best passende moment voor uw afspraak.

Heeft u binnenkort een afspraak bij de polikliniek Cardiologie in Meppel of Steenwijk? Dan vindt u de tijd en plaats waar u wordt verwacht in uw afspraakbevestiging.

Voor het schrijven van deze informatie heeft Isala gebruikgemaakt van de brochure ‘Rijgeschiktheid van personen met een geïmplanteerde cardioverter defibrillator’ van De Gezondheidsraad.

Bijlage 1: Autorijden en varen

Autorijden als ICD-drager is mogelijk na een wettelijke wachttijd nà implantatie van de ICD van twee maanden. Na de wachttijd van twee maanden heeft u een eigen verklaring en een geschiktheidsverklaring van de cardioloog nodig. Deze stuurt u naar het CBR. U komt dan alleen in aanmerking voor de rijbewijscategorieën A, B en B+E (privége­bruik). Dit is het rijbewijs met code 100.
Een rijbewijs voor beroepsmatig rijden is beperkt mogelijk. U heeft dan een rijbewijs met code 101 nodig.
De CBR-arts verklaart u wel of niet rijgeschikt. Pas als u in het bezit bent van uw nieuwe rijbewijs, met code, bent u weer rijbevoegd.

Belangrijk:
'Wettelijke wachttijd na implantatie twee maanden' betekent jammer genoeg niet dat u meteen daarna ook direct weer mag autorijden. In de praktijk duurt die periode namelijk enkele weken langer omdat uw behandelend cardioloog pas na die twee maanden de geschiktheidsverklaring kan verstrekken waarmee u een nieuw geldig rijbewijs voor ICD-dragers kunt aanvragen. Rijdt u in die periode toch met uw oude rijbewijs, dan is dat voor eigen verantwoording.

Kijkt u voor uitgebreide informatie over dit onderwerp op de website van STIN.

Stappenplan aanvragen rijbewijs
Aanvragen rijbewijs code 100

  • ‘Eigenverklaring’ kopen op het gemeentehuis.
  • Bij de eerste controle van de ICD, twee maanden na implantatie, ontvangt u het keuringsrapport van de cardioloog of PA namens de cardioloog.
  • Beide formulieren opsturen naar het regiokantoor van het CBR.
  • Na enige tijd krijgt u een verklaring van geschiktheid voor maximaal vijf jaar. Hiermee kunt u op het gemeentehuis een rijbewijs kopen met code 100. Dit rijbe­wijs is alleen geschikt voor privégebruik.

Aanvragen rijbewijs code 101

  • ‘Eigenverklaring’ kopen op het gemeentehuis.
  • Bij de eerste controle van de ICD, twee maanden na implantatie, ontvangt u het keuringsrapport van de cardioloog of PA namens de cardioloog.
  • Werkgeversverklaring laten invullen door de werkgever.
  • Formulieren opsturen t.a.v. het hoofd medische zaken van het CBR, met vermelding van naam en adres van uw cardioloog.
  • Na enkele weken ontvangt u dan een verklaring van geschiktheid waarmee u op het gemeentehuis een rijbewijs kunt kopen met code 101. Dit rijbewijs is geschikt voor beperkt beroepsmatig gebruik.
Let op
Bent u ouder dan 75 jaar, dan heeft u een ‘Eigen verklaring met geneeskundig verslag’ nodig, in te vullen door een huisarts na een kleine keuring.

In welke gevallen is autorijden tijdelijk (gedurende twee maanden) niet toegestaan?

  • Na een terechte shock van de lCD.
  • Na een onterechte shock van de lCD, vanaf het moment dat de lCD opnieuw geprogrammeerd is.

Wanneer is autorijden nooit toegestaan?

De rijgeschiktheid geldt niet voor het groot rijbewijs (C-D-CE-DE). Rijden op vrachtwagens blijft verboden voor lCD-dragers. Het besturen van een auto voor het beroepsmatig vervoeren van personen (zoals taxi- en buschauffeur) blijft verboden.
Voor mensen met ernstig hartfalen (NYHA-klasse 3 of 4) geldt een algeheel rijverbod, voor ieder rijbewijs.

Is varen toegestaan?

Bij de zeevaart en ook op de binnenvaart waarvoor het Groot vaarbewijs of Rijnpatent is vereist, zijn het dragen van een lCD en ernstig hartfalen een reden voor blijvende afkeuring. Een iets soepelere regeling geldt voor het klein vaarbewijs dat nodig is voor de pleziervaart en specifieke kleine beroepsvaart. Deze zijn voor lCD-dragers toegestaan vanaf zes maanden na de implantatie, op voorwaarde dat er niet vaker dan één keer in de twee jaar een shock wordt afgegeven en het duidelijk is dat het apparaat niet kan worden beïnvloed door elektromagnetische straling (dit kan door de ICD-firma worden gecheckt).

Is rijden op een brommobiel toegestaan?

Als uw cardioloog en/of het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) u medisch niet geschikt acht voor het besturen van een auto, zou u – in overleg met uw cardioloog – kunnen bekijken of het mogelijk is van een brommobiel gebruik te maken. De kosten voor de ‘Eigen verklaring’ en voor de aanschaf van een nieuw rijbewijs zijn voor uw eigen rekening.

Rijbevoegdheid na een shock van uw ICD

Mocht uw ICD een shock afgeven (terecht of onterecht), dan geldt vanaf dat moment opnieuw een observatieperiode van twee maanden en ongeschiktheid voor het besturen van een motorvoertuig, tenzij anders wordt bepaald door uw arts. In zo’n geval hoeft u na de observatieperiode niet opnieuw een nieuw rijbewijs aan te vragen en bovenstaande procedure te doorlopen.

Aansprakelijkheid bij ongeval

Bovenstaande regels zijn wettelijk vastgesteld. Het niet-houden aan deze regels kan bij een ongeval met de auto grote financiële en juridische gevolgen hebben voor de ICD-drager. U wordt dan ook met klem geadviseerd zich aan deze wettelijke regels te houden.


7 februari 2017 5039 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht