ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Radiotherapie bij baarmoeder(hals)kanker

Baarmoeder(hals)kanker komt in Nederland jaarlijks bij ongeveer 2.200 vrouwen voor. Meestal wordt de diagnose gesteld na klachten van abnormaal bloedverlies, zoals tussentijds bloedverlies, bloedingen na gemeenschap (contactbloedingen) of opnieuw optredend bloedverlies na de overgang.

We maken onderscheid tussen kanker van de baarmoeder (endometriumcarcinoom) en baarmoederhalskanker (cervixcarcinoom). Kanker van de baarmoeder komt verreweg het meeste voor en wordt voornamelijk op oudere leeftijd vastgesteld. De afwijking gaat uit van het binnenste slijmvlies van de baarmoeder. Bij baarmoederhalskanker gaat de afwijking uit van het slijmvlies of (meestal) de buitenste bekleding van de baarmoedermond. Er kunnen uitzaaiingen ontstaan in de eierstokken, de lymfeklieren in het kleine bekken of hogerop in de buik.

Behandeling

Bij kanker van de baarmoeder verwijdert de chirurg meestal operatief uw baarmoeder en eierstokken. Soms worden ook de lymfeklieren in het kleine bekken operatief weggehaald. In bepaalde situaties volgt u daarna een aanvullende bestralingsbehandeling. Afhankelijk van het tumorstadium betreft dat een uitwendige bestralingsbehandeling en/of inwendige bestralingen. Zie ook de folder over inwendige bestraling.

Bij kanker van de baarmoederhals kan het zijn dat u niet primair wordt geopereerd, maar dat u een combinatiebehandeling van radiotherapie (uitwendig en meestal ook inwendig) met wekelijks chemotherapie krijgt.

Voorbereiding

Uw eerste bezoek

Tijdens uw eerste bezoek heeft u een gesprek met de radiotherapeut-oncoloog. Dit is de medisch specialist die verantwoordelijk is voor uw bestralingsbehandeling. Aan de hand van de beschikbare gegevens en een lichamelijk onderzoek bespreekt de arts met u het behandelplan en geeft hij uitleg over de bestraling. Tijdens dit gesprek krijgt u veel informatie. Daarom raden wij u aan uw partner of familielid mee te nemen naar dit gesprek, dat ongeveer 45 minuten duurt. Als u medicijnen gebruikt, wilt u deze (of een medicijnlijst) meebrengen?

Voorlichtingsgesprek

Als voorbereiding op de bestraling vindt er een CT-scan plaats. Voorafgaand aan deze CT-scan krijgt u van één van onze voorlichtingslaboranten uitleg over uw behandeling. Zij zal met behulp van beeldmateriaal de gang van zaken nogmaals uitleggen. In alle rust kunt u met haar eventuele onduidelijkheden of vragen over de komende bestralingsbehandeling bespreken. Als u vragen heeft, kunt u, tijdens de duur van de behandeling, te allen tijde een beroep doen op de voorlichtingslaborante.

CT scan

De CT-scan is een röntgenapparaat dat nauwkeurig de plaats van de tumor en de omliggende organen in het lichaam in beeld brengt. De radiotherapeut-oncoloog gebruikt de foto's van de CT-scan om het te bestralen gebied aan te geven. Voordat de CT-scan plaatsvindt, wordt de houding bepaald waarin u bestraald gaat worden. Er worden markeringen en tatoeagepuntjes op uw lichaam aangebracht. Hiermee kunnen we u tijdens de bestralingen in exact dezelfde houding neerleggen.

U mag wel douchen maar geen zeep gebruiken op de bestraalde gebieden. Omdat de CT-scan alleen gebruikt wordt voor plaatsbepaling en berekeningen, krijgt u geen uitslag van dit onderzoek. Het maken van de CT-scan duurt ongeveer twintig minuten.

Het bestralingsplan

Nadat de foto's van de CT-scan zijn ingetekend, wordt een bestralingsplan gemaakt en wordt de benodigde hoeveelheid stralingseenheden berekend. Aangezien het maken van een bestralingsplan en de berekening veel tijd vragen, duurt het vaak een week voordat de bestraling begint. 

Plasvoorschrift

We verzoeken u om met een gevulde blaas te komen zowel voor de CT- scan als voor de bestralingen.
Daarvoor gaat u één uur voor uw afgesproken tijd (meestal thuis) naar het toilet om te plassen. Daarna drinkt u twee of drie glazen water, bij voorkeur (400 ml). U komt naar de afdeling voor uw behandeling en daarna mag u weer plassen. Als uw blaas gevuld is tijdens de bestraling wordt minder gezond weefsel belast en hebt u minder kans op bijwerkingen. 

Bestraling

De laboranten leggen u voor de uitwendige bestralingen met behulp van de tekeningen op uw huid steeds weer in dezelfde houding. Daarbij is het van belang dat u zo stil mogelijk blijft liggen. Het te bestralen gebied wordt met een lichtbundel en de gegevens in de computer nauwkeurig ingesteld. U wordt van verschillende richtingen bestraald, dit kan variëren van drie tot vijftien bestralingsbundels. Als met meerdere bundels vanuit verschillende richtingen bestraald wordt, dan spreken we van de IMRT techniek. De behandelingstijd varieert tussen de tien en twintig minuten. Meer over bestralingstechnieken leest u op de website van radiotherapie.

Tijdens de bestraling zelf ligt u alleen in de bestralingsruimte. De radiotherapeutisch laboranten kunnen u op de monitoren zien en via een intercom horen. Van de bestraling zelf merkt u weinig, u hoort alleen het geluid van het bestralingstoestel. Wanneer de bestralingsdosis is afgegeven, slaat het toestel automatisch af. Als het toestel is uitgeschakeld, is er geen straling meer in de ruimte of in uw lichaam. Door de bestraling wordt u niet radioactief.

De bestraling wordt uitgevoerd door radiotherapeutisch laboranten. Zij zijn speciaal opgeleid om de  bestralingstechnieken toe te passen. Zij zijn ook degenen bij wie u, in eerste instantie, met uw vragen terecht kunt. Als u het op prijs stelt, kan uw partner of begeleider een keer meekijken in de bestralingsruimte. Dit kan in overleg met de laboranten van het bestralingstoestel.

Bijwerkingen

De bijwerkingen van radiotherapie verschillen van patiënt tot patiënt. Het gebied dat bestraald wordt en de hoogte van de bestralingsdosis spelen hierbij een rol. Bijwerkingen kunnen zowel tijdens de bestraling optreden als daarna. Als u vragen heeft neemt u dan bij voorkeur contact op met uw radiotherapeut of de patiëntenvoorlichters.

Algemene bijwerkingen kunnen zijn: vermoeidheid en huidirritatie. Vermoeidheid komt vaak voor als bijwerking van de bestraling en is dus geen direct gevolg van uw ziekte. Deze verdwijnt meestal geleidelijk na beëindiging van de radiotherapie. Huidirritatie heeft meestal te maken met de bestralingsdosis in het bestraalde gebied. De reactie is vaak het sterkst in plooien en daar waar de huid wat vochtig is. De huidreactie kan de eerste week nadat u klaar bent met de behandeling nog toenemen, daarna verdwijnt dit geleidelijk.

Naast algemene bijwerkingen (huidirritatie, vermoeidheid etc.) kunt u enkele bijwerkingen hebben, die met name bij de bestraling van de buik voorkomen, zoals darm- en plasklachten.

Darmklachten

De darm is gevoelig voor straling en er treedt dan ook gemakkelijk irritatie op. U kunt tijdens de behandeling last krijgen van krampen en diarree. Wanneer u ook chemotherapie toegediend krijgt, kan soms obstipatie voorkomen. Deze bijwerkingen zijn van tijdelijke aard. Enkele weken nadat de bestaling is beëindigd, zijn de darmcellen voldoende hersteld. U zult merken dat de klachten verminderen.

Adviezen bij darmklachten

  • Drink veel: 1,5 tot 2 liter per dag.
  • Gebruik vezelrijke voeding, hierdoor wordt het vocht in de darmen gebonden.
  • Melk en zuivelproducten worden vaak slechter verdragen, omdat ze melksuiker (lactose) bevatten.
  • Vermijd een te vette voeding.
  • Vermijd een te sterk gekruide voeding.
  • Wees voorzichtig met uien, prei, koolsoorten, peulvruchten, champignons en selderie vanwege een grotere kans op gasvorming. Gasvorming geeft meer irritatie van de darm.
  • Bloemkool en broccoli veroorzaken in het algemeen minder gasvorming.
  • Vermijd sterk prikkelend fruit zoals sinaasappels.
  • Gebruik geen kauwgom.

Plasklachten

Bij de bestraling van de baarmoeder kan een gedeelte van de blaas in het te bestralen gebied liggen. Dit kan een prikkeling van de blaaswand veroorzaken, waardoor klachten ontstaan. Symptomen kunnen zijn:

  • vaak kleine hoeveelheden plassen
  • steeds weer een dringende behoefte voelen om te plassen
  • een branderig gevoel na het plassen
  • pijn in de onderbuik.

De blaasklachten ten gevolge van de bestraling zijn over het algemeen van tijdelijke aard. De blaaswand zal twee tot drie weken na de behandeling hersteld zijn, waarna de plasklachten in de regel afnemen.  

Adviezen bij plasklachten

  • Drink veel: 1,5 tot 2 liter per dag. Als u vocht inneemt, verdunt de urine zodat de kans op een blaasontsteking afneemt.
  • Vermijd alcoholische dranken.
  • Gebruik niet te veel kruiden.
  • Controleer altijd de kleur van de urine; heel donker gekleurde of roze urine zou op een blaasontsteking kunnen wijzen.

Beïnvloeding vruchtbaarheid en seksuele functie

Bent u nog niet in de overgang, dan betekent de verwijdering van de baarmoeder dat uw menstruatie stopt. Bij verwijdering van uw eierstokken komt er een einde aan de productie van bepaalde geslachtshormonen. Hierdoor komt u vervroegd in de overgang. Net als bij de natuurlijke overgang krijgt u mogelijk last van bijvoorbeeld 'opvliegers', overmatige transpiratie en het afwisselend warm en koud hebben. Het plotseling wegvallen van de hormoonproductie kunnen we opvangen door hormoo'nvervangende medicijnen. Dit gebeurt in overleg met uw behandelend arts. 

Lichamelijke gevolgen

Door de behandeling kan een tekort aan geslachtshormonen ontstaan. De zin in vrijen neemt daardoor af. Het is mogelijk dat de beleving van een orgasme (tijdelijk) moeilijker wordt of anders is. Daarnaast zou uw vagina droger en gevoeliger kunnen worden, waardoor geslachtgemeenschap mogelijk pijnlijk is. Een glijmiddel biedt dan eventueel uitkomst. Wanneer u geen geslachtsgemeenschap heeft, raden wij aan enkele keren per week een inwendige vaselinetampon te gebruiken. U smeert hiervoor een standaard tampon in met neutrale vaseline en brengt deze diep in de vagina in. De tampon mag u naar eigen voorkeur enkele uren overdag of gedurende de nacht in de vagina laten zitten. Dit is vooral in de eerste maand na de bestralingsbehandeling belangrijk. U voorkomt zo namelijk verkleving van de vaginawanden als gevolg van de bestraling. Latere gemeenschap blijft op deze manier mogelijk. Bovendien kan onderzoek van de baarmoedermond of vaginatop door de arts dan nog plaatsvinden.

Onvruchtbaarheid

Bij de operatieve behandeling van baarmoederkanker en van de vroege stadia van baarmoederhalskanker worden uw baarmoeder en eierstokken verwijderd. Dit betekent dat een zwangerschap niet meer mogelijk is. Ook bestralingen en/of chemotherapie hebben vaak tot gevolg dat u uw vruchtbaarheid verliest. Hier is vaak voorafgaand aan de gehele behandeling al aandacht voor door de gynaecoloog.

Contact

Heeft u na het lezen nog vragen, aarzel dan niet deze aan uw behandelend arts of aan de medewerkers van de afdeling Radiotherapie te stellen. Ook kunt u telefonisch contact opnemen, telefoonnummer (038) 424 54 49.

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

Meer informatie

Meer informatie vindt u ook op de volgende websites:


3 augustus 2017 5624 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht