ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Radiotherapie bij endeldarmkanker

Jaarlijks worden in Nederland zo’n 2500 mensen getroffen door kanker in de endeldarm. De endeldarm is het laatste deel van de dikke darm, die eindigt met de sluitspier en de anus. Het is een vorm van kanker die relatief veel voorkomt. Mannen en vrouwen krijgen vrijwel even vaak kanker in de endeldarm. Hoe hoger de leeftijd, hoe vaker deze kankersoort voorkomt. De ziekte komt vooral in westerse landen voor. We vertellen u graag meer over de behandeling van kanker in de endeldarm.

Behandeling

In de meeste gevallen wordt een tumor van de endeldarm operatief verwijderd.

Kleine tumor

Wanneer u een kleine tumor heeft, zult u voorafgaand aan de operatie een korte voorbestraling ondergaan. Hierbij gaat het vaak om een bestralingsserie van 5 dagen.

Grotere tumor

Bij grotere tumoren vindt voor de operatie een langere voorbestraling plaats, meestal in combinatie met chemotherapie. Deze bestralingsserie varieert van 25 – 30 dagen. Een operatie vindt meestal 6 tot 8 weken nadat de bestralingsbehandeling is afgelopen plaats.

Voorbereiding

Uw eerste bezoek

Bij uw eerste bezoek heeft u een gesprek met de radiotherapeut-oncoloog. Dit is de medisch specialist die verantwoordelijk is voor uw bestralingsbehandeling. Aan de hand van de beschikbare gegevens en een lichamelijk onderzoek bespreekt de arts het behandelplan met u en geeft hij/zij uitleg over de bestraling. Tijdens dit gesprek, krijgt u veel informatie. Daarom raden wij u aan uw partner of familielid mee te nemen naar dit gesprek, dat ongeveer 45 minuten duurt. Als u medicijnen gebruikt, wilt u deze (of een actuele medicijnlijst) dan meebrengen?

Voorlichtingsgesprek

Als voorbereiding op de bestraling vindt er een CT-scan plaats. Voorafgaand aan deze scan krijgt u van één van onze voorlichtingslaboranten uitleg over uw behandeling. De laborant zal met behulp van een presentatie de gang van zaken nogmaals uitleggen. In alle rust kunt u eventuele onduidelijkheden of vragen over de komende bestralingsbehandeling bespreken.

CT- scan

De CT-scan is een röntgenapparaat dat nauwkeurig de plaats van de tumor en de omliggende organen in het lichaam in beeld brengt. De radiotherapeut-oncoloog gebruikt de CT-scan om het te bestralen gebied aan te geven. Voordat de CT-scan plaatsvindt, wordt de houding bepaald waarin u bestraald gaat worden. Er worden markeringen en tatoeagepuntjes op uw lichaam aangebracht. Hiermee kunnen we u tijdens de bestralingen in exact dezelfde houding neerleggen.

U mag wel douchen maar geen zeep gebruiken op de bestraalde gebieden. Omdat de CT-scan alleen gebruikt wordt voor plaatsbepaling en berekeningen, krijgt u geen uitslag van dit onderzoek. Het maken van de CT-scan duurt ongeveer 20 minuten.

Plasvoorschrift

We verzoeken u om met een gevulde blaas te komen zowel voor de CT- scan als voor de bestralingen.
U gaat één uur voor uw afgesproken tijd (meestal thuis) naar het toilet om te plassen. Meteen daarna drinkt u twee tot drie glazen water (in totaal zo'n 400 ml). U komt naar de afdeling voor uw behandeling en daarna kunt u weer gaan plassen. De voordelen van een gevulde blaas tijdens de behandeling zijn:

  • Een gevulde blaas drukt de darmen voor een deel uit het bestralingsgebied en geeft daardoor minder kans op bijwerkingen.
  • Een min of meer gelijke blaasvulling is van belang voor de nauwkeurigheid van de bestralingen.
  • Bij een gevulde blaas wordt in verhouding een kleiner deel bestraald, wat minder irritatie geeft.

Het bestralingsplan

Nadat op de CT-scan is ingetekend, wordt een bestralingsplan gemaakt. Met een computer wordt de optimale manier van bestralen bepaald. Hierbij wordt de gewenste dosis in het tumorgebied toegediend en zo min mogelijk in gezond weefsel. Op deze manier is de kans op bijwerkingen zo klein mogelijk.

Het maken van een bestralingsplan en de berekening vragen tijd en aandacht, daarom duurt het ongeveer een week voordat de bestraling daadwerkelijk start.

Bestraling

Keuze bestralingstoestel

Onze afdeling heeft vier bestralingstoestellen: de Linac 1, Linac 2, Linac 3 en Linac 4. Met deze toestellen kunnen de nieuwste technieken worden toegepast. Meestal wordt u bestraald op hetzelfde toestel, maar er kan ook gewisseld worden. Dit wordt op uw afsprakenbriefje vermeld.

Melden

Voor de dagelijkse bestralingen hoeft u zich niet eerst bij de balie te melden. U kunt uw afsprakenmapje in het bakje leggen van het toestel waarop u bestraald wordt en plaatsnemen in de wachtruimte. Via de laboranten krijgt u uw vervolgafspraken mee.

Radiotherapeutisch laboranten

De bestraling wordt uitgevoerd door radiotherapeutisch laboranten. Zij zijn speciaal opgeleid om de bestralingstechnieken toe te passen. De laboranten begeleiden u tijdens de hele behandeling. Zij zijn degenen bij wie u, in eerste instantie, met uw vragen terecht kunt. Voor u is het wellicht prettig als steeds dezelfde laboranten voor de bestraling zorgen. Wij streven hiernaar, maar organisatorisch is het niet altijd mogelijk. Als u het op prijs stelt, kan uw partner of begeleider vanaf de tweede bestraling een keer meekijken in de bestralingsruimte. Dit kan in overleg met de laboranten van het bestralingstoestel. Bij de eerste bestraling is het voor de laboranten prettig om alle tijd en aandacht voor u te kunnen hebben.

Stilliggen

De laboranten leggen u voor de bestralingen met behulp van de aangebrachte markeringen steeds in dezelfde houding. Het te bestralen gebied wordt met een lichtbundel en de gegevens in de computer nauwkeurig ingesteld. Eén van de technieken die bij bestraling van de endeldarm wordt toegepast is IMRT-techniek. Meer over bestralingstechnieken leest u op de website van radiotherapie.

Tijdens de bestraling verlaten de laboranten de bestralingsruimte. Zij kunnen u via een beeldscherm zien en via een intercom horen. Het is van belang dat u stil blijft liggen totdat de laboranten weer binnenkomen.

Foto’s

Van de bestraling merkt u weinig, u hoort alleen het geluid van het bestralingstoestel. Als het toestel is uitgeschakeld, is er geen straling meer in de ruimte of in uw lichaam. Door de bestraling wordt u niet radioactief. Soms worden voorafgaand aan de bestraling röntgenfoto’s gemaakt om uw houding te controleren. Inclusief het uit- en aankleden neemt de behandeling 10 tot 20 minuten in beslag.

Bijwerkingen

Zowel tijdens als na de bestraling kunnen bijwerkingen optreden. Deze zijn onder andere afhankelijk van het gebied dat bestraald wordt en de bestralingsdosis. Naast algemene bijwerkingen zoals vermoeidheid en huidirritatie kunt u als uw endeldarm bestraald wordt, last krijgen van darm- en plasklachten.

Moeheid

Soms voelen mensen die bestraald worden zich meer vermoeid dan anders. Ook het dagelijks op en neer reizen naar het ziekenhuis vergt extra energie. U kunt daarom het beste overmatige inspanning vermijden en zo nodig wat extra rust nemen. Beweeg als het kan wel regelmatig, vooral in de buitenlucht (wandelen, fietsen, tuinieren, enzovoort). Zo houdt u uw conditie op peil.

Huidreactie

Na enige weken bestralen kan de huid enigszins rood worden en gaan jeuken. Bij de meeste patiënten zal overigens in het geheel geen huidreactie zichtbaar zijn. Een eventuele huidreactie verdwijnt binnen enige weken na afloop van de bestraling.

Adviezen voor huidverzorging

Over het algemeen mag u zich gewoon wassen en douchen. Het is wel verstandig om wat voorzichtiger met de huid in het bestraalde gebied om te gaan:

  • Dep de huid in het bestraalde gebied voorzichtig droog.
  • Gebruik geen zalf zonder overleg.
  • Vermijd broeiende of knellende kleding (zoals nylon of wol) op de huid in het bestralingsgebied (katoenen kleding is een goede vervanging)
  • Plak geen pleisters op de bestraalde huid.
  • Vermijd direct zonlicht en bedek de bestraalde huid als u gebruik wilt maken van de zonnebank.

Frequente ontlasting of diarree

Bij de bestraling van de endeldarm, kunnen de darmen vervelend gaan reageren. De darmen bewegen meer en het gaat rommelen in de buik. Soms gaat dit gepaard met buikkrampen. Het aantal keren dat u naar het toilet moet, neemt toe. Op den duur kan de ontlasting ook dun of waterig worden, al of niet met slijmbijmenging en/of een beetje bloed. Deze bijwerkingen treden meestal op rond de derde of vierde week van de bestraling. Na beëindiging van de behandeling, verminderen en verdwijnen de klachten meestal geleidelijk.

Tips bij frequente, dunne ontlasting:

  • Gebruik meerdere kleine maaltijden per dag.
  • Drink voldoende vocht, een richtlijn is 1,5 tot 2 liter vocht per dag. Dit betekent minimaal 10 glazen of 12 kopjes drinken per dag. Ook soep, vla, yoghurt en dergelijke tellen mee.
  • Neem geen voedingsmiddelen die de darmactiviteit stimuleren zoals vetrijke maaltijden, alcohol, koolzuurhoudende dranken, scherpe kruiden.
  • De voeding mag geen gasvorming veroorzaken. Voedingsmiddelen die (extra) gasvorming veroorzaken zijn: prei, peulvruchten, kool, ui, knoflook, kauwgom. Bloemkool en Chinese kool mogen wel.
  • Gebruik een vezelrijke voeding. Vezels binden het vocht in de ontlasting. Fijne voedingsvezels prikkelen de darm minder dan grove voedingsvezels. Voedingsmiddelen die fijne voedingsvezels bevatten zijn: All Bran®, Nutrigan®, bloem, havermout, griesmeel, maizena, Bambix®, Brinta®, bruinbrood en fijn volkorenbrood, volkorenbeschuit, ontbijtkoek, aardappelen, fijngesneden gekookte groente en zeer fijngesneden rauwkost, geschild en ontpit fruit, vruchtensap.
  • Zure melkproducten (bijvoorbeeld karnemelk) hebben de voorkeur boven zoete melkproducten.
  • Ga ook bij het plassen op het toilet zitten. Hiermee voorkomt u dat het ongewenste verlies van slijm en/of ontlasting uw kleding bevuilt.

Frequent plassen

Bij bestraling van de endeldarm ligt vaak een gedeelte van de blaas in het te bestralen gebied. Daardoor kunnen klachten ontstaan die lijken op die van een blaasontsteking:

  • Vaak kleine hoeveelheden plassen.
  • Steeds een dringende behoefte om te plassen.
  • Een branderig gevoel na het plassen.
  • Pijn in de onderbuik.
  • Troebele urine.

De blaaswand zal 2 tot 3 weken na het einde van de behandeling grotendeels hersteld zijn, waarna de klachten langzaam verdwijnen.

Tips bij plasklachten:

  • Drink veel: 1,5 tot 2 liter per dag. Als u vocht inneemt, verdunt de urine zodat de kans op blaasontsteking afneemt.
  • Neem geen alcoholische dranken.
  • Gebruik niet te veel kruiden.
  • Controleer altijd de kleur van de urine; heel donker gekleurde of roze urine kan op een blaasontsteking wijzen.

Contact

Heeft u na het lezen nog vragen, aarzel dan niet deze aan uw behandelend arts of aan de medewerkers van de afdeling Radiotherapie te stellen. Ook kunt u telefonisch contact opnemen, telefoonnummer (038) 424 54 49.

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

Voorlichtingsfilm bestraling

Ter voorbereiding op uw behandeling kunt u de voorlichtingsfilm over bestraling bekijken.

Links

Voor meer informatie kunt u ook andere websites raadplegen:
www.kankerbestrijding.nl: darmkanker, radiotherapie
www.kanker.nl: Vereniging Leven met kanker, informatie over patiëntenorganisaties
www.spks.nl: lotgenotencontact


2 augustus 2017 5627 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht