ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Radiotherapie bij een halstumor

Radiotherapie is een behandeling van kanker door middel van bestraling. Tumoren in het hoofd-halsgebied komen in Nederland iets minder vaak voor dan andere soorten kanker.

Behandeling

Radiotherapie maakt gebruik van straling die wordt opgewekt met een hoge elektrische energie. Deze straling dringt diep door in het weefsel en veroorzaakt schade aan de cel. Gezonde cellen herstellen beter van deze aangerichte schade dan tumorcellen. De behandeling van de tumor in het halsgebied is bij iedere patiënt anders. Bij grotere tumoren vindt meestal een combinatie van een operatie en radiotherapie plaats. Soms krijgt u ter versterking van het effect van de bestraling ook chemotherapie. Vaak wordt in overleg met u en andere specialisten bepaald wat voor u de beste behandeling is.

Voor uw eerste afspraak kunt u zich melden bij de balie van de afdeling Radiotherapie. Tijdens het eerste gesprek bespreekt uw radiotherapeut-oncoloog het behandelplan met u. De arts legt uit waarom u radiotherapie krijgt, welk gebied bestraald gaat worden, hoeveel bestralingen u zult krijgen en bespreekt welke bijwerkingen kunnen ontstaan. Wij raden u aan uw partner, vriend of familielid mee te nemen naar dit gesprek omdat u veel informatie krijgt. Het gesprek duurt ongeveer 45 minuten. Als u medicijnen gebruikt, wilt u deze (of een actuele medicijnlijst) dan meebrengen?

Voorbereiding

Voorlichtingsgesprek en masker

Na het gesprek met de radiotherapeut, volgen er afspraken ter voorbereiding op de bestraling. Deze afspraken worden ter plekke met u gemaakt of op een later tijdstip telefonisch met u afgesproken.
Op de afdeling Radiotherapie heeft u een voorlichtingsgesprek. Tijdens dit gesprek legt een voorlichtingslaborant u uit hoe de behandeling verloopt. In een presentatie komt vooral de praktische gang van zaken aan bod. Ook kunt u in alle rust uw eventuele vragen over de komende bestralingsbehandeling met de laborant bespreken. Gedurende uw hele behandeltraject zijn de laboranten uw eerste aansprekingspunt als u vragen heeft.

Na het voorlichtingsgesprek wordt een bestralingsmasker bij u op maat gemaakt. Het masker zorgt ervoor dat u zich tijdens de bestraling niet kunt bewegen zodat de bestraling nauwkeurig uitgevoerd wordt. Het masker is gemaakt van kunststof dat zacht wordt door het te verwarmen in een bak warm water. Daarna wordt het materiaal op uw hoofd en schouders gelegd en gevormd. Uw mond en neus blijven vrij zodat u normaal kunt ademhalen. Vervolgens moet het masker afkoelen en krijgt het dezelfde vorm als uw hoofd en schouders. Het maken van het masker duurt ongeveer 20 minuten en daarna volgt de CT-scan (Computer Tomografie).

CT-scan en bestralingsplan

Om de plaats van de tumor en de omliggende organen in beeld te brengen, wordt er een CT-scan gemaakt. Eventueel wordt hierbij ook een contrastmiddel toegediend via een infuus in de arm. Tijdens de scan ligt u in dezelfde houding als bij de bestralingen. Het masker wordt weer bij u opgezet en vervolgens brengen we daar lijnen op aan die nodig zijn om u elke keer precies op dezelfde plek te bestralen. De radiotherapeut geeft op de scan het te bestralen gebied aan en vervolgens wordt door een laborant het bestralingsplan gemaakt. Aangezien het maken van een bestralingsplan tijd vraagt, duurt het vaak een week voordat de bestraling begint. Omdat de CT-scan alleen voor plaatsbepaling en berekeningen wordt gebruikt, krijgt u geen uitslag van dit onderzoek. Het maken van de CT-scan duurt ongeveer 30 minuten.

Bestraling

Onze afdeling heeft vier bestralingstoestellen: de Linac 1, Linac 2, Linac 3 en Linac 4. Meestal wordt u bestraald op hetzelfde toestel, maar het kan voorkomen dat er gewisseld wordt, tussen Linac 1 & 4 of Linac 2 & 3. Dit wordt op uw afsprakenbriefje vermeld. Voor de dagelijkse bestralingen hoeft u zich niet eerst bij de balie te melden. U kunt uw afsprakenmapje in het bakje leggen van het toestel waarop u bestraald wordt en plaatsnemen in de wachtruimte. Via de laboranten krijgt u uw vervolgafspraken mee.

De laboranten leggen u voor de bestraling met behulp van de lijnen op het masker steeds in dezelfde houding. Daarbij is het van belang dat u stil blijft liggen. De bestraling begint met het maken van een scan of röntgenfoto. Daarmee wordt gecontroleerd of de bestraling precies zo wordt uitgevoerd zoals berekend is met behulp van de eerste CT-scan. Als het doelgebied niet precies op de goede plaats ligt (soms millimeters verschil), kunnen we uw ligging iets aanpassen door de tafel waarop u ligt te verschuiven. U wordt vanuit verschillende richtingen bestraald, dit kan variëren van twee tot vijftien bestralingsbundels. De behandelingstijd varieert tussen de 10 en 20 minuten. Tijdens de bestraling ligt u alleen in de bestralingsruimte. De laboranten zien en horen u via monitoren en de intercom. Van de bestraling zelf merkt u weinig, u hoort alleen het geluid van het bestralingstoestel. Als het toestel is uitgeschakeld, is er geen straling meer in de ruimte of in uw lichaam. Als u het op prijs stelt, kan een familielid of begeleider, in overleg met de laboranten, een keer meekijken in de bestralingsruimte. Liever niet bij de eerste bestraling omdat we dan alle aandacht voor u willen hebben.

Bijwerkingen en adviezen

De bijwerkingen van radiotherapie verschillen per persoon. Ook het gebied dat bestraald wordt en de dosis die u krijgt, zijn daarbij van invloed. Bijwerkingen kunnen zowel tijdens als na de bestraling optreden. Bijwerkingen die vooral bij de bestraling van de hals voorkomen zijn:

  • mondslijmvliesontsteking
  • verminderde speekselproductie
  • slikklachten
  • heesheid
  • verminderde eetlust.

Mondslijmvliesontsteking

Wanneer uw mond- en/of keelholte in het bestralingsgebied ligt, kunt u last krijgen van een pijnlijke mond en keel. Deze kunnen er rood en gezwollen uitzien, branderig aanvoelen of er kan zich een witte of gele aanslag vormen. Uw mond kan overgevoelig zijn voor hete, koude en erg gekruide gerechten. Het kauwen, slikken en praten is daarnaast soms pijnlijk. Een mondslijmvliesontsteking is van tijdelijke duur. Meestal treedt de ontsteking op rond de tweede week van de bestraling. Binnen vier weken na het einde van de bestraling is de ontsteking weer genezen. Klachten als een drogere mond en keelholte kunnen wel blijven aanhouden.

Adviezen bij mondslijmvliesontsteking

  • Zorg voor een goede mondhygiëne.
  • Rook niet.
  • Drink regelmatig kleine hoeveelheden.
  • Bij een pijnlijke mond kan het prettig zijn om met een dik, kortgeknipt rietje te drinken en met een kleine (plastic) lepel te eten.
  • Vermijd koolzuurhoudende dranken en alcoholische dranken.
  • Sinaasappel(sap) en grapefruit(sap) kunnen te scherp zijn. Kies liever minder zuur fruit zoals aardbeien, peer, perzik, banaan en meloen of drink een limonadesiroop die rijk is aan vitamine C.
  • Fruit en vruchtensap worden verzacht door toevoeging van een melkproduct.
  • Laat warme dranken en maaltijden afkoelen tot kamertemperatuur.
  • Soms zijn ijs en koude dranken prettig om te eten en drinken.
  • Vermijd harde producten die het mondslijmvlies kunnen beschadigen. Noten kunnen worden fijngemalen of fijngehakt. Krokante voedingsmiddelen en harde (brood)korsten worden zachter door ze in melk, bouillon of soep te dopen. Ga eventueel (tijdelijk) over op gemalen of vloeibare voeding.
  • Wees extra voorzichtig met botjes en graten.
  • Vermijd zoute producten als gerookte vleeswaren, gerookte vis, bouillon, zoutjes, chips, gezouten pinda’s en zoute drop.
  • Vermijd scherpe kruiden en specerijen zoals peper, mosterd, sambal en knoflook. Groene kruiden zijn meestal niet hinderlijk.

Verminderde speekselproductie

Wanneer de speekselklieren zich in het bestralingsgebied bevinden, zult u minder speeksel produceren. Het speeksel kan ook dikker en zuurder zijn waardoor u last kunt krijgen van een droge mond. Bovendien proeft u minder goed en gaat slikken moeizamer. Het speeksel zal uw mond en tanden minder goed reinigen en beschermen. U heeft daardoor een grotere kans op tandbederf.
De verandering van het speeksel treedt meestal op na de eerste week van de bestraling. Naarmate de behandeling vordert, zult u dit duidelijker merken. Deze klachten verbeteren meestal enkele weken na het einde van de behandeling. Het kan zijn dat de kwaliteit van uw speeksel blijvend verminderd is. Het is dus erg belangrijk dat u uw tanden extra goed verzorgt. Uw radiotherapeut kan u in de meeste gevallen doorverwijzen naar een mondhygiënist. Een mondhygiënist kan u vertellen hoe u uw mond het beste kunt verzorgen en u fluor voorschrijven om het glazuur te beschermen.

Adviezen bij verminderde speekselproductie

  • Houd uw mond vochtig. In een vochtige mond zijn uw tanden beter beschermd tegen de zuurinwerking van speeksel.
  • Drink anderhalf tot twee liter vocht per dag.
  • Neem bij het eten voortdurend kleine slokjes water of een andere drank, zodat vast voedsel bij het kauwen vochtig wordt en u het eten makkelijk kunt wegkrijgen.
  • Zuig op ijsblokjes, waterijs, milde pepermunt of kauw op kauwgom. Neem het liefst suikervrij en zuurvrij snoepgoed. Of kauw op friszure producten zoals komkommer, appel, tomaat, augurk of uitjes in het zuur.
  • Spoel uw mond zorgvuldig na elke maaltijd en na het gebruik van suikerrijke of zure producten.
  • Poets uw tanden drie keer per dag grondig, gedurende enkele minuten. Gebruik daarbij een zachte tandenborstel en een kleurloze tandpasta met fluor. Het is vooral belangrijk om voor het slapengaan te poetsen.
  • Vermijd het drinken van alcohol en koolzuurhoudende dranken.
  • Vermijd rook en rook zelf ook niet.

Slikklachten

Bij bestraling van het hoofd, de hals of het bovenste deel van de borstkas kan slikken pijnlijk worden. Dat komt doordat een deel van de keelholte of de slokdarm meebestraald wordt. De pijn begint meestal rond de derde week van de bestraling en neemt geleidelijk toe. Al enkele dagen na afloop van de bestralingsserie vermindert de pijn. Na twee tot vier weken zult u helemaal geen pijn bij het slikken meer hebben.

Adviezen bij slikklachten

  • Snijd voedsel heel fijn of pureer het.
  • Gebruik brood zonder korst met smeerbaar beleg. Of kies voor zachtere broodsoorten of cake of donuts. Het kan ook helpen om bij elke hap een slok drinken te nemen. In plaats van brood kunt u ook drinkontbijt, pap, vla, kwark en dergelijke eten.
  • Pastagerechten zijn vaak glad en minder droog waardoor ze makkelijker naar binnen glijden.
  • Kies zacht vlees of zachte vis. Denk ook eens aan ragout, een eiergerecht of vegetarische producten zoals tahoe of tempeh.
  • Rauwkost is vaak te hard. Zachte groentesoorten zijn bijvoorbeeld: andijvie, bloemkool, broccoli, koolsoorten, sperziebonen, witlof, worteltjes, spinazie en doperwten. Voeg een klontje boter en/of een groentesausje toe.
  • Hete dranken of gerechten worden vaak minder goed verdragen dan gerechten op kamertemperatuur. Koude dranken of gerechten zijn vaak heel aangenaam.
  • Ga niet onnodig snel over op vloeibare voeding, want kauwen heeft een gunstige invloed op de smaak en speekselproductie.

Heesheid

Bij bestraling van de hals is het mogelijk dat uw stembanden licht opzwellen. Daardoor kunt u hees worden. Gewoonlijk vermindert de heesheid ongeveer twee weken na het einde van de bestralingsserie. Binnen drie maanden zal uw heesheid volledig verdwenen zijn.

Adviezen bij heesheid

  • Gun uw stembanden rust: praat zo weinig mogelijk, praat heel zacht, probeer de keel niet te schrapen.
  • Vermijd alcohol en koolzuurhoudende dranken.
  • Vermijd rook en rook zelf ook niet.
  • Vermijd grote temperatuurverschillen.

Verminderde eetlust

U kunt een verminderde eetlust hebben. Bijvoorbeeld omdat u last heeft van slijmvliesirritatie, maar ook door vermoeidheid, angst of neerslachtigheid. Bij bestraling van het hoofd-halsgebied kunnen bovendien uw smaak- en reukpapillen minder goed werken. Bepaalde gerechten smaken dan anders dan gewoonlijk. Toch is het belangrijk dat u goed blijft eten, want u heeft extra energie nodig voor uw herstel. De verminderde eetlust treedt meestal op vanaf de tweede week van de bestralingsserie en zal na afloop weer verdwijnen.

Adviezen bij verminderde eetlust

  • Eet vaak kleine maaltijden. Wanneer uw eetlust is verminderd, is het vaak prettiger om het eten wat meer over de dag te spreiden.
  • Eet vaker tussendoortjes.
  • Zorg dat de maaltijd er zo aantrekkelijk mogelijk uitziet. Een kleurige en gevarieerde maaltijd nodigt uit tot eten.
  • Breng variatie in de smaak van de maaltijden.
  • Probeer zo veel mogelijk verschillende producten uit.
  • Kies calorierijke producten, zodat wat u eet en drinkt zo veel mogelijk energie en andere voedingsstoffen bevat.
  • Neem wat bouillon voor de maaltijd. Dit kan de eetlust verhogen. Gebruik bij voorkeur een kleine portie, bijvoorbeeld een half glas. Geen trek in een hele maaltijd? Dan kan bouillon u toch een vol gevoel geven.

Contact

Heeft u nog vragen, aarzel dan niet deze aan uw behandelend arts of aan de medewerkers van de afdeling Radiotherapie te stellen. Ook kunt u bellen met de afdeling Radiotherapie:

Zwolle

Radiotherapie
(038) 424 54 49 (bereikbaar op werkdagen van 8.00 tot 17.00 uur

Links

Voor meer informatie kunt u ook andere websites raadplegen:·        

Voorlichtingsfilm bestraling

Ter voorbereiding op uw behandeling kunt u de voorlichtingsfilm over radiotherapie bij hersentumren bekijken.

youtube  
 

31 augustus 2017 5628 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht