ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Rhesusbloedgroepen en zwangerschap

Tijdens de derde maand van de zwangerschap vindt er bij iedere zwangere vrouw bloedonderzoek plaats. Er wordt dan gekeken welke bloedgroep u heeft: A, B, AB of 0. Ook zijn er diverse soorten Rhesus-bloedgroepen. Daarvan zijn er twee van belang tijdens de zwangerschap: bloedgroep Rhesus D-negatief en Rhesus c-negatief. In deze folder leest u wat de Rhesus-bloedgroepen zijn en welke rol de Rhesus-bloedgroepen spelen tijdens de zwangerschap. Ook wordt toegelicht waarom en op welk moment de Rhesusprik wordt gegeven.

Rhesus-bloedgroepen

De Rhesus-bloedgroep is een kenmerk op de rode bloedcellen. Iemand met bloedgroep Rhesus D-positief heeft het stofje Rhesus D op de rode bloedcellen. Iemand die Rhesus D-negatief bloed heeft, heeft dit kenmerk niet op de rode bloedcellen. Evenzo geldt dat wanneer iemand bloedgroep Rhesus c-positief heeft, de rode bloedcellen het stofje Rhesus c hebben en wanneer iemand Rhesus c-negatief bloed heeft, de rode bloedcellen dit stofje niet bevatten.

In Nederland heeft 15% van de bevolking bloedgroep Rhesus D-negatief en 18% Rhesus c-negatief. Wat betreft gezondheid maakt het niet uit welke bloedgroep iemand heeft. Wel spelen de Rhesusfactoren D en c een belangrijke rol bij bloedtransfusies en bij zwangerschap. Deze folder richt zich op zwangere vrouwen die bloedgroep Rhesus D- negatief en/of Rhesus c-negatief hebben.

Rol van de Rhesusbloedgroepen

Rhesusbloedgroep en zwangerschap

Tijdens de zwangerschap en vooral bij de bevalling kan het bloed van uw baby in aanraking komen met uw bloed. Als uw baby bloedgroep Rhesus D-positief of Rhesus c-positief heeft en u heeft bloedgroep Rhesus D-negatief en/of Rhesus c-negatief dan kan uw lichaam tegen de stofjes Rhesus D en/of Rhesus c afweerstoffen (Rhesusafweerstoffen) maken.

De kans dat bloed van uw baby in uw bloedbaan terechtkomt, is het grootst bij de geboorte. De Rhesusafweerstoffen worden dus meestal na de bevalling aangemaakt. Daarom is de kans dat zich bij het eerste kind problemen voordoen heel klein.

De Rhesusafweerstoffen blijven heel lang in uw lichaam. Bij een volgende zwangerschap kunnen ze door de placenta gaan en in het bloed van uw (ongeboren) baby terechtkomen. De rhesusafweerstoffen die terechtkomen in het bloed van deze volgende baby, maken deze baby ziek, als deze baby bloedgroep Rhesus D-positief of Rhesus c-positief heeft. Deze ziekte heet officiëel: hemolytische ziekte van de foetus en pasgeborene (HZFP). De ziekte wordt ook wel Rhesusziekte genoemd.

Wat is Rhesusziekte?

Wanneer tijdens de zwangerschap de Rhesusafweerstoffen van de moeder in het bloed van de baby terechtkomen, kunnen de rode bloedcellen van de baby worden afgebroken. Hierdoor krijgt de baby bloedarmoede. De mate van bloedarmoede kan sterk wisselen.

In de meeste gevallen krijgt de baby na de geboorte een geel uiterlijk. Door vernietiging van de rode bloedcellen, komt er een gele kleurstof vrij. Geel zien na de geboorte is een normaal verschijnsel, maar zal heftiger zijn in geval van Rhesusziekte Deze gele kleurstof is over het hele lichaam van de baby zichtbaar. Een gele baby moet door een arts onderzocht worden.

In ernstige gevallen van bloedarmoede kan de baby zo ziek worden dat zelfs een bloedtransfusie nodig is.

Hoe wordt voorkomen dat uw baby Rhesusziekte krijgt?  

U hebt bloedgroep Rhesus D-negatief

Als u bloedgroep Rhesus D-negatief heeft, wordt altijd in week 27 van de zwangerschap uw bloed op het volgende getest:

  • De Rhesus D-bloedgroep van uw kind. Dit kan bepaald worden doordat er een kleine hoeveelheid DNA van uw ongeboren kind in uw bloed aanwezig is.
  • Er wordt gecontroleerd of u Rhesusafweerstoffen in uw bloed heeft. Als er Rhesusafweerstoffen in uw bloed worden gevonden, krijgt u uitgebreide medische begeleiding gedurende de rest van de zwangerschap. Dat maakt de kans dat uw baby ziek wordt zeer klein.

Wanneer er uit het bloedonderzoek komt dat uw baby bloedgroep Rhesus D-positief heeft, krijgt u een injectie met Anti­rhesus (D) Immunoglobuline (de ‘rhesusprik’ oftewel anti-D), die ervoor zorgt dat de kans dat u afweerstoffen tegen de Rhesusfactor van de baby maakt zeer klein is.

Rhesusprik / anti-D

Wat doet anti-D?

De Rhesusprik bevat antistoffen tegen de rhesusfactor en wordt ook wel anti-D genoemd. De anti-D zorgt ervoor dat de rode bloedcellen van de baby die terechtgekomen zijn in het bloed van de moeder, worden vernietigd. Het lichaam van de moeder maakt daardoor geen afweerstoffen tegen het Rhesus D-antigeen aan. Hierdoor wordt voorkomen dat uw baby Rhesusziekte krijgt.

Wanneer krijgt u anti-D?

Bij de geboorte van de baby

U krijgt alleen anti-D als uw baby bloedgroep Rhesus D-positief heeft. Meestal is de bloedgroep van de baby al bepaald vanuit het bloed van de moeder in week 27 van de zwangerschap (zie de alinea hierboven). Wanneer dit niet gebeurd is, moet na de geboorte de bloedgroep Rhesus D van de baby zo snel mogelijk worden bepaald. De arts of de verloskundige neemt bij de geboorte van uw kind een buisje bloed uit de navelstreng.

Als u thuis bevalt, moet bijvoorbeeld de vader het bloed naar het laboratorium brengen. Hij kan daar wachten op de uitslag. Bij een ziekenhuisbevalling wordt de bloedgroep Rhesus D van de baby bepaald in het ziekenhuis. Als de baby bloedgroep van de baby Rhesus D-positief is, ontvangt de moeder anti-D

Tijdens de zwangerschap

Bij uitzondering kan het voorkomen dat tijdens de zwangerschap uw bloed in aanraking komt met het bloed van de ongeboren baby. Uit voorzorg krijgt een moeder met bloedgroep Rhesus D-negatief die zwanger is van een baby met bloedgroep Rhesus D-positief rond 30 weken zwangerschap een injectie met anti-D. Ook na sommige onderzoeken of behandelingen, kan het nodig zijn een extra anti-D injectie te geven. Dit is het geval bij de kering van het kind in de baarmoeder bij een stuitligging, en na een ongeval of val op de buik.

U hebt bloedgroep Rhesus c-negatief

Als u bloedgroep Rhesus c-negatief heeft, wordt er in week 27 van uw zwangerschap weer bloed afgenomen. Dit bloed wordt onderzocht op de aanwezigheid van afweerstoffen tegen Rhesus c. Worden deze afweerstoffen in uw bloed gevonden dan zal de gezondheid van uw baby extra gecontroleerd worden tijdens het vervolg van de zwangerschap.

Anti-c?

Wanneer een vrouw bloedgroep Rhesus D-negatief heeft en haar baby heeft bloedgroep Rhesus D-positief dan kan zij een injectie met anti-D krijgen om te voorkomen dat zij antistoffen gaat maken tegen de rode bloedcellen van haar kind. Er bestaat geen injectie met anti-c voor vrouwen met bloedgroep Rhesus c-negatief. Gelukkig komt het niet vaak voor dat zwangere vrouwen Rhesus c-antistoffen maken tegen het bloed van hun kind. Het is wel belangrijk om goed te controleren of u antistoffen gaat maken. Daarom krijgt u als dat nodig is vaker onderzoek.

Als u zwanger bent van een meerling

Uit de foetale RhD-typering is niet op te maken hoeveel van de kinderen RhD-positief zijn. Bij de geboorte van een meerling bepaalt het laboratorium daarom altijd direct de RhD-bloedgroep van de kinderen in navelstrengbloed. Indien twee kinderen RhD-positief zijn, krijgt u twee doses anti-D toegediend.

Belangrijke punten op een rij

  • Uw bloedgroep Rhesus D en Rhesus c worden bepaald tijdens de derde maand van de zwangerschap.
  • Als u bloedgroep Rhesus D-negatief of Rhesus c-negatief heeft, wordt in week 27 van de zwangerschap uw bloed getest om te kijken of u afweerstoffen heeft tegen Rhesus D en/of Rhesus c. Indien u bloedgroep Rhesus D-negatief heeft, wordt daarnaast de Rhesus D bloedgroep van uw baby uit uw bloed bepaald.
  • In Isala krijgt u in week 30 van uw zwangerschap een injectie met anti-D indien u bloedgroep Rhesus D-negatief heeft en uw baby bloedgroep Rhesus D-positief om de vorming van Rhesusafweerstoffen in de tweede helft van deze zwangerschap tegen te gaan.
  • Na de geboorte van uw baby krijgt u wederom anti-D wanneer u bloedgroep Rhesus D-negatief heeft en uw baby bloedgroep Rhesus D-positief. Bovendien krijgt u in de volgende gevallen een injectie met anti-D tijdens de zwangerschap wanneer de bloedgroep Rhesus D van de baby nog niet bekend is of bekend is dat deze Rhesus D-positief is:
    • bij een miskraam;
    • na een vruchtwaterpunctie;
    • na een vlokkentest;
    • bij een kering van het kind in de baarmoeder in geval van stuitligging;
    • na ongevallen.
  • Anti-D moet zo snel mogelijk, uiterlijk 48 uur na de geboorte of ingreep, worden toegediend.
  • Anti-D wordt meestal in de bovenarm, bovenbeen of bil toegediend.
  • Ook bij volgende zwangerschappen zult u wederom gecontroleerd worden op aanwezigheid van Rhesusafweerstoffen in uw bloed. Anti-D wordt geleverd in een flacon met de naam Anti­rhesus (D) Immunoglobuline.
  • Anti-D is op veiligheid onderzocht.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen of wilt u meer weten, dan staat de gynaecoloog u tijdens het spreekuur graag te woord. Het kan handig zijn om uw vragen van tevoren op papier te zetten. U kunt ons ook telefonisch bereiken via (038) 424 27 19.


2 juni 2017 5423 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht