ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Radiotherapie bij blaaskanker

In Nederland krijgen jaarlijks zo’n vijfduizend mensen de diagnose blaaskanker. De meeste patiënten zijn tussen de zestig en tachtig jaar oud. Bij mannen komt blaaskanker vier keer zo vaak voor als bij vrouwen. Roken speelt hoogstwaarschijnlijk een belangrijke rol bij het ontstaan van deze vorm van kanker.

Behandeling

De eerste fase van behandeling is een TURT-operatie waarbij de tumor weggehaald wordt. Wanneer sprake is van een spier-invasieve tumor, dan is een vervolgbehandeling nodig. Wanneer een operatie waarbij de blaas wordt verwijderd niet wenselijk of mogelijk is, dan kan worden gekozen voor een behandeling met radiotherapie, soms gecombineerd met chemotherapie. In deze folder leest u meer over de bestralingsbehandeling (radiotherapie) bij blaaskanker.

Voorbereiding

Uw eerste bezoek

Tijdens uw eerste bezoek heeft u een gesprek met de radiotherapeut-oncoloog. Dit is de medisch specialist die verantwoordelijk is voor uw bestralingsbehandeling. Aan de hand van de beschikbare gegevens en een lichamelijk onderzoek bespreekt de arts met u het behandelplan en geeft hij uitleg over de bestraling. Tijdens dit gesprek, krijgt u veel informatie. Daarom raden wij u aan uw partner of familielid mee te nemen naar dit gesprek, dat ongeveer 45 minuten duurt. Als u medicijnen gebruikt, wilt u dan een actueel medicatieoverzicht meebrengen?

Voorlichtingsgesprek

Ter voorbereiding op de bestraling vindt een CT-scan plaats. Voorafgaand aan deze scan krijgt u van één van onze voorlichtingslaboranten uitleg over uw behandeling. De laborant legt met behulp van een presentatie de gang van zaken nogmaals uit. In alle rust kunt u met de laborant eventuele onduidelijkheden of vragen over de komende bestralingsbehandeling bespreken. Gedurende uw hele behandeltraject kunt u met vragen bij de laboranten terecht.

CT-scan

De CT-scan is een röntgenapparaat dat nauwkeurig de plaats van de tumor en de omliggende organen in het lichaam in beeld brengt. De radiotherapeut-oncoloog gebruikt de beelden van de CT-scan om het te bestralen gebied aan te geven. Voordat de CT-scan plaatsvindt, wordt de houding bepaald waarin u bestraald gaat worden.

Er worden markeringen en tatoeagepuntjes op uw lichaam aangebracht. Hiermee kunnen we u tijdens de bestralingen in exact dezelfde houding neerleggen.

U mag wel douchen, maar geen zeep gebruiken op de bestraalde gebieden. Omdat de CT-scan alleen gebruikt wordt voor plaatsbepaling en berekeningen, krijgt u geen uitslag van deze scan. Het maken van de CT-scan duurt ongeveer 20 minuten.

Het bestralingsplan

Nadat de beelden van de CT-scan zijn ingetekend, wordt een bestralingsplan gemaakt en wordt de benodigde hoeveelheid stralingseenheden berekend. Aangezien het maken van een bestralingsplan en de berekening enige tijd vragen, duurt het vaak een week voordat de bestraling begint.

Plasvoorschrift

Om het bestralingsgebied zo klein mogelijk te houden, verzoeken we u om vóór iedere bestraling (en voor de CT-scan) naar het toilet te gaan en zoveel mogelijk uit te plassen. Wanneer de blaas zo klein mogelijk is, wordt het bestralingsgebied ook zo klein mogelijk en op die manier worden zo min mogelijk gezonde weefsels belast. Hoe minder gezond weefsel wordt belast, hoe kleiner de kans op bijwerkingen is.
Bestraling

Melden

Voor de dagelijkse bestralingen hoeft u zich niet eerst bij de balie te melden. U kunt uw afsprakenmapje in het bakje zetten van het toestel waarop u bestraald wordt en plaatsnemen in de wachtruimte. Via de laboranten krijgt u uw vervolgafspraken mee.

Radiotherapeutisch laboranten

De bestraling wordt uitgevoerd door radiotherapeutisch laboranten. De laboranten begeleiden u tijdens de gehele behandeling. Zij zijn degenen bij wie u, in eerste instantie, met uw vragen terecht kunt. Voor u is het wellicht prettig als steeds dezelfde laboranten voor de bestraling zorgen. Wij streven hiernaar, maar organisatorisch is het niet altijd mogelijk.

Als u het op prijs stelt, kan uw partner of begeleider vanaf de tweede bestraling een keer meekijken in de bestralingsruimte. Dit kan in overleg met de laboranten van het bestralingstoestel. Bij de eerste bestraling is het voor de laboranten prettig om alle tijd en aandacht voor u te kunnen hebben.

Stil liggen

De radiotherapeutisch laboranten leggen u voor de bestralingen met behulp van de tatoeagepuntjes steeds weer in dezelfde houding. Vervolgens gaan ze het voor u gemaakte bestralingsplan uitvoeren. Tijdens de bestraling worden röntgenfoto’s gemaakt of een Cone beam CT-scan, dit is bedoeld om uw houding te controleren. Wanneer blijkt dat een correctie nodig is, gebeurt dit door een kleine tafelverschuiving uit te voeren. U wordt van verschillende richtingen bestraald, dit kan variëren van 3 tot 15 bestralingsbundels. Eén van de technieken die bij bestraling van de blaas wordt toegepast is V-MAT.

Tijdens de bestraling zijn de laboranten buiten de bestralingsruimte. Zij kunnen u via camera’s zien en via een intercom horen. Het kan zijn dat de laboranten binnenkomen nadat een gedeelte van de bestraling is gedaan. Het is van belang dat u stil blijft liggen. Als de laboranten aangeven dat de bestraling is afgelopen, kunt u weer bewegen.

Van de bestraling merkt u weinig, u hoort alleen het geluid van het bestralingstoestel. Als het toestel is uitgeschakeld, is er geen straling meer in de ruimte of in uw lichaam. Door de bestraling wordt u niet radioactief. De behandelingstijd varieert tussen de 5 en 20 minuten.

Bijwerkingen

Zowel tijdens als na de bestraling kunnen bijwerkingen optreden. Deze zijn onder andere afhankelijk van het gebied dat bestraald wordt en de hoogte van de bestralingsdosis. Naast algemene bijwerkingen zoals vermoeidheid en huidirritatie, kunt u als uw blaas bestraald wordt, last krijgen van plas- en darmklachten. Daarnaast gelden er adviezen rond seksualiteit en vruchtbaarheid.

Moeheid

Soms voelen mensen die bestraald worden zich meer vermoeid dan anders. Het dagelijks op en neer reizen naar het ziekenhuis vraagt extra energie. Daarnaast is het lichaam druk om te herstellen van de bestralingen. Zo lang als het goed gaat, kunt u uw dagelijkse bezigheden blijven doen. Zo houdt u uw conditie op peil. Wanneer u merkt dat u vermoeider wordt, kun u overmatige inspanning vermijden en zo nodig wat extra rust nemen.

Adviezen voor huidverzorging

Over het algemeen mag u zich gewoon wassen en douchen. Het is wel verstandig om wat voorzichtiger met de huid in het bestraalde gebied om te gaan:

  • Dep de huid in het bestraalde gebied voorzichtig droog.
  • Gebruik geen zalf zonder overleg.
  • Vermijd broeiende of knellende kleding (zoals nylon of wol) op het bestralingsgebied (katoenen kleding is een goede vervanging).
  • Plak geen pleisters op de bestraalde huid.
  • Ga niet zwemmen en neem geen uitgebreid bad in verband met het voorkomen van een weke huid (wordt gevoeliger voor de straling).
  • Tijdens de bestralingsperiode kunt u de bestraalde huid beter niet aan de zon of de zonnebank blootstellen.

Plasklachten

Bij bestraling van de blaas kan een prikkeling van de blaaswand optreden waardoor klachten ontstaan. Symptomen kunnen onder andere zijn:

  • vaak kleine hoeveelheden plassen
  • telkens een dringende behoefte voelen om te plassen (vaak laat de eerste straal op zich wachten en verloopt het plassen moeilijk)
  • een branderig gevoel na het plassen
  • drang om te plassen zonder dat er urine wordt geloosd
  • pijn in de onderbuik
  • troebele urine.

De blaasklachten die door de bestraling ontstaan, zijn meestal van tijdelijke aard. De blaaswand zal twee tot drie weken na het einde van de behandeling grotendeels hersteld zijn. Wel is het mogelijk dat uw blaas wat krimpt. Hierdoor zult u mogelijk na de behandeling vaker moeten plassen.

Adviezen bij plasklachten

  • Drink veel: 1,5 tot 2 liter per dag. Door het vocht verdunt de urine, zodat de kans op een blaasontsteking afneemt.
  • Vermijd alcoholische dranken.
  • Gebruik niet te veel kruiden.
  • Controleer altijd de kleur van uw urine; heel donker gekleurde of roze urine zou op een blaasontsteking kunnen wijzen.

Darmklachten

Uw darmen zijn gevoelig voor straling en raken gemakkelijk geïrriteerd. U kunt last krijgen van darmkrampen en diarree als een gedeelte van uw darmen mee bestraald wordt. Soms kan diarree gepaard gaan met uitdroging. De gevolgen hiervan zijn bijvoorbeeld een droge mond, droge tong, gerimpelde huid en weinig en donker gekleurde urine. Deze bijwerkingen zijn van tijdelijk aard. Ze treden gewoonlijk op rond de derde of vierde week van de bestraling. Een tot twee weken na afloop van de bestralingsserie zijn uw darmcellen hersteld en verminderen geleidelijk uw klachten.

Adviezen bij darmklachten

  • Drink veel: 1,5 tot 2 liter per dag.
  • Het is raadzaam om vezelrijke voeding te gebruiken. Hierdoor wordt het vocht in de darmen gebonden. 
  • Melk en zuivelproducten zult u vaak slechter verdragen, omdat ze melksuiker (lactose)
    bevatten.
  • Vermijd vette voeding.
  • Vermijd sterk gekruide voeding.
  • Eet geen ontbijtkoek. 
  • Vermijd vers fruit (vooral sinaasappelen) en rauwkost. 
  • De voeding mag geen gasvorming veroorzaken. Vermijd daarom uien, prei, koolsoorten, peulvruchten, champignons, selderie. 
  • Vermijd dranken die gasvorming veroorzaken, zoals koolzuurhoudende dranken en bier.
  • Gebruik geen kauwgom.

Beïnvloeding vruchtbaarheid en seksuele functie bij mannen

In de testikels bevinden zich zaadcellen en hormoonproducerende cellen. Hoewel bij blaaskanker uw testikels niet bestraald worden, kunnen deze toch enige straling ontvangen. Dit heeft geen invloed op uw potentie of vruchtbaarheid. De straling kan wel afwijkingen veroorzaken in de aanwezige zaadcellen. Als u een kinderwens heeft, praat hier dan voorafgaand aan de bestralingen over met uw radiotherapeut. Wij adviseren u om tijdens de bestraling een voorbehoedsmiddel te gebruiken. Heeft u een kinderwens, dan kunt u uw sperma laten invriezen vóór de eerste bestraling. Het ingevroren sperma kan later worden gebruikt. Over het algemeen mag aangenomen worden dat de kans op de aanwezigheid van beschadigde zaadcellen na een jaar is verdwenen. Vanaf dat moment hoeft u geen voorbehoedsmiddelen meer te gebruiken.

Tip
Voor meer informatie over het invriezen van sperma kunt u kijken op de site van de Spermabank van Isala.

Beïnvloeding vruchtbaarheid en seksuele functie bij vrouwen

Wanneer de baarmoeder en eierstokken nog aanwezig zijn, zal de bestraling het functioneren van de eierstokken doen verminderen of helemaal laten verdwijnen. Dit betekent dat de hormoonproductie in de eierstokken wordt uitgeschakeld. Het gevolg hiervan is dat u blijvend onvruchtbaar raakt. Bovendien kunt u in de overgang komen. U kunt last krijgen van klachten als opvliegers, nachtelijk zweten en onregelmatige menstruatie. De overgangsverschijnselen zijn mogelijk van invloed op de zin in vrijen. Ook uw vermogen een orgasme te beleven, vermindert. De bestraling en de verminderde hormoonproductie hebben tot gevolg dat uw vagina droger en gevoeliger wordt. Hierdoor kan de geslachtsgemeenschap pijnlijk voor u zijn. Glijmiddel biedt in dat geval wellicht uitkomst.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de afdeling Radiotherapie:

Zwolle

Radiotherapie
(038) 424 54 49 (bereikbaar op werkdagen van 8.00 tot 17.00 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

Voorlichtingsfilm bestraling

Ter voorbereiding op uw behandeling kunt u de voorlichtingsfilm over bestraling bekijken.

youtube  
 

 

Links

Voor meer informatie kunt u ook andere websites raadplegen:
· www.kwfkankerbestrijding.nl
· www.blaaskankerstichting.nl
· www.nfk.nl voor lotgenotencontact


31 augustus 2017 5625 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht