ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Operatie van een liesbreuk (hernia inguinalis)

De operatie en de periode daarna

Een liesbreuk is een uitstulping van het buikvlies in de liesstreek. Een liesbreuk verdwijnt nooit vanzelf en kan klachten geven. Vaak is een operatie nodig. Hier vindt u informatie over een liesbreuk, de periode voor en na de operatie en de operatie zelf. Ook treft u adviezen aan voor een spoedig herstel thuis.

Wat is een liesbreuk?

Een breuk (hernia) is een uitstulping van het buikvlies door een zwakke plek of opening in de buikwand. De breuk is herkenbaar als een zwelling ter plaatse. Deze kan ontstaan door aangeboren factoren of door uitrekking van de buikwand. Uitrekking kan optreden in de loop van het leven, bijvoorbeeld door toename in lichaamsgewicht, door persen, veel hoesten, vaak zwaar tillen. Het is mogelijk dat de uitstulping van het buikvlies – de breukzak genoemd – een gedeelte van de buikinhoud bevat. Bij verhoging van de druk in de buik (zoals bij staan, persen of hoesten) kan er meer buikinhoud in de uitstulping (= de breukzak) komen. De breuk wordt dan groter. Bij een liesbreuk bevindt de uitstulping zich in de liesstreek.

Een liesbreuk verdwijnt nooit vanzelf en kan groter worden. Dat kan dan meer klachten gaan geven. Een enkele keer komt het voor dat een breuk bekneld raakt. Dan zit de breukinhoud, die meestal plotseling is toegenomen, vastgeklemd in de breukpoort. De breukpoort is de opening of verzwakking in de buikwand. Een beknelde breuk gaat gepaard met veel pijn. Een spoedoperatie is dan nodig.

Diagnose

De arts stelt de diagnose liesbreuk aan de hand van zijn bevindingen bij het lichamelijk onderzoek. Aanvullend onderzoek is meestal niet nodig. De arts kan in de meeste gevallen de breuk vaststellen als u staat. Als een breuk bij u is geconstateerd, zal de arts met u bespreken hoe de breuk behandeld kan worden. In de meeste gevallen zal een arts u een operatie adviseren. Een breukband wordt nog maar zelden voorgeschreven.

Twee soorten operaties

Er zijn twee technieken om een liesbreuk te herstellen. De arts zal met u bespreken welke techniek in uw geval het beste lijkt.

  • Klassieke liesbreukoperatie

    Hierbij voert de arts de operatie uit via een snede nabij de breuk. Hij heft de uitstulping van het buikvlies (breukzak) op door de uitstulping terug te duwen. Zo nodig wordt de opening of zwakke plek in de buikwand hersteld. Daarbij wordt de buikwand verstevigd door een kunststofmatje in te hechten. Dit kunststofmateriaal is veilig en het lichaam accepteert het meestal goed. Na een klassieke liesbreukoperatie mag u dezelfde dag naar huis.

  • Kijkoperatie (Totaal Extra Peritoneaal = TEP)

    Bij de kijkoperatie brengt de arts via een aantal gaatjes in de buikhuid instrumenten en een camera naar binnen. De camera is verbonden met een televisiemonitor. De arts kan via de camera zijn handelingen zien op het televisiescherm. Bij deze methode behandelt hij de breuk vanuit de binnenzijde van de buikwand. De uitstulping (breukzak) wordt opgeheven en de opening of zwakke plek in de buikwand wordt verstevigd met behulp van een stukje kunststof. Dit kunststof materiaal is veilig en het lichaam accepteert het meestal goed. Deze kijkoperatie is niet voor iedere patiënt geschikt. Meestal wordt deze operatie uitgevoerd als al eerdere liesbreukoperaties zijn verricht. Na een kijkoperatie blijft u soms een nacht in het ziekenhuis.

Voorafgaand aan de operatie

Met uw behandelend arts heeft u besproken dat u een operatieve ingreep zult ondergaan. Als voorbereiding op de operatie, vindt er een preoperatief onderzoek plaats. De secretaresse van uw behandelend arts bespreekt met u hoe de afspraak op de polikliniek Preoperatief onderzoek gemaakt kan worden.  

Daar heeft u een gesprek met een verpleegkundige en een anesthesioloog. De anesthesioloog bespreekt met u of de operatie onder plaatselijke verdoving (met behulp van een prik in de rug), of onder algehele verdoving (narcose) plaatsvindt.

Voorbereiding op de opname

Algemene adviezen over de voorbereiding op uw ziekenhuisopname vindt u in de folder: ‘Opname in de Isala klinieken'. Op de polikliniek Preoperatief onderzoek krijgt u een folder over de verdoving (anesthesie). Hierin staan adviezen over voorbereiding op de operatie zoals nuchter zijn, medicatie in huis halen en niet roken.

Niet ontharen

Vanaf zeven dagen voorafgaand aan de operatie mag u het operatiegebied niet meer zelf ontharen met tondeuse, scheermesje of ontharingscrème, omdat u daarmee het risico op infecties na de operatie vergroot. Als de arts van mening is dat in uw situatie het operatiegebied toch onthaard moet worden, dan doet de operatieassistent dit vlak voor de operatie met een speciale tondeuse.

Dag van opname

Ongeveer een week voor de operatie krijgt u een telefoontje thuis hoe laat en op welke datum u in het ziekenhuis verwacht wordt voor de operatie. U moet nuchter komen, dat wil zeggen dat u niets meer heeft gegeten tot 6 uur voor de operatietijd. Tot maximaal 2 uur voor de operatietijd mag u nog heldere, vloeibare dranken gebruiken. De secretaresse van de polikliniek vertelt u tot hoe laat u mag eten en drinken voor de operatie.

Tijdstip van operatie

Hoewel u telefonisch een tijdstip voor de operatie heeft gehoord, kan dit wijzigen. Operaties van patiënten die voor u aan de beurt zijn, duren soms langer dan verwacht. Ook kunnen er spoedoperaties tussendoor komen. Hierdoor kunnen er veranderingen optreden in het operatieprogramma, waardoor u soms eerder of later geholpen wordt dan aanvankelijk de bedoeling was. We vragen uw begrip hiervoor.

Het kan zijn dat u van de verpleegkundige een injectie krijgt om bloedstolling (trombose) te voorkomen. Meestal zal dat ‘s morgens vroeg zijn. Als u naar huis gaat, heeft u deze injecties niet meer nodig omdat u dan voldoende beweegt. Het kan zijn dat u van de verpleegkundige een tablet krijgt of een injectie in het been met een kalmerend middel. Dit dient ter voorbereiding op de verdoving. Hiervan kunt u een slaperig gevoel en een droge mond krijgen.

Vlak voordat u naar de operatieafdeling gaat, wordt u gevraagd het operatiehemd van het ziekenhuis aan te trekken. Uw eventuele kunstgebit en contactlenzen moet u uitdoen. Ook mag u geen nagellak en make-up op hebben.

Naar de operatiekamer

De verpleegkundigen van uw afdeling brengen u naar de operatieafdeling. Daar wordt u ontvangen in de zogenaamde holdingruimte. Hier stapt u van uw bed over op de operatietafel. U krijgt een operatiemuts op. Vervolgens dient de anesthesioloog de narcose of plaatselijke verdoving (ruggenprik) toe. Bij een ruggenprik kunt u altijd vragen om een licht slaapmiddel als u de operatiekamer niet wilt zien.

Operatie

Het kan zijn dat een andere chirurg of arts-assistent de ingreep uitvoert dan de arts die u op de polikliniek heeft gezien. We proberen de continuïteit echter zo veel mogelijk te waarborgen. Een liesbreukoperatie duurt meestal drie kwartier tot een uur.

Na de operatie

Na de operatie wordt u naar de verkoeverkamer (recovery of uitslaapkamer) gebracht. Hier verblijft u totdat u weer goed wakker bent en/of de verdoving is uitgewerkt. Gespecialiseerde verpleegkundigen bewaken uw ademhaling, hartslag en bloeddruk. De anesthesioloog beslist wanneer u weer terug mag naar de afdeling.

In de eerste 24 uur na de ingreep wordt u regelmatig gecontroleerd. Afhankelijk van de aard van de operatie worden op gezette tijden uw bloeddruk en uw polsslag gecontroleerd.

Dagelijks komen een chirurg, een arts-assistent en een verpleegkundige bij u en uw medepatiënten langs; dit wordt ‘visite lopen’ genoemd. Tijdens deze ‘visite’ komen allerlei zaken aan de orde, zoals het verloop van uw herstel, eventuele onderzoeken, uw ontslag uit het ziekenhuis en dieet.

Pijn

Na de operatie zal het operatiegebied pijnlijk zijn. Aarzel niet iets te vragen tegen de pijn. De reactie op de operatie is voor iedereen anders en is dus ook niet van tevoren door de anesthesioloog te voorspellen. Wel heeft de anesthesioloog een pijnstiller voorgeschreven, maar dit kan dus te veel of te weinig zijn. Geef ook aan als u geen pijn heeft.

Ook als u weer thuis bent, kunt u pijnstillers gebruiken zoals paracetamol (500 mg). Het is raadzaam om deze pijnstillers alvast vóór de ingreep in huis te hebben.

Bijwerkingen

U kunt na enkele dagen een bloeduitstorting krijgen: een blauwe verkleuring in het wondgebied. Deze bloeduitstorting kan uitzakken naar de basis van de penis en de balzak bij de man en naar de grote schaamlip bij de vrouw. De bloeduitstorting kan pijnlijk zijn, maar u hoeft zich hierover geen zorgen te maken. Meestal verdwijnt het na één of twee weken vanzelf.

Mogelijke complicaties

Bij alle operaties kunnen complicaties optreden, zo ook bij de liesbreukoperatie. Zij kunnen klein en hinderlijk zijn zoals een ontsteking van een ader waarin een infuus zit of een urineweginfectie. Ook een nabloeding, longontsteking, wondinfectie en littekenbreuk kunnen voorkomen, maar zijn gelukkig zeldzaam. Omdat in het operatiegebied enkele zenuwen lopen – bij de man ook nog de zaadstreng – is een beschadiging hiervan mogelijk. Deze complicaties treden gelukkig zelden op. De consequentie van schade aan een zenuw kan gevoelloosheid zijn of soms juist een blijvende pijnklacht rond het
operatiegebied.

Resultaat

Het resultaat van de operatie kan goed lijken. Toch komt het soms voor dat er na verloop van tijd op dezelfde plaats opnieuw een breuk ontstaat (een recidief breuk). Meestal is dan weer een operatie nodig.

Herstel

Hier vindt u informatie die met uw herstel te maken heeft.

Bewegen

Het is belangrijk dat u al snel na de operatie weer in beweging komt. Dit is goed voor de bloedcirculatie en de spijsvertering. U mag douchen, maar pas weer in bad (of zwemmen) als de hechtingen zijn opgelost.

Werkzaamheden

Afhankelijk van de operatiemethode, de grootte van de ingreep en uw lichamelijke gezondheid zult u na ontslag uit het ziekenhuis nog enige tijd hinder kunnen ondervinden van het operatiegebied. U mag in principe na een week weer normaal werken, fietsen, tillen (mits niet overdreven zwaar) zodra u zelf voelt/denkt dat u dat kunt.

Klachten

Als u na de operatie een van de volgende klachten heeft, moet u contact opnemen met de dienstdoende arts-assistent Chirurgie via telefoonnummer (038) 424 55 86 of met de Spoedeisende hulp via telefoonnummer (038) 424 50 00:

  • nabloeding
  • koorts boven 39 graden Celsius
  • kloppende, pijnlijke wond na 24 uur
  • aanhoudende pijn
  • aanhoudende hoofdpijn.

Controle

De hechtingen zijn oplosbaar en verdwijnen vanzelf. Daarvoor hoeft u dus niet naar de huisarts. Zes weken na de operatie belt de doktersassistente van de chirurg u thuis om te horen hoe het gaat met het herstel.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen, dan staan de chirurg, de zaalarts of de verpleegkundig u graag te woord. Mocht u vóór de opname dringende vragen hebben, overleg dan met uw huisarts of neem contact op met de polikliniek Vaatchirurgie via telefoonnummer (038) 424 62 80.

Verantwoording

Bij het maken van deze tekst heeft Isala gebruik gemaakt van voorlichtingsmateriaal van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde. 


26 mei 2017 5326 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht