ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Overdragenheid (serotiniteit)

Als de bevalling lang op zich laat wachten

Serotiniteit is de medische term voor overdragenheid. Hier leest u wat de gevolgen van serotiniteit zijn en welke medische zorg u kunt verwachten.

Uitgerekende datum

De verloskundige, huisarts of gynaecoloog bepaalt in het begin van de zwangerschap de uitgerekende datum. De medische term hiervoor is de à terme-datum, vaak afgekort als AT-datum. Deze datum wordt meestal berekend door veertig weken op te tellen bij de eerste dag van de laatste normale menstruatie.

Bij deze berekening wordt uitgegaan van regelmatige menstruaties die om de 28 dagen beginnen. Echoscopisch onderzoek vroeg in de zwangerschap kan een middel zijn om de uitgerekende datum vast te stellen of te veranderen.

De meeste vrouwen bevallen niet precies op de uitgerekende dag. Een normale bevalling vindt plaats in de periode van drie weken voorafgaand tot een week na afloop van deze datum. Verloskundigen en artsen noemen deze periode van vier weken ook wel de uitgerekende periode of termijn voor een normale zwangerschap.

Wat is serotiniteit?

Als de bevalling een week na de uitgerekende datum niet op gang is gekomen, spreken verloskundigen en artsen van overdragenheid. De medische term hiervoor is serotiniteit.

Gevolgen van serotiniteit

Bij een zwangerschap die langer dan 41 weken duurt, voldoet de placenta soms minder goed aan de behoefte van het kind. De baby kan zo geleidelijk minder voeding krijgen. De hoeveelheid vruchtwater wordt langzamerhand minder. Ontlasting van de baby (meconium) in het vruchtwater komt vaker voor. In een zeldzaam geval kan de baby te weinig zuurstof krijgen.

Verwijzing naar de gynaecoloog

Om problemen vóór te zijn, verwijst de verloskundige of huisarts u naar een verloskundig zorgverlener in het ziekenhuis (dit kan een gynaecoloog, arts in opleiding of klinisch verloskundige zijn, waarvan de laatsten altijd onder supervisie van een gynaecoloog werken). Of u de baby goed voelt bewegen, is een belangrijk teken. Een cardiotocogram (CTG) registreert de harttonen van het kind. Zo wordt de conditie van uw baby beoordeeld. Echoscopisch onderzoek geeft aan of de hoeveelheid vruchtwater voldoende is.

Meestal vindt de verwijzing plaats bij een zwangerschapsduur tussen 41 en 42 weken. Daarna zal in de meeste gevallen de bevalling in het ziekenhuis plaatsvinden.

Afwachten of inleiden?

Als alle controles goed zijn en de zwangerschap geen andere problemen geeft, is het verantwoord om af te wachten tot de bevalling spontaan begint. Er wordt dan tweemaal per week een CTG en een echo gemaakt. Op die manier vindt de beoordeling van de harttonen en de hoeveelheid vruchtwater plaats.

Bij minder leven voelen, als er weinig vruchtwater is of als de harttonen niet optimaal zijn, stelt de verloskundig zorgverlener in het ziekenhuis vaak voor om uw baby geboren te laten worden. Als de baarmoedermond 'rijp' aanvoelt, is een inleiding mogelijk. Ook bijkomende problemen tijdens de zwangerschap, zoals een hoge bloeddruk of een klein kind, kunnen een reden zijn om een inleiding voor te stellen.

De bevalling

Na een zwangerschapsduur van 41 weken luidt het advies om in het ziekenhuis te bevallen. Tijdens de bevalling worden de harttonen van de baby met behulp van een CTG geregistreerd. Zo wordt de conditie van de baby in de gaten gehouden.

Als de vliezen nog niet gebroken zijn, wordt het CTG via de buikwand gemaakt. Zijn de vliezen wel gebroken, dan kan de verloskundig zorgverlener vaak een schedelelektrode (een dun draadje) plaatsen via de vagina (schede) op het hoofd van de baby.
De verloskundig zorgverlener dient de vliezen te breken om dit draadje vast te maken. Dit gebeurt tijdens een inwendig onderzoek. Vaak vindt tegelijk met de harttonenregistratie een registratie van de sterkte van de weeën plaats. Het registreren van de harttonen tijdens de bevalling is een voorzorgsmaatregel om op tijd een achteruitgang in de conditie bij het kind te ontdekken.

Meestal doen zich geen problemen voor en kunt u normaal en spontaan bevallen. Wel moet u er rekening mee houden dat na een erg lange zwangerschap de bevalling soms trager verloopt. De weeën zijn dan niet krachtig genoeg. Het kan dan nodig zijn de weeën met een infuus te versterken. Als ze erg pijnlijk zijn, is pijnstilling mogelijk.

Meer informatie over opname op de Verlos- en kraamafdeling en de bevalling leest u in de folder ‘Bevallen in Isala’.

Na de bevalling

Als de bevalling zonder problemen verloopt, brengt u het kraambed thuis door. Ontslag uit het ziekenhuis vindt soms enige uren na de bevalling plaats, soms de volgende ochtend. Dit is afhankelijk van de gezondheidstoestand van u en uw kind.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen of wilt u meer informatie, vraag dan uw verloskundig zorgverlener gerust om uitleg. Wij raden u aan uw vragen op papier te zetten. U kunt ook telefonisch contact opnemen met een van onze medewerkers van polikliniek Gynaecologie/Verloskunde, via (038) 424 3555.

Heeft u binnenkort een afspraak? Dan vindt u tijd en plaats waar u verwacht wordt in uw afspraakbevestiging.

Bent u ongerust of heeft u vragen (buiten kantoortijden) die niet kunnen wachten, bel dan het spoednummer: (038) 424 81 61.


15 november 2017 5438 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht