ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Neusbijholteontsteking: operatie aan de neusholten

Uitleg en behandeling

Bij een chronische ontsteking aan de neusbijholten kan een operatie nodig zijn. Soms moet daarbij ook het neustussenschot worden rechtgezet. In deze folder leest u meer informatie over de operatie.

De neusbijholten 

 
Afbeelding 1: de neusbijholten
 
 
Boven en naast de neus bevinden zich holle ruimten in het hoofd, de zogenoemde neusbijholten, die in directe verbinding staan met de neusholte. De twee voorhoofdsholten, gelegen boven de ogen, en de twee kaakholten die zich achter de wangen bevinden, zijn het meest bekend. Minder bekend, maar zeker zo belangrijk, zijn de holten in het zeefbeen. Deze zogenoemde zeefbeenholten bestaan uit een systeem van vele kleine holten en bevinden zich aan beide kanten tussen de neusholte en de oogkas. De kaakholten en de voorhoofdsholten staan via dit zeefbeen met de neus in verbinding. Als laatste holte kennen we nog de wiggebeensholte, ver achterboven in de neus.
 

Reden tot operatie

De belangrijkste reden voor een operatie aan de neusbijholten is een chronische ontsteking. Wanneer een ontsteking aan de neusbijholten niet geneest, ondanks intensieve behandeling met bijvoorbeeld medicijnen of spoelingen, dan spreekt men van een chronische (voortdurende) ontsteking. Een dergelijke ontsteking kan gepaard gaan met de vorming van poliepen. Het kan een op zichzelf staande ontsteking zijn van één bijholte, maar er kunnen ook meerdere bijholten tegelijk ontstoken zijn.

Vooral in het geval van een chronische ontsteking van de zeefbeenholten kunnen ook de kaakholten en eventueel zelfs de voorhoofdsholten geblokkeerd en ontstoken raken. Zoals te zien is op de afbeelding, nemen de zeefbeenholten een centrale positie in.

Daarom speelt de operatieve behandeling van deze holten een belangrijke rol bij de neusbijholte-operatie in het algemeen. De operatie vindt meestal plaats onder volledige verdoving (narcose), een enkele keer zal worden gekozen voor plaatselijke verdoving. Dit wordt van tevoren met u besproken.

Vooronderzoek

Na uw bezoek bij de KNO-arts plaatst de secretaresse van de KNO-artsen u op de wachtlijst. Het kan ook zijn dat zij u direct vertelt wanneer de opname en operatiedag plaatsvinden.

Als voorbereiding op de operatie, vindt er een preoperatief onderzoek plaats. De secretaresse van uw behandelend arts bespreekt met u hoe de afspraak op de polikliniek Preoperatief onderzoek gemaakt kan worden. U heeft dan onder andere een gesprek met de anesthesioloog.

Voordat de anesthesioloog de verdoving kan toedienen, heeft hij of zij gegevens nodig over uw gezondheid. Zo zal hij of zij onder andere vragen of u al eerder bent geopereerd. Meld zelf tijdens deze afspraak met de anesthesioloog als u last hebt van losse tanden of nekklachten of als u problemen hebt met het ver openen van uw mond.

Als u medicijnen gebruikt, neemt u deze mee naar uw afspraak.

Opname

Op de verpleegafdeling hebt u een opnamegesprek met een (leerling)verpleegkundige. Tijdens het opnamegesprek komt een aantal zaken aan de orde, bijvoorbeeld gezondheidsproblemen, medicijngebruik, uw thuissituatie en wie voor u als contactpersoon optreedt.

  • Na het opnamegesprek krijgt u een korte rondleiding over de verpleegafdeling.
  • U blijft tot aan de operatie op de Dagverpleging.
  • Voordat u naar de operatiekamer gaat, trekt u speciale operatiekleding van het ziekenhuis aan.
  • Sieraden doet u af en een eventuele gebitsprothese doet u uit.
  • Nagellak en overige make-up verwijdert u.
  • De verpleegkundige brengt u met een bed naar de operatiekamer. U ontmoet hier de anesthesioloog die u voor de verdoving zorgt.
  • Na de operatie gaat u voor korte tijd (één à twee uur) naar de uitslaapkamer. Als u voldoende bij kennis bent en als de controles van bloeddruk en ademhaling in orde zijn, gaat u terug naar de verpleegafdeling.

Operatie

Een endoscopische neusbijholteoperatie vindt plaats via de neusholte; er ontstaan daarom geen uitwendige littekens. De operatie wordt ook wel FESS genoemd: dit is de afkorting van functional endoscopic sinus surgery.

Voor een goed zicht op het operatiegebied gebruikt uw KNO-arts een endoscoop. Dit is een klein buisje met een uitgebreid stelsel van lenzen, waardoor de KNO-arts nauwkeurig de inhoud van de neus kan bestuderen. De endoscoop wordt via de neusopening ingebracht. Terwijl de KNO-arts door de endoscoop kijkt, kan hij of zij met speciale instrumenten de ontstoken neusbijholten open leggen. De endoscoop maakt het mogelijk om tijdens de operatie goed te zien waar de ontsteking zit en welke gebieden met rust gelaten kunnen worden.

Neustussenschot

Soms wordt ook het neustussenschot rechtgezet (septumcorrectie). Hierbij wordt uitsluitend geopereerd in het inwendige van de neus; er zijn dus geen zichtbare littekens te verwachten. Bij de operatie worden het kraakbeen en het bot van het neustussenschot vrijgelegd via een klein sneetje binnenin de neus. Hierna wordt het tussenschot rechtgezet, dat wil zeggen: uitstekende stukken worden verwijderd, kromme delen worden rechtgemaakt, et cetera.

Het herstelde neustussenschot wordt daarna tijdelijk op zijn plaats gehouden door in de neus ingebrachte tampons. Aan weerszijden wordt zo het tussenschot in de juiste positie gesteund, zodat slijmvlies, kraakbeen en bot weer aan elkaar kunnen groeien. Soms worden aan de buitenzijde van de neus ook nog enige pleisters aangebracht ter ondersteuning. De tampons worden na enkele dagen weer verwijderd; soms al na één dag. U kunt dan dus weer door de neus ademen.

Resultaat

Na de operatie is uw neus zeker nog niet genezen. Eigenlijk begint de genezing dan pas, omdat de ontstekingsproducten voor het eerst de neusbijholten kunnen verlaten. Uw KNO-arts zal u vertellen wat u moet doen om deze reiniging te bevorderen. Zie kopje 'nabehandeling' onderaan deze folder.

Over het uiteindelijke resultaat is niet zonder meer een uitspraak te doen, omdat er verschillende redenen bestaan voor het verrichten van een operatie aan de neusbijholten. Uw arts heeft daarom geprobeerd zo zorgvuldig mogelijk in te schatten hoe groot in uw geval de kans is op afname van de klachten. Ook het risico op complicaties heeft hierbij meegewogen.

Het kan voorkomen dat na een operatie aan de neusbijholten de klachten niet afnemen of dat de lachten later weer terugkomen. Bij sommige mensen zal dan vaker een endoscopische neusbijholteoperatie plaatsvinden.

Complicaties

Bij iedere operatie, ook een operatie aan de neusbijholten, is er sprake van enig risico.

  • Er kan bijvoorbeeld een infectie optreden of een onverwachte bloeding.
  • Daarnaast bestaat er altijd het risico van een letsel aan omgevende structuren: de oogkas en de schedelbasis.

In de praktijk komen complicaties bij een operatie aan de neusbijholten weinig voor.

Nabehandeling

Voor een goede genezing is de juiste nabehandeling zeer belangrijk. Deze nabehandeling duurt zeker enkele weken.

Adviezen voor schoonmaken

Door het achterblijven van bloedkorsten en slijm kan littekenweefsel ontstaan dat de openingen weer verkleint en zo het effect van de operatie vermindert. Daarom krijgt u als u naar huis gaat een recept mee voor spoelwater (fysiologisch zout), neusspray of neusdruppels en soms ook antibiotica. Neusspoelen bestrijdt ook een eventuele onaangename geur.

Spoelen

U heeft een folder en recept meegekregen voor enkele flessen fysiologisch zout (NaCl 0.9%) en een 20cc spuit. Hiermee kunt u al vanaf de tweede dag dat u thuis bent de neus gaan spoelen. Dit doet u door, voorovergebogen boven de wasbak, een spuit rustig in uw neus te spuiten terwijl u de neus opsnuift. Doe dit rustig. Naarmate u er meer aan gewend bent geraakt, mag u iets krachtiger spoelen. U mag gerust enkele spuiten per kant gebruiken.

Als de flessen leeg zijn, kunt u zelf een zoutwateroplossing maken door een afgestreken theelepel keukenzout op te lossen in een glas lauw kraanwater.

Over neusspoelen is meer informatie beschikbaar. U vindt deze informatie onderaan deze folder op onze website, onder het kopje ‘Gerelateerde folders’.

Neusspray

In de meeste gevallen krijgt u een neusspray of neusdruppels voorgeschreven. Gebruik deze volgens voorschrift van de arts. Gebruik de spray of druppels na het spoelen, maar laat de neus wel eerst goed uitdruppelen.

Antibiotica

De eventueel voorgeschreven antibiotica volgens recept innemen. Kuur altijd afmaken, tenzij zich een overgevoeligheidsreactie voordoet. In dat geval moet u contact opnemen met de polikliniek KNO.

Snuiten

Snuit de eerste paar dagen na de operatie de neus niet, omdat dan lucht en ontstekingsproducten buiten het zeefbeen geperst kunnen worden. Ophalen mag wel.

Bloeden

De eerste week kan er regelmatig nog wat bloed of stolsels uit de neus komen. Dit is normaal. Het vrijkomen van korsten of stolsels kan zelfs enige weken aanhouden. Blijf goed spoelen. Als er veel helderrood bloed uit de neus stroomt, moet u contact opnemen met de polikliniek KNO.

Roken en alcohol

De eerste dagen na de operatie is het verstandig om niet te roken en geen alcohol te drinken. Voorgoed stoppen met roken is natuurlijk nog beter. Ook raden we aan om in deze periode prikkelende stoffen te vermijden.

Verstopte neus

Gebruik geen andere neusdruppels dan die u zijn voorgeschreven! Als de neus erg verstopt is, helpt een keertje extra spoelen. Zet het hoofdeinde van uw bed wat omhoog.

Weer aan het werk

Doe de eerste week geen zwaar lichamelijk werk en neem voldoende rust. Als u zich goed voelt, kunt u dan weer gewoon aan het werk gaan.

Controle

Bij ontslag uit het ziekenhuis krijgt u een controleafspraak mee. Meestal is deze na ongeveer een week. Dan worden de eventuele tamponnetjes die in de neus kunnen zitten verwijderd en wordt het operatiegebied gereinigd. De volledige genezing duurt enkele weken en bij ernstig ontstoken neusbijholten soms maanden. Soms is het nodig dat u een aanvullende kuur medicijnen krijgt voorgeschreven om het slijmvlies rustig te maken.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle, Kampen en Heerde

Keel-, neus- en oorheelkunde
(038) 424 23 84 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Meppel en Steenwijk

Keel-, neus- en oorheelkunde
(0522) 23 32 48 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 16.30 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

Daarnaast bestaat de mogelijkheid om de website van de Nederlandse Vereniging voor Keel-, Neus- en Oorheelkunde te raadplegen via www.kno.nl rubriek 'voorlichting'.


8 november 2017 5334 326807 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht