ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Pijnbestrijding tijdens de bevalling

Bevallen doet pijn. Weinig vrouwen zullen opkijken van deze uitspraak. Zij weten dat pijn bij een bevalling hoort en een normaal verschijnsel is. Deze pijn heeft ook een functie: het geeft aan dat de baby geboren gaat worden en dat u zich hier op voor moet bereiden door een plek op te zoeken waar u zich rustig en veilig voelt.

Bijna alle vrouwen ervaren de ontsluitingsweeën - de samentrekkingen van de baarmoeder die ervoor zorgen dat de baarmoedermond zich opent - als pijnlijk. Datzelfde geldt voor de uitdrijvingsweeën, die samen met het persen ervoor zorgen dat het kind geboren wordt.

De duur en de ernst van de pijn tijdens een bevalling wisselen. Meestal neemt de pijn toe naarmate de ontsluiting vordert. De pijn is voornamelijk onder in de buik aanwezig en wordt soms als rugpijn gevoeld. Ook de pijn tijdens het persen verschilt: soms is het een opluchting om mee te mogen persen, soms doet persen juist het meeste pijn.

 

 

Omgaan met bevallingspijn

Bij pijn reageert het lichaam door zelf stoffen aan te maken die een pijnstillend effect hebben: endorfinen. Deze endorfinen zorgen ervoor dat de pijn te verdragen is. Ook tijdens een bevalling kan het lichaam endorfinen aanmaken, de aanmaak wordt bevorderd door ontspanning en warmte. Spanning, koude en angst belemmeren juist de aanmaak van endorfinen.

Wij hebben een paar adviezen voor u op een rij gezet die u kunnen helpen tijdens het bevallingsproces:

  • Weten wat het verloop van de bevalling inhoudt, maakt dat u goed voorbereid de bevalling in gaat en u minder voor verassingen hoeft komen te staan. Informatie kunt u krijgen van de verloskundige of arts die uw zwangerschap controleert, een zwangerschapscursus, de informatieavond ‘Bevallen in Isala’, het Verpleegkundig Spreekuur Obstetrie (VSO), patiëntenfolders van Isala en de website www.verloskundige.nl.
  • Zorg dat er iemand bij u is om u tijdens de hele bevalling te ondersteunen. Voor veel vrouwen is de partner de aangewezen persoon om haar bij te staan. Als u het prettig vindt dat (ook) uw moeder, vriendin of zus bij de bevalling aanwezig is, dan kan dat. Het is belangrijk is dat u zich op uw gemak  voelt en u niet flinker voor hoeft te doen dan u zich voelt. Uiteraard zult u tijdens de bevalling ook begeleiding krijgen van de verpleegkundige van de Verlos/kraamafdeling en een verloskundige of arts.
  • Bedenk al voor de bevalling of u bepaalde wensen hebt rondom uw bevalling. Leg uw wensen omtrent de begeleiding tijdens de bevalling, eventuele pijnstilling en dergelijke vast in een geboorteplan. De haalbaarheid van uw plan kunt u bespreken met de arts, verloskundige of de verpleegkundige van het VSO. Meer hierover kunt u lezen in de folder 'Bevallen in Isala'.
  • Ademhalings- en ontspanningsoefeningen kunnen helpen de weeën op te vangen. Dit kunt u al tijdens de zwangerschap in verschillende cursussen leren. Door geconcentreerd weeën ’weg te zuchten’, komt u in een ritme waarbij het lichaam zelf endorfinen aanmaakt.
  • Warmte helpt bij ontspannen en de aanmaak van endorfinen. Wanneer het lichamelijk en medisch gezien mogelijk is, kunt u bijvoorbeeld een warme douche nemen. Ook een warmtepacking in de rug en warme sokken kunnen prettig zijn.
  • Probeer afleiding te zoeken tijdens het begin van de ontsluitingsfase. Er zit dan nog vrij veel tijd tussen de weeën en afleiding in de vorm van lezen, tv kijken, muziek luisteren of iets in huis doen, kan helpen deze eerste fase ontspannen door te komen.
  • Gebruik de pauzes tussen de weeën om uit te rusten. Probeer rustig te ademen en niet verkrampt te liggen.
  • Wissel van houding als u niet meer prettig staat, zit of ligt. 

Pijnstilling met medicijnen
Ondanks een goede voorbereiding en het toepassen van bovenstaande adviezen komt het regelmatig voor dat vrouwen de pijn tijdens de bevalling onverdraaglijk vinden. Om de vicieuze cirkel van pijn en niet kunnen ontspannen te doorbreken, kan de pijn met medicijnen worden onderdrukt. Hieronder staat informatie over de middelen die in Isala het meest gebruikt worden om de pijn te bestrijden:

  • pijnbestrijding met morfineachtige medicijnen
  • pijnbestrijding met de Remifentanilpomp
  • epidurale pijnbestrijding (ruggenprik)
  • spinale anesthesie (verdoving).

Waarom geen pijnstilling bij iedere bevalling?

Niet iedere vrouw heeft behoefte aan pijnstilling tijdens haar bevalling. Als u tijdens de bevalling pijnstilling met medicijnen wilt, dan moet u in het ziekenhuis bevallen. De pijnstillende medicijnen die worden toegepast tijdens de bevalling kunnen ongewenste bijwerkingen hebben voor u en de ongeboren baby. Daarom is het noodzakelijk dat er extra bewaking van u en uw baby plaatsvindt. Deze extra bewaking is in de thuissituatie niet mogelijk.

Omdat pijnstilling ook nadelen heeft, moeten deze medicijnen niet onnodig worden gegeven. Welke vorm van pijnstilling wordt toegepast, wordt in onderling overleg tussen u, uw verloskundig zorgverlener (dit kan een gynaecoloog, een arts in opleiding of een klinische verloskundige zijn) en -in geval van epidurale pijnbestrijding- de anesthesioloog bepaald. De klinisch verloskundigen werken altijd onder supervisie van een gynaecoloog.

Voorbereidingstijd bij verschillende vormen van pijnbestrijding

Voordat er pijnstilling gegeven kan worden is er een voorbereidingstijd nodig om u op een veilige manier medicijnen te kunnen geven. Als u pijnstilling wenst zal de verloskundig zorgverlener eerst bij u in kaart brengen welke vorm van pijnbestrijding voor u het meest geschikt is. Wanneer die keus is gemaakt, geldt een voorbereidingstijd waarin de verloskundig zorgverlener en de verpleegkundige de nodige voorzorgsmaatregelen moeten treffen.

De voorzorgsmaatregelen kosten enige tijd om uitgevoerd te worden. Uiteraard streven wij ernaar om u zo snel als mogelijk is in uw pijnstillingsbehoefte te voorzien.

Bij iedere vorm van pijnbestrijding moet er eerst minimaal 30 minuten een hartfilmpje (CTG: cardiotocogram) van uw baby worden gemaakt.

De voorbereidingstijd voor een remifentanilpomp is langer dan bij een injectie met een morfineachtig medicijn. Er dienen twee infusen bij u geprikt te worden, de hartslag van uw baby moet goed in beeld worden gebracht en er moet een verloskundig zorgverlener aanwezig zijn op het moment dat de medicatie wordt opgestart.

De voorbereidingstijd voor de ruggenprik duurt het langst. Via een infuus dient u een liter vocht toegediend te krijgen, de hartslag van uw baby moet goed in beeld worden gebracht, er moeten enkele metingen van uw bloeddruk gedaan worden en er worden plakkers op uw borst geplakt voor het maken van een hartfilmpje. De anesthesist wordt gevraagd te komen op het moment dat de voorbereidingen zijn getroffen. Het kan echter voorkomen dat de anesthesist niet direct kan komen omdat hij zorg biedt aan een andere patiënt waar hij niet bij weg kan. Het kan zijn dat u dan wat langer moet wachten. Is de verwachting dat u langer dan een uur moet wachten tot de anesthesist kan komen, dan kunt u ter overbrugging een andere vorm van pijnbestrijding krijgen.

Pijnbestrijding met morfineachtige medicijnen

Pethidine is een medicijn dat weinig wordt gegeven tijdens de bevalling. Het is met name geschikt als rustgevend medicijn op het moment dat u veel last heeft van contracties (‘harde buiken’) maar hiervan nog geen ontsluiting krijgt. Pethedine kan op elk tijdstip gegeven worden, in de praktijk wordt dit vaak voor de nacht toegediend. Omdat er bij gebruik van dit middel bijwerkingen kunnen optreden, moet u altijd worden opgenomen om u en uw kindje goed te kunnen observeren. 

Pethidine wordt gegeven via een injectie in de bil of het bovenbeen. Na ongeveer een kwartier voelt u het effect: de ergste pijn wordt minder en vaak kunt u zich daardoor ontspannen. Veel vrouwen soezen weg of slapen zelfs.

Het middel werkt twee tot vier uur.

Voor- en nadelen van pethidine op een rij

  • Gemakkelijke manier van pijnbestrijding, die op elk tijdstip gegeven kan worden, waardoor de pijn meestal weer draaglijk wordt.
  • De voorbereidingstijd om deze vorm van pijnstilling te geven is kort.
  • Tamelijk korte werkingsduur.
  • Rondlopen is niet meer mogelijk; u moet in bed blijven of onder begeleiding lopen omdat u mogelijk duizelig bent en meer risico hebt om te vallen. 
  • Soms zijn er bijwerkingen, een enkele keer is de combinatie met andere medicijnen ongunstig.
  • Soms is uw kind na de bevalling wat suf en heeft het problemen met goed doorademen. Een ander medicijn kan dit effect verminderen.

Pijnbestrijding met de Remifentanil-pomp

Sinds enkele jaren is er ook een methode beschikbaar waarbij u zichzelf door een druk op de knop een kleine hoeveelheid pijnstillend medicijn via het infuus kunt toedienen. Deze methode heet PCA = Patient Controlled Analgesia, dat wil zeggen: door de patiënt zelf geregelde pijnstilling.

Het medicijn dat in kleine hoeveelheden per keer wordt toegediend, heet Remifentanil. Het is een modern, zeer snelwerkend morfinepreparaat.

U kunt zelf bepalen wanneer en hoe vaak u op de knop wilt drukken om uzelf een pijnstillende dosis toe te dienen.

Toediening

Om toediening van te veel medicijn te voorkomen krijgt u dit middel niet onbeperkt toegediend. De infuuspomp kent een vergrendeling van twee minuten; dit betekent dat u niet onmiddellijk na elkaar pijnstilling kunt toedienen. De drukknop mag uitsluitend en alleen door u bediend worden, dus niet door de verpleegkundigen, artsen, uw partner of andere aanwezigen.

De verloskundig zorgverlener die u bij de bevalling begeleidt, kan vaststellen of u voor deze vorm van pijnstilling in aanmerking komt. De methode is vooral nuttig om de laatste fase van de ontsluiting te overbruggen of als er redenen zijn om niet een ruggenprik toe te passen.

Het kan zijn dat de baring zo ver is gevorderd, dat u niet meer in aanmerking komt voor deze vorm van pijnstilling. Ook kan de ontsluiting al zo ver gevorderd zijn dat de baby binnen korte tijd geboren kan worden.

Voorbereiding

U krijgt als voorbereiding een infuus in de arm waarop de pomp wordt aangesloten. In uw andere arm krijgt u ook een infuus als voorzorgsmaatregel. Het zuurstofgehalte in uw bloed wordt gemeten door middel van een knijpertje op uw vinger. Verder worden uw bloeddruk en ademhaling regelmatig gemeten. De conditie van uw baby wordt continu bewaakt met behulp van een hartfilmpje. Verpleegkundigen en artsen zullen regelmatig vragen en meten of de pijnstilling afdoende is.

Bijwerkingen van deze vorm van pijnstilling kunnen zijn:

  • slaperigheid
  • misselijkheid
  • jeuk
  • verminderde ademhaling.

Bij vermindering van uw ademhaling kunnen er ook veranderingen in de hartslag van de baby optreden. Daarom houden we de hartslag van uw kindje in de gaten met het hartfilmpje. Voor het toedienen van deze vorm van pijnstilling zal mogelijk wat oefening nodig zijn. Mede om die reden zal een zorgverlener de eerste tijd bij u blijven om u hierin te begeleiden. Na de druk op de knop duurt het 20 tot 30 seconden totdat de pijnstilling werkt. Een wee duurt 60 tot 90 seconden. Het is zodoende even uitzoeken wanneer u op de knop moet drukken om het maximale effect te bereiken bij de komende wee.

Voor- en nadelen van de Remifentanil-pomp op een rij

  • Het geeft tijdens de weeën een krachtige pijnstilling.
  • Tussen de weeën door bent u minder suf dan met pethidine. Echter ook remifentanil maakt dat u slaperig wordt en u wat van de wereld afsluit; dat kan ervoor zorgen dat sommige vrouwen de bevalling niet bewust ervaren en soms zelfs akelig vinden. Achteraf kunnen zij het gevoel hebben dat zij een deel van de bevalling ’kwijt’ zijn.
  • U moet wakker zijn om op tijd op de knop te kunnen drukken.
  • Het kost enige voorbereidingstijd om deze vorm van pijnstilling te regelenEr moeten twee infuusnaalden worden geprikt.

Epidurale pijnbestrijding (ruggenprik)

Er zijn twee soorten pijnbestrijding met een ruggenprik:

  • epidurale pijnbestrijding en
  • spinale anesthesie (verdoving).

Epidurale pijnbestrijding wordt ook wel peridurale pijnbestrijding genoemd. Bij de bevalling wordt vaak epidurale pijnbestrijding gegeven. Bij een keizersnede maakt men meestal gebruik van spinale anesthesie. Dit wordt verderop besproken.

Wat is epidurale pijnbestrijding?

Bij deze ruggenprik spuit de anesthesioloog via een dun slangetje (katheter) verdovingsvloeistof in de ruimte in het midden van ruggenwervels: de epidurale ruimte. Hier lopen zenuwen die pijnprikkels van de baarmoeder en de bekkenbodem vervoeren. Als deze zenuwen worden uitgeschakeld, voelt u de pijn van de weeën niet meer.

Behalve pijnzenuwen lopen in deze ruimte ook zenuwen die de spieren in het onderlichaam aansturen. Na een ruggenprik kan dus ook de spierkracht in de benen tijdelijk afnemen. Bovendien krijgt u minder gevoel in benen en onderbuik.

Hoe verloopt zo’n ruggenprik?

Voorbereidingen en controles
U krijgt eerst extra vocht via een infuus. Dit is nodig omdat uw bloeddruk niet te veel mag dalen. Uw hartslag en bloeddruk worden regelmatig gecontroleerd, soms met behulp van automatische bewakingsapparatuur. De harttonen van het kind worden gecontroleerd met een hartfilmpje.

Wie geeft de prik?
Een anesthesioloog geeft de epidurale pijnbestrijding. Dit gebeurt op de verloskamer.

De prik zelf
De anesthesioloog prikt terwijl u op uw zij ligt of voorovergebogen zit. U moet uw rug zo bol mogelijk maken en uw lichaam zo stil mogelijk houden, want daardoor wordt de ruimte tussen de ruggenwervels beter bereikbaar.

De huid op de prikplaats wordt schoongemaakt en plaatselijk verdoofd met een dunne naald. Vervolgens schuift de arts op deze plaats door een andere naald een klein slangetje (katheter) tussen de wervels in de epidurale ruimte. Door inspuiting van verdovingsvloeistoffen worden de zenuwen vervolgens tijdelijk uitgeschakeld.

Wat voelt u ervan?
De prik van de epidurale naald duurt kort en doet door de verdoving van de huid praktisch geen pijn.

Na de prik
Als de katheter eenmaal is aangebracht, kunt u zich weer bewegen.De katheter wordt aangesloten op een pompje waardoor continu een kleine hoeveelheid verdovingsvloeistof loopt. Gemiddeld duurt het vijf tot vijftien minuten voordat u het effect echt merkt.

Verdere controles
Tijdens het verdere verloop van de bevalling vindt regelmatig controle van uw bloeddruk, polsslag, urineproductie en soms ook het zuurstofgehalte in uw bloed plaats. Ook wordt in de gaten gehouden of de pijnstilling voldoende is. Tevens wordt de conditie van uw kind bewaakt.

Wat is het effect van epidurale pijnstilling?

Het is mogelijk dat u vrijwel geen pijn ervaart met epidurale pijnbestrijding. Vaak is het zo dat u de weeën nog voelt maar dat dit acceptabel is. Soms kunnen uw benen slap worden of krijgt u een tintelend doof gevoel in uw buikhuid en/of uw benen. Deze effecten verdwijnen als met de medicijnen wordt gestopt.

De epidurale pijnbestrijding heeft bij ongeveer twaalf procent van de vrouwen onvoldoende resultaat. Dan wordt gekeken of de katheter goed zit en of de verdovingsvloeistof sterk genoeg is. Soms is het nodig om opnieuw te prikken.

De anesthesioloog zoekt altijd naar een evenwicht in de dosering: de pijn moet draaglijk zijn terwijl de bijwerkingen zo klein mogelijk zijn. Op het hoogtepunt van een wee kunt u dus toch nog wat druk of een beetje pijn voelen. Door de ruggenprik krijgt u echter rust en kunt u weer op krachten komen; door vermindering van pijn en angst zou de ontsluiting dan sneller kunnen verlopen.

Hoe gaat de bevalling verder bij epidurale pijnstilling?

Tegen de tijd dat u volkomen ontsluiting heeft krijgt u persdrang, de aandrang om te gaan persen tijdens de wee. Dit kan terwijl u nog steeds de pijnstillende medicatie krijgt toegediend. Soms is de bekkenbodem zodanig verdoofd dat de patiënt het persgevoel niet waarneemt, dan wordt er vaak door de verloskundig zorgverlener besloten om de toediening van medicatie via de peridurale katheter stop te zetten. De medicatie moet uitwerken, soms duurt het een tijdje voordat de spontane persdrang op gang komt. De uitdrijvingsfase kan hierdoor wat langer duren. De kans op een vacuüm- of tangverlossing is iets verhoogd omdat u de persweeën minder goed voelt. De kans op een keizersnede is niet verhoogd.

Is een keizersnede nodig, dan is het eventueel mogelijk de epidurale katheter te gebruiken. Soms kiest de anesthesioloog een ander soort pijnbestrijding: spinale anesthesie, of krijgt u algehele anesthesie (narcose).

Kan epidurale pijnstilling altijd gegeven worden?

Soms kan het enige tijd duren voordat de anesthesioloog naar de verloskamer kan komen, omdat hij/zij nog bezig is met de zorg voor andere patiënten. Wanneer de verwachting is dat de anesthesioloog niet binnen een uur kan komen, kan ter overbrugging een andere vorm van pijnbestrijding geboden worden.

In bepaalde situaties is epidurale pijnstilling onwenselijk, zoals bij stoornissen in de bloedstolling, bij infecties, bij sommige neurologische aandoeningen en bij afwijkingen of eerdere operaties aan de wervelkolom.

Bijwerkingen en eventuele complicaties van epidurale anesthesie

Bloeddrukdaling
Door epidurale anesthesie worden de bloedvaten in de onderste lichaamshelft wijder, waardoor de bloeddruk kan dalen. Om dit te voorkomen krijgt u al voor het inbrengen van de epidurale katheter extra vocht via een infuus.

Bij een te lage bloeddruk kunt u zich niet lekker voelen of duizelig worden; door op uw zij te gaan liggen kunt u de klachten verminderen en verdere daling van de bloeddruk voorkomen. Soms wordt via het infuus medicatie toegediend om uw bloeddruk weer te laten stijgen.

Door de bloeddrukdaling kan eventueel de hartslag van uw baby ook veranderen. Dit wordt zichtbaar op het hartfilmpje.

Blaasfunctie
Door de verdoving van het onderlichaam kunt u bij epidurale pijnbestrijding moeilijk voelen of uw blaas vol is. Ook plassen kan moeilijk zijn. Degenen die u op de verloskamer begeleiden, controleren daarom nauwkeurig of uw blaas niet te vol wordt. Indien nodig zal de verloskundig zorgverlener of de verpleegkundige uw blaas legen met behulp van een blaaskatheter.

Koorts
De kans op het ontwikkelen van koorts (>38 graden) is bij een epiduraal hoger dan bij een bevalling zonder ruggenprik. Bij koorts wordt vaak antibiotica voorgeschreven. Het kan ook noodzakelijk zijn om de baby na de geboorte antibiotica te geven.

Jeuk
Een lichte jeuk is soms een reactie op de gebruikte verdovingsvloeistof. Behandeling is zelden nodig.

Rillen
Het kan gebeuren dat u na het prikken van de epiduraal gaat rillen zonder dat u het koud heeft. Dit is onschuldig en meestal van korte duur. Het rillen ontstaat door veranderingen in uw temperatuurgevoel.

Hoofdpijn
Bij één procent van alle patiënten met epidurale pijnbestrijding komt het voor dat de ruimte rond het ruggenmerg (de spinale ruimte) wordt aangeprikt. Het gevolg is hoofdpijn, die meestal pas de volgende dag optreedt. Het is een vervelende maar onschuldige complicatie.

In de helft van de gevallen zijn eenvoudige maatregelen als rust, medicijnen en veel drinken voldoende om de klacht te verhelpen. In het geval dat de hoofdpijn blijft bestaan, zoekt de anesthesioloog naar een andere oplossing.

Overige complicaties
De kans dat grote hoeveelheden verdovingsvloeistoffen ongewild in bloedbaan of hersenvocht terechtkomen is bijzonder klein. In een dergelijk geval wordt de ademhaling moeilijker; hiervoor is behandeling noodzakelijk.. Om deze en andere redenen wordt u tijdens en na het prikken intensief gecontroleerd.

Rugklachten
Rugklachten tijdens de zwangerschap en rondom de bevalling komen bij vijf tot dertig procent van de vrouwen voor. Rugklachten na een bevalling met epidurale pijnstilling worden niet rechtstreeks door de epidurale katheter veroorzaakt. Ze zijn vermoedelijk eerder te wijten aan een langdurige ongebruikelijke houding tijdens de bevalling met trekkrachten op zenuwen en banden van bekken en wervelkolom. Wel kan de epidurale katheter tijdelijk een beurs gevoel geven op de plaats van de prik.

Voor- en nadelen van epidurale pijnstilling op een rij:

  • Het is de meest effectieve vorm van pijnbestrijding tijdens de bevalling. In principe continu toepasbaar, zowel tijdens de ontsluiting als tijdens het persen. Tijdens het persen wordt de pijnstilling soms stopgezet om het actief meepersen te bevorderen. Hierdoor is het mogelijk dat u tijdens het persen weer enige pijn kunt voelen.
  • Er is uitgebreide bewaking van uzelf en het kind nodig. U krijgt in ieder geval een infuus, een bloeddrukband, een katheter in de rug die op een infuuspomp is aangesloten, altijd continue CTG-bewaking van de conditie van uw baby en soms een blaaskatheter.
  • De kans op ernstige complicaties is zeer gering. Soms kunnen vervelende bijwerkingen optreden die niet ernstig zijn: bloeddrukdaling, hoofdpijn, krachtverlies in de benen, koorts, jeuk, verminderde blaasfunctie. Deze klachten zijn goed behandelbaar en van tijdelijke aard.
  • Voor de bevalling kunt u bijna nooit meer rondlopen; u moet in bed blijven.
  • Bij ongeveer twaalf procent van de vrouwen is het pijnstillende effect onvoldoende.

Spinale anesthesie

Bij de keizersnede is toepassing van zowel de epidurale als de spinale anesthesie mogelijk. Soms vindt een combinatie van beide technieken plaats, maar in de praktijk wordt spinale anesthesie het meest gebruikt bij de keizersnede - zeker als er haast geboden is.

Het voordeel van spinale anesthesie is dat het middel snel werkt en alle onaangename gevoelens onderdrukt die tijdens het opereren kunnen optreden, zoals pijn aan de huid en de spieren en het gevoel van duwen en trekken aan baarmoeder en buikvlies.

Wat is spinale anesthesie?

Bij spinale anesthesie spuit de anesthesioloog via een dunne naald een kleine hoeveelheid verdovingsvloeistof tussen de wervels in de vloeistofruimte die zich om de grote zenuwen heen bevindt. De spinale ruggenprik zelf doet bijna nooit pijn en duurt kort. Soms wordt eerst de huid gevoelloos gemaakt. Een enkele keer kunt u tijdens het prikken een pijnscheut in uw benen voelen.

Al heel snel is het onderlichaam tot ruim boven de navel verdoofd. In het begin voelt u een warm tintelend gevoel in uw benen. Als de prik is ingewerkt, kunt u uw benen niet meer bewegen. De plaats waar de gynaecoloog de snede maakt, is volledig verdoofd.

U heeft tijdens de operatie geen pijn, maar u voelt wel dat de gynaecoloog bezig is om bijvoorbeeld buikspieren opzij te trekken. U bent gewoon bij bewustzijn. Afhankelijk van de omstandigheden is het mogelijk uw kind direct na de geboorte te zien.

Bijwerkingen en eventuele complicaties van spinale anesthesie

Bloeddrukdaling
Hiervoor geldt hetzelfde als wat staat onder epidurale anesthesie.

Benauwd gevoel
Een enkele keer gaat de verdovingsvloeistof omhoog binnen de ruimte waarin gespoten is. Dit kan een benauwd en soms angstig gevoel geven. Angst is niet nodig, omdat de anesthesioloog uw ademhaling intensief controleert en zo nodig ondersteunt.

Hoofdpijn
Bij spinale anesthesie wordt een klein gaatje gemaakt in het vlies dat zich rond het ruggenmerg bevindt. Vrijwel altijd sluit dit gaatje vanzelf, maar een enkele keer blijft er wat vocht uitlekken. Het gevolg is hoofdpijn. De kans hierop is één tot drie procent. Dit is een vervelende maar onschuldige complicatie die behandeld kan worden.

Totaal spinaal blok
Bij een totaal spinaal blok verdooft de verdovingsvloeistof ook het bovenste gedeelte van het lichaam. Zelf ademen is niet mogelijk en de anesthesioloog zal een buisje in uw luchtpijp moeten plaatsen en u narcose moeten geven om u te kunnen beademen. Het is een zeer zeldzame complicatie.

Is spinale anesthesie altijd mogelijk?

Spinale anesthesie is op elk tijdstip van de dag mogelijk, ook als u al weeën heeft.
Een enkele keer vindt de gynaecoloog of de anesthesioloog een ruggenprik onwenselijk, bijvoorbeeld als er erg veel haast bij is of als u een stoornis in de bloedstolling of een infectie heeft. Ook bij bepaalde neurologische aandoeningen en bij afwijkingen of een doorgemaakte operatie aan de wervelkolom wordt liever geen spinale anesthesie gegeven.


Een enkele keer lukt het niet om de verdovende vloeistof op de juiste plek in te brengen. Dan is een keizersnede onder volledige verdoving (narcose) nodig.

Voor- en nadelen van spinale anesthesie op een rij:

  • Bij een keizersnede een goede manier van verdoving waardoor u geen pijn voelt.
  • U bent wakker en kunt de geboorte van uw kind bewust meemaken.
  • De kans op bijwerkingen is gering, de kans op ernstige complicaties heel klein.

Wij hebben de informatie over pijnbestrijding tijdens de bevalling (ruggenprik en Remifentanil-pompje) ook kort samengevat op een overzichtelijke kaart. Deze kaart vindt u ook in het welkomstboek op de kamers
van de Verlos-kraamafdeling.

Contact

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de polikliniek Verloskunde. Telefoonnummer (038) 424 35 55, bereikbaar op werkdagen van 08.30 - 17.00 uur.

Bent u door uw huisarts of medisch specialist doorverwezen naar de polikliniek Gynaecologie in Zwolle, Kampen of Heerde? Of heeft u een vervolgafspraak? Dan bepaalt u voortaan zelf het best passende moment voor uw afspraak.

Heeft u binnenkort een afspraak bij de polikliniek Gynaecologie in Meppel of Steenwijk? Dan vindt u de tijd en plaats waar u wordt verwacht in uw afspraakbevestiging.

Informatie is ook te vinden op www.nvog.nl (rubriek patiëntenvoorlichting) van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie.

Heeft u binnenkort een afspraak? Dan vindt u tijd en plaats waar u verwacht wordt in uw afspraakbevestiging.


4 juli 2017 5623 Ja Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht