ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Naar huis met uw baby

Met ontslag van de afdeling Kindergeneeskunde

Deze informatie gaat over het moment dat uw kind naar huis mag en de voorbereiding daarop. Misschien laat het ontslag uit het ziekenhuis nog even op zich zal laten wachten. Toch willen wij u alvast informatie en adviezen geven voor de periode thuis, omdat wij het belangrijk vinden dat u zo goed mogelijk hierop bent voorbereid.

We hebben geprobeerd deze informatie zo veel mogelijk af te stemmen op de informatie die de thuiszorgorganisatie geeft. Het kan echter voorkomen dat de adviezen niet overeenkomen. In dat geval bepaalt u als ouder welk advies het beste bij u en uw kind past.

Het eerste deel gaat over de voorbereiding op het ontslag. Daarna volgen adviezen en tips voor de dagelijkse verzorging van uw kind. Tot slot volgen adressen van patiënten- en ouderverenigingen.

Voorbereiding op het ontslag

Voordat uw kind naar huis gaat, moeten zowel de verpleegkundigen van de afdeling als ook u een aantal dingen regelen. Dat is nodig om het ontslag zo goed mogelijk te laten verlopen.

De kinderafdeling regelt in ieder geval het volgende voor u:

  • een controleafspraak met de kinderarts
  • eventueel een recept voor medicijnen
  • een verpleegkundige overdracht voor het consultatiebureau
  • een ontslaggesprek met kinderverpleegkundige en eventueel kinderarts of zaalarts.

Eventueel regelt de afdeling ook:

  • een afspraak voor fysiotherapie en/of logopedie
  • een machtiging voor de vergoeding van bepaalde voeding (bijv. Nenatal Start)
  • materialen voor het geven van sondevoeding.

Voorbereidingen die u zelf kunt treffen, zijn:

  • (uitgestelde) kraamzorg regelen
  • zorgen voor vitamine D en K (te koop bij drogist) als u borstvoeding geeft
  • de babykamer op orde (laten) maken
  • alles in huis (laten) halen voor de thuiskomst van uw kind
  • zo veel mogelijk uw vragen op papier zetten en stellen aan arts of verpleegkundige.

In deze periode, die soms maar heel kort kan zijn, bereidt u zich zo goed mogelijk voor op de thuiskomst van uw kind. Tijdens de ziekenhuisopname heeft u de zorg en verantwoordelijkheid voor uw kind gedeeld met de kinderverpleegkundige.

Thuis doet u vooral de 24uurs zorg. Om de overgang van ziekenhuis naar thuis minder groot te laten zijn, bestaat de mogelijkheid tot één dag ‘rooming-in’. Dat wil zeggen dat u in het ziekenhuis al een hele dag voor uw kind kunt zorgen. Tijdens het ‘inroomen’ kunt u nieuwe ervaringen delen met de kinderverpleegkundige en kunt u uw vragen stellen.

Aangezien hier de algemene richtlijnen zijn weergegeven, kan het zijn dat voor u en uw kind een andere voorbereiding op de thuissituatie geldt dan voor andere ouders. Dit komt doordat elk kind anders is en in een andere situatie naar huis gaat.

Adviezen en tips voor thuis

Activiteiten

  • Baden
    Als u uw kind in bad wilt doen, kijk dan eerst hoe uw kind zich voelt (moeheid, situatie van de huid, e.d.). Houd bij het baden rekening met een warme kamer, het vooraf alles klaar zetten, het zorgen voor een goede temperatuur van het water, de manier van vasthouden in het badje, het snel afkoelen van uw kind. Wij adviseren u zeep speciaal voor baby’s te gebruiken of olie, of alleen water. Voorkom smetplekjes door goed na te drogen na een badje, met name in de huidplooien.
  • Temperatuur
    De temperatuur van uw kind is prima tussen de 36,8 en 37,5°C. Verder hoeft u alleen maar te temperaturen als u denkt dat uw kind te koud is of verhoging heeft. Een normale slaapkamertemperatuur ligt tussen de 16 en 18°C.
    Het is beter om een muts, extra deken of kruik te gebruiken, dan om de verwarming hoger te zetten. De kruik omwikkelt u met een doek of hoes en legt u met de dop naar beneden. Nooit direct tegen uw kind aan, het liefst aan het voeteneind in het bedje. Ventileer ook regelmatig de babykamer.
  • Nagels
    U mag de nageltjes van uw kind het eerste half jaar niet knippen. U kunt ze beter afscheuren, vijlen of afbijten.
  • Navel
    Let op roodheid in verband met een mogelijke ontsteking.
  • Wandelen
    U mag direct met uw kind wandelen. Let wel op tocht en vochtige kou. Kleed uw kind warm genoeg aan, één laag meer dan u zelf draagt.

Voeding

  • Ritme
    Maximaal een half uur voeden om het ritme te bewaken. Houd uw kind wakker tijdens de voeding. Let ook op het drinkritme van uw kind. Laat uw kind pauzes nemen wanneer hij of zij te gulzig drinkt en stimuleer uw kind als het niet voldoende actief meer is. Geef de voeding op een rustige plek in een prettige houding.
  • Boeren
    Laat uw kind boeren na de voeding en eventueel tijdens de voeding.
  • Spugen
    Uw kind mag een mondje terug geven na de voeding. Is het meer en vaker, overleg dan met de huisarts of wijkverpleegkundige.
  • Uitkoken
    • Na elk gebruik moet u flessen, spenen (ook fopspenen), kolfmateriaal (kolfcups en bijbehorende membramen) onder stromend water afspoelen. Eerst met koud water, daarna met warm water (in verband met het stollen van de eiwitten).
    • Bij zichtbaar vuil in heet water met afwasmiddel schoonmaken (speciale flessenborstel/rager). Daarna van binnen goed spoelen met water.
    • Eén keer per 24 uur flessen, spenen en kolfmateriaal 3 minuten uitkoken of in de vaatwasser op minimaal 55°C. Dit doet u dagelijks gedurende de eerste 6 maanden, daarna één keer per week.
    • Spullen op een schone doek (theedoek of hydrofiele luier) laten drogen aan de lucht, daarna droog en afgesloten wegzetten.
    • Fles afsluiten en rest in bakje of hydrofiele luier. Speen in een afgesloten bakje of boterhamzakje in de koelkast.
  • Hoeveelheid
    • Bij flesvoeding krijgt u een voedingsadvies mee naar huis. De kinderarts of de wijkverpleegkundige past het advies afhankelijk van het gewicht en de leeftijd aan.
    • Bij borstvoeding kunt u uw kind voeden ‘on demand’, minimaal zes voedingen per dag afhankelijk van het gewicht en de leeftijd van uw kind.
  • Bewaren
    • Thuis mag u afgekolfde moedermelk maximaal drie dagen bewaren in de koelkast, drie maanden in het vriesvak van de koelkast en zes maanden in de vrieskast.
    • Het ontdooien doet u in de koelkast of onder lauw stromend water.
    • Ontdooide moedermelk mag u maximaal 24 uur bewaren in de koelkast.
  • Verwarmen
    • Het verwarmen van moedermelk kunt u het beste au bain marie of in de flessenverwarmer doen. (Of eventueel in de magnetron op de laagste stand met tussendoor zwenken. Let erop dat u hierbij wel mogelijk verlies van belangrijke bestanddelen van de voeding krijgt.)
    • Controleer altijd de temperatuur op de binnenkant van uw pols.
    • Bij het gebruik van een flessenwarmer dagelijks water verversen.
  • Klaarmaken
    Bij flesvoeding kunt u de instructies op het blik volgen.
    • Flesvoeding voor één keer:
      - Gebruik bij voorkeur water uit de kraan (het water bevat hier weinig kalk).
      - Maak de hoeveelheid water in de fles handwarm (ca. 35 tot 40 graden) met de magnetron, au bain marie, flessenwarmer of neem (handwarm) water uit de kraan.
      - Verwarmde voeding binnen één uur gebruiken en restjes weggooien.
    • Flesvoeding voor meerdere keren:
      - Gebruik afgekoeld gekookt water voor de bereiding.
      - Klaargemaakte voeding achter in de koelkast (niet in de deur) en maximaal acht uur bewaren. Buiten de koelkast maximaal één uur. 

Uitscheiding

  • Natte luiers
    Vóór elke voeding verschonen. Minimaal zes tot acht natte luiers per 24 uur is voldoende. Voorkom luieruitslag door regelmatig te verschonen en niet te veel luierdoekjes te gebruiken. Verschoon de billen van boven naar beneden.
  • Luieruitslag
    Maak bij luieruitslag zo min mogelijk gebruik van luierdoekjes. Liever alleen verschonen met water. Maak gebruik van een zalf die geadviseerd wordt bij luieruitslag. Als de uitslag langer dan drie dagen aanwezig is, neem dan contact op met de wijkverpleegkundige of huisarts.
  • Borstvoeding
    Kinderen die borstvoeding krijgen, kunnen elke voeding een poepluier hebben maar ook wel één keer per week. Dit is normaal. Kinderen die flesvoeding krijgen, moeten wel minimaal één keer per één à twee dagen een poepluier hebben.
  • Ontlasting
    Let op dunne ontlasting. Wanneer u borstvoeding geeft, kan uw kind zogenaamde spuitluiers hebben (dit is veel dunne ontlasting). Dit is geen reden tot zorgen, maar mocht uw kind bij die dunne ontlasting ook een verhoogde temperatuur hebben en uw kind voelt zich niet prettig (sloom, spugen etc.), waarschuw dan uw huisarts.

Slapen en rust

  • Bed
    Maak het bedje laag op en gebruik geen dekbed maar dekentjes met katoenen lakens, in verband met grotere kans op wiegendood. Een eigen knuffel en een muziekdoosje zijn voldoende.
  • Slaaphouding
    U kunt uw kindje het beste tot de uitgerekende datum in zijligging leggen, afwisselend rechts en links. Daarna op de rug leggen, waarbij u het hoofd afwisselend op de rechteren linkerkant legt.
  • Buikligging
    Leg uw kind ook regelmatig op de buik om de spierontwikkeling te bevorderen. Doe dit alleen in uw aanwezigheid. Leg uw kind niet op de buik te slapen.
  • Rust
    Bied uw kind rust en regelmaat aan, maar ga gerust door met uw dagelijkse werkzaamheden.
  • Huilen
    Een pasgeborene mag tien procent van de dag huilen, dat is normaal huilgedrag. Uw kind kan om verschillende redenen huilen: uw kind wil mogelijk voeding, verzorging, rust, contact of wil spanning ontladen. Even huilen is niet erg. U kunt uw kind ondersteunen door rust en troost. Het dragen in een draagzak als troost kan helpen.
  • Krampen
    Bij krampjes kunt u uw kind over de buik masseren, in de draagzak dragen of buikligging geven (blijf wel bij uw kind). U kunt ook nagaan wat u zelf heeft gegeten als u borstvoeding geeft (bruine bonen bijvoorbeeld).

Gedrag

  • Responsief reageren (responsief betekent: beantwoordend)
    Reageer op uw kind, door oogcontact te zoeken en praat op een vriendelijke toon. Dit is belangrijk voor de algehele ontwikkeling van uw kind.
  • Hechting
    Belangrijk is om zelf de verzorging van uw kind te doen. Dit bevordert de hechting met uw kind, zo leert u uw kind kennen.
  • Broertjes en zusjes
    Laat broertjes of zusjes ook bij de verzorging kijken en betrek ze bij de nieuwe situatie door ze te laten helpen. Zo leert het oudere kind ook zijn of haar broertje of zusje kennen.
  • Wennen
    Houd er rekening mee dat uw kind anders kan reageren dan wat u gewend bent in het ziekenhuis. Dit is normaal. Uw kind zal moeten wennen aan de andere omgeving.
  • Prematuur gedrag?
    Als uw kind geboren is na een zwangerschapsduur van minder dan 37 weken, dan krijgt u op de afdeling de folder ‘Te vroeg geboren, wat langer geduld’ (van M. Schols) uitgereikt.

In de eerste levensmaanden kunnen couveusekinderen namelijk echt anders reageren dan kinderen die op tijd zijn geboren. Meestal is dat niet iets om u zorgen over te maken, maar het is wel prettig om hierover meer te weten vandaar dat u daarover een informatiefolder ontvangt.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie over de periode na thuiskomst met uw kind en de voorbereiding daarop nog vragen heeft, dan staat de kinderverpleegkundige die voor uw kind zorgt u graag te woord. Het kan handig zijn om uw vragen van tevoren op papier te zetten.

Als u al thuis bent, dan kunt u contact opnemen met de thuiszorg of – tijdens de eerste dagen na thuiskomst – met de kinderafdeling , telefoonnummer (038) 424 14 35. 

Wij wensen u een prettige thuiskomst!

Meer informatie

Voor meer algemene informatie kunt u zich wenden tot een van de onderstaande landelijke patiëntenverenigingen of ouderverenigingen.

Vereniging van Ouders van Couveusekinderen
Postbus 1024, 2260 BA Leidschendam
(070) 386 25 35
info@couveuseouders.nl
www.couveuseouders.nl

Vereniging Borstvoeding Natuurlijk
Postbus 119 , 3960 BC Wijk bij Duurstede
www.vbn.borstvoeding.nl

Borstvoedingsorganisatie La Leche League
Postbus 212, 4300 AE Zierikzee
www.lalecheleague.nl


2 augustus 2017 5318 Ja Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht