ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

De knieprothese

Uitleg over de behandeling en operatie

U krijgt binnenkort een operatie waarbij uw knie wordt vervangen door een halve of totale knieprothese. Hier leest u meer over de voorbereiding op de operatie, het verblijf in het ziekenhuis en de revalidatieperiode.

Landelijke registratie

Uw operatiegegevens zullen worden geregistreerd in de Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten. Als u hier bezwaar tegen heeft, kunt u dit kenbaar maken aan uw behandelend arts.

Uitleg

Normaal kniegewricht

Het kniegewricht is een scharniergewricht. Het wordt gevormd door twee botuiteinden: dit zijn de onderkant van het dijbeen en de bovenkant van het scheenbeen. Aan de voorzijde zit de knieschijf. De uiteinden daarvan zijn bedekt met een laagje kraakbeen, zodat de knie soepel beweegt. Aan de binnen- en buitenzijde van de knie zit de meniscus: een soort stootkussen. Midden in het kniegewricht ligt de voorste kruisband. Deze voorkomt dat het onderbeen tijdens het lopen en het maken van draaibewegingen naar voren schiet.

Slijtage van het kraakbeen

Bij het ouder worden vermindert de kwaliteit van het kraakbeen. Meestal is dit normale slijtage op oudere leeftijd, de zogenaamde artrose. Verder kunnen kraakbeen- en stofwisselingsziekten ook oorzaken zijn van slijtage. Ook door een botbreuk of reuma of na verwijdering van een meniscus kan slijtage optreden. Doordat de gewrichtsvlakken niet meer soepel langs elkaar kunnen glijden, wordt het bewegen steeds moeilijker en pijnlijker.

Een beschadigde of versleten knie kan allerlei klachten geven:

  • pijn bij het (trap)lopen
  • pijn als u lang staat
  • stijfheid bij het opstaan als u gezeten heeft (startpijn)
  • pijn gedurende de nacht
  • verergering van klachten bij vochtig of koud weer.

Medicijnen en fysiotherapie helpen dan vaak niet voldoende. Als de klachten u te sterk in uw beweeglijkheid beperken en de pijn te erg wordt, komt u in aanmerking voor een halve of totale knieprothese.

Als u instemt met het voorstel tot plaatsing van een nieuwe knie, gaat u een 'behandelingsovereenkomst' aan met uw orthopedisch chirurg.

Prothesen

Er zijn twee typen prothesen: de halve en de totale knieprothese.

De halve knieprothese

Soms is er alleen de slijtage aan binnenzijde of buitenzijde van het gewricht. In die gevallen kan volstaan worden met een halve knieprothese.

 

                      
 

Afbeelding 1: halve knieprothese            Afbeelding 2: halve knieprothese geplaatst 
 
 

De totale knieprothese

De meest gebruikte is de totale knieprothese, die al het kraakbeen van dijbeen en scheenbeen vervangt. Bij deze operatie maakt de orthopeed aan de voorkant van de knie een verticale snee. Daarna verwijdert hij de versleten uiteinden van het dijbeen en scheenbeen en vervangt hij dit door metalen prothesedelen. Daartussen komt een plastic schijfje, dat de spanning tussen de prothesedelen in stand houdt en de wrijving vermindert.
                                
Afbeelding 3: totale knieprothese            Afbeelding 4: totale knieprothese geplaatst 
 
 

Resultaten

Knieprothesen zijn tegenwoordig van hoge kwaliteit.

Enige tijd na plaatsing van een knieprothese is de pijn meestal sterk verminderd en de loopfunctie sterk verbeterd. Meestal kunt u de knie tot 90 graden (haaks) of iets verder buigen. Maar het nieuwe gewricht is een kunstgewricht en daardoor kwetsbaar. Zware lichamelijke inspanning kan de levensduur van de prothese verkorten. Overleg met uw orthopedisch chirurg welke sporten en werkzaamheden u kunt beoefenen.

Na lange tijd kan de prothese loslaten. De knieprothese kan dan eventueel weer vervangen worden. De levensduur is gemiddeld tien tot twintig jaar. Na tien jaar voldoen meer dan 95% van de geplaatste knieprothesen nog aan gestelde voorwaarden (na vijftien jaar, 85%). Vanwege de loslating op de lange termijn moet u regelmatig worden gecontroleerd, onder andere door het maken van een röntgenfoto van de knie.

Als drager van een knieprothese blijft u de kans houden op infectie, ook in de toekomst. Licht uw tandarts, huisarts of specialist van tevoren in indien er een behandeling, operatie of inwendige ingrepen verricht moeten worden. Mogelijk moet u bij deze ingrepen beschermd worden met antibiotica om zo het gevaar van infectie te vermijden.

Complicaties

Ondanks alle zorg die aan de operatie wordt besteed, kunnen er soms toch complicaties optreden:
  • Koorts: de eerste week na operatie is dit vaak het gevolg van de operatie zelf; bij aanhoudende temperatuursverhoging kan het een teken van ontsteking zijn.
  • Urineweginfectie: deze kan ontstaan als u na de operatie een blaaskatheter heeft gehad.
  • Infectie van de knieprothese of het gebied er omheen: als er een infectie ontstaat, kan dat een risico voor de nieuwe prothese betekenen. Wanneer er elders in het lichaam een infectie ontstaat (bijvoorbeeld aan de voeten of het gebit), kan daardoor ook de knie geïnfecteerd raken, ook na een aantal jaren. Als gevolg van een infectie kan de prothese los gaan zitten.
  • Nabloeding: in de eerste twee weken na de operatie kan een lekkend bloedvat ervoor zorgen dat bloed zich ophoopt in de knie. Soms komt er bloed door de wond naar buiten. Het gewricht wordt rood, erg dik en pijnlijk.
  • Trombose: om te voorkomen dat een bloedvat plotseling kan afsluiten, zult u de eerste vijf weken na de operatie bloedverdunnende medicijnen (injecties) moeten gebruiken. Er is sprake van trombose als er een (ongewenst) stolsel ontstaat in een bloedvat, meestal in de kuitader. Het onderbeen is hierbij pijnlijk, zwelt op en wordt licht rood en glanzend. Er is een kleine kans dat trombose ontstaat ondanks dat u antistollingsmedicijnen krijgt. 
  • Pijn rondom de knieschijf: soms spoort de knieschijf niet goed of blijft de knieschijf heel gevoelig. Het buigen en strekken is dan erg pijnlijk. Zodra u dit bemerkt, meldt u dit aan uw orthopedisch chirurg.

Voor de opname

Wie doet wat?

Het is niet vanzelfsprekend dat u ook door uw behandeld arts wordt geopereerd. Op het moment dat u geïnformeerd wordt over de exacte datum van de operatie, is meestal ook bekend welke medisch specialist de operatie zal verrichten.

Binnen de maatschap Orthopedie zijn meerdere orthopeden werkzaam. Bovendien werken er binnen de maatschap artsen in opleiding tot orthopeed. Zij volgen de opleiding tot orthopeed of tot sportarts. Ten slotte beschikt de maatschap over een aantal co-assistenten (artsen in opleiding), physician assistants (PA'ers) en verpleegkundig specialisten. Samen met de regieverpleegkundigen vervullen deze een ondersteunende functie binnen de maatschap.

De operatie zal door een orthopeed of door een orthopeed in opleiding worden verricht. Als u door een orthopeed in opleiding wordt geopereerd, zal dit altijd gebeuren onder supervisie (eindverantwoordelijkheid) van de orthopeed, waardoor de kwaliteit gewaarborgd is.

Wetenschappelijk onderzoek

Binnen Isala en de afdeling Orthopedie is veel aandacht voor wetenschappelijk onderzoek. Daarom kan het voorkomen dat de onderzoekmedewerker van de afdeling Orthopedie u vraagt hier aan deel te nemen. Het doen van wetenschappelijk onderzoek is noodzakelijk om het niveau van de zorg hoog te houden en daar waar mogelijk te verbeteren. Alle onderzoeken vinden plaats met goedkeuring van de artsen van de afdeling Orthopedie en over het algemeen een medisch ethische toetsingscommissie.

Vragenlijst

De afdeling Orthopedie meet door middel van vragenlijsten de kwaliteit van de geleverde zorg. Wanneer u geïndiceerd bent voor een protheseplaatsing krijgt u voor de operatie een uitgebreide vragenlijst. Enkele maanden en een jaar na de ingreep worden dezelfde vragenlijsten afgenomen. We kunnen dan aan de hand van de uitkomsten zien in hoeverre de behandeling heeft bijgedragen in het verhelpen van de klacht.
Landelijk worden de uitkomsten vanuit de beroepsverening geïnventariseerd en gebruikt om de zorg te verbeteren. Uw eigen uitkomsten kunnen door de fysiotherapeut gebruikt worden om uw revalidatietraject te optimaliseren.

Preoperatief onderzoek

Als voorbereiding op de operatie, vindt er een preoperatief onderzoek plaats. De secretaresse van uw behandelend arts bespreekt met u hoe de afspraak op de polikliniek Preoperatief onderzoek gemaakt kan worden.

Dit preoperatief onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of uw lichamelijke conditie de geplande operatie toelaat. Bovendien zal met u worden afgesproken welke verdovingstechniek toegepast zal worden. Ook zal de anesthesioloog proberen uw lichamelijke conditie te optimaliseren om zodoende de kans op complicaties rond de operatie te verkleinen.

Voorbereiding thuis

Om de ingreep en revalidatie zo voorspoedig mogelijk te laten verlopen is een goede voorbereiding thuis van groot belang. Al vóór de opname kunt u een aantal zaken regelen:

  • Een knieprothese is gevoelig voor infecties. Als u zich grieperig voelt, koorts, een infectie (bijvoorbeeld een blaasontsteking), ontsteking (bijvoorbeeld een longontsteking) of wondje (bijvoorbeeld een ingegroeide teennagel) heeft in de week vooraf dat u wordt opgenomen, neemt u dan direct contact op met de polikliniek Orthopedie. Wij beoordelen of uw geplande operatie door kan gaan om (ernstige) complicaties te voorkomen.
  • Het gebruik van bloedverdunnende medicijnen moet (soms) enkele dagen vóór de operatie gestopt worden. Dit bespreekt de anesthesioloog met u tijdens het preoperatief onderzoek.
  • Soms is het noodzakelijk uw gewicht te verminderen, omdat overgewicht een extra belasting voor de nieuwe knie vormt.
  • Zorg dat u in een goede conditie bent door goed te eten en drinken.

Voorlichting

Ongeveer 3-4 weken vóór de operatie wordt u samen met de andere patiënten uitgenodigd op de afdeling Orthopedie. Daar krijgt u groepsvoorlichting door de fysiotherapeut en de regieverpleegkundige. Alles bij elkaar duurt dit ongeveer 2-3 uur. Tijdens deze voorlichtingsbijeenkomst wordt u geïnformeerd over:

  • Ziekenhuisopname en operatie (door de verpleegkundige)
  • Voorlichtingspresentatie over een knieprothese
  • Revalidatie (door de fysiotherapeut).

Tijdens deze bijeenkomst krijgt u informatie van de verpleegkundige over de ziekenhuisopname en de operatie. Ook wordt u geïnformeerd over de fysiotherapie vóór, tijdens en na uw opname. Omdat het de bedoeling is dat u na de operatie weer zo snel mogelijk 'in beweging komt' (mobiliseert), is het belangrijk dat u vóór de opname al heeft geoefend. Daarom neemt de fysiotherapeut met u alvast het lopen met krukken door.

Daarnaast krijgt u instructies voor oefeningen waarmee u start direct na de operatie. Ook wordt u op de hoogte gebracht van de mogelijkheden en beperkingen na de operatie. Het is zinvol om tijdens deze voorlichtingsbijeenkomst uw eigen loophulpmiddel (kruk of een rollator als u deze nu al gebruikt) mee te nemen, zodat u ter plekke kunt deelnemen aan het eerste instructie- en oefenprogramma (in groepsverband). Krukken kunt u van tevoren afhalen bij de zorgwinkel. Tijdens en na uw ziekenhuisopname is het noodzakelijk om oefeningen te doen die het functioneren van het nieuwe heupgewricht kunnen verbeteren. Alle oefeningen en leefregels worden vóór en ook tijdens uw verblijf in het ziekenhuis met u doorgenomen.

Meenemen

Wanneer u voor opname naar het ziekenhuis komt, neemt u naast de gebruikelijk zaken zoals schoon nachtgoed en toiletartikelen, ook mee:

  • De medicijnen in laatste originele verpakking die u thuis gebruikt, omdat op de afdeling niet alle medicijnen aanwezig zijn en ook niet gelijk door de apotheek geleverd kunnen worden.
  • Goed ingelopen, ruime schoenen (bij voorkeur schoenen met veters) om overdag te dragen; deze schoenen moeten vast aan de voet zitten en een brede, platte zool hebben (dus alleen slippers zijn ongeschikt).
  • Een loophulpmiddel (kruk of rollator als u deze nu al gebruikt) .
  • Eventueel een ‘helping hand’, of een van de andere hulpmiddelen die tijdens de voorlichting van de ergotherapie behandeld worden (thuiszorgwinkel).

Dag voor de opname

Als u ’s morgens vroeg wordt geopereerd, wordt u soms de dag vóór de operatie opgenomen. Dit hangt samen met de voorbereidingen die voor de operatie nog getroffen moeten worden maar geeft ook uzelf iets meer rust. De eerste patiënt wordt namelijk al rond 8.00 uur op de operatiekamer verwacht. Wordt u later op de ochtend of in de middag geopereerd, dan wordt u op de dag zelf opgenomen. 

Let op
Om infecties te voorkomen, is het belangrijk dat u de dagen vóór de operatie goed wast met zeep. En dat u de schaamstreek, liezen en benen niet scheert.

Over de afdeling

Een opname is vaak een ingrijpende gebeurtenis. Een goede voorbereiding is daarom belangrijk. Om u wegwijs te maken op de afdeling hebben wij hieronder een aantal zaken voor u op een rijtje gezet. U wordt opgenomen op afdeling Orthopedie/Traumatologie. Hier liggen patiënten die aan de knie, rug of heup worden geopereerd. Een verpleegkundige ontvangt u op de afdeling en laat u de afdeling zien.

Met wie kunt u te maken krijgen?

U krijgt vooral te maken met verpleegkundigen, leerling-verpleegkundigen en stagiaires. Het is onze doelstelling om, binnen de mogelijkheden, kwalitatief hoogstaande zorg te bieden. Hierbij proberen wij rekening te houden met uw wensen en behoeften.

De zaalarts komt in principe dagelijks rond 8.00 uur bij de patiënten op de afdeling langs (visite lopen). Tijdens de wekelijkse grote visite zijn ook de orthopedisch chirurg en andere medewerkers van het behandelteam aanwezig. De zaalartsen verzorgen een vast aantal kamers/zalen op de afdeling. Zij zijn altijd op de hoogte hoe uw ingreep is verlopen. U kunt bij hen dan ook altijd terecht met uw (medische) vragen. De orthopeed die uw operatie heeft uitgevoerd, bezoekt u doorgaans na de operatie, maar helaas lukt dit niet in alle gevallen. Als u wenst kan de verpleegkundige de orthopeed benaderen.

De afdelingskeuken

Op de afdeling Orthopedie is een groot deel van de dag een service-assistente aanwezig. Rond 7.30 uur wordt het ontbijt geserveerd. Ze komt bij uw bed met een buffetkar zodat u zelf uw broodmaaltijd kunt samenstellen. De tweede broodmaaltijd wordt rond het middaguur geserveerd en de warme maaltijd rond 17.30 uur. Tussendoor komt de service-assistente enkele keren langs met drinken. Ook is het mogelijk dat u zelf drinken meeneemt. Dit kunt u bewaren in de speciale patiëntenkoelkast. Let hier wel goed op de instructies, want geopende producten zijn beperkt houdbaar. U kunt altijd een verpleegkundige of familie vragen om iets uit de koelkast te halen.

Brancardier

In Isala wordt alle transportwerkzaamheden uitgevoerd door brancardiers. De brancardier brengt u, eventueel samen met de verpleegkundige, naar de afdeling waar u wordt verwacht zoals de röntgenafdeling of operatiekamer.

Persoonlijke gegevens

In ons ziekenhuis zijn afspraken gemaakt om te garanderen dat er vertrouwelijk en zorgvuldig met uw persoonlijke gegevens wordt omgegaan. In principe bent u degene die bepaalt wie uw gegevens mag inkijken en aan wie wij informatie mogen verstrekken. Dit zal voor ons altijd het eerste contactpersoon zijn die u kunt aangeven bij opname. Er wordt gewerkt met een medisch en een verpleegkundig dossier. Als u uw medisch dossier wilt inkijken, dan raden wij u aan om dit samen met uw arts te doen, zodat u gelijk uw vragen kunt stellen. Uw verpleegkundig dossier kunt u altijd inkijken.

Rond de operatie

De laatste voorbereidingen

  • Bloedonderzoek: na het plaatsen van een knieprothese verliest u bloed. Soms is het nodig om dit aan te vullen met donorbloed.
  • Er wordt een afspraak gemaakt met uw contactpersoon over het contact voor en na de operatie. Uw contactpersoon wordt na de operatie gebeld zodra de operatie achter de rug is als u terug bent op de verpleegafdeling. Uw contactpersoon mag dan komen kijken hoe het met u gaat.
  • Het meten van de bloeddruk en het opnemen van de pols, de temperatuur en de hoeveelheid zuurstof in het bloed (saturatie).
  • Indien nodig wordt uw knie geschoren op de operatiekamer.
  • Het beantwoorden van eventuele vragen.

Dag van de operatie

  • Uw sieraden moeten af en een eventuele gebitsprothese of plaatje moeten uit.
  • Ook is het niet toegestaan om tijdens de operatie nagellak, make-up te dragen of bodylotion/cremes te gebruiken.
  • Als u een ruggenprik krijgt, mag u uw eventuele gebitsprothese in houden.
  • Als u hoorapparaten heeft, mag u deze in houden zodat u goed kunt communiceren.
  • Soms krijgt u van de anesthesioloog nog extra medicatie ter voorbereiding op de operatie.
  • De verpleegkundige zorgt dat uw contactpersoon op de hoogte wordt gebracht van de operatietijd.
  • Telefonisch wordt een afspraak gemaakt hoe laat u naar de operatiekamer mag worden gereden. Daar stapt u over op een ander bed.
  • Zodra u aan de beurt bent, krijgt u een operatiejasje aan. 
  • Afhankelijk van wat er met u is afgesproken, krijgt u narcose of een ruggenprik, eventueel met een roesje waarvan u slaperig wordt.
  • U krijgt pijnstilling (waaronder zenuwpijnremmers) waardoor vroege mobilisatie na de ingreep mogelijk is.
  • Uw been waaraan de operatie plaatsvindt, wordt kort voor de operatie op de holding (OK) met stift gemarkeerd.
  • Tijdens de operatie maakt de orthopedisch chirurg aan de voorkant van de knie een verticale snee van ongeveer 20 centimeter.
  • Vervolgens verwijdert hij de aangetaste gewrichtsvlakken.
  • Met speciale instrumenten wordt het bot aangepast aan de orm van de prothese.
  • Daarna plaatst de orthopeed de knieprothese.
  • U krijgt verschillende pijnstilling, waaronder: zenuwremmers en inspuiting van lokale verdoving rondom het gewricht. Hiermee is vroege mobilisatie na de ingreep mogelijk.
  • Hierna wordt de wond gesloten met een soort nietjes (agrafen), en wordt er soms een slangetje (wonddrain) achtergelaten om bloed en wondvocht af te voeren.

Direct na de operatie

Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer (recovery) waar u nauwkeurig in de gaten wordt gehouden. U heeft dan meestal:

  • Een infuus in de arm waardoor u vocht krijgt, antibiotica, eventueel pijnmedicatie of iets tegen de misselijkheid.
  • Een drukverband om uw been.
  • Eventueel een slangetje in de neus (zuurstof) om de longfunctie te ondersteunen.

Als de anesthesioloog daar toestemming voor geeft, komt de verpleegkundige van de afdeling u weer ophalen van de uitslaapkamer en brengt u terug naar de afdeling. Het verblijf op de uitslaapkamer kan ongeveer één tot twee uur duren. Uw contactpersoon wordt op de hoogte gebracht van uw situatie.

  • In de uitslaapkamer (recovery) mag en kan het geopereerde been al actief bewogen worden. Ook mag u alweer rechtop zitten.
  • Terug op de afdeling, enkele uren na de operatie, gaat u samen met de fysiotherapeut bewegen. U mag uw been daarbij volledig belasten.
  • Mocht er bij mobilisatie toch enige pijn of misselijkheid optreden? Dan kunt u hiervoor extra medicijnen krijgen.

Medicatie

Om het risico van infecties zo klein mogelijk te houden, krijgt u tijdens de operatie en de eerste 24 uur erna antibiotica via het infuus. Ook wordt er op de uitslaapkamer goede pijnbestrijding afgesproken voor de eerste 72 uur na de operatie.

Om de kans op trombose (bloedstolsels) te verkleinen start u na de operatie met bloedverdunnende medicatie. U krijgt elke dag een injectie in de buik. U leert onder begeleiding van de verpleegkundige hoe u dit moet spuiten. In totaal moet u dit vijf weken gebruiken, tenzij anders met u wordt afgesproken.

Na de operatie 

De operatiedag noemen wij dag nul.

Dag 0

  • 's Morgens wordt u opgenomen door de verpleegkundige (eventueel een dag van te voren).
  • Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer (recovery) en krijgt u hulp met rechtop zitten.
  • Zodra u daar aan toe bent, start u met de oefeningen die tijdens de voorlichting uitgelegd zijn.
  • Binnen enkele uren na de operatie oefent u samen met de fysiotherapeut. Hierbij begint u met het maken van buig- en strekoefeningen voor uw knie.
  • U wordt gestimuleerd op een stoel te zitten.
  • Indien mogelijk mobiliseert u een paar passen met een passend loophulpmiddel. U mag gelijk op het geopereerde been staan.

Dag 1 tot en met de ontslagdag
U krijgt hulp bij de lichamelijke verzorging, zo mogelijk bij de wastafel. Ook wordt op deze dag het ijzergehalte (hemoglobinegehalte) van uw bloed gecontroleerd. Dit kan als gevolg van de operatie gedaald zijn. Meestal herstelt zich dit spontaan, maar soms is het nodig om een bloedtransfusie te geven. Deze dag wordt er ook een controlefoto van de knie gemaakt (of anders de volgende dag). U krijgt twee keer per dag individueel therapie van de fysiotherapeut. Indien nodig leert u traplopen. U leert zelfstandig lopen en ook krijgt u inzicht in uw beperkingen en mogelijkheden.

Dagelijks bezoekt de arts u. Afhankelijk van uw algehele conditie, de wond en en uw mogelijkheden kunt u vanaf de eerste dag naar huis. Soms kan het nodig zijn dat u een aantal dagen langer blijft.

Ontslagcriteria
U kan weer naar huis, als u in staat bent om:

  • zelfstandig in en uit bed te komen
  • zelfstandig te lopen met een hulpmiddel
  • trap te lopen, indien u thuis de slaap- en/ of badkamer boven heeft
  • uzelf (grotendeels) zelfstandig te wassen.

Ontslagdag
Als de arts en fysiotherapeut akkoord geven voor ontslag, kan uw ontslag in gang gezet worden. Het ontslag kan plaatsvinden vanaf de eerste dag na de operatie. Laat degene die u ophaalt een rolstoel van beneden meenemen zodat u hiermee naar de auto toe kan. De partner of naaste familie kan, indien nodig, zien hoe de wond verzorgd moet worden. Verder neemt een verpleegkundige met u de ontslagpapieren door waarna u deze mee krijgt. De medicatie die u thuis moet doorgebruiken kunt u beneden ophalen bij de centrale apotheek tenzij u anders aangeeft.

Nazorg

U zult de eerste tijd nog wel hulp nodig hebben met het wassen van de voeten en eventueel het aantrekken van de sokken en schoenen. Daarnaast is het wenselijk dat u hulp heeft bij het boodschappen doen en bij het huishouden. Het is aan te raden om iemand uit de naaste omgeving te vragen om u te begeleiden.
Voor wondverzorging of hulp bij het wassen en aankleden kan thuiszorg worden aangevraagd. Het is verstandig om voor uw opname zelf contact op te nemen met de thuiszorgorganisatie van uw keuze. Mocht dit niet mogelijk zijn kan dit geregeld worden door de transferverpleegkundige. Het uitgangspunt is dat u met de benodigde zorg naar huis gaat. Informatie over huishoudelijke hulp kunt u aanvragen bij uw gemeente.

Afspraken

De volgende afspraken worden met u gemaakt:

  • U gaat met ontslag met een loophulpmiddel.
  • U gebruikt thuis tot vijf weken na de operatie bloedverdunnende injecties, tenzij anders met u is afgesproken.
  • Twee weken na de operatie worden de nietjes (agrafen) door de huisarts of regieverpleegkundige verwijderd. Is dit bij uw huisarts? Maakt u dan hiervoor zelf een afspraak.
  • U krijgt een poliklinische afspraak die zes tot acht weken na de operatie plaatsvindt. Deze afspraak is altijd bij een van de orthopeden in opleiding. De orthopeed ziet u bij de daaropvolgende controle.
  • De afdeling Fysiotherapie zorgt voor een overdracht. U moet zelf een afspraak maken bij uw eigen fysiotherapeut.

Wanneer bellen?

Neem contact op met de afdeling Orthopedie als één of meer van de volgende verschijnselen zich voordoen:

  • rode, gezwollen, warm aanvoelende huid rondom de wond
  • als de wond meer gaat lekken of na vijf dagen nog lekt
  • koorts of koude rillingen
  • (plotselinge) heftige pijn
  • als u niet meer op het been kunt staan, terwijl dit daarvoor goed mogelijk was.

Doet zich een infectie voor in het lichaam na plaatsing van een kunstknie, dan vormt dat voortaan een risico voor de knieprothese. Raadpleeg uw huisarts als u verschijnselen heeft die op een ontsteking wijzen, zoals koorts, longontsteking, griep en dergelijke.

Zwolle
Als u de eerste tien dagen na uw ontslag verpleegkundige vragen heeft, kunt u contact opnemen met de regieverpleegkundige Orthopedie, t (038) 424 49 14. Zij is bereikbaar op werkdagen van 8.00 – 8.30 uur, 13.00 – 13.30 uur en 16.00 – 16.30 uur. Buiten kantooruren en in het weekend kunt u contact opnemen met de verpleegafdeling in Zwolle, t (038) 424 12 40.

Meppel
Bent u op locatie Meppel geopereerd dan kunt u contact opnemen met de polikliniek Orthopedie in Meppel, t (0522) 23 32 41. Buiten kantooruren en in het weekend kunt u contact opnemen met de verpleegafdeling in Meppel, t (0522) 23 34 46.

Na de eerste tien dagen kunt u contact opnemen met uw huisarts of huisartsenpost.

Revalidatie thuis

Patiënten met een indicatie voor een totale kniereconstructie kunnen een intensief behandeltraject volgen bij Fysio+ praktijken in nauwe samenwerking met de afdeling Orthopedie van Isala (OrthoXpert). Doel van deze gezamenlijke aanpak is betere kwaliteit van zorg en sneller herstel. Patiënten kunnen in de hele regio terecht.

Na het ontslag is het van belang dat u thuis de oefeningen blijft doen die nodig zijn voor het herstel van de kniefunctie. De oefeningen worden tijdens uw verblijf in het ziekenhuis met u doorgenomen.

U vindt meer informatie over OrthoXpert onderaan deze folder op de website van Isala onder het kopje ‘Gerelateerde folders’. Ook vindt u hier een folder met alle oefeningen.

Voeding bij ziekte en herstel

Bij ziekte of in de periode rond een operatie heeft het lichaam meer voedingsstoffen nodig. U heeft het advies gekregen om een energie- en eiwitverrijkt dieet te volgen. Eten kan bij ziekte een groot probleem zijn vanwege verminderde eetlust, misselijkheid en/of vermoeidheid. Terwijl uw lichaam bij ziekte juist meer voedingsstoffen nodig heeft, ontvangt het minder! U loopt het risico om in een slechte voedingstoestand terecht te komen. Over dit onderwerp is meer informatie beschikbaar. U vindt deze informatie onderaan deze folder op de website van Isala onder het kopje ‘Gerelateerde folders’.

Leefregels

Uw knie (banden, pezen, spieren en kapsel) heeft drie maanden nodig om sterk te worden. Daarom is het belangrijk dat u de belasting van de knie langzaam opbouwt. Een teken van overbelasting is het warm en dik worden van de knie en mogelijk pijn toename. Zorg dan dat u de belasting vermindert bijvoorbeeld door minder ver te lopen of korter te oefenen.

Eventueel kunt u de knie koelen met een 'coldpack' of met een washandje met ijsklontjes erin.

Dagelijkse activiteiten

Liggen en slapen:

  • Tijdens het liggen op de rug is het belangrijk dat de knie gestrekt ligt, dus geen rolletje of kussentje onder de knie.
  • Ga niet op een te laag bed liggen, omdat dit problemen kan geven bij het opstaan.
  • U kunt het bed eventueel verhogen met een extra matras of met bedklossen.

Zitten en gaan staan:

  • Staat u op uit een stoel of gaat u erin zitten, gebruik dan de beide leuningen en plaats uw geopereerde been iets naar voren. Zo vermindert u de belasting op uw knie en voorkomt u onnodige pijnklachten.
  • U kunt de stoel wat ophogen door een kussen op de zitting te leggen.

NB: Langdurig zitten en staan is niet goed. Wissel regelmatig van houding en/of beweging.

Lopen:
  • De eerste zes weken heeft u een loophulpmiddel nodig.
  • Verschillende keren per dag een klein stukje lopen is beter dan een grote afstand in één keer. Voorkom acute draaibewegingen tijdens het lopen, zoals bij het omdraaien; maak liever kleine stapjes als u omkeert.
  • Loop niet te veel.
  • Als u pijn heeft, moet u niet doorlopen maar rusten.
  • Richt uw omgeving zo in dat de kans op vallen beperkt wordt; verwijder bijvoorbeeld losse snoeren of vloerkleedjes.

Bukken:

  • Wanneer u iets van de grond wilt oprapen, kunt u op het niet-geopereerde been steunen. U kunt zich daarbij ook vasthouden aan een stevige punt, bijvoorbeeld een stoel of tafel die in de buurt staat. Het geopereerde been houdt u naar achteren en vervolgens buigt u door het niet-geopereerde been; met de hand raapt u het voorwerp op.
  • Er bestaan ook hulpmiddelen om voorwerpen op te rapen, zoals de zogenaamde 'helping hand'.

Knielen en hurken:
Vermijd knielen, hurken en bukken met twee benen.

Vervoeren van spullen:

  • Hang een katoenen tas met lange hengsels om uw nek of gebruik een schort met grote zakken.
  • Hierin kunt u voorwerpen vervoeren. Dit is veiliger dan in uw hand.
  • Neem thee of koffie mee in een thermoskan.
  • Als u een rollator gebruikt bij het lopen, dan kunt u hiermee ook spullen vervoeren.

Na zes tot acht weken

Na ongeveer zes tot acht weken heeft u een poliklinische afspraak. Als er geen bijzonderheden zijn, mag u uw activiteiten uitbreiden. Als de krukken niet meer nodig zijn, kunt u een wandelstok gebruiken voor langere afstanden (langer dan een half uur). Houd de stok dan in de hand aan de niet-geopereerde zijde.

Het kan zijn dat het geopereerde been de eerste maanden na de operatie iets dikker is dan het andere been. U kunt de benen omhoog leggen als deze bijvoorbeeld na een wandeling gezwollen zijn. Ook kunt u bij een gezwollen been een steunkous gebruiken.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle, Kampen of Heerde

Orthopedie
(038) 424 56 56 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Meppel of Steenwijk

Orthopedie
(0522) 23 32 41 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 16.30 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

Veel gestelde vragen bij een knieprothese

Hoe lang zal mijn knie dik, pijnlijk of warm blijven?

De knie en enkel kunnen dik worden; dit is normaal. Het dik worden zal verminderen door dagelijks uw been omhoog te leggen. De zwelling is over het algemeen 's avonds het grootst en neemt af wanneer u goed blijft oefenen. Indien nodig krijgt u hiervoor een dauerlastic kous aangeboden, u mag deze uit laten als het been minder dik is en/of u het prettiger vindt zonder kous. Een dauerlastic kous wordt alleen overdag gedragen, voor de nacht moet deze uit.

De pijn wordt geleidelijk minder, beginnend na ongeveer een maand na de operatie. Soms voelt u nog een doffe pijn na lang wandelen; dit kan nog wel een jaar duren. Het betekent niet dat de prothese niet goed functioneert of loszit!

U kunt gedurende 6 tot 12 maanden na de operatie een warm gevoel aan de knie ervaren.

Hoe lang moet ik bloedverdunnende injecties spuiten?

Gedurende vijf weken, geteld vanaf de operatiedag, tenzij anders met u is afgesproken (zie ook de vraag hieronder).

Wanneer mag ik weer mijn eigen bloedverdunnende medicijnen gebruiken?

Voor het herstarten van uw eigen bloedverdunnende medicijnen geldt het volgende:

  • Gebruikte u vóór de opname acetylsalicylzuur en is op advies van de anesthesist gestopt voor opname, dan herstart u hiermee bij ontslag (of eerder als de arts dit heeft aangegeven). U gebruikt dan tijdelijk zowel acetylsalicylzuur als bloedverdunnende injecties.
  • Gebruikte u vóór de opname acenocoumarol (sintrommitis) of fenprocoumon (marcoumar), dan herstart u hiermee enkele dagen na de operatie. De trombosedienst zal aangegeven wanneer u de bloedverdunnende injecties mag stoppen (dit is zodra u weer goed bent ingesteld op uw eigen bloedverdunners).

Wanneer mag ik weer gaan fietsen en autorijden?

Als u weer voldoende controle over uw been heeft, mag u weer gaan fietsen. Dit zal ongeveer zes weken na de operatie zijn. Het prettigst om te fietsen is op een damesfiets vanwege de lage instap. Vraag uw behandelend arts wanneer het u weer veilig kunt autorijden. Meestal zal dit ongeveer na zes weken zijn, als u voldoende controle en kracht heeft over uw geopereerde been. Raadpleeg ook de polisvoorwaarden van uw verzekeringsmaatschappij.

Wanneer mogen de hechtingen (agrafen) eruit?

De agrafen mogen 14 dagen na de operatie verwijderd worden.

Wanneer mag ik weer gaan douchen en in bad?

Vanaf de vijfde dag na de operatie, als uw wond droog is, mag u weer douchen.

Wanneer mag ik stoppen met de pijnstillers?

Als de pijn minder wordt mag u, zoals besproken tijdens het ontslaggesprek, naar eigen inzicht de pijnstillers verminderen en stoppen.


1 november 2017 5502 316315 Ja Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht