ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Bekkenbodemcentrum

Veel vrouwen van alle leeftijden hebben last van urine-incontinentie, al of niet in combinatie met een verzakking. In het Isala Bekkenbodemcentrum werken alle specialisten en zorgverleners samen die bij bekkenbodemproblemen een rol spelen. Hier kunt u daar meer over lezen.

Eerste bezoek

Uw huisarts of specialist heeft u naar het bekkenbodemcentrum verwezen omdat u klachten heeft van urine-incontinentie en/of een verzakking. Bij uw eerste bezoek aan het bekkenbodemcentrum heeft u een gesprek bij de bekkenfysiotherapeute. Zij onderzoekt u en neemt ook de vragenlijst en plaslijst met u door die u thuis al heeft ingevuld. Op dezelfde dag heeft u ook een afspraak met een urologieverpleegkundige. Zij onderzoekt de functie van uw blaas door middel van een urodynamisch onderzoek.

Tweede bezoek

Bij uw tweede afspraak, één à twee weken na uw eerste bezoek, heeft u een gesprek met de gynaecoloog (vrouwenarts), de uroloog en de bekkenfysiotherapeute. Zij onderzoeken u gezamenlijk en bespreken het uiteindelijke behandeladvies met u.

Voorbereiding thuis

Plasdagboek invullen

Wilt u vóór uw eerste polibezoek het plasdagboek invullen? Dit dagboek krijgt u opgestuurd. In het plasdagboek vult u de hoeveelheden in die u drinkt en plast. Dit laatste meet u met behulp van een maatbeker. Ook noteert u of u incontinent bent geweest en of u verbanden heeft gewisseld. Het is de bedoeling dat u dit gedurende 2 x 24 uur bijhoudt. Doe dit bij voorkeur op gewone dagen, dus niet op een dag dat u een uitstapje heeft gepland of dingen doet die u anders niet zo vaak doet. Wilt u het ingevulde plasdagboek bij uw bezoek aan de bekkenfysiotherapeute meenemen?

Vragenlijst invullen

Wilt u ook de vragenlijst invullen? Ook deze krijgt u opgestuurd. Het gaat hierbij om 51 vragen, waarop u een antwoord kunt geven of waarbij u het antwoord kunt omcirkelen dat in uw geval het beste van toepassing is. Deze vragenlijst is bedoeld om meer inzicht te krijgen in uw klachten.

Eerste bezoek

Afspraak bij bekkenfysiotherapeute

Op de afdeling Fysiotherapie heeft u een uitgebreid gesprek met de bekkenfysiotherapeute. In dit gesprek gaat het over uw problemen bij het plassen, uw klachten van een eventuele verzakking en andere klachten die passen bij problemen met de bekkenbodem. De bekkenfysiotherapeute onderzoekt u ook. Verder neemt zij uw ingevulde vragenlijst en het mictiedagboek met u door.

Afspraak bij urologieverpleegkundige

Op dezelfde dag vindt bij de urologieverpleegkundige het urodynamisch onderzoek plaats. Dit is een inwendig onderzoek naar de functie van de blaas en het afsluitmechanisme. Door middel van katheters (dunne slangetjes) die via de plasbuis en endeldarm worden ingebracht, worden hiertoe metingen verricht. Door dit onderzoek kan worden vastgesteld wat de oorzaak is van uw (incontinentie)klachten. Het onderzoek duurt ongeveer 60 minuten.

Voorbereiding

Er is geen speciale voorbereiding nodig, u mag op de dag van het onderzoek gewoon eten en drinken.

Uroflowmetrie

Voorafgaand aan het uitgebreide urodynamisch onderzoek vindt er eerst een uroflowmetrie plaats. Ook dit is een onderzoek van uw plaspatroon. Wij vragen u ervoor te zorgen dat u een goed gevulde blaas heeft, zodat u een behoorlijke plas kunt doen. Dit houdt echter niet in dat u met zo’n volle blaas komt dat u het gevoel heeft dat u het niet langer op kunt houden. Het is misschien handig om de dagen voorafgaand aan het onderzoek erop te letten om de hoeveel tijd u moet plassen; deze tijd kunt u dan ongeveer aanhouden als laatste plastijd voordat u zich bij de polikliniek meldt voor uw afspraak. Wanneer u zich aan de balie meldt, kunt u aan de secretaresse aangeven dat u een plastest moet doen en dat u graag gelijk wilt plassen. De verpleegkundige neemt u vervolgens mee naar een behandelkamer. U wordt dan verzocht in een soort trechter te plassen. Deze registreert de hoeveelheid die u plast, de kracht van de straal en de snelheid waarmee u plast. Na afloop wordt bepaald of u alles heeft uitgeplast. Dit gebeurt met behulp van een echo van de blaas.

Urodynamisch onderzoek

Het urodynamisch onderzoek vindt in zittende houding plaats, waarbij u op een soort toilet zit. De verpleegkundige plakt twee stickers op uw billen en één op uw been om de spierspanning van uw bekkenbodem te meten. Vervolgens krijgt u een dunne katheter in de endeldarm; deze registreert de druk in de buik. Daarna wordt de plasbuis verdoofd met glijstof en brengt de verpleegkundige een dunne katheter in uw blaas. Via deze katheter wordt de blaas gevuld en kunnen de druk in de blaas en de druk in de plasbuis worden gemeten. Tijdens het vullen worden de waarden van de druk op een beeldscherm weergegeven. Zodra u aandrang gaat voelen om te plassen, moet u dit aangeven. Tijdens het onderzoek worden er meerdere testjes gedaan. Zo zult u bijvoorbeeld meermalen verzocht worden om te hoesten. De blaas wordt verder gevuld, totdat u aangeeft dat u een normale aandrang tot plassen heeft. Dan wordt het vullen gestopt. Vervolgens vraagt de verpleegkundige u om uit te plassen (langs de katheter). Daarna wordt de blaas opnieuw gevuld voor een laatste test die staand op een matje plaatsvindt (zonder de blaaskatheter). Vervolgens worden de katheter in de endeldarm en de stickers verwijderd en kunt u wederom leegplassen.

Draagt u een vaginale ring of kubus, dan wordt deze er voor het onderzoek uitgehaald door de verpleegkundige. Er is niet altijd iemand aanwezig die de ring/kubus nadien weer terug kan plaatsen. Het is daarom wellicht verstandig alvast een afspraak te maken bij uw huisarts of gynaecoloog voor de terugplaatsing van de ring/kubus.

Bijwerkingen

Wanneer u na het onderzoek langer dan twee dagen klachten houdt, veel pijn of koorts (meer dan 38,5 graden Celcius) krijgt, of als u aanmerkelijk moeilijker kunt plassen, neem dan contact op met het Bekkenbodemcentrum.

Tweede bezoek

Afspraak bij gynaecoloog, uroloog en bekkenfysiotherapeute

Deze afspraak duurt in totaal ongeveer 30 minuten.

Uroflowmetrie

Bij uw tweede bezoek aan het bekkenbodemcentrum vindt er eerst weer een uroflowmetrie plaats. U wordt dus wederom verzocht met een goed gevulde blaas te komen. Nadat u heeft uitgeplast op een speciaal toilet, zal de verpleegkundige weer met een echoapparaat meten hoeveel urine er in de blaas is achtergebleven.

Gesprek met gynaecoloog of uroloog

Vervolgens heeft u een kort gesprek met de gynaecoloog of uroloog. In dit gesprek worden nog enkele aanvullende vragen gesteld.

Onderzoek

Na dit gesprek vindt een onderzoek plaats, waarbij de gynaecoloog, de uroloog, de bekkenfysiotherapeute en een verpleegkundige aanwezig zijn. U neemt plaats op een gynaecologische stoel.

Bekkenfysiotherapeutisch onderzoek

Door middel van inwendig onderzoek wordt gekeken naar de functie van de bekkenbodemspieren.

Gynaecologisch onderzoek

Hierbij brengt de gynaecoloog een spreider (speculum) in de vagina om een eventuele verzakking te onderzoeken. Hij zal u vragen om te persen, zodat hij de eventuele verzakking kan waarnemen.

Urologisch onderzoek

Aansluitend voert de uroloog een cystoscopie uit. Hierbij brengt hij een cystoscoop, een hol buisje, in de blaas. Hiertoe wordt de schede gereinigd en wordt er vervolgens wat glijstof in de plasbuis gespoten. Deze glijstof dient als glijmiddel en als verdovingsmiddel van het slijmvlies, zodat eventuele pijn tot een minimum wordt beperkt. De uroloog brengt de cystoscoop via (de opening van) de plasbuis in de blaas. Via een slangetje aan de cystoscoop wordt er steriel water in de blaas gebracht. Hierdoor ontplooit de blaas zich, zodat de uroloog een goed beeld krijgt. Door het water kunt u aandrang tot plassen krijgen; zegt u dit gerust. De uroloog inspecteert de plasbuis en de blaas. Via een beeldscherm kunt u met dit onderzoek meekijken.

Bijwerkingen

Na het urologisch onderzoek kan het eerste uur een branderig gevoel bij het plassen optreden en een versterkte plasdrang. Bij sommige patiënten houdt dit enkele dagen aan. Ook kan er wat bloed in de urine zitten. Dit is niet verontrustend en niet gevaarlijk. Het is belangrijk dat u na het onderzoek veel drinkt. De blaas en urinewegen worden dan schoongespoeld.

Wanneer u na het onderzoek langer dan twee dagen klachten houdt, veel pijn of koorts (meer dan 38,5 graden Celcius) krijgt, of als u aanmerkelijk moeilijker kunt plassen, neem dan contact op met het Bekkenbodemcentrum.

Afrondend gesprek en behandeladvies

Na het onderzoek heeft u opnieuw een gesprek met de gynaecoloog, uroloog of bekkenfysiotherapeute. Hierin worden de bevindingen en het behandeladvies met u besproken. Soms kunt u geholpen worden met medicijnen, soms met bekkenfysiotherapie, soms met een operatie. Als dit laatste het geval is, zal dit uitgebreid met u besproken worden, zo nodig tijdens een vervolgbezoek.

Contact en meer informatie

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen of wilt u meer informatie, dan kunt u contact opnemen met het bekkenbodemcentrum via de de polikliniek Urologie, telefoonnummer (038) 424 27 40 (bereikbaar op werkdagen van 08.30 - 17.00 uur).

Als u door ziekte of om een andere belangrijke reden verhinderd bent uw afspraak na te komen, neem dan zo snel mogelijk contact op met het bekkenbodemcentrum. In uw plaats kunnen we dan een andere patiënt helpen.

Meer informatie is ook verkrijgbaar via:
Stichting Bekkenbodem Patiënten (SBP)
Stationsplein 6
3818 LE Amersfoort
Informatielijn (0900) 11 11 99
www.bekkenbodem.net

Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG)
www.nvog.nl, rubriek ‘voorlichting’.


19 maart 2017 5525 328057 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht