ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Intra-uteriene groeivertraging

Uitleg opname en zorg moeder en kind

Als een vrouw zwanger is van een kindje dat in verhouding te klein is voor de zwangerschapsduur, wordt zij opgenomen op de afdeling Obstetrische High Care (OHC). Hier leest u wat deze groeivertraging inhoudt en wat u bij de behandeling kunt verwachten.

Wat is intra-uteriene groeivertraging?

Als een kindje in verhouding tot de zwangerschapsduur te klein is, is sprake van Intra-Uteriene Groei Retardatie (IUGR). Intra-uterien betekent: in de baarmoeder, retardatie betekent: vertraging.
Als uw gynaecoloog vermoedt dat sprake is van IUGR, wordt in het ziekenhuis een nauwkeurige echo gemaakt. Met de echo worden het hoofd, de romp en het bot van het bovenbeen van het kindje gemeten, waardoor het gewicht kan worden geschat.

Twee vormen

Er zijn twee vormen van IUGR: 

  • Asymmetrische groeivertraging: de IUGR staat niet in verhouding tot het hele lichaam van het kindje. Bijvoorbeeld als het kindje een veel te kleine buik heeft in verhouding tot de rest van zijn lichaam.
  • Symmetrische groeivertraging: de IUGR staat wel in verhouding tot het lichaam van het kindje. In dat geval is het kindje in zijn hele lichaam vertraagd in de groei.

Als bij uw kindje gedacht wordt aan een IUGR, zal de gynaecoloog u altijd vragen of u een regelmatige menstruatiecyclus heeft, zodat u zeker bent van uw zwangerschapsduur. Dit is erg belangrijk, omdat bij een verkeerd berekende zwangerschapsduur misschien helemaal geen sprake hoeft te zijn van een IUGR.

Oorzaken

Verminderde placentafunctie

De groei van het kindje wordt bepaald door het eigen groeivermogen en door de aanvoer van zuurstof en voedingstoffen vanuit de placenta. Bij het overgrote deel van de zwangere vrouwen met groeivertraging is de oorzaak een aanvoerstoornis door een verminderde placentafunctie. Doordat de placenta niet goed functioneert, krijgt het kindje steeds minder aanvoer van zuurstof en voedingsstoffen. Met name in de tweede helft van de zwangerschap kan het aanbod vanuit de placenta tekort gaan schieten. Het is een proces dat zich niet meer herstelt of verbetert tijdens de zwangerschap.

Bij een hoge bloeddruk in de zwangerschap (zoals bij pre-eclampsie en het HELLP-syndroom) is de kans verhoogd om IUGR te krijgen. Bij pre-eclampsie en het HELLP-syndroom is namelijk ook de functie van de placenta verminderd. Omgekeerd kan ook de slechte placentafunctie een te hoge bloeddruk in de zwangerschap veroorzaken. Karakteristiek voor de kindjes met groeivertraging door een verminderde placentafunctie is de asymmetrische groeivertraging.

Andere oorzaken

Ook leeftijd, het aantal gebaarde kinderen, ras, voedingstoestand en leefgewoontes (roken, drugs, alcohol) van een vrouw spelen een rol in het ontstaan van IUGR. Verder kunnen sommige infecties van het kindje in de baarmoeder groeivertraging veroorzaken, zoals toxoplasmose, rode hond, cytomegalie en aangeboren afwijkingen.

Kindjes met aangeboren afwijkingen zijn in het hele lichaam vertraagd in de groei (symmetrische IUGR). De gynaecoloog zal dan een vruchtwaterpunctie overwegen om chromosomale afwijkingen bij het kindje uit te sluiten.

Behandeling (bij verminderde placentafunctie)

Het doel van de opname op de afdeling OHC is om uw ongeboren kindje intensief te bewaken, zodat het tijdstip van ingrijpen vanwege tekenen van nood bij uw kindje optimaal kan worden beoordeeld. Daarnaast wordt geprobeerd de groei en longrijping van uw kindje zo veel mogelijk te stimuleren.

Omdat groeivertraging door een verminderde placentafunctie vaak een geleidelijk proces is, is het onzeker te zeggen hoe lang u nog zwanger zal zijn als u eenmaal opgenomen bent.

Voorbereiding geboorte

Tijdens de opname wordt geprobeerd elke dag een compleet beeld van u en uw kindje te krijgen. Daarnaast wordt u voorbereid op de aanstaande bevalling en geboorte van uw kindje. Dat gebeurt onder meer door u en uw partner kennis te laten maken met de neonatoloog (gespecialiseerde kinderarts). De neonatoloog zal u een beeld schetsen van de verwachtingen en problemen die kunnen ontstaan bij de geboorte van een 'groeivertraagd', maar vaak ook te vroeg geboren kindje.

Fotoboek

Daarnaast kan de verpleegkundige u voor de bevalling een pop laten zien die ongeveer de grootte heeft van een kindje met een bepaalde zwangerschapsduur of gewicht. Ook kunt u een fotoboek inzien over de keizersnede en de afdeling Neonatale Intensive Care Unit (NICU), waar uw kindje zal worden opgenomen.

Onderzoeken

Echo en flowmeting
Tijdens de echo wordt niet alleen het gewicht van het kindje geschat, maar wordt ook een flowmeting gedaan. Bij een flowmeting wordt gekeken naar de bloeddoorstroming in diverse vaten van uw kindje (hoofd, romp en navelstreng) en in de baarmoederslagader.

Bij IUGR die is veroorzaakt door een verminderde placentafunctie, is aan de uitslag van de flowmeting te zien dat het kindje bijvoorbeeld aan het 'herverdelen' is. Herverdelen is een slimme manier van het kindje om te overleven in de baarmoeder. Het kindje laat dan meer bloed gaan naar zijn belangrijkste organen, zoals de hersenen, het hart en de bijnieren, en het laat minder bloed gaan naar bijvoorbeeld het buikje. Vandaar de asymmetrische groeivertraging.

De flowmeting zegt dus wat over de conditie van de placenta en de aanpassing van uw kindje op de tekorten. Tijdens de opname worden de echo en flowmeting zo nodig herhaald.

CTG
De conditie van uw kindje wordt nauwkeurig geobserveerd door CTG's te maken. Een CTG is een hartfilmpje. Bij de gerelateerde folder over OHC vindt u hierover meer informatie. De perinatoloog (gespecialiseerde gynaecoloog) spreekt af hoe vaak de verpleegkundige een CTG moet maken. Meestal is dat 1 maal daags en bij een afwijkende flowmeting twee- tot driemaal daags. Verder wordt regelmatig uw bloeddruk gemeten en uw bloed gecontroleerd.

Longrijping
Meestal zijn de longen van uw kindje bij 32 tot 34 weken zwangerschap rijp. Alleen als u onder de 32 à 34 weken bent, krijgt u gedurende twee dagen een injectie om de longrijping te versnellen. Afhankelijk van uw zwangerschapsduur worden de injecties herhaald na twee weken. De injectie krijgt u in uw bil of bovenbeen. Als er voldoende vruchtwater is, kan de perinatoloog besluiten om een vruchtwaterpunctie te doen om de rijpheid van de longen te beoordelen. De rijpheid van de longen is een factor die meespeelt bij het besluit van de perinatoloog om het kindje geboren te laten worden.

(Bed)rust

Overmatige activiteit en stress is schadelijk voor de groei van het ongeboren kindje. Wanneer u bent opgenomen, moet u in eerste instantie (bed)rust houden; wel kunt u douchen en naar de wc. Als de situatie stabiel is, mag u wat meer bewegen, bijvoorbeeld af en toe over de gang lopen.

Leefgewoontes

Roken schaadt de gezondheid. In de zwangerschap is bewezen dat roken de groei en ontwikkeling van het kindje remt. Het stoppen met roken is daarom een belangrijke maatregel als bij het kindje groeivertraging is vastgesteld.

De bevalling

Als de conditie van uw kindje daarvoor aanleiding geeft, zal de perinatoloog besluiten dat u moet bevallen. De perinatoloog zal vrijwel altijd kiezen voor een keizersnede. Dit omdat het kindje al zijn energie nodig heeft om een goede start te maken bij zijn geboorte.

De beslissing tot een keizersnede kan op elk moment van de dag genomen worden. Het kindje kan namelijk ineens aangeven in 'foetale nood' te zijn. Foetale nood is te zien aan onder andere veranderingen in de hartslag van het kindje. Het CTG laat dan bijvoorbeeld vertraging van of vermindering in variatie van de hartslag zien. Aangezien het beter is nuchter te zijn als u een keizersnede ondergaat, is het heel soms nodig dat u vóór elke maaltijd nuchter blijft totdat de uitslagen van alle controles bekend zijn.

Na de bevalling

Het kindje dat in groei is achtergebleven door een verminderde placentafunctie, wordt dysmatuur genoemd. Het kindje is mager en de huid is gerimpeld en rood doordat hij geen onderhuids vet heeft. Ook heeft een dysmatuur kindje geen huidsmeer meer. Bovendien lijkt het hoofd bij deze kindjes nog groter in verhouding tot de romp.

Opname NICU

Het kindje wordt altijd op de NICU opgenomen. Het is namelijk groeivertraagd én vaak te vroeg geboren, wat maakt dat het kindje ernstig ziek kan zijn en zeer intensieve zorg nodig heeft. In sommige gevallen bevindt het kindje zich in een levensbedreigende situatie en kan het overlijden.

NICU-zorg

De zorg voor uw kindje zal in grote lijnen bestaan uit observatie, ondersteuning van de ademhaling, toedienen van voeding en medicijnen via het infuus, en het bewaken van de lichaamstemperatuur. U zult regelmatig gesprekken hebben met de neonatoloog (kinderarts) van uw kindje. In de gesprekken zal de neonatoloog bespreken hoe de gezondheidstoestand van uw kindje is. Houd rekening met een opnameduur van uw kindje tot aan de uitgerekende datum van uw zwangerschap.

Borstvoeding

Bij zeer kleine en te vroeg geboren kinderen is het maag-darmkanaal nog niet in staat om voedsel op te nemen. Vaak mag uw kindje wel een klein beetje voeding krijgen ter bescherming van de maagwand. Bij deze kinderen heeft borstvoeding de voorkeur, omdat borstvoeding het lichtst verteerbaar is. Bovendien bevat borstvoeding antistoffen waardoor het kindje weerstand kan opbouwen. Om de borstvoeding op gang te laten komen, kunt u gaan kolven. Bij de gerelateerde folder OHC vindt u hierover meer informatie.

Ervaringen

Als u bent opgenomen met IUGR, blijft u tot en met de bevalling in het ziekenhuis. Soms is de situatie een lange tijd stabiel en is het voor u gevoelsmatig 'raar' om opgenomen te zijn, omdat u zich verder niet ziek voelt. Toch beleven u en uw partner de opname van dag tot dag en soms van uur tot uur. De onzekerheid en spanning over de conditie van het kindje maakt dat het een zeer intensieve periode is. Het is goed te beseffen dat die ene dag verlenging van de zwangerschap mogelijk weer een betere prognose betekent voor uw (nog) ongeboren kindje. U kunt in deze intensieve en onzekere periode altijd steun vragen van de verpleging en/of het maatschappelijk werk.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen of wilt u meer weten? Uw behandelend specialist of verpleegkundige staat u graag te woord. Ook als u eenmaal thuis bent, kunt u gerust contact opnemen met de afdeling Obstetrische High Care, telefoon (038) 424 53 53.
Daarnaast kunt u contact zoeken met verenigingen of organisaties die specifieke zorg, lotgenotencontact of hulp en ondersteuning bieden. De namen en adresgegevens hiervan vindt u bij de gerelateerde folder OHC.

Heeft u binnenkort een afspraak? Dan vindt u de tijd en plaats waar u wordt verwacht in uw afspraakbevestiging.

Bent u verhinderd? Neem dan zo snel mogelijk contact met ons op om een nieuwe afspraak te maken.


9 juli 2013 5410 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht