ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Stemmingsstoornissen na de bevalling

Een vrouw die een kind heeft gekregen, maakt na de bevalling allerlei emoties door. Vaak is ze blij, zoals iedereen verwacht. Negatieve emoties zoals bijvoorbeeld angst en ongerustheid komen echter ook onherroepelijk voor in de kraamperiode. Hier kunt u daar meer over lezen.

Oorzaken van stemmingsstoornissen

Als ‘kersverse’ moeder kunt u na de bevalling verrast worden door negatieve emoties. U voelt zich misschien schuldig naar uw baby, andere kinderen, partner en directe omgeving. Het is moeilijk om deze gevoelens met anderen te delen. Er zijn praktische, hormonale en psychologische oorzaken voor deze stemmingsstoornissen aan te wijzen.

Praktisch

Een moeder krijgt na de geboorte ineens een nieuwe verantwoordelijkheid op haar schouders, de zorg voor het kind. Praktisch gezien is de verzorging van een baby een fulltime baan, die naast het gebruikelijke werk gedaan moet worden. Dit is zwaar, hoe goed u er ook op bent voorbereid en hoe zeer u zich ook op het kindje heeft verheugd. Deze verzorgende taak is moeilijk te plannen, onvoorspelbaar en gaat ook ‘s nachts door. Zeker bij het eerste kind brengt de nieuwe ouderrol een verandering teweeg in de verhouding met de partner, wat moeilijk kan zijn. Ook is er na de bevalling vaak sprake van lichamelijke pijn, die alle taken nog zwaarder kan maken. Soms brengt de financiële situatie nog extra spanningen met zich mee.

Hormonaal

Na de bevalling verandert de hormoonhuishouding van de vrouw snel. De hormonen van de placenta (moederkoek) zijn plotseling weggevallen en de borstvoeding komt op gang. Dan duurt het een tijd voor er weer een nieuw hormonaal evenwicht is ontstaan en dat kan invloed hebben op de stemming.

Psychologisch

Er kunnen ook psychologische oorzaken zijn waardoor de moeder zich somber en niet gelukkig voelt. Bijvoorbeeld als zij het gevoel heeft dat haar partner haar niet genoeg ondersteunt. Of ze kan er moeite mee hebben dat haar leven zo veranderd is. Vrouwen met een slechte band met hun moeder voelen zich vaker niet-gelukkig na de geboorte van hun kind dan vrouwen met een goede band met hun moeder. Ook een slechte band met de partner of een religieuze conflictsituatie veroorzaken een grotere kans op stemmingsstoornissen na de bevalling.

Stemmingsstoornissen

Er zijn drie stemmingsstoornissen na de bevalling: 

  • kraamtranen (‘post partum blues’) 
  • postnatale depressie (‘post partum depressie’) 
  • kraambedpsychose.

Kraamtranen (‘post partum blues’)

Kraamtranen komen zeer regelmatig voor, namelijk bij 50 tot 75% van alle kraamvrouwen. Het komt zelfs zo vaak voor dat men denkt dat het eigenlijk een natuurlijke reactie is op de bevalling en niet een stoornis of ziekte. Kraamtranen beginnen meestal op de derde of vierde dag na de bevalling. Ze duren een dag of een paar dagen en verdwijnen daarna weer vanzelf, soms zo snel als ze zijn ontstaan. De klachten bestaan uit huilbuien (zonder duidelijke oorzaak), prikkelbaarheid, slecht slapen, gespannenheid en ongeduld. Behandeling is niet nodig. Liefdevolle ondersteuning van naasten is meestal genoeg.

Postnatale depressie (‘post partumdepressie’)

Symptomen

Minder vaak dan kraamtranen komt de postnatale depressie voor. Toch overkomt het 10 tot 20% van de vrouwen dat ze last krijgen van deze stemmingsstoornis. Meestal krijgen ze binnen drie tot zes maanden na de bevalling klachten, maar een postnatale depressie kan ook nog een jaar na de bevalling optreden.

Een vrouw met een postnatale depressie is langdurig somber. Zij heeft gevoelsmatige klachten, zoals: 

  • somberheid 
  • neerslachtigheid 
  • snel geïrriteerd raken 
  • verdrietig zijn 
  • lusteloos zijn 
  • zich waardeloos en/of hopeloos voelen 
  • geen of minder belangstelling voor de baby hebben 
  • overbezorgd zijn voor de baby 
  • bang zijn door de partner in de steek gelaten te worden 
  • zich schuldig voelen 
  • bang zijn de baby wat aan te doen 
  • bang zijn om zichzelf wat aan te doen.

Ook kan zij lichamelijke klachten en geheugenklachten hebben, zoals:

  • geen of weinig zin hebben om te eten of juist overmatig eten 
  • slecht kunnen slapen 
  • moeite hebben met concentreren 
  • moeite hebben met beslissingen nemen 
  • vergeetachtigheid 
  • geen zin in intimiteit en seks 
  • extreme vermoeidheid 
  • paniekaanvallen.

Niet alle klachten uit dit rijtje hoeven voor te komen. De depressie verloopt met betere en slechtere dagen, het is hoe dan ook een ellendig gevoel. Vaak voelen vrouwen zich schuldig en schamen zich ervoor. Sommige vrouwen sluiten zich af voor hun omgeving.

Twee bijzondere vormen

Er zijn nog twee bijzondere vormen van postnatale depressie die minder vaak voorkomen. De kans is het grootst vlak na de bevalling, maar toch kunnen deze vormen ook nog een half tot een jaar na de bevalling optreden: 

  • Angst- en paniekstoornis na de bevalling. De vrouw is heel angstig en heeft last van ademloosheid, hartkloppingen, opvliegers, pijn op de borst, trillen, duizeligheid en snelle ademhaling. 
  • ‘Obsessief compulsieve stoornis’. De vrouw die hieraan lijdt, heeft last van steeds terugkomende gedachten dat ze het kindje ‘iets wil aandoen’. Vaak vermijdt zij het contact met haar kindje om te voorkomen dat die gedachten zich aan haar opdringen. Zij is angstig en depressief.

Behandeling postnatale depressie

De behandeling van de postnatale depressie kan bestaan uit: 

  • voorlichting 
  • begeleiding in het omgaan met de baby 
  • medicijnen: antidepressiva en/of angstdempende medicijnen 
  • ondersteunende begeleidende gesprekken of psychotherapie waarbij de familie betrokken kan worden 
  • groepstherapie met lotgenoten 
  • elektroconversieve therapie (hierbij worden de hersenen gestimuleerd door het onder narcose toedienen van lichte elektrische schokken); dit wordt alleen in zeer ernstige gevallen toegepast als uiterste mogelijkheid.

Kraambedpsychose

Symptomen (verschijnselen)

Dit is een ernstiger stoornis die gelukkig ook minder vaak voorkomt. De verschijnselen beginnen meestal kort na de bevalling (na een paar dagen tot ongeveer vier weken). Soms zijn er voortekenen voor de naderende psychose: onrust, slecht slapen, vermoeidheid, hoofdpijn, achterdocht, vijandigheid en prikkelbaarheid. Soms zijn deze voortekenen er niet. `

Bij de kraambedpsychose zelf heeft de kraamvrouw last van: 

  • angst 
  • onrust 
  • waandenkbeelden en visioenen 
  • ‘grip op de werkelijkheid kwijt zijn’ waarbij de kraamvrouw de mensen om haar heen wel herkent maar geen idee heeft wat die bij haar doen; ook komt het voor dat de kraamvrouw het idee heeft nog te moeten bevallen of dat het kind ernstig ziek is of dood is 
  • stemmen horen 
  • chaotisch gedrag 
  • persoonlijkheidsveranderingen/ buiten zichzelf raken (met gevaar voor het kind) 
  • buitensporige achterdocht en wantrouwen 
  • verwardheid.

Deze klachten kunnen zeer wisselend over de dag optreden. De kraamvrouw kan van het ene op het andere moment van een ‘normaal’ persoon veranderen in een ‘compleet andere persoon’, waarbij ze soms erg in de war is.

Oorzaak

Waarom de ene vrouw wel en de andere vrouw geen kraambedpsychose krijgt, is niet precies bekend. Wel is duidelijk dat er bepaalde factoren zijn die de kans op een kraambedpsychose verhogen:

  • een eerdere psychiatrische aandoening 
  • een bevalling met een keizersnede 
  • een familielid dat een kraambedpsychose heeft gehad 
  • sterfte van het kindje 
  • alleenstaande moeder zijn 
  • voor het eerst een kind krijgen 
  • bij een eerder kind een zwangerschapspsychose.

Behandeling kraambedpsychose

Bij een kraambedpsychose moet de vrouw meestal opgenomen worden op een psychiatrische afdeling. Natuurlijk staat een steunende en stimulerende begeleiding altijd centraal. Vrouwen die eerder een kraambedpsychose hebben gehad, krijgen vlak na de volgende bevalling medicijnen (Lithium). Deze behandeling vermindert de kans op herhaling van 40 naar 5%.

Bij deze pillen mag er geen borstvoeding worden gegeven!

Het POP-team staat klaar

Isala beschikt over een multidisciplinair POP-team (afkorting voor: psychiatrie, obstetrie (verloskunde), pediatrie (kindergeneeskunde). Zie ook de informatie onder ‘zwangerschap en psychische begeleiding (POP)’.

Dit POP-team bestaat uit: 

  • gynaecoloog 
  • anesthesist (pijnbestrijding) 
  • psychiater 
  • consultatief psychiatrisch verpleegkundige (CPV’er) 
  • klinisch psycholoog 
  • medisch maatschappelijk werker 
  • kinderarts 
  • fysiotherapeut/haptonoom 
  • VSO-verpleegkundige (verpleegkundig spreekuur obstetrie) 
  • apotheker.

In onderling overleg met elkaar zorgen zij voor een juiste behandeling.

Wat kunt u zelf doen?

  • Zorg voor voldoende rust, ook al is dat soms moeilijk. Doe dat bijvoorbeeld als het kindje slaapt. Een schoon huis is niet het belangrijkste als u net een nieuwe baby heeft. 
  • Vraag om hulp als u daar behoefte aan heeft. 
  • Zoek emotionele steun van partner, vrienden en familie. 
  • Zorg dat u elke dag aangekleed bent en in elk geval eventjes naar buiten gaat. 
  • Probeer wat tijd alleen met uw partner door te brengen. 
  • Wees assertief met uw zorgen; niet alle instanties en hulpverleners herkennen de symptomen en ernst van een postnatale depressie. Vraag een verwijzing naar professionele hulp (psychiater, psychotherapeut) voor behandeling van uw depressie. 
  • Praat met andere moeders zodat u van hun ervaringen kunt leren. 
  • Als de borstvoeding moeilijk gaat, praat dan met iemand die gespecialiseerd is in borstvoedingstechniek (bijvoorbeeld van de Vereniging Borstvoeding Natuurlijk).

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen of wilt u meer informatie, vraag dan uw verloskundig zorgverlener gerust om uitleg. We raden u aan om uw vragen op papier te zetten.

U kunt ook telefonisch contact opnemen met een van onze medewerkers van polikliniek Gynaecologie/Verloskunde, via (038) 424 35 55.

Heeft u binnenkort een afspraak? Dan vindt u tijd en plaats waar u verwacht wordt in uw afspraakbevestiging.

Bent u ongerust of hebt u vragen (buiten kantoortijden) die niet kunnen wachten, bel dan het spoednummer: (038) 424 81 61.


20 november 2017 5396 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht