ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Angiografie met eventuele behandeling (dotteren-stent)

Bloedvatonderzoek via de liesslagader

Een angiografie is een röntgenonderzoek waarbij de bloedvaten (slagaders) zichtbaar worden gemaakt. Dit onderzoek wordt uitgevoerd om een afwijking in een bloedvat aan te tonen en om de ernst hiervan te bepalen. Het kan gaan om bijvoorbeeld vernauwingen (stenosen) van de bloedvaten (slagaders). Soms wordt de eventueel aanwezige vernauwing direct verholpen door middel van dotteren of het plaatsen van een stent. Hier leest u hoe dit alles in zijn werk gaat.

Angiografie en behandeling

U bent op de wachtlijst geplaatst voor een angiografie met een eventuele behandeling (dotteren/stent). Omdat er bij dit onderzoek een slagader wordt aangeprikt, wordt u in het ziekenhuis opgenomen. Normaal gesproken is dit voor twee dagen. U wordt opgenomen op de dag van het onderzoek en de volgende dag mag u weer naar huis. Als u ter voorbereiding een infuus krijgt, duurt de opname drie dagen.

Wanneer uit de angiografie blijkt dat er vernauwingen (stenosen) in de bloedvaten (slagaders) zitten, worden deze soms direct verholpen. De bloedvaten kunnen worden verwijd met behulp van een ballonnetje dat wordt opgeblazen; dit is het dotteren van een bloedvat. Een andere mogelijkheid is dat een stent wordt geplaatst. Een stent is een metalen buisje (kokertje) van gevlochten metaal dat het bloedvat openhoudt.

Op gewone röntgenfoto’s zijn bloedvaten niet te zien. Daarom worden ze zichtbaar gemaakt door middel van een contrastvloeistof. Dit middel wordt tijdens het maken van de röntgenfoto’s ingespoten. Hiervoor is het nodig dat er een slangetje in uw bloedvat komt te liggen waardoorheen de contrastvloeistof wordt gespoten. Het contrastmiddel verspreidt zich dan via de bloedsomloop in de bloedvaten en zo worden de bloedvaten zichtbaar.

Voorbereiding

Om ervoor te zorgen dat het onderzoek zo goed mogelijk verloopt, gelden onderstaande instructies.

Niet ontharen

Vanaf zeven dagen voorafgaand aan het onderzoek mag u uw liezen niet meer zelf ontharen met tondeuse, scheermesje of ontharingscrème. Hiermee vergroot u het risico op infecties na de ingreep. Als de arts van mening is dat in uw situatie uw liezen toch onthaard moeten worden, dan gebeurt dit vlak voor de angiografie met een speciale tondeuse.

Eten en drinken

Hebt u de afspraak in de ochtend, dan mag u een licht ontbijt gebruiken, dat wil zeggen: thee met een beschuit (zonder boter of beleg). Bij een afspraak in de middag mag u een licht ontbijt (zie hierboven) en een lichte lunch gebruiken, bijvoorbeeld soep en vla. Vanaf drie uur vóór het onderzoek mag u niets meer eten en drinken (nuchter blijven), ook mag u niet meer roken. Noodzakelijke medicijnen mag u innemen met een beetje water.

Medicijnen?

Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, moet u dit melden aan uw behandelend arts. Hij zal met u bespreken of en wanneer u hiermee moet stoppen. De volgende medicatie moet in ieder geval – in overleg met uw medisch specialist – worden gestopt: Sintrom: twee dagen voor het onderzoek Marcoumar: vijf dagen voor het onderzoek.

Als u Sintrom of Marcoumar gebruikt, krijgt u van uw behandelend arts een laboratoriumformulier mee. Hiermee kunt u op de dag van opname bij het laboratorium bloed laten prikken om uw stollingstijd/INR te bepalen. Voor Sintrom en Marcoumar geldt dat u ze de dag na het onderzoek weer moet gaan gebruiken volgens uw eigen schema van de trombosedienst. Uw behandelend arts zal ook beslissen of u eventueel voor, tijdens of na uw opname injecties met Fraxiparine moet krijgen, in plaats van de bloedverdunners. Gebruikt u Ascal, Persantin en/of Plavix? Die hoeft u niet te stoppen voor het onderzoek.

Diabetes mellitus?

Gebruikt u het medicijn metformine voor diabetes mellitus? Dan is het afhankelijk van uw nierfunctie of u dit medicijn mag blijven gebruiken voor en tijdens het onderzoek. Uw nierfunctie wordt bepaald aan de hand van een vragenlijst die uw behandelend arts met u doorneemt. Aan de hand van de uitslag van deze vragenlijst beslist uw behandelend arts of er aanvullend bloedonderzoek nodig is om uw nierfunctie te bepalen.

Andere medicijnen?

Alle andere medicijnen kunt u gewoon blijven gebruiken. In sommige gevallen wordt het gebruik van bepaalde plastabletten afgeraden. Om vergissingen te voorkomen, wordt u verzocht om een lijstje mee te nemen van de medicijnen die u momenteel gebruikt. Als u weet dat u allergisch (overgevoelig) bent voor bepaalde geneesmiddelen, pleisters en/of contrastvloeistof (zie kopje Contrastmiddel), wordt u verzocht dit te melden aan de verpleegkundige van de afdeling en aan de röntgenlaborant tijdens het onderzoek.

Contrastmiddel

Bij dit onderzoek wordt een contrastmiddel gebruikt. Er bestaat een kans dat u overgevoelig (allergisch) reageert op dit middel. Daarom verzoeken we u om het vragenformulier ‘Gebruik van contrastmiddelen’, dat u op deze pagina vindt, in te vullen en vóór het onderzoek in te leveren.

Zwanger?

Wanneer u zwanger bent of denkt te zijn, moet u dit altijd doorgeven aan de röntgenlaborant voordat er met het onderzoek wordt begonnen.

Vlak voor het onderzoek

Zorgt u ervoor dat u vóór het onderzoek nog even het toilet bezoekt? Op die manier kunt u een overvolle blaas tijdens het onderzoek voorkomen. Als u erg nerveus bent voor het onderzoek, kunt u op de verpleegafdeling een half uur ervoor valium krijgen.

Onderzoek

Het onderzoek vindt plaats op de röntgenafdeling (afdeling Radiologie). Een radioloog (arts op de röntgenafdeling) voert het onderzoek uit. Een radiologisch laborant assisteert de radioloog. Dit doet ze door bijvoorbeeld de materialen steriel aan te geven en de apparatuur te bedienen.

U wordt toegedekt met een steriel laken. Onder plaatselijke verdoving prikt de radioloog een van de beide liesslagaders aan (in een uitzonderlijk geval kiest de radioloog ervoor om een slagader in de arm te gebruiken). Vervolgens wordt via de lies een slangetje (katheter) ingebracht in de slagader en van hieruit via de grote lichaamsslagader (aorta) opgeschoven naar het af te beelden gebied. Hier zult u weinig van merken omdat de slagader aan de binnenkant ongevoelig is.

Als de katheter op zijn plek ligt, spuit de radioloog de contrastvloeistof in waardoor de bloedvaten zichtbaar worden op het beeldscherm. Tegelijkertijd worden de foto’s gemaakt. De contrastvloeistof veroorzaakt een warm gevoel dat ook vrij snel weer verdwijnt. Er worden meerdere fotoseries van u gemaakt. Na het maken van de foto’s bekijkt de radioloog direct of er een behandeling mogelijk is. Als dit het geval is, zal hij in de meeste gevallen gelijk tot behandeling overgaan. Deze behandeling wordt een dotterprocedure genoemd.

Behandeling

Bij de dotterprocedure wordt de vernauwing of verstopping door middel van een ballonnetje opgerekt. Hierbij brengt de radioloog het ballonnetje met behulp van de katheter op de plaats van de vernauwing of de afsluiting in het bloedvat. Door de ballon op te blazen wordt geprobeerd de vernauwing weg te drukken.

Geeft dit ballonnetje niet het gewenste resultaat, dan kan de radioloog alsnog kiezen voor het plaatsen van een stent. Dit is een buisje (kokertje) van gevlochten metaal, te vergelijken met een soort ‘kippengaas’. De stent wordt met behulp van de katheter in het bloedvat geplaatst en blijft daar achter om het bloedvat open te houden. Het onderzoek duurt minimaal een uur. Als er ook wordt gedotterd, duurt het langer.

Na het onderzoek

Na het onderzoek verwijdert de radioloog de katheter uit het bloedvat. Daarna maakt hij het gaatje in de slagader dicht. Dit kan op twee manieren: De lies wordt met de hand of met een klem afgedrukt. Dit afdrukken duurt ongeveer tien minuten. Het gaatje gaat dan vanzelf dicht. Daarna krijgt u een drukverband en moet u (op de verpleegafdeling) vier tot zes uur plat liggen (’platte bedrust’). U mag niet draaien of overeind komen. Na de bedrust mag u voorzichtig weer in beweging komen (‘mobiliseren’), dat wil zeggen: op de gang lopen en het toilet bezoeken.

De verpleegkundige op de afdeling verwijdert het drukverband als u weer op de been bent. De radioloog plaatst een soort plugje: een hechting die het prikgaatje van binnenuit dichtdrukt. U krijgt (meestal) geen drukverband en moet (op de verpleegafdeling) drie uur halfzittende bedrust houden. Hierna mag u voorzichtig weer in beweging komen (‘mobiliseren’). U wordt geadviseerd de afdeling niet te verlaten voordat er een arts of verpleegkundig specialist bij u is geweest.

Na het onderzoek is het belangrijk dat u extra drinkt: in ieder geval twee liter. Op die manier raakt u de contrastvloeistof weer snel kwijt uit uw lichaam.

Weer naar huis

Als alles normaal verloopt, mag u de dag na het onderzoek weer naar huis. We raden u af die dag zelf auto te rijden. Het is belangrijk dat u de eerste dag/nacht niet alleen thuis bent. Ook op de eerste dag na het onderzoek is het belangrijk extra te drinken (ongeveer twee liter). De eerste vier dagen na het onderzoek is het verstandig uw activiteiten aan te passen, dat wil zeggen: niet te hard persen en niet zwaarder tillen dan vijf kilo. U hoeft niet in bed te liggen en mag gewoon douchen, maar de eerste vier dagen mag u niet in bad of zwemmen.

Uitslag van het onderzoek

De definitieve uitslag krijgt u van de arts die het onderzoek heeft aangevraagd. De controleafspraak op de polikliniek krijgt u van de verpleegkundig specialist op de dag dat u weer naar huis gaat.

Contact

Mocht u behoefte hebben aan meer informatie, dan staan de radioloog, laborant of verpleegkundigen u graag te woord. Ook kunt u telefonisch contact opnemen met de afdeling Radiologie t (038) 424 28 82, of met de polikliniek Vaatchirurgie t (038) 424 62 80.

Een aantal onderzoeken kent risico's en mogelijke bijwerkingen. Die heeft uw arts met u besproken. Deze risico's zijn afhankelijk van het type onderzoek.

Heeft u binnenkort een afspraak? Dan vindt u tijd en plaats waar u verwacht wordt in uw afspraakbevestiging.

Gebruik van contrastmiddelen

Tijdens het onderzoek krijgt u contrastmiddel ingespoten. In zeldzame gevallen kan het voorkomen dat mensen na het inspuiten van contrastmiddel in de bloedbaan een allergische reactie krijgen. Om de kans op zo’n reactie zo klein mogelijk te houden, vragen we u onderstaande vragen nauwkeurig te beantwoorden. Wilt u dit formulier printen en het juiste antwoord aankruisen?

1. Heeft u een allergie?

Zo ja, welke?

O Ja

O Jodium
O Hooikoorts (neusbijholten)
O Luchtwegen (bronchitis/astma)
O Huid (eczeem)

O Nee

O Medicijnen
O Voedselallergie
O Pleisters
O Anders, namelijk

2. Heeft u ooit een onderzoek
ondergaan waarbij contrastvloeistof
in de bloedbaan gespoten werd, zoals
een CT-scan, I.V.P., angiografie, dotterbehandeling, hartkatheterisatie?

Heeft u toen een
overgevoeligheidsreactie (allergische)
reactie gekregen?

Zo ja, welke?

O Ja

 

 


O Ja

 


O Galbulten
O Jeuk
O Misselijkheid

O Nee

 

 

O Nee

 


O Ademnood
O Bloeddrukdaling
O Anders, namelijk

​3. Bent u hartpatiënt?

Gebruikt u medicijnen voor het hart?

Zo ja, welke?

Bij welke cardioloog ben u patiënt?

​O Ja

O Ja

​O Nee

O Nee

4. Bent u longpatiënt?

Gebruikt u medicijnen voor de longen?

Zo ja, welke?

Bij welke longarts bent u patiënt?​

​O Ja

O Ja

​O Nee

O Nee

 

5. Bent u suikerpatiënt?

Gebruikt u het medicijn metformine?

Zo ja, neem dan direct contact op met uw behandeld arts.
Het gebruik van metformine gaat namelijk niet samen met
het gebruik van het (jodiumhoudend)contrastmiddel. U moet daarom de dag van het onderzoek tot 48 uur na het onderzoek stoppen met het gebruik van metformine, anders kan het onderzoek niet doorgaan! ​

​O Ja

O Ja

​O Nee

O Nee

​6. Heeft u een slechte nierfunctie?​O Ja​O Nee
​7. Heeft u myelomatosis (ziekte van Kahler)?​O Ja​O Nee
8. Zijn er verder nog bijzonderheden waarvan u denkt dat die voor het onderzoek van belang zouden kunnen zijn? ​
​Naam:
​Geboortdatum:
​Datum:
​Handtekening:

 

Let op
Neemt u dit formulier mee als u naar het onderzoek komt? De laborant zal u naar dit formulier vragen.

26 mei 2017 5747 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht