ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Bevallen in Isala

U gaat bevallen op de afdeling Verloskunde in Isala. Dit kan een poliklinische bevalling met uw verloskundige zijn of een klinische bevalling onder begeleiding van een gynaecoloog vanwege een medische reden.

In Nederland begeleidt de verloskundige de zwangerschap en bevalling als er tijdens de zwangerschap en bij de bevalling geen bijzondere risico’s worden verwacht. In dat geval kunt u meestal ook thuis bevallen of kunt u ervoor kiezen om met uw eigen verloskundige in Isala te bevallen. Dit noemen we een poliklinische bevalling. Voor een poliklinische bevalling met uw eigen verloskundige geldt dat u vaak een eigen bijdrage moet betalen, afhankelijk van uw ziektekostenverzekering.

Als er een verhoogd risico is op problemen tijdens de zwangerschap of bij de bevalling, wordt u naar de gynaecoloog verwezen. Vaak neemt de gynaecoloog de begeleiding dan over. In dat geval bevalt u altijd in het ziekenhuis. Dit heet een klinische bevalling om medische reden of ‘op medische indicatie’. Bij een klinische bevalling vergoedt uw verzekering de kosten van opname en bevalling.

De polikliniek

Bevalt u klinisch om medische reden dan vinden de zwangerschapscontroles plaats op de polikliniek Verloskunde. Deze controles worden gedaan door:

  • uw eigen gynaecoloog tijdens zijn of haar spreekuur.
  • wisselende gynaecologen tijdens het speciale zwangerenspreekuur.
  • een arts-assistent of klinisch verloskundige onder supervisie van de gynaecoloog.

Bij iedere controle wordt uw bloeddruk gemeten. Daarnaast worden de groei van uw kind en de harttonen van uw kind beoordeeld. Onderzoek van gewicht, urine, bloed, echoscopisch onderzoek en/of een hartfilmpje van de baby (Cardio Toco Grafie: CTG) vindt alleen plaats als hier een reden voor is.

Als u onder controle staat van de gynaecoloog, wordt u door de arts of klinisch verloskundige doorgestuurd naar het Verpleegkundig spreekuur obstetrie (VSO). U krijgt informatie over de bevalling en er is aandacht voor uw persoonlijke omstandigheden. Ook is er ruimte voor al uw vragen van niet-medische aard. De polikliniek-assistente kan een afspraak voor u maken gekoppeld aan uw afspraak bij de gynaecoloog.
Ook organiseert Isala voorlichtingsavonden over bevallen in Isala voor u en uw partner. Bij de verloskundigen in Zwolle en omgeving liggen folders met data van de komende bijeenkomsten en op de website van Isala staan deze data ook vermeld. Tijdens de voorlichtingsavond ziet u een presentatie en kunt u vragen stellen aan een gynaecoloog en een verpleegkundige.

Vooraf regelen

  • Verloskundige zorg in het kraambed
    Als uw zwangerschap door de gynaecoloog wordt begeleid, is het verstandig tijdig met uw huisarts of verloskundige afspraken te maken over kraambedcontroles. Een van hen neemt de begeleiding thuis over na uw ontslag uit het ziekenhuis. De verloskundige of huisarts wordt door Isala op de hoogte gesteld van uw ontslag. 
  • Kraamzorg
    Ook is het verstandig om u voor de 16e week van uw zwangerschap aan te melden bij een organisatie voor kraamhulp. Meestal heeft de zorgverzekeraar een contract met diverse aanbieders van thuiszorg. Vraag daarom eerst bij uw zorgverzekeraar na voor welke kraamhulp u in aanmerking komt. U moet zich ook inschrijven wanneer u het kraambed (gedeeltelijk) in het ziekenhuis doorbrengt. Wanneer u naar huis gaat, kunt u namelijk vaak alsnog in aanmerking komen voor kraamhulp.

Wanneer bellen?

Vooral in het begin van de zwangerschap vinden de controles met vrij grote tussenpozen plaats. Als zich tussentijds problemen lijken voor te doen of als u zich ongerust maakt, neemt u dan gerust contact op met de polikliniek Verloskunde, telefoonnummer (038) 424 35 55 (in spoedeisende situaties met de verloskamers, telefoonnummer (038) 424 81 61).

Direct overleg met de verloskamers is noodzakelijk bij:

  • buikpijn, weeën
  • vaginaal bloedverlies: meer dan een paar druppels
  • verlies van vruchtwater
  • minder of geen ‘leven’ voelen
  • iedere andere klacht waarover u zich zorgen maakt, bijvoorbeeld koorts, ernstige hoofdpijn, sterretjes zien of plotseling veel vocht vasthouden.

De bevalling

Neem contact op als:

  • u pijnlijke, harde buiken (weeën) hebt om de 5 minuten gedurende een uur.
  • u vruchtwater verliest.
  • u bloed verliest.
  • u zich ongerust maakt, bijvoorbeeld omdat u buikpijn hebt of minder leven voelt
  • uw arts iets anders met u afgesproken heeft.

U kunt maandag t/m vrijdag van 08.00 tot 16.30 uur bellen naar de polikliniek, telefoonnummer (038) 424 35 55. Buiten deze tijden kunt u bellen naar de verloskamers, telefoonnummer (038) 424 81 61. Dit nummer is 24 uur per dag bereikbaar. Voordat u naar het ziekenhuis komt, moet u altijd eerst bellen. De medewerkers van de verloskamers kunnen zich dan op uw komst voorbereiden.

Wat neemt u mee?

Wees goed voorbereid en zet tegen de tijd van de bevalling een tas klaar die u meeneemt naar het ziekenhuis. Voor uzelf neemt u mee:

  • zwangerschapskaart van de verloskundige, verzekeringspapieren en identiteitsbewijs
  • nachtkleding, toiletartikelen, ondergoed, T-shirt, sokken, ochtendjas en slippers
  • eventuele medicatie die u thuis gebruikt
  • fototoestel/videocamera (en opladers).

Aangezien uw partner gedurende uw opname op de verloskamer bij u mag blijven kan het handig zijn voor uw partner om mee te nemen:

  • toiletspullen
  • nachtkleding
  • etenswaren: een koelkast en magnetron zijn aanwezig op elke verloskamer.

Voor de baby neemt u mee:

  • babykleertjes (rompertje, truitje/broekje/pakje, sokjes, mutsje, jasje). Tijdens het verblijf in Isala mag uw baby eigen kleertjes aan
  • molton/omslagdoek
  • een autostoeltje/Maxi Cosi dat voldoet aan de wettelijke veiligheidseisen.

Waar moet u naar toe?

De bevalling vindt plaats op de afdeling Verloskunde/Kraam V4.4. U kunt gewoon met eigen vervoer of taxi naar het ziekenhuis komen. Alleen in noodsituaties vindt het vervoer per ambulance plaats, maar dan altijd op aanwijzing van de verloskundige of (huis)arts.
De auto kunt u parkeren in de parkeergarage of op het parkeerterrein. U komt binnen via de hoofdingang of minder validen ingang. Via de Centrale hal kunt u meteen doorlopen naar de verloskamers, u kunt ook een rolstoel in bruikleen pakken.

Isala heeft 35 verlos- en kraamkamers waar u in een huiselijke sfeer kunt bevallen. Hier staat de zorg voor het gezin centraal en kan de partner indien gewenst blijven slapen. Voor een aantal services, bijvoorbeeld overnachting(en) en maaltijd(en) van de partner, zijn wij genoodzaakt een kleine vergoeding te vragen. De suite is voorzien van alle medische apparatuur en heeft een sanitaire ruimte met wastafel, toilet met bidet en douche. In de kamer staat een televisie, bedbank voor de partner, koelkast en magnetron. U kunt gebruik maken van ons gratis Wi-Fi netwerk. Koffie en thee kunt u pakken uit de automaat op de afdeling. Voor de baby is er een commode met een aankleedkussen, badje en wiegje.

Begeleiding tijdens de bevalling

Op de afdeling wordt u opgenomen door een verpleegkundige die de specialisatie voor verloskunde heeft of hiervoor in opleiding is. Zij geeft u een polsbandje met daarop uw naam, geboortedatum en patiëntnummer. Dit krijgt u ter identificatie en om vergissingen te voorkomen om. Draagt u daarom dit polsbandje altijd tijdens uw verblijf in ons ziekenhuis.
Als de bevalling begonnen is, komt u op uw eigen verloskamer. De arts of klinisch verloskundige begeleidt u samen met een kraamverpleegkundige. Er vindt regelmatig overleg met de gynaecoloog plaats. Indien nodig zal deze aanwezig zijn bij de bevalling. Tijdens de bevalling vindt controle van de weeën en de conditie van uw baby plaats met behulp van een CTG-apparaat. Dit apparaat registreert de weeënactiviteit en de hartslag van de baby. De CTG-registratie is ook buiten de verloskamers via een monitor zichtbaar voor de arts, verloskundige en verpleegkundige.
Het is mogelijk om uw wensen omtrent de begeleiding tijdens de bevalling op voorhand vast te leggen in een geboorteplan of bevalplan. Meer informatie over het opstellen van een geboorteplan vindt u op de website van Gynaecologie en Verloskunde. Dit geboorteplan kunt u tijdens een controle op de polikliniek bespreken met de arts, klinisch verloskundige en/of de verpleegkundige van het VSO.

Pijnbestrijding tijdens de bevalling

Pijn hoort bij een bevalling. De duur en de ernst van de pijn tijden een bevalling wisselen. Ademhalings- en ontspanningsoefeningen kunnen helpen de weeën op te vangen. Toch kan het voorkomen dat u de pijn ondraaglijk vindt en pijnbestrijding wenst. De arts of klinisch verloskundige informeert u over de verschillende mogelijkheden van pijnbestrijding:

Remifentanyl

Dit is een pijnbestrijdingsmiddel dat met een pompje door de patiënt zelf kan worden toegediend. Dit gaat via een infuus. Remifentanyl heeft een zeer snel werkend effect op de pijn en zorgt voor ontspanning. Naast de onderhoudsdosering kunt u zichzelf om de twee minuten een bolus van het medicijn geven. Het voordeel van dit medicijn is dat het zeer snel is uitgewerkt. Deze manier van pijnbestrijding kan op indicatie 24 uur per dag worden toegepast.

Toediening
Om toediening van te veel medicijn te voorkomen, krijgt u dit middel niet onbeperkt toegediend. De infuuspomp kent een vergrendeling van twee minuten; dit betekent dat u niet onmiddellijk na elkaar pijnstilling kunt toedienen. De drukknop mag uitsluitend en alleen door u bediend worden, dus niet door de verpleegkundigen, artsen, uw partner of andere aanwezigen.
De arts of verloskundige die u bij de bevalling begeleidt, kan vaststellen of u voor deze vorm van pijnstilling in aanmerking komt. De methode is vooral nuttig om de laatste fase van de ontsluiting te overbruggen of als er redenen zijn om niet een ruggenprik toe te passen.
Het kan zijn dat de baring zo ver is gevorderd, dat u niet meer in aanmerking komt voor deze vorm van pijnstilling. Ook kan de ontsluiting al zo ver gevorderd zijn dat de baby binnen korte tijd geboren kan worden.

Voorbereiding
U krijgt als voorbereiding een infuus in de arm waarop de pomp wordt aangesloten. In uw andere arm krijgt u ook een infuus als voorzorgsmaatregel. Van te voren wordt een hartfilmpje (CTG) van de baby gemaakt gedurende minimaal 30 minuten om te controleren of de baby in een goede conditie is.
Het zuurstofgehalte in uw bloed wordt gemeten door middel van een knijpertje op uw vinger. Verder worden uw bloeddruk en ademhaling regelmatig gemeten. Verpleegkundigen en artsen zullen regelmatig vragen en meten of de pijnstilling voldoende is.
Bijwerkingen van deze vorm van pijnstilling kunnen zijn:

  • slaperigheid
  • misselijkheid
  • jeuk
  • verminderde ademhaling.

Bij vermindering van uw ademhaling kunnen er ook veranderingen in de hartslag van de baby optreden. Daarom wordt de hartslag van uw baby continu gemeten met een harttonenregistratie (cardiotocogram of CTG).

Het toedienen van pijnstilling, op deze manier, vergt enige oefening van uw kant. Na de druk op de knop duurt het 20 tot 30 seconden totdat de pijnstilling werkt en een wee duurt 60 tot 90 seconden. U moet het toedienen van pijnstilling leren, dat wil zeggen: zelf het moment uitzoeken wanneer u op de knop moet drukken om het maximale effect te bereiken bij de komende wee.

Voor- en nadelen van de Remifentanil-pomp op een rij

  • Het geeft tijdens de weeën een krachtige pijnstilling.
  • Remifentanil maakt dat u slaperig wordt en u wat van de wereld afsluit; dat kan ervoor zorgen dat sommige vrouwen de bevalling niet bewust ervaren en soms zelfs akelig vinden. Achteraf kunnen zij het gevoel hebben dat zij een deel van de bevalling ’kwijt’ zijn.
  • U moet wakker zijn om op tijd op de knop te kunnen drukken.
  • Het kost enige voorbereidingstijd om deze vorm van pijnstilling te regelen. Er moeten twee infuusnaalden worden geprikt.

Epidurale pijnbestrijding (ruggenprik)

Er zijn twee soorten pijnbestrijding met een ruggenprik:

  • epidurale pijnbestrijding
  • spinale anesthesie (verdoving).

Epidurale pijnbestrijding wordt ook wel peridurale pijnbestrijding genoemd. Bij de bevalling wordt vaak epidurale pijnbestrijding gegeven. Bij een keizersnede maakt men meestal gebruik van spinale anesthesie. Dit wordt verderop besproken.

Wat is epidurale pijnbestrijding?
Bij deze ruggenprik spuit de anesthesioloog via een dun slangetje (katheter) verdovingsvloeistof in de ruimte in het midden van ruggenwervels: de epidurale ruimte. Hier lopen zenuwen die pijnprikkels van de baarmoeder en de bekkenbodem vervoeren. Als deze zenuwen worden uitgeschakeld, voelt u de pijn van de weeën niet meer.

Hoe verloopt zo’n ruggenprik?
Voorbereidingen en controles
U krijgt eerst extra vocht via een infuus. Dit is nodig omdat uw bloeddruk niet te veel mag dalen. Uw hartslag en bloeddruk worden regelmatig gecontroleerd met behulp van automatische bewakingsapparatuur. De harttonen van het kind worden gecontroleerd door middel van een CTG (cardiotocogram).

Wie geeft de prik?
Een anesthesioloog geeft de epidurale pijnbestrijding. Dit gebeurt op de verloskamer.

Na de prik
Als de katheter eenmaal is aangebracht, kunt u zich weer bewegen. De katheter wordt aangesloten op een pompje waardoor continu een kleine hoeveelheid verdovingsvloeistof loopt. Gemiddeld duurt het vijf tot vijftien minuten voordat u het effect echt merkt.

Verdere controles
Tijdens het verdere verloop van de bevalling vindt regelmatig controle van uw bloeddruk, polsslag, urineproductie en soms ook het zuurstofgehalte in uw bloed plaats. Ook wordt in de gaten gehouden of de pijnstilling voldoende is. Daarnaast wordt de conditie van uw kind bewaakt.

Wat is het effect van epidurale pijnstilling?
Het is mogelijk dat u vrijwel geen pijn ervaart met epidurale pijnbestrijding. Vaak is het zo dat u de weeën nog voelt maar dat dit acceptabel is. Soms kunnen uw benen slap worden of krijgt u een tintelend doof gevoel in uw buikhuid en/of uw benen. Deze effecten verdwijnen als met de medicijnen wordt gestopt.
De anesthesioloog zoekt altijd naar een evenwicht in de dosering: de pijn moet draaglijk zijn terwijl de bijwerkingen zo klein mogelijk zijn. Op het hoogtepunt van een wee kunt u dus toch nog wat druk of een beetje pijn voelen. Door de ruggenprik krijgt u echter rust en kunt u weer op krachten komen; door vermindering van pijn en angst zou de ontsluiting dan sneller kunnen verlopen.

Hoe gaat de bevalling verder bij epidurale pijnstilling?
Tegen de tijd dat u volkomen ontsluiting heeft, krijgt u persdrang: de aandrang om te gaan persen tijdens de wee. Dit kan terwijl u nog steeds de pijnstillende medicatie krijgt toegediend. Soms is de bekkenbodem zodanig verdoofd dat de patiënt het persgevoel niet waarneemt, dan wordt er vaak door de arts of klinisch verloskundige besloten om de toediening van medicatie via de peridurale katheter stop te zetten. De medicatie moet uitwerken, soms duurt het een tijdje voordat de spontane persdrang op gang komt. De uitdrijvingsfase kan hierdoor wat langer duren. De kans op een vacuüm- of tangverlossing is iets verhoogd omdat u de persweeën minder goed voelt. De kans op een keizersnede is niet verhoogd.

Kan epidurale pijnstilling altijd gegeven worden?
Soms kan het enige tijd duren voordat de anesthesioloog naar de verloskamer kan komen, omdat hij of zij nog bezig is met de zorg voor andere patiënten. Wanneer de verwachting is dat de anesthesioloog niet binnen een uur kan komen, kan ter overbrugging een andere vorm van pijnbestrijding geboden worden.
In bepaalde situaties is epidurale pijnstilling onwenselijk, zoals bij stoornissen in de bloedstolling, bij infecties, bij sommige neurologische aandoeningen en bij afwijkingen of eerdere operaties aan de wervelkolom.

Voor- en nadelen van epidurale pijnstilling op een rij:

  • Het is de meest effectieve vorm van pijnbestrijding tijdens de bevalling. In principe continu toepasbaar, zowel tijdens de ontsluiting als tijdens het persen. Tijdens het persen wordt de pijnstilling soms stopgezet om het actief meepersen te bevorderen. Hierdoor is het mogelijk dat u tijdens het persen weer enige pijn kunt voelen.
  • Er is uitgebreide bewaking van uzelf en het kind nodig. U krijgt in ieder geval een infuus, een bloeddrukband, een katheter in de rug die op een infuuspomp is aangesloten, altijd continue CTG-bewaking van de conditie van uw baby en soms een blaaskatheter.
  • De kans op ernstige complicaties is zeer gering. Soms kunnen vervelende bijwerkingen optreden die niet ernstig zijn: bloeddrukdaling, hoofdpijn, krachtverlies in de benen, jeuk, verminderde blaasfunctie. Deze klachten zijn goed behandelbaar en van tijdelijke aard.
  • Voor de bevalling kunt u bijna nooit meer rondlopen; u moet in bed blijven.
  • Bij ongeveer vijf procent van de vrouwen is het pijnstillende effect onvoldoende.

Keizersnede

De medische term voor keizersnede is sectio caesarea. Er bestaan verschillende redenen voor een keizersnede. Soms is al tijdens de zwangerschap duidelijk dat een dergelijke ingreep nodig is, bijvoorbeeld als er complicaties zijn te verwachten. In andere gevallen blijkt soms tijdens de bevalling dat een keizersnede nodig is, bijvoorbeeld omdat de bevalling niet vordert.

Geplande keizersnede: Zoals bij elke operatie vindt bij een geplande keizersnede vooraf onderzoek plaats naar uw gezondheidstoestand. Dit noemt men de preoperatieve screening. Hierbij stelt de anesthesist vragen over uw gezondheid en wordt vaak een lichamelijk onderzoek gedaan, zoals het luisteren naar hart en longen. Verder wordt er bloedonderzoek uitgevoerd en bespreekt de anesthesist met u de keuze tussen een algehele anesthesie (narcose) en een ruggenprik.

Vanaf zeven dagen voorafgaand aan de keizersnede mag u het operatiegebied niet meer zelf ontharen met tondeuse, scheermesje of ontharingscrème, omdat u hiermee het risico op infecties na de operatie vergroot. Als de arts van mening is dat in uw situatie het operatiegebied toch onthaard moet worden, dan doet de operatieassistent dit vlak voor de keizersnede met een speciale tondeuse.

Op de dag van de operatie moet u nuchter zijn, dat wil zeggen dat u vanaf 0.00 uur niets meer mag eten en drinken, en tot twee uur vóór de operatie alleen nog heldere dranken mag nemen. Als de keizersnede in de middag staat gepland, mag u ‘s ochtends voor 6 uur nog een beschuit en een kop thee.

Ongeveer twee uur vóór de keizersnede krijgt u een operatiejasje aan en wordt een blaaskatheter ingebracht om de blaas tijdens de operatie en erna leeg te houden. Ook krijgt u een infuus met extra vocht. Tijdens het inbrengen van het infuus wordt bloed afgenomen.

Bij het plaatsen van de verdoving (spinale anaesthesie) mag uw partner helaas niet op de operatiekamer aanwezig zijn, in verband met de hygiëne-eisen op de operatiekamer.

Bij een keizersnede komt een kindje via de buikwand ter wereld. Daarvoor is een operatie nodig die zo’n 45 minuten duurt, waarbij de baby meestal binnen een kwartier na het begin van de operatie wordt geboren. U en uw partner kunnen meekijken op een beeldscherm. Een verpleegkundige pakt uw baby aan van de gynaecoloog en brengt deze naar de kinderarts. De kinderarts kijkt de baby na op de operatiekamer of in een ruimte naast de operatiekamer. Wanneer de baby in goede conditie verkeert, komt uw baby kort daarna bij u voor huid-op-huid- contact op de operatiekamer. Terwijl u en uw partner kennismaken met uw baby, ronden de artsen de keizersnede af. Na de operatie – op de uitslaapkamer en als u terug kunt naar de kraamafdeling - blijft de baby zoveel mogelijk bij u.
Als alles goed gaat, gaat u op de tweede tot vijfde dag na de keizersnede weer naar huis. De snelheid van uw herstel en de gezondheid van uw baby spelen hierbij natuurlijk een rol. De dag na de keizersnede komt de afdelingsarts bij u langs om met u te bespreken of u de volgende naar huis kunt gaan.

Thuis zult u geleidelijk verder moeten herstellen. De tijd die nodig is voor het herstel, is na een keizersnede vaak langer dan na een normale bevalling. U bent niet alleen (opnieuw) moeder geworden maar daarnaast ook genezende van een operatie.

Na de eerste weken merkt u dat u geleidelijk weer meer kunt doen. U mag traplopen, dus er hoeft geen bed in de woonkamer te staan. Bloemen verzorgen en koffie/thee zetten kan geen kwaad zolang u maar voorkomt dat u te veel achter elkaar doet. U kunt bijvoorbeeld ook dingen zittend doen.

Zwaar tillen (niet meer dan 5 kilo) wordt de eerste zes weken nog ontraden. Als u tilt, buig dan goed door de knieën en houd datgene wat u tilt dichtbij uw lichaam. Zorg dat u op een goede hoogte werkt
(bad en commode). Gaandeweg kunt u uw activiteiten uitbreiden (licht huishoudelijk werk, kleinere boodschappen). Een luchtje scheppen is prima, maar ga in het begin niet alleen en niet te ver. Het is namelijk vermoeiender dan u denkt, want u moet uw conditie immers weer opbouwen.

Al snel na de operatie kunt u onder de douche. We raden een bad af zolang er nog bloederige afscheiding is (gemiddeld twee tot vier weken). Mocht er nog wat vocht of een beetje bloed uit de wond naar buiten komen, dan kunt u de wond met de douche schoonspoelen, voorzichtig drogen, en een droog gaas eroverheen doen om uw kleding te beschermen. Hoesten, persen (ontlasting) en lachen kunnen nog wel pijnlijk zijn, maar de wond is sterk genoeg om daartegen te kunnen. U kunt uw wond dan het beste ondersteunen door uw platte hand of een handdoek zachtjes ertegenaan te drukken. Aan de zijkant van het litteken heeft u de eerste tijd soms een trekkend gevoel van inwendige hechtingen. Dit kan geen kwaad.

Met buikspieroefeningen kunt u zes weken na de operatie weer beginnen. De verschillende lagen van de buikwand zijn dan goed genezen. 

Na een ruggenprik mag u in principe direct weer autorijden. Het is echter aan te bevelen om dit niet te snel na de bevalling te doen, omdat uw reactie- en concentratievermogen verminderd zijn. Na algehele verdoving (narcose) kunt u de eerste drie weken nog wel eens duizelig zijn, dus daarom is autorijden af te raden. Ook bij fietsen kunnen evenwichtsstoornissen optreden, vooral bij het omkijken. Sommige verzekeringen vergoeden geen schade wanneer u binnen zes weken na de keizersnede weer auto gaat rijden. Het is verstandig om dit bij uw verzekering na te vragen.

Het gebruik van voorbehoedsmiddelen (anticonceptie) is niet anders dan na een normale bevalling. Vraag zo nodig de verloskundige, huisarts of gynaecoloog om advies. Wacht in ieder geval met gemeenschap tot de bloederige afscheiding voorbij is. Voor veel vrouwen duurt het langere tijd voordat zij weer zin hebben in seksueel contact.

Omdat bij een bikinisnede zenuwen in de buikhuid zijn doorgesneden, houdt u vrij lange tijd een doof gevoel rond het litteken. Boven dit gebied met een doof gevoel is er dikwijls halverwege de navel een gebied dat juist extra gevoelig is. Vaak is pas na zes tot twaalf maanden het gevoel in de buikwand weer normaal. Om het wondgebied zo soepel mogelijk te laten blijven na de ingreep kunt u de wond licht masseren door met de vingertoppen kleine ronddraaiende bewegingen te maken langs en op de wond. U verbetert hiermee de doorbloeding waardoor u verkleven met de huid en het onderliggende vetweefsel kunt voorkomen.

Bij een volgende bevalling weer een keizersnede?
Mocht u opnieuw zwanger willen worden, dan adviseert de gynaecoloog u daarmee een jaar te wachten. Of bij een volgende bevalling weer een keizersnede nodig is, hangt van de reden van deze keizersnede af. Bespreek daarom bij de controle hoe groot de kans is dat u een volgende keer een ‘normale’ bevalling tegemoet kunt zien. Vaak is bij een volgende baby geen keizersnede nodig. Wel krijgt u dan altijd een medische indicatie om in het ziekenhuis te bevallen vanwege het litteken in de baarmoeder.

Na de bevalling

Voeding

Als u borstvoeding wilt geven wordt ernaar gestreefd uw kindje binnen één uur na de bevalling aan te leggen. Uw baby mag 24 uur per dag naast uw bed staan. Indien dit niet mogelijk is – omdat de baby opgenomen is op de kinderafdeling - kunt u de melk afkolven om de borstvoeding op gang te brengen of te houden. De persoonlijke informatie over de voeding wordt genoteerd op een lijst. Deze babylijst wordt aan u meegegeven voor de kraamverzorgende. De eerste dagen na de bevalling is het belangrijk om uw baby acht tot twaalf keer per dag borstvoeding te geven. Alleen op medische indicatie wordt bijvoeding gegeven. In Isala werken lactatiekundigen die u advies kunnen geven. Wanneer u voordat u bevallen bent al problemen voorziet ten aanzien van borstvoeding dan kunt u ook een afspraak maken bij de lactatiekundige. Dit kan de polikliniek-assistente voor u regelen. Wanneer u voor flesvoeding kiest is op de afdeling flesvoeding aanwezig die u kunt gebruiken. U mag het ook van thuis meenemen.

Geboorteaangifte

U bent wettelijk verplicht de geboorte van uw kind binnen drie dagen aan te geven bij de burgerlijke stand van de gemeente. In uw geval is dat Zwolle, omdat dit de gemeente is waar uw kind geboren is/zal worden. Het weekend telt gewoon mee. Is de derde dag echter een zaterdag, zondag of erkende feestdag, dan mag u de eerstvolgende werkdag nog aangifte doen.
Om de aangifte van geboorte voor u te vergemakkelijken is er van maandag tot vrijdagmorgen een ambtenaar van de gemeente Zwolle aanwezig op de afdeling. U kunt alleen op afspraak terecht bij het geboorteloket. De verpleegkundige die bij de bevalling aanwezig was, kan voor u een afspraak maken bij het geboorteloket. Bij het geboorteloket op de Verlos/kraamafdeling kunt u terecht voor de volgende akten:

  • aangifte van geboorte
  • opmaken van de naamskeuze
  • opmaken van akte van erkenning.

U kunt uiteraard ook aangifte van geboorte doen op het Stadskantoor aan het Lübeckplein. U kunt hier ook alleen terecht op afspraak. Deze kunt u maken via www.zwolle.nl/afspraakmaken.
Voor de aangifte heeft u nodig:

  • een geldig legitimatiebewijs
  • als u getrouwd bent: ook het trouwboekje
  • als u niet getrouwd bent: eventueel de erkenningsakte
  • het roze of blauwe Isala-geboortekaartje.

NB Denkt u ook aan het inschrijven van uw baby bij uw zorgverzekeraar (binnen vier maanden na de geboorte) en bij andere verzekeringen?

Baden

De kraamverzorgende of verpleegkundige doet uw baby niet gelijk na de geboorte in bad. Ook hoeft uw kindje niet in bad te zijn geweest voordat u met ontslag gaat. Dit hoeft pas na 24 uur na de geboorte, tenzij er een reden voor bestaat om het eerder te doen, bijvoorbeeld als uw baby in het vruchtwater heeft gepoept.

Het water moet ongeveer 37 graden Celsius zijn. Dit kunt u controleren met de elleboog of badthermometer. Om snel afkoelen van de baby te voorkomen droogt u uw baby zorgvuldig maar vlot af, eerst het hoofdje en dan de rest van het lichaampje. Bij het baden is een omgevingstemperatuur tussen de 20 en 22 graden Celsius aan te bevelen.

Temperaturen van de baby

De eerste 24 uur wordt uw baby ongeveer elke drie uur (vóór de voeding) getemperatuurd. De temperatuur meet u rectaal (in de anus). U kunt de temperatuur van uw baby het beste in het nekje voelen; de handjes en voetjes voelen altijd wat kouder aan, waardoor dit geen goede graadmeter is.

Wanneer de baby zich goed warm kan houden, kunt u de eerste week thuis twee keer per dag, vóór de voeding of het bad, temperaturen om na te gaan of de baby zich op temperatuur kan houden in zijn of haar nieuwe omgeving. De normale temperatuur ligt tussen de 36,5 en 37,5 graden Celsius.
Als de baby het koud heeft, kunt u een kruik in de wieg leggen. Leg deze altijd op de dekentjes en niet direct tegen uw baby aan! Uw kraamverzorgende geeft u hierover advies.

Kamertemperatuur

De normale temperatuur van de babykamer is tussen de vijftien en achttien graden. De verwarming liever niet extra hoog zetten. U kunt beter een extra dekentje of kruik gebruiken om de baby op temperatuur te houden. Het raam mag best een beetje openblijven, zolang de temperatuur tussen de vijftien en achttien graden Celsius blijft.
Als het buiten koud is, zet dan slechts af en toe het raam open voor frisse lucht, bijvoorbeeld wanneer de baby uit de kamer is om gevoed te worden. Voorkom tocht in de babykamer.

Navelverzorging

De navelstomp en de huid rondom de navel dienen bij iedere voeding gecontroleerd te worden op tekenen van infectie (vurigheid of extreem rode kleur, vochtig, ruikend). Het navelstompje zal indrogen en valt er na ongeveer een week vanzelf af.

Plassen

Gewoonlijk plast de baby binnen de eerste 24 uur na de bevalling. In principe heeft de baby bij elke voeding een natte luier. Dit is bij borstvoeding een teken dat de baby voldoende voeding krijgt. De eerste dagen kan dit minder zijn. Eén à twee natte luiers per dag is voldoende.

Ontlasting

Bij baby’s is de eerste ontlasting zwart van kleur. Dit wordt ook wel meconium genoemd. Binnen 48 uur na de bevalling hoort de baby de eerste ontlasting gehad te hebben. Bij baby’s die borstvoeding krijgen, zal het aantal keren ontlasting per dag enorm verschillen.

Als de voeding goed op gang komt (na een paar dagen), verandert de ontlasting van kleur en samenstelling; dit wordt ook wel overgangsontlasting genoemd. De ontlasting is dan vaak geel gekleurd en erg dun en korrelig, en kan gepaard gaan met darmkrampjes.

Houding in bed

De slaaphouding voor de baby is vanaf de geboorte op de rug met het hoofdje afwisselend naar links of rechts gedraaid. Uw kraamverzorgende vertelt u hier meer over. Het is belangrijk dat uw baby op de juiste manier in bed gelegd wordt, onder andere om wiegedood te voorkomen. Kijk voor meer informatie hierover op www.wiegedood.nl.

Het ontslag

Als zich geen bijzonderheden voordoen, gaat u na enkele uren in overleg met de dienstdoende arts na de geboorte van uw baby naar huis. Na een keizersnede kunt u na minimaal 48 uur naar huis. Dit kan afhankelijk van het verloop van de zwangerschap en de situatie rondom de bevalling ook ’s avonds en ’s nachts zijn. Inmiddels biedt een aantal kraamcentra mogelijkheden voor avond-/nachtkraamzorg. U kunt bij het kraamcentrum waar u zich heeft ingeschreven of bij de verpleegkundige van de afdeling informeren of zij deze mogelijkheid bieden.
Wanneer u weet dat u naar huis gaat, is het belangrijk dat u de kraamzorg hiervan telefonisch op de hoogte brengt, zodat deze een kraamverzorgende voor u kan inplannen.
Had u een klinische bevalling om medisch reden dan wordt het ontslag besproken door de arts/ klinisch verloskundige. Het streven is om het ontslag voor 10.00 uur plaats te laten vinden.
De verpleegkundige geeft u ontslagpapieren mee voor de verloskundige en uw huisarts krijgt een ontslagbrief toegestuurd.

Nacontrole

Zes weken na de bevalling kan er een nacontrole plaats vinden bij uw eigen gynaecoloog. Soms kan de nacontrole ook door uw huisarts of verloskundige gedaan worden. Voor ontslag uit het ziekenhuis wordt met u afgesproken waar de nacontrole zal plaatsvinden.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen of wilt u meer weten, dan staat uw arts tijdens het spreekuur u graag te woord. Het kan handig zijn om uw vragen van tevoren op papier te zetten.
Ook kunt u telefonisch contact opnemen via (038) 424 35 55 (maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 16.30 uur).

Heeft u binnenkort een afspraak? Dan vindt u tijd en plaats waar u verwacht wordt in uw afspraakbevestiging.

Telefoonnummers en bereikbaarheid

  • Afdeling Verloskunde/Kraam
    (038) 424 79 78

Bezoektijden: U kunt bezoek ontvangen op de tijden dat u dat wilt maar uiterlijk tot 21.30 uur. Op de dag van de bevalling staat het u natuurlijk vrij om ten alle tijden bezoek te ontvangen, mits het bezoek zich houdt aan de rust die wenselijk is in een ziekenhuis.

  • Verpleegkundige thuismonitoring
    06 10 09 02 08 (dagelijks tussen 7.30 en 15.30 uur, tussen 15.30 en 7.30 uur wordt u automatisch doorverbonden met een verpleegkundige van de afdeling Verloskunde/Kraam
  • Polikliniek Verloskunde
    (038) 424 35 55 (maandag t/m vrijdag van 8.30 tot 16.30 uur)

4 mei 2017 5245 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht