ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Verwijderen van de blaas en het maken van een nieuwe

Informatie over de operatie

De aanleiding voor een operatie waarbij de blaas wordt verwijderd, is vaak een kwaadaardig gezwel. Ook andere ziekten van de blaas kunnen dit noodzakelijk maken. Binnenkort ondergaat u een operatie, waarbij de blaas wordt verwijderd en er een nieuwe blaas door middel van een darm wordt gemaakt. Hier informeren wij u over de gang van zaken, zodat u zich beter op de ingreep kunt voorbereiden.

Uitleg

Binnenkort ondergaat u een operatie waarbij uw blaas wordt verwijderd. In overleg met uw behandelend arts heeft u ervoor gekozen om de blaas te laten vervangen door een reservoir, gemaakt van darm, dat op de plaats van uw oorspronkelijke blaas wordt aangelegd. Bij deze operatie maakt de uroloog een snee van vlak boven de navel naar het schaambeen. Als er sprake is van een kwaadaardige afwijking verwijdert de uroloog, voordat hij/zij de blaas wegneemt, eerst de lymfeklieren die in de buurt van de blaas zitten.

Tegenwoordig worden zo veel mogelijk lymfeklieren verwijderd omdat hiermee eventuele kleine uitzaaiingen worden meegenomen. Alleen als de uroloog tijdens de operatie vermoedt dat het om uitgebreide uitzaaiingen gaat, worden de lymfeklieren direct opgestuurd voor onderzoek. Als er dan uitzaaiingen aanwezig zijn, wordt de operatie beëindigd. De consequentie hiervan bespreekt de uroloog na de operatie met u.

Als er geen uitzaaiingen in de lymfeklieren aanwezig zijn, gaat de uroloog verder met de operatie. Hij/zij maakt dan eerst de urineleiders los van de blaas. Hierna wordt de blaas verwijderd. Bij de man wordt ook de prostaat verwijderd en soms de plasbuis als de tumor ook hierin zit. Bij de vrouw worden soms ook de baarmoeder, de eierstokken en een deel van de schede verwijderd (als de tumor dichtbij zit).

Vervolgens maakt de uroloog uit een stuk dunne darm een blaasvervanging. Hierin worden de urineleiders geplaatst waarna de nieuwe blaas op de plasbuis wordt aangesloten. Als u nog een blindedarm heeft, wordt deze tijdens de operatie verwijderd. Dit gebeurt omdat later bij een eventuele blindedarmontsteking, de blindedarm niet meer zo makkelijk operatief te verwijderen is doordat er littekenweefsel is ontstaan.

Belangrijk: Als de blaas wordt verwijderd voor een goedaardige afwijking, is het niet nodig om tijdens de operatie de lymfeklieren te onderzoeken en zal de operatie gewoon doorgaan.

 
Afbeelding 1: Voor de operatie en na de operatie


Voor de operatie

Afspraak stomaverpleegkundige

Nadat u met uw behandelend uroloog heeft besproken dat u een operatieve ingreep zult ondergaan, maken wij een afspraak voor u met de stomaverpleegkundige. Zij zal u uitleg geven over een blaasvervanging. Ook zal zij met u spreken over een gewoon stoma. Dit laatste is noodzakelijk omdat in een enkel geval blijkt dat het maken van een nieuwe blaas technisch niet mogelijk is. Het is beter als u dan van tevoren voorbereid bent op een gewoon stoma. Uw partner en/of familie zijn ook van harte welkom bij dit gesprek.

Preoperatief onderzoek

Voorafgaand aan de operatie heeft u een afspraak met de anesthesioloog. Dit noemen wij een preoperatief onderzoek. De anesthesioloog is verantwoordelijk voor de verdoving (anesthesie) tijdens de operatie. Tijdens het preoperatief onderzoek verzamelt de anesthesioloog gegevens over uw gezondheid. Dit is nodig om eventuele risico’s uit te sluiten. De anesthesioloog zal u onder andere vragen of u al eerder geopereerd bent en of u medicijnen gebruikt. Als u medicijnen gebruikt, neemt u deze in de originele verpakking mee naar uw afspraak. Of u vult de gegevens in op het preoperatief formulier dat u van de secretaresse heeft gekregen. In het voorlichtingsmateriaal ‘Anesthesie’ vindt u meer informatie over de verdoving.

Oproep voor opname

Ongeveer één week vóór uw operatie neemt de planningscoördinator van de polikliniek Urologie telefonisch contact met u op. Zij geeft u de opnamedag, het opnametijdstip en de operatiedag door. Deze gegevens staan ook op de afspraakbevestiging, die wij u per post zullen opsturen.

Wanneer u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, zal de planningscoördinator namens de uroloog doorgeven wanneer u daarmee stopt. Ook zal zij u vragen om bij opname de medicijnen die u gebruikt, in originele verpakking mee te nemen naar het ziekenhuis.

Heeft u vragen over uw opnameperiode, dan kunt u deze stellen aan de planningscoördinator
via telefoonnummer (038) 424 24 40. De planningscoördinator is bereikbaar op werkdagen tussen 13.00 uur en 14.00 uur.

Voorbereiding thuis

Ter voorbereiding op uw opname kunt u ‘Opname in Isala’ lezen. Dit voorlichtingsmateriaal heeft u gekregen van de secretaresse van de urologen. Als u deze informatie niet heeft ontvangen, neemt u dan gerust contact op met de polikliniek Urologie.

Niet ontharen

Vanaf zeven dagen voorafgaand aan de operatie mag u het operatiegebied niet meer zelf ontharen met tondeuse, scheermesje of ontharingscrème, omdat u daarmee het risico op infecties na de operatie vergroot. Als de arts van mening is dat in uw situatie het operatiegebied toch onthaard moet worden, dan doet de operatieassistent dit vlak voor de operatie met een speciale tondeuse.

Dag vóór de operatie

U wordt één dag voor de operatie opgenomen op verpleegafdeling. Meldt u zich op de afgesproken tijd bij de centrale balie in de centrale hal. Een gastheer of – vrouw brengt u vervolgens naar de verpleegafdeling. Op de verpleegafdeling heeft u een gesprek met een verpleegkundige over de gang van zaken op de afdeling. Aansluitend krijgt u een korte rondleiding. De medicijnen die u gebruikt en meegenomen heeft naar het ziekenhuis, kunt u afgeven aan de verpleegkundige. Zij zal vragen wie als contactpersoon voor u wil optreden. De verpleegkundige zal u zo veel mogelijk gedurende uw opnameperiode begeleiden.

Voorbereidingen stoma

De plaats waar de stoma zal komen (als het technisch onmogelijk blijkt te zijn om een blaasvervanging aan te leggen), wordt door de stomaverpleegkundige bepaald. Om u te laten wennen aan de nieuwe situatie, brengt de stomaverpleegkundige vervolgens een met water gevuld zakje aan op de plaats waar de stoma wordt aangelegd. Uw behandelend arts of zaalarts komt deze dag bij u langs om de plaats van de stoma te controleren en om te kijken hoe het met u gaat. Heeft u nog vragen over uw operatie of behandeling, stelt u deze gerust. De arts zal u graag te woord staan.

Informatie over mogelijke opname op de afdeling Intensive Care (IC)

Gezien de grootte van de operatie kan het zijn dat u na de operatie voor één à twee dagen op de afdeling Intensive Care (IC) zal worden opgenomen. Een medewerkster van de dienst Patiëntenbetrekkingen komt bij u langs om u hierover te informeren.

Bezoek fysiotherapeut

Het is belangrijk dat u na de operatie uw ademhaling goed kunt beheersen. Daarom komt ook de fysiotherapeut bij u langs om enkele ademhalingsoefeningen met u door te nemen.

Voorbereiding op de operatie

Op de dag van opname bereidt een verpleegkundige u voor op de operatie. U wordt gelaxeerd, omdat u darmen schoon moeten zijn. Dagelijks krijgt u een prik (Fraxiparine) om trombose te voorkomen.

U krijgt deze dag een zogenoemd vloeibaar dieet. Voor de operatie bent u vanaf 24.00 uur ’s nachts nuchter.

Dag van de operatie

Op de dag van de operatie krijgt u ’s ochtends medicijnen (premedicatie) die voorgeschreven zijn door de anesthesioloog, zodat u zich beter kunt ontspannen. Wanneer u aan de beurt bent, brengt een verpleegkundige u naar de operatiekamer. U ontmoet hier de anesthesioloog. U heeft hem of één van zijn/haar collega’s gesproken tijdens het preoperatief onderzoek.

Hiervoor heeft u al gelezen hoe de operatie zal verlopen. Gemiddeld duurt de operatie zeven uur.

Na de operatie

Na de operatie gaat u voor korte tijd naar de uitslaapkamer (recovery). Als u weer voldoende bij kennis bent en de controles van bijvoorbeeld bloeddruk en ademhaling in orde zijn, gaat u meestal een dag naar de afdeling Intensive Care en daarna terug naar de verpleegafdeling.

Wanneer u weer op de verpleegafdeling bent, begint de periode van herstel. De verpleegkundige zal regelmatig uw bloeddruk, pols en temperatuur meten. Dagelijks komt de uroloog of zijn/haar assistent
bij u langs om te kijken hoe het met u gaat en om eventuele vragen te beantwoorden.

Tijdens en na de operatie zijn er verschillende slangetjes en katheters bij u geplaatst. Dit zijn:

  • Een maagsonde, die is geplaatst omdat uw maag-darmkanaal na de operatie niet optimaal functioneert. Om te voorkomen dat u na de operatie last heeft van misselijkheid en braken, wordt de maagsonde in de neus aangebracht. Op deze manier wordt het overtollige maagsap afgevoerd. Afhankelijk van het herstel blijft dit slangetje meerdere dagen zitten.
  • Één slangetje dat het wondvocht afvoert (wonddrain).
  • Uw voeding krijgt u toegediend door middel van een slangetje dat tijdens de operatie via de huid in de darm is aangebracht. Dit voedingsinfuus blijft ongeveer veertien dagen zitten.
  • Twee katheters (slangetjes) die via de plasbuis en via de buik in uw nieuwe blaas zijn gebracht. Ook zijn via de buik twee kathetertjes, die in de urineleiders liggen, naar buiten geleid. Deze laatste kathetertjes worden ongeveer een week na de operatie verwijderd. De katheters die in de nieuwe blaas liggen, worden een aantal malen per dag gespoeld omdat de darm slijm kan produceren dat de katheters kan verstoppen.

U blijft op verpleegafdeling totdat u weer naar huis gaat. Dagelijks neemt de verpleegkundige met u de verpleegkundige zorg door.

Een verpleegkundige verwijdert de hechtingen van de wond rond de twaalfde dag na de operatie.

Herstel

Ongeveer twee weken na de operatie wordt via één van de katheters een foto van uw nieuwe blaas gemaakt. Als de blaas waterdicht is, wordt de katheter uit de plasbuis verwijderd en zal een foto worden gemaakt om te zien hoe de aansluiting op de plasbuis is. Vervolgens zult u zelf weer gaan plassen en wordt gekeken of de blaas goed leegkomt. Zo nodig wordt u geleerd zelf te katheteriseren en de blaas te spoelen.

Als de blaas goed leegkomt, wordt opnieuw een slangetje via de plasbuis ingebracht en de slang via de buik verwijderd. Als het gaatje in de buik dicht is (meestal na één tot anderhalve dag) wordt de katheter in de plasbuis verwijderd.

Mocht na twee weken de nieuwe blaas nog niet helemaal waterdicht zijn en uw verdere toestand dit toelaten, dan kunt u met de katheter naar huis. Het maken en beoordelen van de foto’s door de uroloog wordt dan na drie weken herhaald. Als de foto’s er goed uitzien, volgt een heropname van twee tot drie dagen waarin bovenstaande procedure (foto maken, zelf plassen, etc.) wordt herhaald.

Problemen en complicaties

Een grote operatie als deze geeft een verhoogde kans op een aantal problemen in de eerste periode na de operatie. Zo duurt het over het algemeen vrij lang voordat maag en darmen weer goed werken. De maagslang zal soms dan ook lang blijven zitten. Als de darmen weer gaan werken, kan dit tot buikkrampen en diarree leiden. Ook een periode met verhoging of soms zelfs met koorts is niet ongebruikelijk. Tot slot kan lekkage langs of via een van de vele slangetjes optreden.

Weer naar huis

Als u voldoende bent hersteld, kunt u weer naar huis. De inhoud van uw nieuwe blaas is in het begin nog niet erg groot. Het duurt ongeveer een halfjaar tot een jaar totdat deze zijn maximale capaciteit heeft bereikt. In het begin zult u dan ook wat vaker moeten plassen. Ook kan het vooral ’s nachts voorkomen dat uw blaas toch wat te veel gevuld is en u wat urine verliest. Zoals gezegd, is dit over het algemeen een tijdelijk probleem; slechts in zeldzame gevallen houdt u problemen met het ophouden van de urine.

Wel kan het noodzakelijk zijn om ook na het verwijderen van de slangetjes de blaas regelmatig te spoelen in verband met eerdergenoemde slijmvorming. Omdat er op dat moment geen katheters meer in de blaas zijn, moet u bereid zijn zelf aan te leren om een kathetertje in de blaas te brengen voor spoeling van de blaas. Dit kan dan de eerste tijd na de operatie soms meerdere malen per dag nodig zijn.

Omdat na grote operaties in de onderbuik het risico op trombose verhoogd is, is het verstandig tot zes weken na ontslag door te gaan met de prikjes Fraxiparine om trombose te voorkomen.

Soms kunnen (afval)stoffen uit de urine weer via de nieuwe blaas in het bloed terechtkomen. Dit kan gebeuren doordat de nieuwe blaas van darm gemaakt is en darm bedoeld is om stoffen uit het voedsel
op te nemen. Om dit te corrigeren krijgt u bij ontslag medicijnen mee. Vaak past het lichaam zich aan de nieuwe situatie aan. Tijdens de poliklinische controles zal de uroloog kijken of de medicijnen
verminderd kunnen worden.

Als na het verwijderen van de katheters blijkt dat u veel problemen heeft met urineverlies, regelt de fysiotherapeut van het ziekenhuis een vervolgafspraak met een bekkentherapeut in de buurt van uw
woonplaats.

Seksualiteit

Bij de man zal, gezien de aard van de operatie, vrijwel altijd impotentie optreden. Uw arts kan u in een later stadium adviseren over een mogelijke behandeling van deze klachten.
Bij de vrouw kan, als ook de baarmoeder is verwijderd, de beleving van seksualiteit veranderd zijn. Voor sommige vrouwen verandert het orgasme niet, andere merken een duidelijke verandering: het duurt langer voor het zover is, het orgasme is korter en minder intens of komt helemaal niet.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Stelt u die dan gerust aan uw behandelend uroloog, een verpleegkundige van de afdeling of de stomaverpleegkundige. Als u thuis bent, kunt u contact opnemen met de polikliniek Urologie op telefoonnummer (038) 424 27 40, met de verpleegafdeling via nummer (038) 424 12 56 of met de stomaverpleegkundige via (038) 424 73 56.


19 maart 2017 5720 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht