ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Laparoscopische operatie

Hoe en waarom van de operatie

Bij een laparoscopische operatie zijn vaak de baarmoeder, de eileiders of de eierstokken betrokken. Hier leest u over de redenen voor een laparoscopische operatie en wat u bij deze ingreep kunt verwachten.

De baarmoeder, eileiders en eierstokken

Een normale baarmoeder (uterus) heeft de vorm en grootte van een peer. Aan de brede bovenkant monden twee eileiders (tubae) in de baarmoeder uit. Deze dunne, soepele buisjes, die zo'n 8 tot 10 cm lang zijn, beginnen bij de baarmoeder en eindigen bij de eierstokken. Normale eierstokken (ovaria) zijn ongeveer 3 cm groot.

Bij een laparoscopische operatie ziet de arts doorgaans de eileiders, de eierstokken en het bovenste deel van de baarmoeder (het baarmoederlichaam, corpus uteri). Het onderste deel van de baarmoeder dat in de vagina (schede) uitmondt, de baarmoedermond of baarmoederhals (cervix of portio) is niet zichtbaar tijdens de operatie. Baarmoeder, eileiders en eierstokken liggen niet los in de buik, maar zitten met bindweefselbanden vast onder in het bekken.

De baarmoeder is noodzakelijk om te menstrueren en zwangerschappen te dragen. Daarnaast kan de baarmoeder bijdragen aan erotische gevoelens bij opwinding en het krijgen van een orgasme.

De eierstokken maken hormonen die elke maand het baarmoederslijmvlies opbouwen. Ook dragen zij bij tot het zin hebben in vrijen en ze houden de schede stevig en soepel. Elke maand komt er bij de eisprong een eicel uit de eierstokken vrij.

De eileiders hebben een transportfunctie. Zaadcellen komen via de schede en de baarmoeder door de eileiders naar de eierstok toe. Als een eisprong heeft plaatsgevonden, kunnen ze een eicel bevruchten. Een bevruchte eicel wordt door de eileider naar de baarmoeder vervoerd. Een niet­bevruchte eicel lost vanzelf op.

Hoe verloopt een laparoscopische operatie?

Laparoscopie betekent: in de buik (laparo) kijken (scopie). De operatie gebeurt bijna altijd onder narcose (algehele verdoving). De gynaecoloog maakt meestal een sneetje van ongeveer 1 cm in de onderrand van de navel en brengt door dat sneetje een dunne holle naald in de buikholte. Hierdoor wordt de buik gevuld met onschadelijk koolzuurgas. Zo ontstaat ruimte in de buik om de verschillende organen te zien. Daarna brengt de gynaecoloog via hetzelfde sneetje de laparoscoop (kijkbuis) in de buik en sluit deze aan op een videocamera. De baarmoeder, eileiders en eierstokken zijn zo zichtbaar op de monitor.

Bij het vermoeden op het bestaan van verklevingen, brengt men soms de naald en de laparoscoop op een andere plaats in, bijvoorbeeld onder de ribbenboog. Ook op een paar andere plaatsen – zoals net boven het schaambeen en de zijkanten van de onderbuik – worden sneetjes gemaakt, waardoor men operatie­instrumenten inbrengt. Via de vagina en de baarmoederhals brengt de gynaecoloog soms een instrument in de baarmoederholte om de baarmoeder tijdens de operatie te bewegen. Tot slot kan ook in de vagina, achter de baarmoedermond, een snee gemaakt worden. Hierdoor is het mogelijk bijvoorbeeld een vergrote eierstok of een vleesboom uit de buikholte te verwijderen.

Gynaecologen gebruiken laparoscopie al vele jaren bij sterilisaties en vruchtbaarheidsonderzoek. Door verbeteringen van het instrumentarium is het mogelijk steeds uitgebreider operaties te doen. Zo is het openen van de buikholte met een grotere snede te voorkomen. Bij een laparoscopische operatie blijft de buikholte afgesloten.

In vergelijking met een 'gewone' operatie treedt minder prikkeling van het buikvlies op en werken de darmen na afloop sneller. De kleinere sneetjes veroorzaken minder wondpijn. Hierdoor is ook het verblijf in het ziekenhuis korter en gaat het herstel thuis doorgaans sneller. Wel duurt de operatie soms langer, zodat u langer onder narcose bent. Het soort operatie bepaalt de operatieduur.

Redenen voor een laparoscopische operatie

Uw gynaecoloog adviseert over het algemeen een laparoscopische operatie alleen bij het vermoeden van een goedaardige aandoening en soms bij (een vermoeden van) baarmoederkanker.

Hier staan enkele redenen voor een laparoscopische operatie op een rij. Zeker niet bij elke besproken afwijking zal of kan een laparoscopische operatie plaatsvinden. Soms bestaat er discussie of dit de beste oplossing is. 

Een cyste van de eierstok of een vergrote eierstok

Een cyste is een met vocht gevulde holte in de eierstok. Niet alle cysten hoeven geopereerd te worden. Rond elke eisprong is er in de eierstok een kleine holte met vocht en daarin een eicel. Dit noemt men een follikel. Zo'n follikel groeit soms door. We spreken dan van een persisterende (aanwezig blijvende) follikel. Deze verdwijnt meestal uit zichzelf. Soms adviseert de gynaecoloog een hormoonbehandeling. Een andere naam voor zo'n uit zichzelf verdwijnende cyste is een functionele cyste.

Als een cyste niet verdwijnt, wordt vaak een operatie geadviseerd. Er kan sprake zijn van een cystadenoom: een goedaardige afwijking waarbij zich slijm of ander vocht in de eierstok ophoopt. Een ander voorbeeld is een endometriose­cyste. Deze afwijking komt verderop ter sprake. Een eierstok kan ook in zijn geheel vergroot zijn. Vaak is dan sprake van een dermoïd, ook wel een wondergezwel genoemd. Allerlei soorten weefsel zijn hierin aanwezig, zoals haren, botten en talg.

Soms wordt de cyste of vergrote eierstok ontdekt omdat u klachten heeft, in andere gevallen is het een toevalsbevinding. Om uw klachten te verhelpen of om toekomstige klachten te voorkomen, adviseert de gynaecoloog een operatie. Deze bespreekt vóór de ingreep met u of de hele eierstok verwijderd wordt of alleen de cyste. In het laatste geval blijft een deel van de eierstok behouden. Soms is het pas tijdens de operatie mogelijk om te beoordelen of alleen de cyste verwijderd kan worden of dat het noodzakelijk is de hele eierstok weg te nemen.

Met één eierstok is een zwangerschap mogelijk en komt u niet voortijdig in de overgang. Pas bij het verwijderen van beide eierstokken is een zwangerschap onmogelijk. Ook komt u dan, voor zover u dat niet was, in de overgang.

Het verwijderen van normale eierstokken

Bij sommige vormen van borstkanker adviseert de arts om gezonde eierstokken te verwijderen, bijvoorbeeld als de kanker gevoelig is voor vrouwelijke hormonen die de eierstokken maken. Ook bij vrouwen met verscheidene nabije familieleden met eierstokkanker, en bij wie een genetische mutatie is vastgesteld, speelt soms de overweging gezonde eierstokken te verwijderen om kanker te voorkomen.

Endometriose

Bij endometriose bevindt het slijmvlies dat de binnenkant van de baarmoeder bekleedt, zich ook buiten de baarmoeder: in de buikholte of in de eierstokken. De menstruaties zijn vaak pijnlijk, omdat ook deze plekjes bloeden. In de eierstok kan zich bloed ophopen. Dit lijkt op chocolade en men spreekt dan van chocoladecysten. Endometriose kan ook verklevingen veroorzaken.

Er bestaan verschillende behandelingsmogelijkheden voor endometriose, zoals hormonen of een operatie. Uw gynaecoloog bespreekt met u welke behandeling voor u het meest geschikt is.

Bij een laparoscopische operatie kan een chocoladecyste geopend of verwijderd worden. Ook is het mogelijk haardjes van endometriose met laserstralen of verhitting weg te branden. Bij ernstige verklevingen als gevolg van endometriose is een laparoscopische operatie vaak erg moeilijk of zelfs onmogelijk.

Hydrosalpinx

Door een vroeger doorgemaakte ontsteking kan een eileider zijn afgesloten. Wanneer zich daarin vocht verzamelt, spreken we van een hydrosalpinx (hydro = vocht, salpinx = eileider). Meestal zijn er geen klachten, een enkele keer pijnklachten. Vaak is sprake van verminderde vruchtbaarheid. Afhankelijk van klachten en een eventuele kinderwens bespreekt de gynaecoloog of een behandeling nodig is, en zo ja welke. Bij het ontbreken van klachten en kinderwens, is behandeling zelden noodzakelijk. Bij een kinderwens beoordeelt de gynaecoloog eerst hoe de andere eileider eruitziet, en of het verstandig is de hydrosalpinx te verwijderen of te openen. Soms is voor het openen van een hydrosalpinx een grotere operatie noodzakelijk.

Buitenbaarmoederlijke zwangerschap

Een buitenbaarmoederlijke zwangerschap noemt men ook wel een extra­uteriene graviditeit, vaak afgekort als EUG (extra = buiten, uterus = baarmoeder, graviditeit = zwangerschap). De zwangerschap bevindt zich buiten de baarmoeder, meestal in de eileider. Kleine buitenbaarmoederlijke zwangerschappen sterven soms uit zichzelf af. Het lichaam ruimt ze dan op. Soms is een medicijn (methotrexaat) nodig om dit proces te bespoedigen. Bij grotere buitenbaarmoederlijke zwangerschappen of bij een bloeding door het barsten van de eileider is nogal eens een buikoperatie (laparotomie) noodzakelijk.

De gynaecoloog kan besluiten de hele eileider met de buitenbaarmoederlijke zwangerschap te verwijderen. Soms is het mogelijk de zwangerschap voorzichtig uit de eileider te 'pellen'. Vóór de operatie bespreekt de gynaecoloog de voor­ en nadelen van deze methoden. Soms is pas tijdens de operatie duidelijk wat de beste behandeling voor u is. Toekomstige kinderwens, de mate van schade aan de eileider en de toestand van de andere eileider spelen een rol bij de keuze van de meest zinvolle behandeling. 

Myomen

Myomen (vleesbomen) zijn goedaardige verdikkingen in de wand van de baarmoeder. Meestal geven ze geen klachten, maar soms is er overmatig bloedverlies, buikpijn of verminderde vruchtbaarheid. Behandeling is alleen nodig in het geval van klachten. Hormonen bieden soms een oplossing, in andere gevallen adviseert de gynaecoloog een operatie of een embolisatie (afsluiting van de bloedtoevoer naar de vleesboom). Het is afhankelijk van het aantal, de grootte en de plaats van de vleesbomen welke keuze de gynaecoloog in overleg met u maakt. Uw gynaecoloog bespreekt dat met u.

Verklevingen

Verklevingen (adhesies) kunnen ontstaan door ontstekingen, vroegere operaties of endometriose. Meestal geven ze geen klachten en is een operatie niet nodig. Pijnklachten worden maar zelden door verklevingen veroorzaakt. Soms spelen verklevingen een rol bij verminderde vruchtbaarheid. In zeer zeldzame gevallen kunnen verklevingen een darm gedeeltelijk of geheel afsluiten. Dan is een operatie wel noodzakelijk, hiervoor is bijna altijd een grotere snede nodig.

Ongewild urineverlies

Incontinentie is de medische term voor ongewild urineverlies. Als dit optreedt bij hoesten, niezen of houdingsveranderingen, spreekt men van stressincontinentie. Een niet goed functionerend afsluitingsmechanisme van de blaas veroorzaakt deze klacht. Er zijn verschillende behandelingsmogelijkheden, waarvan de laparoscopische operatie er een is. Daarbij wordt de overgang van de blaas naar de plasbuis (urethra) steviger bevestigd achter het schaambeen om zo de blaas beter af te sluiten.

Verwijdering van de baarmoeder

Uitgebreide informatie over het verwijderen van de baarmoeder (uterusextirpatie) vindt u bij de gerelateerde folder 'Het verwijderen van de baarmoeder bij goedaardige aandoeningen'. Er zijn diverse technieken bij laparoscopische operaties. Nadat de baarmoeder in de buik is losgemaakt van de omringende structuren, kan zij in kleine stukjes weggehaald worden via de insteekopeningen, of in zijn geheel via een snede boven in de vagina. Daarbij ontstaat een litteken in de top van de schede. Afhankelijk van de operatietechniek kan de baarmoedermond al dan niet behouden blijven. Uw gynaecoloog kan nadere informatie geven.

Risico's en complicaties

Hier staan enkele mogelijke gevolgen en complicaties van laparoscopische operaties op een rij. Bedenk bij het lezen dat het om mógelijke gevolgen gaat: de meeste operaties verlopen zonder complicaties. De meeste complicaties kunnen ook optreden bij een niet­laparoscopische operatie. 

  • De meestvoorkomende complicatie bij een laparoscopische operatie is dat er toch een 'gewone' buikoperatie (laparotomie) moet plaatsvinden via een grotere snede. In wezen is dit geen echte complicatie, omdat het soms gewoon te moeilijk is om zorgvuldig te opereren met de laparoscopische methode. Dit komt vooral voor bij ernstige verklevingen door endometriose of een eerdere buikoperatie. Ook andere technische problemen zijn mogelijk, zoals het niet goed zichtbaar zijn van afwijkingen. Houd er dus altijd rekening mee dat u wakker kunt worden met een grotere snede dan gepland. De opname in het ziekenhuis en het herstel duren dan langer.
  • Bij het opereren zelf kunnen complicaties optreden. In zeer zeldzame gevallen worden de urinewegen of darmen beschadigd. De gevolgen zijn soms pas zichtbaar als u al uit het ziekenhuis ontslagen bent. Bij ernstige buikpijn, koorts of pijn in de nierstreek (aan de zijkant van de rug) is het dan ook verstandig direct met de afdeling Gynaecologie contact op te nemen. Deze beschadigingen zijn meestal goed te behandelen, maar ze vragen extra zorg en het herstel duurt langer. 
  • Elke narcose brengt risico's met zich mee. Als u verder gezond bent, zijn deze risico's zeer klein.
  • Bij de operatie brengt men meestal een katheter in de blaas. Daardoor kan een blaasontsteking ontstaan. Zo'n ontsteking is lastig en pijnlijk, maar goed te behandelen.
  • Er kan in de buikwand of in de vagina een nabloeding optreden. Meestal verwerkt het lichaam zelf een bloeduitstorting, maar dit vergt een langere periode van herstel. Bij een ernstige nabloeding is soms een tweede operatie nodig, vaak via een grote snede.
  • Bij elke operatie is er een klein risico op het ontstaan van een infectie of trombose.
  • Een littekenbreuk is een complicatie op langere termijn. Darmen en buikvlies puilen dan door de buikwand onder de huid naar buiten. Deze complicatie kan bij alle buikoperaties voorkomen, dus ook bij laparoscopische ingrepen.
  • Sommige vrouwen hebben na de operatie klachten als duizeligheid, slapeloosheid, moeheid, concentratiestoornissen, buik­ en/of rugpijn. Deze zijn niet ernstig te noemen, maar kunnen vervelend zijn. Als het verloop van het herstel na de operatie anders is of langer duurt dan verwacht, is het verstandig dit met uw huisarts of gynaecoloog te bespreken.

Beslissing

Vaak zal voor een laparoscopie gekozen worden als u lijdt aan een goedaardige aandoening. Maar ook bij kwaadaardige aandoeningen (zoals kanker van de baarmoeder) kan soms de voorkeur uitgaan naar een laparoscopie. Ook kan de laparoscopie soms gebruikt worden om te onderzoeken of sprake is van een kwaadaardige aandoening aan de eierstokken.

Voordat u de definitieve beslissing neemt tot een operatie, is het verstandig na te gaan of de volgende vragen beantwoord zijn:

  • Wat is de reden voor de operatie?
  • Als u geen klachten heeft: is behandeling echt noodzakelijk?
  • Als u wel klachten heeft: hoe groot is de kans dat deze zullen verminderen of verdwijnen na de operatie?
  • Zijn er andere behandelingsmogelijkheden, bijvoorbeeld met medicijnen? Welk resultaat is daarvan te verwachten?
  • Wat wordt er verwijderd en wat zijn de gevolgen daarvan?
  • Waar komen de littekens op de buik en komt er een litteken in de vagina?
  • Bent u op de hoogte van mogelijke risico's en complicaties?
  • Heeft u voldoende informatie en tijd gehad om een weloverwogen beslissing te nemen?

Voorbereiding op de operatie

Vooronderzoek

De gynaecoloog bespreekt met u hoe lang de verwachte ziekenhuisopname is. Er vindt poliklinisch vooronderzoek plaats: bloedonderzoek, soms een longfoto, een hartfilmpje (ECG) en een algemeen lichamelijk onderzoek. Dit vooronderzoek wordt gecombineerd met een gesprek met de anesthesioloog (de arts die de narcose geeft).

Hulp voor thuis en werk

Voordat u wordt opgenomen, is het aan te raden een en ander te regelen voor de periode na het ontslag uit het ziekenhuis. Ook al heeft u geen grote buikwond, dan kunt u nog wel pijn hebben en zich slap voelen. Afhankelijk van de zwaarte van de operatie en de situatie thuis heeft u na thuiskomst soms enige hulp nodig. Bespreek dit van tevoren met uw partner, familie en/of kennissen.

In sommige gevallen kunt u in aanmerking komen voor huishoudelijke ondersteuning. Deze moet u zelf aanvragen via uw gemeente (Wet maatschappelijke ondersteuning).

Als u buitenshuis werkt, moet u over het algemeen rekenen op enkele weken afwezigheid. De zwaarte van de operatie en de snelheid van uw herstel spelen hierbij een rol.

Niet ontharen

Vanaf 7 dagen vóór de operatie mag u de schaamstreek niet meer zelf ontharen met een tondeuse, scheermesje of ontharingscrème. Hiermee vergroot u namelijk het risico op infecties na de operatie. Als de arts vindt dat in uw situatie (een deel van) het schaamhaar toch geschoren moet worden, dan doet de operatieassistent dit vlak voor de operatie met een speciale tondeuse.

Nuchter zijn

Voor de operatie moet u 'nuchter' zijn. Als u in de ochtend wordt geopereerd, betekent dit dat u vanaf 's nachts 24.00 uur niet meer mag eten. Tot 2 uur vóór de operatie mag u nog wel heldere dranken drinken. Bent u in de middag aan de beurt, dan mag u ’s ochtends nog een licht ontbijt nemen, bijvoorbeeld een cracker/beschuitje met een kop thee. Ook dan mag u tot 2 uur vóór de operatie nog heldere dranken drinken.

Opname

U wordt opgenomen op de dag van de operatie. Een verpleegkundige ontvangt u op de afdeling en vertelt u over de gang van zaken. Er wordt met u afgesproken of uw contactpersoon na de operatie gebeld moet worden.

De bloeddruk wordt gemeten en u kunt uw spullen opbergen. Als u aan de beurt bent voor de operatie, komt de verpleegkundige bij u met de operatiekleding en de medicatie waarmee u vóór de operatie begint.

 
Afbeelding 1. Operatie

 

Na de operatie

Na de operatie gaat u terug naar de verpleegafdeling als u goed wakker bent. Soms heeft u keelpijn als gevolg van een buisje dat (onder narcose) werd ingebracht om u te beademen. Via een infuus krijgt u vocht. Ook kunt u wat misselijk zijn en moet u overgeven. Het infuus blijft aanwezig tot de misselijkheid verdwenen is en u zelf voldoende drinkt.

Het is mogelijk dat tijdens de operatie een katheter in uw blaas is ingebracht waardoor de urine afloopt. Afhankelijk van de soort en zwaarte van de operatie verwijdert de verpleegkundige het infuus en de katheter dezelfde of de volgende dag.

Voor pijn na de operatie krijgt u pijnstillers toegediend. Soms heeft u behalve buikpijn ook schouderpijn. Het tijdens de operatie gebruikte koolzuurgas om meer ruimte in de buik te maken, veroorzaakt deze pijn.

Herstel thuis

Afhankelijk van de zwaarte van de operatie en uw conditie blijft u één of enkele dagen in het ziekenhuis. Over het algemeen moet u voor herstel zeker op twee tot drie weken rekenen. Bij een grotere operatie als een baarmoederverwijdering is dit soms langer, bij een kleine en vlotte ingreep verloopt het herstel soms sneller.

Extra rusten

De eerste dagen kunt u over het algemeen wel voor uzelf zorgen, maar niet voor een gezin. Vaak bent u sneller moe en kunt u minder aan dan u dacht. In dat geval is het verstandig toe te geven aan de moeheid en extra te rusten. Te hard van stapel lopen heeft vaak een averechts effect. Uw lichaam geeft aan wat u wel en niet aankunt; daarnaar luisteren is belangrijk. Als u zich voelt opknappen, kunt u geleidelijk uw activiteiten uitbreiden.

Signalen serieus nemen

Een vlotter herstel bij een laparoscopische operatie in vergelijking met een 'gewone' operatie is een van de voordelen van deze ingreep. Voor sommige vrouwen is het ook een nadeel. Voor de omgeving kan het lijken alsof u met deze kleine sneetjes en het snelle ontslag uit het ziekenhuis eigenlijk nauwelijks ziek bent, zodat u minder hulp en steun thuis krijgt dan na een 'gewone' operatie met een grotere snede. Het is verstandig de signalen van uw lichaam ook na een laparoscopische operatie serieus te nemen.

Bloedverlies

Het is mogelijk dat u bloedverlies uit de vagina heeft. Dit kan variëren van een paar dagen tot een paar weken.

Hechtingen

Voor de littekentjes worden hechtingen gebruikt die uit zichzelf oplossen. Afhankelijk van de gebruikte hechtingen kan dit 1 tot 6 weken duren. Zolang er nog wondvocht uit de wondjes komt, is het verstandig een pleister of een gaasje aan te brengen. Als de wondjes droog zijn, is dit niet meer nodig.

Douchen en baden

U mag gerust douchen. Bespreek met uw gynaecoloog of het nemen van een bad is toegestaan. Als u alleen buiklittekentjes heeft, is er geen bezwaar tegen baden of zwemmen.

Seksualiteit

Na sommige operaties is er een litteken in de vagina. Dit kan zijn bij een operatie waarbij weefsel via een opening achter de baarmoedermond is verwijderd, of waarbij de hele baarmoeder is weggenomen. Het is in deze situaties voor de genezing beter als er niets in de schede komt. U krijgt dan meestal het advies om de eerste 6 weken na de operatie geen gemeenschap (samenleving) te hebben en geen tampons te gebruiken als er nog vaginaal bloedverlies is. Er is niets op tegen om al eerder seksueel opgewonden te raken of te masturberen. Als er geen litteken in de vagina aanwezig is, mag u eerder gemeenschap hebben. De buik is vaak de eerste tijd nog gevoelig. Wacht er dan liever nog een poosje mee.

Controle

Na de operatie krijgt u een afspraak voor controle op de polikliniek. Als er weefsel is verwijderd tijdens de operatie, krijgt u tijdens die afspraak de uitslag van het weefselonderzoek. De gynaecoloog bespreekt ook met u of nog verdere controle of behandeling noodzakelijk is. Ook krijgt u adviezen over werkhervatting.

Klachten

Heeft u hevige buikpijn, koorts of hevig bloedverlies (meer dan een normale menstruatie)? Neem dan contact op met de afdeling Gynaecologie.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle, Kampen of Heerde

Gynaecologie
(038) 424 56 04 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Meppel of Steenwijk

Gynaecologie
(0522) 23 38 11 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 16.30 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

Meer informatie

Bij het Informatie Centrum Gynaecologie kunt u terecht voor meer informatie en lotgenotencontact:
Informatie Centrum Gynaecologie
Floresstraat 2/1
9715 HS Groningen
t (050) 313 56 46

Kijk ook eens op de website van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie: www.nvog.nl, rubriek 'Voorlichting'

Verantwoording

Het copyright van en de verantwoordelijkheid voor deze informatie berusten bij de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) in Utrecht. Isala heeft waar nodig de tekst aangepast. ​


8 augustus 2017 5418 315105 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht