ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Voetoperatie scheve grote teen (hallux valgus)

Informatie vóór de operatie

Bij een scheve grote teen (hallux valgus) kan de orthopedisch chirurg een voetoperatie adviseren die als doel heeft de bestaande klachten te laten verminderen. U wordt binnenkort voor deze ingreep opgenomen. Hier geven wij u algemene informatie over de chirurgische procedure en adviezen voor de periode daarna.

Reden van operatie (indicatie)

De juiste reden voor de operatie is pijn; het is in beginsel geen cosmetische ingreep. Deze pijn komt door de druk die de scheve stand in de schoen geeft. De grote teen wijst naar buiten waardoor er aan de binnenkant een zwelling (soort knobbel, knok, bunion) ontstaat waarbij een slijmbeursirritatie ook roodheid kan
geven met toename van de pijn. Soms duwt de grote teen de tweede teen weg die dan een klauw/hamerteenstand kan aannemen. Het gebruik van verkeerde schoenen (hoge hakken, weinig ruimte voor de voorvoet, stiksels bij de knok) speelt een rol bij het ontstaan of toename van een hallux valgus. Daarnaast kan het in de familie meer voorkomen en heeft mogelijk een erfelijke component; komt vaker bij vrouwen voor.

Er is vastgesteld hoeveel last u er van heeft en of gewricht nog wel soepel beweegt en of er nog meer afwijkingen in voet/enkel bij kunnen bijdragen aan de klachten. Op een röntgenfoto wordt gezien of er slijtage (artrose) in het spel is en het is de werktekening voor de chirurg. In de regel wordt eerst een schoenadvies gegeven en kunnen steunzolen de voet meer comfort bieden; de stand zal niet beter worden.
Uw orthopedisch chirurg heeft samen met u besproken en uiteindelijk beslist dat er een indicatie bestaat voor een operatieve correctie.

Operatie

Er zijn verschillende methoden voor een chirurgische correctie van een hallux valgus. Afhankelijk van de ernst van de afwijking kiest de orthopeed voor een bepaalde operatiemethode (correctie-osteotomie). Bij alle correctieosteotomieën wordt een verbetering van de stand bereikt door het doorzagen, verschuiven en vastzetten van het bot. De in Isala meest gebruikte technieken zijn:

Chevron

Ter hoogte van de hals van het kopje van het eerste middenvoetsbeentje wordt het bot in een V-vorm (chevron) doorgezaagd. Vervolgens wordt het kopje richting de tweede teen opgeschoven en met een schroefje vastgezet. Hierdoor wordt de voorvoet smaller en staat de grote teen recht.


 
Afbeelding 1: Chevron
 

Scarf

Dit is een correctie-osteotomie waarbij het eerste middenvoetbeentje over de gehele lengte Z-vormig wordt doorgezaagd (een verlengde Chevron), verschoven en vastgezet met meestal twee schroefjes. Met deze techniek is een grotere correctie mogelijk omdat de botdelen meer verschoven en ook nog gedraaid kunnen worden.

Basis-osteotomie

De grote correctie wordt verkregen door de basis van het eerste middenvoetsbeentje door te zagen, open te wiggen en zo de stand te corrigeren. De fixatie gebeurt met een plaatje met schroeven af alleen schroeven.

 
Afbeelding 2: Basis-osteotomie
 

Akin

Staat de teen nog niet helemaal recht, dan kan een Akin-osteotomie worden toegevoegd. Hierbij wordt er een wigje gemaakt (en dus een deel verwijderd) in het basisgewricht van de grote teen, om zo de stand van de teen te corrigeren. Dit wordt dichtgeklapt weer vastgezet; meestal met een schroef, een krammetje
(soort nietje) is ook mogelijk. Deze ingreep is bijna altijd in combinatie met een andere (chevron, scarf, basis-osteotonie, Lapidus).

 
Afbeelding 3: Akin
 

Artrodese (MTP-I)

Als het gewricht fors versleten is (artrose) met een stijvere grote teen, dan is een standsverandering alleen niet zinvol, aangezien de pijnklachten van de slijtage zullen blijven. Als schoenaanpassingen niet het gewenste resultaat hebben, dan is het vastschroeven van het gewricht (verstijven, artrodese) een goede
oplossing.

Lapidus-artrodese

Soms is het nodig helemaal aan de basis van het eerste middenvoetsbeentje een correctie uit te voeren en dit bot aan het aangrenzende bot vast te zetten (TMT-1-artrodese) met een plaat met schroeven of alleen schroeven.

Nabehandeling

  • Zorg dat u twee elleboogkrukken meeneemt naar het ziekenhuis. U gaat of dezelfde of de volgende dag naar huis, dat wordt beslist als uw chirurg u na de operatie bezoekt op zaal.
  • Voor Chevron/Scarf/Akin bestaat de nabehandeling uit het gedurende 5-6 weken dragen van een voorvoetontlastende schoen (hakschoen). Het voordeel is dat de schoen af kan als u niet loopt.
  • Na 10-14 dagen komt u voor controle op de gipskamer waarbij de wond geïnspecteerd wordt en er voor 2x2 weken een tape om de grote teen komt (Hohmann-tape) om de stand te zekeren.
  • Weet wel dat na de hakschoen het nog minstens 6-8 weken duurt voordat u soepel loopt en de echte voordelen van de ingreep gaat ondervinden.
  • Bij het vastzetten van een gewricht (artrodese) of na de basisosteotomie bestaat de nabehandeling meestal uit een combinatie van een gipsperiode aangevuld met brace of tape; in totaal meestal 6-8 weken; ook afhankelijk van de controle röntgenfoto die het vastgroeien van het bot in beeld brengt.

Risico’s van de operatie (complicaties)

 

Stijfheid van de grote teen

Door een operatie rondom het gewricht en de noodzakelijke (relatieve) rust bestaat de kans dat het gewricht verstijft en pijnlijk is. Een heroperatie waarbij het ingebrachte materiaal wordt verwijderd en littekenweefsel wordt losgemaakt kan dan noodzakelijk worden.

Over- of ondercorrectie van de grote teen

Beiden zijn erg vervelend omdat dan het doel van de operatie niet behaald wordt en een reden tot heroperatie kan zijn.

Bot groeit niet vast (non-union, pseudo-artrose)

Dit komt zeer zelden voor, wel reden voor heroperatie.

Recidief

Na aanvankelijk goede stand gaat de grote teen weer schever staan. In lichte mate gebeurt dit vaak omdat in de dynamiek van het lopen de rechte teen toch weer wat schever gaat staan; de ruimte die na correctie ontstaan is weer wat opvult. Als dit niet aanvaardbaar (meer) is kan ook een heroperatie overwogen
worden.

Last van metalen schroeven/plaatje

Omdat de implantaten vrijwel direct onder de huid liggen, er geen spier of veel vet als stootkussen kan dienen, kunt u last krijgen van het materiaal. In overleg met uw orthopeed kan het raadzaam zijn het materiaal operatief te verwijderen. Uiteraard moet de Röntgenfoto wel aantonen dat het bot goed is vastgegroeid.

Algemene complicaties

  • Infectie: helaas mogelijke complicatie bij elke operatie. Komt na hallux valguschirurgie niet vaak voor maar als het beurt kan operatief spoelen noodzakelijk worden en is het eindresultaat in de regel slechter, met name door littekenvorming en kraakbeenbeschadiging.
  • Trombose: verstopping van een ader doordat het been minder beweegt. Het wel of niet geven van bloedverdunners is een lastige afweging omdat deze ook risico’s (-hersen-bloeding) met zich mee kunnen brengen.
  • Doofheid rondom het litteken: door de huidsnede worden de huidzenuwen beschadigd. Dit geeft een doof gevoel in een gedeelte van de huid rondom. Meestal verdwijnen deze klachten in de loop van de tijd vanzelf. Soms zijn ze echter blijvend.
  • CRPS (dystrofie): ontregeling van de balans in de voet door de operatie wat zich kan uiten in diverse klachten zoals pijn, zwelling, verkleuring, temperatuursveranderingen, plaatselijk meer zweten of meer haargroei. Bij verdenking hierop wordt u naar de (pijn)poli van de anesthesie (narcotiseur) verwezen, zij zijn hierin gespecialiseerd.

Voorbereiding op de operatie

Hieronder vindt u enkele aandachtspunten die voor u van belang (kunnen) zijn ter voorbereiding op de ingreep in ons ziekenhuis.

Contact met de bedrijfsarts

Welke consequenties hebben de voetoperatie en de daarbij behorende klachten voor de uitoefening van uw werk? U kunt dit met uw orthopeed overleggen. Om uw privacy te beschermen, is uw toestemming nodig voor eventueel overleg tussen uw medisch specialist en uw bedrijfsarts.

Uiteindelijk zal de bedrijfsarts uw terugkeer naar het werk begeleiden. Afspraken over uw werk zullen vaak soepeler verlopen als u de bedrijfsarts al vóór de operatie informeert. U kunt een gesprek voeren met uw bedrijfsarts op het spreekuur van de arbodienst van het bedrijf of de organisatie waar u werkt. Bij de arbodienst kan men u vertellen hoe u dit spreekuur kunt bezoeken.

Anesthesie (verdoving)

Een goede verdoving bij een operatie is belangrijk. Deze verdoving bestaat bij een voetoperatie uit algehele verdoving (narcose), een ruggenprik of lokale verdoving (specifieke zenuwblokkade). Voorafgaand aan de operatie zult u het spreekuur van de anesthesioloog (medisch specialist die verantwoordelijk is voor de verdoving) bezoeken. Dit noemen we bij Isala het preoperatief spreekuur.

Tijdens dit spreekuur zal de anesthesioloog met u de vorm van verdoving bespreken, maar ook met u overleggen welke medicijnen die u gebruikt wel of niet gestopt moeten worden en wanneer en voor hoe lang. In het voorlichtingsmateriaal ‘Anesthesie’, onderaan deze pagina, kunt u meer informatie vinden over de verdoving.

Krukken

Het gebruik van krukken is belangrijk, niet alleen de eerste dagen ter ondersteuning van de wond maar ook daarna, tijdens het gebruik van de voorvoetontlastende schoen of gips. Zorg dat u de krukken vóór uw
ziekenhuisopname in huis heeft.

Voorlichtingsmateriaal

We raden u aan om het voorlichtingsmateriaal Opname in Isala, te vinden als gerelateerde folder onder aan deze pagina goed door te lezen. Zo weet u wat u te wachten staat. Ook vindt u hierin adviezen ter voorbereiding op uw ziekenhuisopname. Lukt het u niet de informatie te printen? Vraag dan bij het secretariaat van de polikliniek Orthopedie om een gedrukt exemplaar.

Verhinderd?

Kunt u niet komen op de dag van de operatie, laat dit dan zo snel mogelijk weten. U belt hiervoor de planningscoördinator van Orthopedie in Zwolle, (038) 424 21 59 of in Meppel (0522) 23 30 16.

De opname


Dag van opname

Meldt u zich op de afgesproken tijd op de locatie waar u opgenomen wordt. Op de afdeling heeft u een opnamegesprek met de verpleegkundige. Hierin worden bijzonderheden met betrekking tot uw gezondheid en uw persoonlijke omstandigheden besproken. Ook vertelt de verpleegkundige u nog kort het een en ander over de gang van zaken rond de operatie. Als u dat prettig vindt, kan uw partner/begeleider bij het opnamegesprek aanwezig zijn.

Pijnstilling

Vóór de operatie start u met de pijnmedicatie. Dit heeft als doel een soort ‘laagje’ (spiegel) pijnstilling in uw bloed op te bouwen zodat de pijnmedicatie na de operatie meer effect heeft.

Nuchter

Omdat de operatie onder verdoving plaatsvindt, is het nodig dat u nuchter bent. Hierover heeft de anesthesioloog op het preoperatief spreekuur afspraken met u gemaakt.

Voorbereiding op de operatie

Voordat u naar de operatiekamer gaat, krijgt u de voorbereidende medicatie voor de anesthesie (premedicatie). Het is belangrijk dat u deze medicatie vóór de ingreep inneemt. Ook is het belangrijk dat u voor de ingreep nog even plast, zodat uw blaas leeg is. Sieraden doet u af. Tijdens de operatie draagt u een operatiejasje dat u op de afdeling alvast aantrekt. Deze maatregelen zijn bedoeld om de hygiëne op de operatiekamer te waarborgen en daardoor infecties te voorkomen.

Een kwartier vóór de ingreep wordt u naar de verkoeverkamer gebracht. Hier worden u nog wat vragen gesteld en krijgt u een kunststofnaaldje in een bloedvat in uw arm, waarop het infuus wordt aangesloten. U gaat in bed naar de operatiekamer en schuift op een smalle operatietafel. De anesthesioloog geeft u de verdoving die met u besproken is. Ook wordt er, voordat de operatie begint, bewakingsapparatuur aangesloten, om uw lichaamsfuncties zoals bloeddruk, pols en ademhaling tijdens de operatie goed in de gaten te kunnen houden.

Direct na de operatie

Na de ingreep blijft u in de uitslaapruimte (verkoeverkamer) van de operatieafdeling tot u goed wakker bent en tot alle controles (onder andere bloeddruk, polsslag, ademhaling en pijn) goed zijn. Een verpleegkundige haalt u weer op.

Op de verpleegafdeling belt de verpleegkundige uw contactpersoon en informeert hem of haar over het verloop van de operatie. De verpleegkundigen controleren regelmatig de pols, bloeddruk en de wond. Na de operatie kunt u pijn hebben en misselijk zijn. Met behulp van een speciale pijnbestrijdingsmethode wordt de pijn zo veel mogelijk verlicht, zodat u sneller van de operatie herstelt. Tegen de misselijkheid krijgt u eventueel medicijnen.

Infuus

Na de operatie heeft u een infuus in uw arm. Het infuus zorgt ervoor dat u voldoende vocht binnen krijgt. Het infuus wordt verwijderd als u zich goed voelt, de controles goed zijn en u weer normaal kunt eten en drinken.

Wond

Na de operatie kan uw voet nog gevoelloos zijn door de verdoving. Om uw voet is een drukverband aangebracht. Dit drukverband kunt u vaak tot de policontrole laten zitten, dit in overleg met uw chirurg. Uw voet en tenen kunnen in het begin nog gezwollen en pijnlijk zijn. De wond is in het algemeen gehecht met
oplosbare hechtingen. Deze hoeven dus niet verwijderd te worden en lossen na zes tot acht weken vanzelf op.

Bij terugkomst van de operatiekamer mag u vrij snel beginnen met het drinken van water. Afhankelijk van uw misselijkheidsklachten kunt u daarna ook iets anders drinken.

Op de dag van de operatie komt uw orthopedisch chirurg na zijn OK-programma bij u langs. Als alle controles goed zijn en het herstel goed verlopen is, mag u die dag naar huis. Vaak is het de volgende dag. De verpleegkundige controleert de wond en zal u zo nodig helpen bij de lichamelijke verzorging. Van de verpleegkundige krijgt u een voorvoetontlastende schoen als dit voorgeschreven is. Dit is een schoen waarbij de tenen de vloer niet raken. Deze schoen zult u gedurende 5-6 weken dragen.

Adviezen en afspraken 

Na een operatie aan een scheve grote teen (hallux valgus), is het belangrijk om hier goed mee om te gaan. Hieronder vindt u informatie en adviezen voor de komende herstelperiode.

De eerste twee weken

U heeft een wond aan uw grote teen die verbonden is met een drukverband. U draagt een voorvoetontlastende schoen.

  • U heeft een wond aan uw grote teen die verbonden is met een drukverband. U draagt een voorvoetontlastende schoen.
  • Houdt het been zoveel mogelijk hoog (hoger dan de knie) in verband met de zwelling van de voet; zeker de eerste 5 dagen. Het is belangrijk dat de zwelling na twee weken verdwenen is.
  • U mag douchen met een douchehoes die voorkomt dat de voet nat wordt. Nat verband zorgt ervoor dat het tape loslaat en de huid, inclusief de wond, onder de tape verweekt en kan gaan irriteren.
  • Beperk uw dagelijkse activiteiten tot het minimum.
  • Gebruik uw krukken bij uw noodzakelijke activiteiten.
  • Probeer bewegingen te maken als u zit of ligt, zoals kniebuigingen, tenen naar de neus toe trekken en van de neus af bewegen.

Na de tweede week

Twee weken (10-14 dagen) na de operatie heeft u een afspraak op de gipskamer. Hier wordt het drukverband verwijderd. Ook eventueel aanwezige nietoplosbare hechtingen worden verwijderd. De voet wordt opgefrist en u krijgt een Hohmann-tape om de grote teen/voorvoet. Deze tape ondersteunt de
standscorrectie van de grote teen. In geval van gips zal de gipsspalk dan verwijderd worden en volgens plan de behandeling vervolgd worden.

Als uw voet nog te veel gezwollen is of als er onrust rond de operatiewond is, wordt het tapen uitgesteld. Naast de tape zult u nog steeds de voorvoetontlastende schoen moeten dragen.

Na de vierde week

U mag uw dagelijkse activiteiten uitbreiden op geleide van de pijn. Als u tape heeft dan wordt u vier weken na de operatie opnieuw op de gipskamer verwacht. De tape wordt verwijderd en de wond wordt nagekeken. Vervolgens worden de voorvoet en de grote teen opnieuw ingetapet voor twee weken. Dan is de volgende afspraak. U heeft de tape dan zelf de vorige dag verwijderd of dit gebeurt op de gipskamer.

De röntgenfoto biedt inzicht over de genezing van het bot. Aansluitend heeft u een afspraak op de polikliniek Orthopedie met een orthopeed of de arts-assistent of de PA. Over het algemeen mag u na deze afspraak uw gewone schoenen weer dragen. Soms is het wenselijk de voorvoetontlastende schoen een of twee weken door te dragen. Het volledige herstel duurt wel vier tot vijf maanden na de ingreep.

Wanneer bellen?

U kunt altijd bellen als u nog vragen heeft of als er problemen zijn met de tapebandage. U moet in ieder geval bellen bij:

  • blijvende blauwe tenen
  • bij een te strak zittend verband
  • toenemende zwelling van de tenen
  • toenemende pijn
  • temperatuur boven de 38.5 °C.

NB: U kunt een verminderd gevoel in de teen waarnemen, dit komt door de operatiewond en is dus normaal.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle, Kampen of Heerde

Orthopedie
(038) 424 56 56 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Meppel of Steenwijk

Orthopedie
(0522) 23 32 41 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 16.30 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.


16 november 2017 5746 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht