ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Het verwijderen van de baarmoeder bij goedaardige aandoeningen

De informatie op deze pagina is bedoeld voor vrouwen die een baarmoederverwijdering overwegen in verband met een goedaardige afwijking. De medische term voor deze operatie is uterus-extirpatie of hysterectomie. U vindt hier een antwoord op de meest voorkomende vragen en problemen na ontslag. Ook krijgt u adviezen voor een voorspoedige revalidatie en een gezonde toekomst.

Bij goedaardige afwijkingen bestaan vaak verschillende behandelingsmogelijkheden. Een operatie is meestal niet de eerste keus en komt vaak pas ter sprake als andere behandelingsmogelijkheden uw klachten onvoldoende kunnen verhelpen. Dit is een belangrijk verschil met kwaadaardige aandoeningen, waarbij er over het algemeen weinig te kiezen valt.

De beslissing om deze ingreep te laten uitvoeren verdient een zorgvuldige afweging. Deze informatie kan u daarbij ondersteunen.

Baarmoeder, eileiders en eierstokken

Een normale baarmoeder (uterus) heeft de vorm en grootte van een peer. De wand van de baarmoeder bestaat uit spierweefsel, de binnenzijde is bekleed met slijmvlies. Het onderste deel mondt uit in de schede en wordt de baarmoedermond of baarmoederhals (portio of cervix) genoemd.

Aan de brede bovenkant monden twee eileiders (tubae) in de baarmoeder uit. Deze dunne, soepele buisjes, die zo’n acht tot tien centimeter lang zijn, beginnen bij de baarmoeder en eindigen bij de eierstokken. Normale eierstokken (ovaria) zijn ongeveer drie centimeter groot.

Baarmoeder, eileiders en eierstokken liggen niet los in de buik, maar zitten met bindweefselbanden vast onderin het bekken.

 
Afbeelding 1: inwendige vrouwelijke geslachtsorganen
 

Functie van eierstokken, eileiders en baarmoeder

Vóór de overgang rijpt in één van de eierstokken elke maand een eicel. Daarnaast maken de eierstokken hormonen (oestrogenen en progesteron) die zorgen voor de maandelijkse menstruaties. De hormonen dragen ook bij aan het zin hebben in vrijen en houden de vagina (schede) stevig en soepel.

De eileiders hebben een transportfunctie. Zaadcellen komen via de vagina en de baarmoeder door de eileiders naar de eierstok. Als een eisprong heeft plaatsgevonden kunnen ze een eicel bevruchten. Een niet-bevruchte eicel lost vanzelf op. Een bevruchte eicel wordt door de eileider naar de baarmoeder vervoerd.

Hormonen die de eierstokken aanmaken, zorgen ervoor dat maandelijks het slijmvlies in de baarmoeder wordt opgebouwd en weer wordt afgebroken. Dit komt dan vrij in de vorm van een menstruatie.

Redenen voor een baarmoederverwijdering

Er bestaan verschillende redenen voor een baarmoederverwijdering:

  • Menstruatieklachten
    Hevige, langdurige en onregelmatige menstruaties en/of bloedverlies tussen de menstruaties door kunnen redenen zijn om de baarmoeder te verwijderen. Veel voorkomende oorzaken van deze klachten zijn myomen (vleesbomen) en slijmvliesafwijkingen zoals poliepen, endometriose en adenomyose.

    Er zijn ook andere oorzaken voor een afwijkend menstruatiepatroon, zoals een onregelmatige aanmaak van hormonen. De menstruaties komen dan sneller na elkaar, of er zit juist een langere tijd tussen. Ook zijn ze soms heviger of langduriger. Tijdens de overgang is het onregelmatig worden van de menstruaties een natuurlijk verschijnsel.

    Vaak is het mogelijk overmatig bloedverlies op een andere manier te behandelen. Pas als andere behandelingen onvoldoende resultaat opleveren of als u niet voor andere behandelingen in aanmerking komt, is het zinvol een baarmoederverwijdering te overwegen.

  • Myomen (vleesbomen)
    Myomen zijn goedaardige verdikkingen (spierknobbels) die ontstaan in de wand van de baarmoeder. Ze kunnen sterk wisselen in aantal en grootte. Sommige zijn kleiner dan één centimeter, andere groter dan tien centimeter.

    Tijdens de levensfase waarin vrouwen menstrueren, kunnen ze groeien onder invloed van het vrouwelijk hormoon (oestrogeen). Na de overgang worden ze kleiner doordat de eierstokken dan minder hormonen maken.

    Meestal geven ze geen klachten, maar soms is er overmatig bloedverlies, buikpijn of verminderde vruchtbaarheid. Behandeling is alleen nodig als er klachten zijn. Hormonen bieden soms een oplossing, in andere gevallen adviseert de gynaecoloog een operatie.

    Of een baarmoederverwijdering de beste oplossing is, is afhankelijk van uw leeftijd en het aantal, de grootte en de plaats van de myomen. Soms is het mogelijk alleen de myomen weg te halen en de baarmoeder te behouden. Voor jongere vrouwen die wellicht nog zwanger willen worden, is dit soms een oplossing. Uw gynaecoloog bespreekt dat met u.

  • Endometriose
    Bij endometriose bevindt het slijmvlies dat de binnenkant van de baarmoeder bekleedt, zich ook buiten de baarmoeder, namelijk in de buikholte of in de eierstokken. De menstruaties zijn vaak abnormaal pijnlijk, omdat ook deze plekjes bloeden.

    Behandeling van endometriose is meestal alleen nodig bij klachten. Vaak adviseert de gynaecoloog eerst behandeling met hormonen. Een baarmoederverwijdering is zelden noodzakelijk. De gynaecoloog adviseert deze operatie over het algemeen alleen als alle andere behandelingsmogelijkheden onvoldoende verbetering van de klachten geven.

  • Adenomyose
    Bij adenomyose is het baarmoederslijmvlies dieper dan normaal binnengedrongen in de wand van de baarmoeder. Deze aandoening komt het meest voor bij vrouwen boven de veertig. Adenomyose kan overmatig bloedverlies en pijn bij de menstruatie veroorzaken.

    De diagnose is moeilijk te stellen. De baarmoeder is soms vergroot en pijnlijk bij het drukken erop. Adenomyose wordt in eerste instantie behandeld met hormonen. Als deze behandeling niet in aanmerking komt of niet werkt, kunt u een baarmoederverwijdering overwegen.

  • Pijn in de onderbuik
    Hierbij kan het gaan om pijn in de onderbuik die min of meer constant aanwezig is, pijn die vooral rond de menstruatie optreedt en pijn bij de gemeenschap (samenleving). Deze problemen kunnen afzonderlijk, maar ook in combinatie voorkomen.

    Een afwijking van de baarmoeder is slechts zelden een goede verklaring voor dit soort pijn. Nogal eens blijken buikpijnklachten samen te hangen met spanningen.

    Deze spanningen kunnen ontstaan door problemen in de omgeving, in de relatie of op het werk, maar ze kunnen ook het gevolg zijn van negatieve seksuele ervaringen. Soms blijkt seksueel misbruik of mishandeling in de jeugd de oorzaak van dergelijke spanningen. De buik is gevoelig voor emoties (denk maar aan verliefdheid of grote angst) en ook bij onbewuste spanningen kan buikpijn optreden.

    Bij een baarmoederverwijdering in verband met pijnklachten verminderen de klachten direct na de operatie meestal wel, maar vaak keren ze binnen een paar maanden weer terug. Dit is begrijpelijk, omdat aan de achterliggende problemen niets is veranderd. Bedenk dat bij buikpijnklachten een baarmoederverwijdering zelden de beste oplossing is.

  • Verzakkingen
    De blaas, de baarmoeder en de endeldarm zitten met bindweefselbanden vast in het bekken. Ook rusten deze organen op de spieren van de bekkenbodem. Als de banden en spieren verslappen, kunnen deze organen in meer of mindere mate via de vagina naar buiten komen. Dit noemt men een verzakking.

    Het kan gaan om één orgaan, bijvoorbeeld de blaas, maar het is ook mogelijk dat meer organen tegelijkertijd verzakt zijn. De meest voorkomende klachten bij een verzakking zijn een zeurend gevoel in de onderbuik en rug, een drukkend gevoel in de vagina en het gevoel dat er iets naar buiten komt.

    Afhankelijk van de soort verzakking kunnen er blaasklachten zijn (ongewild urineverlies) of problemen met de ontlasting. Door een verzakking ontstaan soms problemen met fietsen, zitten of vrijen. Behandeling van een verzakking vindt alleen plaats als er klachten zijn.

    Behandeling kan bestaan uit fysiotherapie (bekkenbodemoefeningen), het plaatsen van een steunende ring of een operatie. Als de baarmoeder ver naar buiten zakt, is het meestal noodzakelijk deze te verwijderen.

    Isala heeft operatietechnieken voorhanden om ook in geval van een verzakking de baarmoeder te behouden. De voor- en nadelen daarvan zijn sterk persoonlijk bepaald. Bespreekt u dit met uw gynaecoloog.

Operatietechnieken

Bij een baarmoederverwijdering komt een aantal beslissingen ter sprake, zoals het verwijderen of laten zitten van de baarmoederhals en de eierstokken, en de manier van opereren.

De gynaecoloog verwijdert de baarmoeder via de schede (vaginaal) of via de buikwand (abdominaal). Bij een operatie via de buikwand is een horizontale snede (bikinisnede) mogelijk of een verticale snede van de navel naar beneden. Soms is een verwijdering per laparoscoop (kijkbuisoperatie) mogelijk.

De keuze van de techniek hangt af van diverse factoren. Uw gynaecoloog bespreekt met u welke methode bij u mogelijk is.

Moet de baarmoederhals ook worden weggenomen?

Zijn er aan de baarmoederhals geen afwijkingen, dan is het niet noodzakelijk deze te verwijderen bij een operatie via de buikwand. Bij een operatie via de vagina moet de gynaecoloog om technische redenen wel de baarmoederhals wegnemen.

  • Voordelen van het laten zitten van de baarmoederhals / Nadelen van het verwijderen ervan
    • Als de baarmoederhals aanwezig blijft, ontstaat er geen litteken in de vagina en is er geen kans dat deze van vorm verandert.
  • Nadelen van het laten zitten van de baarmoederhals / Voordelen van het verwijderen ervan
    • Als de baarmoederhals aanwezig blijft, is er soms nog zeer weinig maandelijks bloedverlies na de operatie. Na verwijdering is er helemaal geen bloedverlies meer.
    • Als de baarmoederhals niet is weggenomen, blijft een uitstrijkje een keer in de vijf jaar bij het bevolkingsonderzoek nodig.
    • De baarmoederhals kan alleen behouden blijven bij een operatie via de buikwand. Bij een vaginale operatie is verwijdering noodzakelijk.
    • Het herstel van een operatie na een verwijdering via de schede verloopt meestal sneller dan na verwijdering via de buik.

Moeten de eierstokken worden verwijderd?

Gynaecologen zijn het erover eens dat er bij vrouwen vóór de overgang geen reden is om als routine tijdens de operatie ook de eierstokken te verwijderen. Het wegnemen van de eierstokken betekent immers dat u direct na de operatie in de overgang komt.

Over wat verstandig is na de overgang, verschillen de meningen. Vaak is het advies om de eierstokken te verwijderen na de leeftijd van vijftig jaar ,omdat de hormonale werking dan vrijwel is opgehouden en zo de kans op eierstokkanker zou kunnen worden verminderd.

De kans op eierstokkanker voor vrouwen bij wie deze aandoening niet in de familie voorkomt, is echter erg klein (in Nederland krijgen zo’n duizend vrouwen per jaar met deze ziekte te maken). Als deze ziekte in de familie voorkomt, is deze kans soms groter. Is dat bij u het geval, bespreek dit dan vóór de operatie met de gynaecoloog.

Soms adviseert de gynaecoloog om de eierstokken te laten zitten, omdat ze nog kleine hoeveelheden hormonen maken, die onder andere bijdragen aan het zin hebben in vrijen.

Afwijkingen

Een enkele keer bestaan er afwijkingen aan één of beide eierstokken, die pas tijdens de operatie zichtbaar zijn. Bij één afwijkende eierstok neemt de gynaecoloog alleen deze eierstok weg. Dit heeft geen gevolgen. De overgebleven eierstok maakt voldoende hormonen om niet voortijdig in de overgang te komen.

Bij afwijkingen aan beide eierstokken probeert de gynaecoloog ten minste een deel van één eierstok te behouden om zo een voortijdige overgang te voorkomen.

Bespreek vóór de operatie duidelijk met uw gynaecoloog wat uw wensen zijn. U mag ervan uitgaan dat de gynaecoloog zich aan deze afspraak houdt, tenzij er sprake is van overmacht. De eierstokken kunnen zowel via de vagina als via de buikwand worden verwijderd, maar bij een vaginale operatie is het soms wat moeilijker.

Verwijdering via de vagina

Bij verwijdering van de baarmoeder via de vagina ontstaat er alleen een litteken bovenin de schede. De gynaecoloog kan deze operatietechniek toepassen als de baarmoeder niet al te groot is en vanzelf al wat naar beneden zakt. Bij deze operatie is behoud van de baarmoedermond niet mogelijk. Het herstel na een operatie via de schede verloopt meestal sneller dan na een operatie via de buikwand.

Verwijdering via de buikwand

Als verwijdering via de vagina niet mogelijk is of als u deze operatie liever niet wilt, opereert de gynaecoloog via de buikwand. Als u daar prijs op stelt, kan de baarmoederhals behouden blijven.

De snede in de buikwand van zo’n tien tot vijftien centimeter is horizontaal (bikinisnede) of verticaal (van de navel naar beneden). Meestal maakt de gynaecoloog een bikinisnede, maar heeft u een voorkeur voor een verticale snede, dan kunt u dat altijd bespreken. Bij een heel grote baarmoeder is soms alleen een verticale snede mogelijk.

De voordelen van de horizontale (bikini)snede zijn:

  • veel vrouwen vinden een horizontale snede mooier dan een verticale snede
  • als het litteken intrekt ontstaat er geen ‘deuk’ midden in de onderbuik, maar minder zichtbaar lager in de buik.

De nadelen van de horizontale (bikini)snede zijn:

  • de huid rond het litteken van de bikinisnede blijft nogal eens langere tijd ongevoelig of juist overgevoelig; dit komt doordat de gynaecoloog bij de bikinisnede huidzenuwen doorsnijdt
  • sommige vrouwen beschouwen het als een nadeel dat er bij de bikinisnede meer bloedvaten en ‘lichaamsmeridianen’ worden doorgesneden; volgens sommige acupuncturisten zou dit nadelig kunnen zijn bij behandelingen; meestal treedt na een jaar herstel op
  • in zeer zeldzame situaties ontstaat er langdurige ernstige pijn als gevolg van zenuwbeschadiging bij een bikinisnede.

Verwijdering via een kijkbuisoperatie (laparoscopie)

Als de baarmoeder niet te groot is, maar te weinig verzakt is om via de vagina te kunnen worden verwijderd, is vaak een laparoscopische baarmoederverwijdering mogelijk. Bij deze techniek maakt de gynaecoloog meestal drie of vier kleine sneetjes in de buikwand.

Via een sneetje net onder de navel wordt een kijkbuis (laparoscoop) in de buik gebracht, en via de andere sneetjes gaan instrumenten naar binnen om de baarmoeder van het omringende weefsel los te maken. De gynaecoloog verwijdert de baarmoeder via de vagina of door de insteekopeningen. Soms, maar niet altijd, is het mogelijk de baarmoederhals te behouden.

Voor- en nadelen van de verschillende operatietechnieken

Een operatie via de vagina heeft als voordeel dat er geen buiklitteken ontstaat. Daarnaast verloopt het herstel na de operatie vaak wat sneller dan bij een operatie via de buikwand. Het is bij deze operatie niet mogelijk de baarmoederhals te behouden.

Een operatie via de buikwand is meestal relatief eenvoudig, en als de baarmoederhals wordt gespaard, blijft de vagina onaangetast. Wel is er een buiklitteken en verloopt het herstel de eerste tijd na de operatie vaak wat langzamer dan na een vaginale operatie.

Bij de laparoscopische verwijdering bestaat een kleine kans dat de gynaecoloog tijdens de ingreep alsnog moet overgaan op een operatie via de buikwand. Over het algemeen verloopt het herstel na deze operatie vlotter dan na een operatie via de buikwand.

Kans op complicaties

Een operatie gaat altijd gepaard met bloedverlies. Soms is een bloedtransfusie nodig. Daarnaast kunnen bij elke operatie, hoe klein ook, complicaties of neveneffecten optreden. De meeste operaties verlopen echter zonder complicaties.

  • Elke narcose of ruggenprik brengt risico’s met zich mee. Als u verder gezond bent, zijn deze risico’s zeer klein.
  • Bij de operatie brengt de arts bijna altijd een katheter in de blaas aan. Daardoor kan een blaasontsteking ontstaan. Zo’n ontsteking is lastig en pijnlijk, maar goed te behandelen.
  • Er kan in de buikwand of in de top van de vagina een bloeding optreden. Meestal verwerkt het lichaam zelf zo’n bloeduitstorting, maar dit vergt een langere periode van herstel. Bij een ernstige nabloeding is soms een tweede operatie nodig; vaak is hiervoor een snede in de buik noodzakelijk.
  • Bij het opereren zelf kan een complicatie optreden, zoals beschadiging van de urinewegen of darmen. Zo’n complicatie is goed te behandelen, maar het vraagt extra zorg en het herstel duurt vaak langer.
  • Bij iedere operatie is er een klein risico op het ontstaan van een infectie of trombose.
  • Bij een operatie via de buikwand kan het litteken lang gevoelig blijven.
  • Een litteken in de buikwand kan intrekken, zodat de buikwand ernaast of erboven gaat ‘overhangen’.
  • Bij elke operatie in de buikholte kunnen verklevingen ontstaan. Anders dan vaak gedacht veroorzaken verklevingen maar zelden klachten.
  • Sommige vrouwen hebben na de operatie last van duizeligheid, slapeloosheid, moeheid, concentratiestoornissen, buik- en/of rugpijn. Deze klachten zijn niet ernstig, maar kunnen wel vervelend zijn. Als het verloop van het herstel na de operatie anders is of langer duurt dan verwacht, is het verstandig dit met uw huisarts of gynaecoloog te bespreken.

Gevolgen van een baarmoederverwijdering

Voor de meeste vrouwen is de baarmoederverwijdering een opluchting en betekent het een verbetering van de kwaliteit van leven. Veranderingen die kunnen optreden, vindt u hieronder.

  • Geen menstruatie, geen zwangerschap
    Na een baarmoederverwijdering menstrueert u niet meer en kunt u niet meer zwanger worden. Als de baarmoederhals aanwezig blijft, kunt u elke maand nog een heel klein beetje bloed verliezen. Bespreek dit vóór de operatie als u dit bezwaarlijk vindt.
  • Plasproblemen
    Na een baarmoederverwijdering kunnen soms plasproblemen optreden, zoals moeite hebben met het ophouden van urine. Deze problemen kunnen ontstaan doordat de gynaecoloog de blaas tijdens de operatie moet losmaken van de baarmoeder.

    Meestal gaan deze klachten vanzelf over. Heeft u vóór de operatie al problemen met het ophouden van de urine, bespreek dit dan voor de ingreep met uw gynaecoloog.
  • Overgangsklachten
    Theoretisch komt een vrouw niet eerder in de overgang door een baarmoederverwijdering. Toch hebben sommige vrouwen na de operatie overgangsklachten zoals opvliegers. Dit komt doordat de bloedvoorziening naar de eierstokken als gevolg van de operatie verandert en de bloedvaten zich moeten aanpassen aan de nieuwe situatie.

    Opvliegers verdwijnen over het algemeen dan ook weer na verloop van tijd. Enkele vrouwen lijken na verwijdering van de baarmoeder vroeger dan normaal in de overgang te komen. Het is de vraag of dit het gevolg is van de operatie. Misschien zou de overgang ook zonder operatie bij hen eerder zijn ingetreden. Het is niet helemaal duidelijk wat de oorzaak is.
  • Veranderde beleving van de seksualiteit
    Of en op welke wijze de beleving van de seksualiteit na een baarmoederverwijdering verandert, verschilt van vrouw tot vrouw. Bij bijna iedereen verandert er wel iets. In een recent wetenschappelijk onderzoek is zelfs aangetoond dat de seksualiteit gemiddeld verbetert na een baarmoederverwijdering.

    Er kunnen positieve effecten zijn: vermindering van pijn bij het vrijen, of niet meer veelvuldig vloeien. Soms zijn er ook veranderingen in negatieve zin, zoals minder zin hebben in vrijen, verminderde gevoeligheid van (de omgeving van) de vagina en/of veranderingen in het orgasme (klaarkomen).

    Bij de meeste vrouwen verandert het orgasme niet, andere vrouwen merken een duidelijke verandering: het duurt langer voor het zover is, het orgasme is korter en minder intens, of het komt helemaal niet.

    Er zijn ook vrouwen die de samentrekkingen van de baarmoeder missen. Het stoten van de penis tegen de baarmoedermond, dat sommige vrouwen opwindend vinden, missen zij als ook de baarmoederhals verwijderd is. Vrouwen die voorheen al problemen hadden met seksualiteit, kunnen er na de operatie nog meer moeite mee hebben.
  • Zich minder vrouw voelen
    Sommige vrouwen voelen zich na een baarmoederverwijdering ‘minder vrouw’, omdat ze geen kinderen meer kunnen krijgen en niet meer menstrueren. Het is belangrijk deze gevoelens serieus te nemen. Een baarmoederverwijdering brengt soms een rouwproces met zich mee. Erover praten kan opluchten en helpen.
  • Depressiviteit
    Klachten over depressiviteit komen vooral voor bij vrouwen die niet of nauwelijks zelf hebben kunnen beslissen over de operatie. Bedenk daarom dat ú degene bent die beslist over al dan niet opereren, zeker wanneer het een goedaardige afwijking betreft.

Depressiviteit kan ook ontstaan doordat traumatische ervaringen zoals incest of mishandeling weer in de herinnering komen. De operatie zelf is dan niet zozeer de oorzaak van de depressieve klachten, maar vormt wel de aanleiding. Speelt iets dergelijks bij u, bespreek dit dan al vóór de operatie met uw huisarts of gynaecoloog.

Beslissing

Het is belangrijk dat u besluit tot een operatie als u daar zelf aan toe bent. Vaak betekent dit dat uw klachten niet goed op een andere manier te behandelen zijn. Bij een goede reden voor een baarmoederverwijdering ervaren veel vrouwen de operatie als een opluchting en vallen de gevolgen mee.

Bij de beslissing zijn de volgende punten van belang:

  • De ernst van de klachten. U moet een afweging maken tussen leren omgaan met de klachten en een baarmoederverwijdering.
  • De kans dat de klachten zullen verminderen of verdwijnen. Vaak is het duidelijk dat klachten door de operatie zullen verdwijnen, zoals bij hevig bloedverlies. Soms is het effect van de ingreep veel minder zeker, zoals bij buikpijn. Bespreek de kans op het verbeteren van uw klachten met uw huisarts of gynaecoloog.
  • De mogelijkheid om op andere wijze iets aan de klachten te doen. Meestal is een operatie niet de enige oplossing. Over het algemeen is het verstandig eerst andere behandelingen te overwegen of te proberen. Denk pas aan een operatie als andere behandelingen niet in aanmerking komen of onvoldoende resultaat hebben. Bespreek de mogelijkheden met uw huisarts of gynaecoloog.
  • De kans op complicaties. Bij elke ingreep kunnen complicaties ontstaan. Ze komen weinig voor en vallen meestal mee, maar sommige hebben blijvende gevolgen. Overweeg of uw klachten opwegen tegen dit kleine risico.
  • De emotionele gevolgen. Het verwijderen van de baarmoeder is een definitieve ingreep. Ga na wat de baarmoeder voor u betekent (bijvoorbeeld of u nog kinderen wilt krijgen) en of u er echt van overtuigd bent dat het verwijderen van de baarmoeder de enig overgebleven mogelijkheid is.

Neem bij een goedaardige aandoening ruim de tijd om na te denken en tot een beslissing te komen. U kunt er behalve met uw huisarts en gynaecoloog ook met een zelfhulporganisatie over spreken, zoals het Informatie Centrum Gynaecologie, t (050) 313 56 46.

Noteer uw vragen en onzekerheden en bespreek ze met de gynaecoloog. Neem als het kan, uw partner of iemand anders mee die met u mee kan luisteren en met wie u kunt napraten. Mocht u het gevoel hebben dat uw vragen onvoldoende of onbevredigend zijn beantwoord, neem dan nogmaals contact op met de gynaecoloog.

Blijft u twijfelen over de operatie, bespreek dan met uw huisarts of de mening van een andere gynaecoloog (een second opinion) zinvol is. Voor sommige vrouwen is het een geruststellende gedachte dat twee artsen - onafhankelijk van elkaar - een advies geven over hun situatie.

Ga, voordat u besluit tot een operatie, na of de volgende vragen beantwoord zijn:

  • wat is de reden voor de operatie?
  • zijn er andere, misschien betere mogelijkheden voor behandeling?
  • hoe groot is de kans dat de operatie u ook werkelijk van uw klachten afhelpt?
  • kunt u de voor- en nadelen van de operatie goed overzien en tegen elkaar afwegen?
  • hoe vindt de operatie plaats: via de vagina of via de buikwand?
  • worden de eierstokken verwijderd en vindt u dit zelf noodzakelijk?· wordt de baarmoederhals verwijderd en wilt u dat zelf?
  • vindt u de kans op complicaties aanvaardbaar?
  • bent u goed op de hoogte van de gevolgen op korte en langere termijn?
  • heeft u voldoende informatie en tijd gehad om tot een weloverwogen beslissing te komen?

Als u besloten heeft tot een operatie

Heeft u besloten tot een operatie, dan bespreekt de gynaecoloog met u:

  • de manier waarop de operatie wordt uitgevoerd (via de vagina of de buikwand)
  • bij een operatie via de buikwand: hoe de snede zal lopen (horizontaal of verticaal)
  • wat er precies bij de operatie wordt weggehaald (ook de baarmoederhals en/of de eierstokken)
  • wat de mogelijke gevolgen van de operatie zijn· wie de operatie uitvoert
  • hoe lang u vermoedelijk in het ziekenhuis verblijft
  • de soort verdoving (narcose of ruggenprik).

Voorafgaand aan de operatie bezoekt u het preoperatief spreekuur van de anesthesioloog. Hij/zij geeft u meer informatie over de soort verdoving en doet een algemeen lichamelijk onderzoek. Ook laat de anesthesioloog soms aanvullend onderzoek verrichten, zoals bloedonderzoek, een longfoto en een hartfilmpje (ECG).

Niet ontharen, niet laxeren

Vanaf zeven dagen voorafgaand aan de operatie mag u de schaamstreek niet meer zelf ontharen met tondeuse, scheermesje of ontharingscrème, omdat u daarmee het risico op infecties na de operatie vergroot.

Als de arts van mening is dat in uw situatie (een deel van) het schaamhaar toch geschoren moet worden, dan doet de operatieassistent dit vlak voor de operatie met een speciale tondeuse. Laxeren is niet nodig.

Voorbereidingen op de periode na ontslag

Het is verstandig om al vóór de operatie een en ander te regelen voor de periode erna. U moet er rekening mee houden dat u tot weinig in staat bent als u thuiskomt: u wordt bij wijze van spreken al moe van koffiezetten. De eerste tijd thuis heeft u daarom zeker enige hulp nodig. Misschien kan uw partner een tijdje vrij nemen of kunnen vriendinnen of familieleden taken overnemen.

Met de verpleegkundige van het Preoperatief bureau kunt u uw thuissituatie doornemen. Zij kan u informatie geven hoe u eventueel huishoudelijke hulp kunt aanvragen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Werkt u buitenshuis, houd dan rekening met een afwezigheid van ten minste zes weken.

Opname en verblijf in het ziekenhuis

U wordt opgenomen op de dag van de operatie. Voor elke afspraak in het ziekenhuis meldt u zich met uw identiteitsbewijs (ID, paspoort of rijbewijs) aan bij een aanmeldzuil. Als u de stappen van aanmelden heeft doorlopen, verschijnt op het scherm hoe laat en bij welke afdeling u moet zijn. Alle afspraakgegevens worden geprint op uw afsprakenticket.

Een verpleegkundige ontvangt u op de afdeling en vertelt u over de gang van zaken. U spreekt af of uw contactpersoon na de operatie gebeld moet worden. De bloeddruk wordt gemeten en u kunt uw spullen opbergen. Wanneer u aan de beurt bent voor de operatie, komt de verpleegkundige bij u met de operatiekleding en de medicatie waarmee u vóór de operatie begint.

Operatie

Voor de operatie moet u ‘nuchter’ zijn. Als u in de ochtend wordt geopereerd, betekent dit dat u vanaf ’s nachts 0.00 uur niet meer mag eten, maar nog wel heldere dranken mag drinken tot twee uur vóór de operatie. Bent u in de middag aan de beurt, dan mag u nog een licht ontbijt nemen in de vorm van een cracker/beschuitje met een kop thee en tot twee uur vóór de operatie heldere dranken drinken.

De operatie duurt ongeveer een uur. U wordt wakker in de uitslaapkamer. Via een infuus krijgt u vocht toegediend. Vaak heeft u een slangetje (katheter) in de blaas. Plassen gaat via deze katheter. Dezekatheter mag er de dag na de operatie weer uit.

Soms is er een gaastampon in de vagina gebracht om bloed op te vangen. Als u goed wakker bent, brengt de afdelingsverpleegkundige u van de uitslaapkamer naar de verpleegafdeling.

Pijn

Terug op de afdeling belt de verpleegkundige – als dit met u is afgesproken – uw contactpersoon. De verpleegkundige controleert regelmatig bloeddruk, pols, wond en temperatuur. Ook komt hij/zij regelmatig bij u kijken hoe het met u gaat en of u pijn heeft.

U mag uw pijn uitdrukken in een zogenoemde VAS-score. Dat betekent dat u op een schaal van 0 tot 10 aangeeft hoeveel pijn u heeft. Bijvoorbeeld: 0 is geen pijn, tot 4 is aanvaardbare (operatie)pijn en 10 de ergst denkbare pijn.

Afhankelijk van uw pijnscore vindt afstemming van de medicatie op uw behoefte plaats. U ervaart altijd enige pijnklachten vanwege de verse operatiewond, ook als u via de vagina bent geopereerd. U krijgt op vaste tijdstippen medicatie tegen de pijn. Als dit niet voldoende is, geeft u dat dan aan door middel van een cijfer (zoals hierboven beschreven staat). U krijgt dan extra pijnmedicatie.

Wat kunt u verwachten na de operatie?

Vóór de operatie heeft u een infuus gekregen. Dit blijft zitten totdat u zelf weer voldoende kunt drinken. Meestal is dit de dag na de operatie.

Door de narcose en de operatie hebben uw darmen tijdelijk stilgelegen. Na de operatie komen de darmen langzaam weer op gang. U mag zelf weer eten en drinken (licht verteerbaar) als u niet misselijk bent en er zin in heeft. Winden laten is een positief teken en wijst erop dat de darmen weer gaan werken.

De dag van de operatie blijft u nog in bed. De volgende dag helpen verpleegkundigen u met de verzorging en mag u weer uit bed. De blaaskatheter wordt er meestal de dag na de operatie weer uitgehaald. Daarna kunt u zelf weer naar het toilet. As u een ruggenprik heeft voor pijnbestrijding, blijft de katheter twee dagen zitten.

Ondersteunen

Ook als de baarmoeder via de vagina of laparoscopisch verwijderd is, is uw buik de eerste dagen pijnlijk. Langzamerhand wordt de pijn minder. Als u moet hoesten, niezen of lachen, kunt u de buik het beste met uw handen ondersteunen, want dat voorkomt pijn. Na een verzakkingsoperatie is soms het zitten de eerste dagen pijnlijk.

Na een dag wordt een eventuele gaastampon verwijderd. Schrik niet van de lengte: soms is het gaas een paar meter lang. De eerste tijd na de operatie is er nogal eens bloederige afscheiding. U ziet de zaalarts dagelijks. Heeft u nog vragen, aarzel dan niet deze te stellen.

Hoe lang u in het ziekenhuis blijft, hangt af van de zwaarte van de operatie en van het tempo waarin u herstelt. Meestal blijft u na de operatie enkele dagen in het ziekenhuis. Bij opname bespreekt de verpleegkundige al een voorlopige ontslagdatum met u. Houdt u er rekening mee dat deze gebaseerd is op een gemiddeld verloop van operatie en opname zonder complicaties.

U wordt na zes weken op de polikliniek terugverwacht voor controle.

Herstel na de operatie

De duur van het uiteindelijke herstel is bij elke vrouw verschillend. Sommigen zijn na zes weken hersteld, bij anderen vergt het een half jaar of nog langer voordat zij zich weer de oude voelen.

  • Moeheid
    In het ziekenhuis heeft u misschien het gevoel dat u tot heel wat in staat bent, maar eenmaal thuis valt dat vaak tegen. U bent sneller moe en kunt minder aan dan u dacht. Het beste kunt u toegeven aan de moeheid en extra rusten. Te hard van stapel lopen heeft vaak een averechts effect. Uw lichaam geeft aan wat u wel en niet aankunt en het is belangrijk dat u daarnaar luistert.
  • Afscheiding
    De eerste weken heeft u vaak wat bloederige of bruinige afscheiding. Is dit duidelijk meer dan bij een normale menstruatie, neem dan contact op met uw arts.
  • Douchen/baden
    Douchen mag gerust, ook met een buiklitteken. U kunt pas weer een bad nemen na zes weken of in overleg met uw gynaecoloog.
  • Activiteiten
    • Breid uw activiteiten rustig uit en las tussendoor pauzes in.
    • Lichtere werkzaamheden zoals koken en afwassen kunt u gerust doen. De zware huishoudelijk taken zoals stofzuigen, ramen lappen, de was verzorgen, boodschappen doen voor een hele week en dergelijke kunt u pas als laatste weer ter hand nemen, dus na zes weken.
    • Traplopen mag wel; er hoeft geen bed in de kamer. Tot aan de controle mag u niet zwaarder tillen dan vijf kilo, tenzij uw behandelend gynaecoloog anders voorschrijft.
    • U kunt gerust een wandeling maken.
    • Zolang u nog concentratiestoornissen heeft als gevolg van de narcose, is zelf autorijden onverstandig. Overleg eventueel met uw verzekeraar. Die houdt vaak een periode van twee weken aan.
    • Visite ontvangen is gezellig, maar kan in deze periode erg vermoeiend zijn. Het beste is om hierover afspraken te maken.
    • Na vier weken mag u weer fietsen.
    • Sporten en zwemmen mag u weer na zes weken nadat u op controle bent geweest.
  • Niet te snel aan het werk
    Vrouwen die buitenshuis werken, krijgen over het algemeen het advies minstens zes weken niet te werken. Als u zich zes weken na de operatie nog niet fit voelt, overleg dan met uw gynaecoloog, huisarts en/of bedrijfsarts.
  • Seksualiteit
    Als bij de operatie de baarmoederhals is verwijderd, is er in de top van de schede een litteken. Het is voor de genezing beter als er dan niets in de schede komt. U krijgt dan meestal het advies om de eerste zes weken na de operatie geen gemeenschap (samenleving) te hebben of tampons te gebruiken. Er is niets op tegen om al eerder seksueel opgewonden te raken of te masturberen. De eerste tijd na de operatie hebben vrouwen vaak minder zin in vrijen.

    Wanneer bij de controle zes weken na de operatie blijkt dat de wond in de vagina goed genezen is, kunt u weer proberen gemeenschap te hebben. Vaak is het de eerste keer wat onwennig voor u beiden. U hoeft niet bang te zijn dat de wond opengaat, want die is na zes weken zeker genezen. Wel is de buik in het begin nogal eens gevoelig. Wacht dan nog een poosje met het hebben van gemeenschap.

Veelgestelde vragen

  • Moet u na de operatie nog uitstrijkjes laten maken?
    Als de baarmoederhals verwijderd is, hoeft u geen uitstrijkjes meer te laten maken, tenzij uw gynaecoloog u dat adviseert omdat er (in het verleden) afwijkende cellen in de baarmoederhals zijn gevonden. Als de baarmoederhals is blijven zitten, is het verstandig een uitstrijkje te laten maken als u (eenmaal per vijf jaar) een oproep krijgt voor het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker.
  • Waar blijven de eicellen?
    Net als voor de operatie komen de eicellen na de eisprong in de buikholte terecht, waar ze vanzelf oplossen.
  • Waar blijft het zaad?
    Het zaad komt via de schede weer naar buiten, net als vóór de operatie.
  • Wordt de vagina minder diep?
    De vagina houdt dezelfde lengte als voor de operatie.
  • Hoe zit de vagina nu vast na de operatie?
    De vagina hangt niet los na de operatie. De zijkanten zitten vast aan de bekkenwand. Bovendien maakt de gynaecoloog ter versteviging ophangbanden van de baarmoeder aan de top van de schede vast.
  • Kan de wond openspringen als ik te snel weer veel ga doen?
    De gynaecoloog sluit de wond met stevige hechtingen die in zo’n zes weken oplossen. Tegen die tijd zijn de weefsels weer volledig vastgegroeid. Door onverwachte bewegingen of door veel inspanning kan de wond niet ineens openbarsten. Wel kan door een vroegtijdige grote belasting een littekenbreuk ontstaan. Dit komt maar zeer zelden voor.
  • Wat gebeurt er met de lege ruimte in mijn buik?
    Darmen vullen de ruimte die ontstaat door het verwijderen van de baarmoeder, direct op. U loopt dus niet met een ‘gat in uw buik’.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle, Kampen of Heerde

Gynaecologie
(038) 424 56 04 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Meppel of Steenwijk

Gynaecologie
(0522) 23 38 11 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 16.30 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

Meer informatie

  • www.nvog.nl, rubriek ‘patiëntenvoorlichting’ van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie.
  • U kunt met vrouwen die de operatie zelf hebben meegemaakt, praten over gevoelens of twijfels die u over de baarmoederverwijdering heeft. Het Informatie Centrum Gynaecologie geeft namen en adressen van vrouwen die bereid zijn met u te praten.

    Ook kunt u daar het boekje ‘En de vrouw die kiest...’ bestellen. Hierin kunt u onder andere lezen over de achtergronden van de beslissing om al dan niet uw baarmoeder te laten verwijderen. Verder staat beschreven welke rol uw huisarts, uw gynaecoloog en het Informatie Centrum Gynaecologie hierbij kunnen spelen.

    Informatie Centrum Gynaecologie
    Floresstraat 2/1, 9715 HS Groningen
    t (050) 313 56 46

Voor het schrijven van deze informatie heeft Isala gebruikgemaakt van informatie van Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) te Utrecht.


8 augustus 2017 5315 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht